|
|
|
| |
| | | |
656. A.A.M. Stols aan J. Greshoff, 15 maart 1940
Rijswijk, 15-3-40
Beste Jan,
Gisteren kreeg ik je luchtpostbrieven van 24 en 28 Februari, waarvoor hartelijk dank. Ik
beantwoord nu maar eerst de zakelijke punten om, als er nog plaats over is, over de rest te
schrijven. 1. Ik begrijp niet wat de De Bussy aanvangt met de vele zendingen
die ik je doe toekomen, en altijd tegelijk met de pakken voor henzelf. Laat
de Heeren eens goed nagaan of De Bussy-Amsterdam soms niet op de begeleidfactuur bijschrijft
dat er 1 gratis gebonden ex voor jou bij is, anders begrijp ik het niet! Het is heusch mijn schuld niet. 2. Met spanning zie ik uit naar je copy van
‘Kabinetformaat’ voor ‘Ursa Minor’ no 10. Voor mooi donkerrood zal ik
zorgen. 3 Eveneens verheug ik me op ‘Een boek over het boek’. Ik ga accoord
met 15% over het verkoopsbedrag, zonder voorschot. Doch, lieve Jan, we moeten er heusch geen romanformaat voor nemen, doch een langwerpiger, in den geest van de Erasmus
van Zweig of zoo.1 Ik heb een hekel aan die vierkante formaten. Salden, die ik veel
zie en die alle omslagen voor mijn voorjaarsuitgaven heeft ontworpen liet me de schets v.d.
omslagteekening zien. 4. Van een nieuwe bloemlezing door Uys Krige2 moet ik voorloopig afzien. De financieele resultaten van
1939 zijn door al die beroerde omstandigheden verre van prettig. Ik reserveer dus in de eerste
plaats mijn mogelijkheden voor oude vrienden die bij mij komen (jij, Jany, Vestdijk, Eddy du
P., Hoornik). Misschien zou ik er over kunnen denken als hij op royalty-basis van 10% wil
werken. 15% kan niet door de hooge extra-kortingen voor Afrika, waar bijna alles heengaat. 5. Je verzoek inzake Van Geuns gaat met gelijken post naar hem toe. De brief is
al klaar.3
6. Natuurlijk laat ik me niet eenzijdig voorlichten door Hoornik, daar ben ik
te oud voor geworden. Hij luistert gaarne naar mij. Doch ‘Helikon’ heb ik hem in handen gegeven
en ik moet zeggen dat hij er een alleraardigste serie van maakt.4 De eerste 3 nummers zijn juist klaar en gaan morgen naar je toe per
post.5 We hopen nog in No 10 jouw nieuwe
bundeltje te kunnen brengen (40 blz, niet véél minder).6 Doch als je ziet aankomen dat 't niet
lukt, schrijf Hoornik dan even (Stadionstr. 25II, A'dam, Z)7. Jouw bundel kan ik altijd nog apart uitgeven, wat ik van
enkelen die nu in Helikon opgenomen zijn niet kan zeggen. 7. Het spijt me dat
je het niet eens bent met De Rattenvanger van Mok.
Het is toch heusch geheel van mij! Met Mok heb ik overigens geheel gebroken.8
8. Gaarne noteer ik je abonnement op Halcyon. Het eerste nummer komt nu
heusch deze maand klaar. Ik hoop vurig op een artikel van je; door een
operatie is onze arme Ary Delen niet in staat voorloopig zijn artikel over Rubens als
boekillustrator gereed te maken. Hij is aan blindedarm en buikvlies geopereerd. Schrijf hem
eens een briefje! 9 Ik hoop van harte dat je ‘Catrijntje’ verder zult
afmaken. Ieder, die | | | | het verschenen stuk gelezen heeft heeft er van gesmuld en is
er gek op. Natuurlijk plaats je het eerst in Gr.N., en we kunnen het dan in het voorjaar 1941
uitgeven. Dus in 1940 ‘Een boek over het boek’, misschien een bundeltje in Helikon en dan in
1941 Catrijntje. 10 Door den achterstand in de hoofdboekhouding kan ik je nog
niet het overzicht over de verkochte bundels geven. Doch ik kan je tot je geruststelling
mededeelen dat deze nog steeds behoorlijk verkocht wordt. Wel zal ik den prijs ervan (voor den
band) moeten verhoogen. Alles wordt schrikbarend duur. 11. Ik hoop dat je
dichtader weer spoedig gaat vloeien. Telkens wordt er gevraagd naar nieuwe gedichten van je. Je
bent nu eenmaal de meestgelezen dichter geworden, het ‘publiek’ heeft den smaak beet, de
boekhandel weet dat je verkoopbaar bent. En ik hoop dat we gauw weer een bundel kunnen
uitgeven. 12 Als eventueel de ‘Gedichten’ herdrukt moeten worden,9 moet Ikaros er toch niet
in, hè? Dat is het begin van een tweede deel ‘Gedichten’ als ik je destijds goed begrepen heb.
