|
|
|
| |
| | | |
Terugblik.
Wat wij wenschen, willen, streven,
Vrije mensch, uw weg, uw leven
's Aadlaars vlucht heeft vaste perken,
De Almacht neigt den wil des sterken
Leg den grond voor - luchtpaleizen!
Merk den weg, dien gij zult reizen;
Wijd en schoon is de aard!
| | | |
Kies uw lot en zoek uw wegen,
Maar verwacht een God van zegen,
Om ons, in ons werkt en fluistert
Die ons stuwt en buigt en kluistert
't Leven is vol wonderwoorden,
En onzichtbre liefdekoorden
Laat de knaap in 't leven stormen
Wanen zich tot man te vormen
Straks komt daar een uur in 't leven,
Dat de mensch zich vraagt:
Wie zijn weg stiert en zijn streven?
Over 't land van zijn verleden
| | | |
Wie toch heeft zijn slingerpaden
Uit zijn droomen en zijn daden
In zijn vaart, wie hield hem tegen,
In een uur van smart of zegen,
Boog zijn hart, zijn knie?
Wie heeft bergen weggeschoven
Wie tot hopen en gelooven
Speelden onbekende machten
Of wel leidden hem gedachten
O, wie schept de omstandigheden?
Uit verwarring - orde, vrede,
Levensraadslen, die ons jagen,
't Antwoord op uw groote vragen
| | | |
Almacht, Liefde, Trouw, Genade,
Ziet of weet op al zijn paden
D., 1854.
|
|
|