|
|
|
| |
| | | |
488. Ghegroet so si die maghet soet.
Ghegroet so si die maghet soet,
daer God wt nam vleis ende bloet
al op den dach van heden;
si heeft ghebaert een kindekijn
al sonder we of sonder pijn,
Si leid hem in een cribbekijn,
men sach sijn naecte ribbekijn,
dat dexel was seer dynne;
van coude so weende dat kindekijn;
doe sprac die lieve moeder sijn:
‘nu sus, wel lieve mynne.’
| | | |
Een os ende oec een eselkijn
verwermden den kinde die leden sijn,
die aen der cribben stonden;
het was daer cout int huysekijn,
daer was noch roc noch hemdekijn;
in doexkens wert gewonden.
Die hardekens op die velden laghen;
een grote claerheit dat si saghen,
die engel Gods die quam tot hem
ende seide, dat in Bethleem
‘Ghi, hardekens, weest doch niet vervaert,
gaet haestelic te Bethleem waert
daer is een kint gheboren,
ia, sonder we of sonder pijn,
dat onser alder Heer sal sijn,
Die hardekens ghinghen al te samen
so lang dat si te Bethleem quamen,
daer si dat kindeken vonden;
si songen, si sprongen, si waren blij,
si wiechden dat kint mit melodij,
si custent voer sine monde.
Nu laet ons allen mit herten reyn
gaen loven dat soete kindekijn
ende bidden hem nersteliken,
dat hi ons onderstant wil sijn
ende hoeden ons voer die helsche pijn
ende brenghen ons in sijn rike.
| |
Tekst.
W. Moll, Johannes Brugman, 1854, II, bl. 149, naar een Hs. van 1527; - Dr. J.G.R. Acquoy, Middeleeuwsche geest. liederen en leisen, 1888, nr. 12, bl. 24. - Het bedoelde Hs. schijnt thans verloren; zie Dr. Acquoy, t.a.p., bl. 53, en Het geest. lied in de Nederlanden vóór de Hervorming, 1886, bl. 12.
| |
Melodie.
Naar de tenorstem van de in het voornoemde Hs. voorkomende tweestemmige bewerking, hier in partituur gebracht. - Die bewerking is ons bewaard
| | | |
door een facsimile te vinden onder de platen gevoegd bij Algemeene ophelderende verklaring van het oud letterschrift (plaat II, nr. 12), door Jac. Koning, uitgegeven door de maatschappij ‘Tot nut van 't Algemeen’, 1818:
Naar dezelfde bron Dr. Acquoy, Middeleeuwsche geest. ldr. en leisen, t.a.p., die, bl. 53-54, mede de twee stemmen ondereen brengt. - De tusschen haakjes gebrachte maat is door ons bijgevoegd.
Vgl. met bovenstaande zangwijs de melodie van: ‘Die werelt hielt mi in haer gewout’, tekst A hierna.
|
|
|