13 Op het stuk van Kees10 zal
ik wachten en je den prijs opgeven zoodra ik het manuscript heb. 14 Blij te
hooren dat je Achterberg apprecieert. Er komt ook weer een erg goed
bundeltje van hem in Helikon.11
15. Bob, die nu toch zoo vlakbij zit, zwijgt in alle talen. Maar hij heeft
weer wat geld gezonden voor de 3 laatstverschenen nummers. Je ideeën voor den voortgang van
Ursa zijn voortreffelijk. We moeten toch maar weer terugkeeren tot kleinere oplagen en hoogeren
prijs, want het nieuwe systeem (dat met de hooge papier- en bindprijzen toch niet vol te houden
is) zet ook al geen zoden aan den dijk. 16 Waar Hendrik Cramer nu weer
uithangt weet ik niet. In ieder geval in Frankrijk. Ik kan hem dus geen opdracht vragen.12 Wel zal ik zorgen voor een geteekend ex van Vestdijk13 en Van
Hattum.14 De Nagelaten gedichten van Bob Stempels zijn bij Boucher verschenen.15
17 Weet je dat de verzamelde werken van Slauerhoff
in April beginnen te verschijnen? De typographie van J.v.K. ne casse rien. En de band is wit
met goud!1616 Slau zou
op die engelachtigheid gevloekt hebben. Hij had zelf voorkeur voor tango, geel, groen en blauw!
Dat komt ervan als een dergelijke uitgave terecht komt bij menschen die nooit contact met Slau
hebben gehad.
En wat zal ik je nu overigens voor nieuws schrijven? Menno zie ik zoo nu en dan. Hij heeft
voor ‘Halcyon’ een voortreffelijk artikel over Salden geschreven.17
Eddy du Perron zou zich vandaag weer in Bergen gaan vestigen.18 Van hem geef ik dit voorjaar
(als het nog ooit voorjaar wordt, want vandaag ligt er weer eens 10 cm sneeuw) een derde boek
over Multatuli uit.19 De zoon van Piet van Eyck heeft een, volgens Jany en Eddy
d.P. voortreffelijk bundeltje gedichten in het engelsch gereed.20
Dat zou nog eens wat voor Ursa zijn. En ook wel te verkoopen door de relaties
van P.N.v.E. Schrijf gauw of het goed is. Dan zal ik er Bob weer over schrijven. De laatste
maand heb ik het in dienst, steeds op bureel, erg druk gehad met een minder verkwikkelijke
affaire. Wat is de n.s.b. toch een rot-tuig. Hoe moet het met ons gaan, als
we er ooit ‘in’ geraken? Arm Finland, dat nu juist afgekraakt is | | | | door die
afschuwelijke Stalin...21 Van Lucien Jaïs uit
Parijs, die met zooveel enthousiasme Fransch redacteur van Halcyon was kreeg ik enkele weken
geleden bericht dat hij plotseling opgeroepen was.22 Sindsdien geen woord meer. Ik ben doodelijk
ongerust. Van John Buckland Wright ook geen letter meer. Hij is ook in dienst. Wat moet dat
allemaal worden, juist míjn generatie! De eenige die nu nog wat van zich laat hooren is Serge
Fleury.23 Jacques
Delaraud zwijgt ook in alle talen.24 Overigens is het
hier nog steeds hetzelfde. Greet is een week in Maastricht geweest en komt vanavond weer thuis.
Met de kinderen gaat het best. Eva is bij de kabouterpadvinderij en Sandertje dicht, schrijft,
teekent en bouwt vliegtuigen. Het is mijn plan om de uitgeverij in deze periode zéér au ralenti
voort te zetten. De drie boeken van dit voorjaar zijn nog te riskant. Voor het najaar heb ik
alleen nog maar aangenomen een boekje met kinderversjes van Jac. van der Ster, geïllustreerd
door Tia Wiegman25 en een boekje dat C. van
Wessem in mijn opdracht over Slauerhoff schrijft.26 Daarbij komt dan jouw ‘Kabinetformaat’ en je ‘Boek over het boek’, welke
ik beide met vreugde zal uitgeven. Dat zijn boeken waar ik
alles voor voel.
Maar verder ben ik uiterst voorzichtig! Ik hoop Jany nog zoover te krijgen dat hij een goede
keuze uit het ongepubliceerde werk zal doen. Dirk de Jong heeft ontzaglijk
veel werk verzet om al die ongepubliceerde gedichten bijeen te verzamelen. Hij is met
overtikken bijna klaar. En dan ga ik Jany eens overrompelen.27
Met die nieuwe vereeniging van Van Royen schiet het ook al niet op.28 Ik heb nu binnenkort een
conferentie met hem en Boucher. Ik zal voorstellen om er de oude sokken uit het bestuur te
gooien en jonge actieve kerels te nemen. Misschien komt er dan nog iets van terecht. Zooals het
nu gaat, gaan we een carrière als van Joan Blaeu tegemoet.29 En dat mag niet. Wat is het toch jammer dat alle internationale verbindingen
verbroken zijn. Halcyon zou zoo aardig kunnen worden. Maar met Nederland alleen is het niet te
vullen, ik moet er Engeland, Frankrijk en Amerika bij hebben.
Mijn opdrachtje voor het ‘Gedenkboek’ van Zee-Risico30 heb ik voltooid. Ik werk nu aan de ‘Kantooragenda’ voor de p.t.t.31 Erg royaal zijn ze met honorarium
voor typografen ook al niet, als je ziet wat de reclamemenschen van p.t.t.
krijgen. Ik begrijp Van Royen niet. Hij heeft per se iets tegen me, maar hij doet altijd erg vriendelijk.
Toch wil ik probeeren om, met opdrachten en een paar uitgaven mijn naam als uitgever en
typograaf gevestigd te houden. Maar toch zal ik probeeren om, als ik het er levend afbreng en
we blijven onafhankelijk, een baantje bij Defensie, Kunsten en Wetenschappen, p.t.t. of Bührmann te krijgen. En dan alleen nog maar als private-printer door te gaan.
Want, als de steun van schoonouders en ouders me eens ontvalt (de heer Kroesen is 70 geworden,
mijn vader wordt 70), en ik heb geen militair inkomen meer (dat reeds is teruggevallen van 435
tot 295 gld | | | |

Drukkerij Boosten & Stols na het bombardement, mei 1940.
Strookje van de Zuid-Afrikaanse censor.
Door Stols vormgegeven ptt-agenda 1941 (Postmuseum, Den
Haag).
| | | | per maand) dan weet ik niet hoe ik er komen moet. Of kun jij me bij De Bussy in
Afrika later een baan bezorgen?32 Enfin,
geen zorgen vóór den tijd.
Laat weer eens gauw wat van je hooren. Ik heb zoo'n idee dat twee brieven van mij je niet
bereikt hebben... Voor toezending der boeken zal ik zorgen. Schrijf me voor alle zekerheid wat je tot nu toe uit Holland in Kaapstad ontvangen hebt.
Met hartelijke groeten van ons allen, ook voor Aty, Jan en Kees
en een stevige poot van je
Sander
|
1De door Stols in 1934 uitgegeven Nederlandse vertaling
van Triomf en tragiek van Erasmus van Rotterdam had het formaat 16 × 25 cm.
(Zie ook br.653 n.5.)
3Deze brief van Stols aan J.J. van Geuns is niet bewaard
gebleven. (Zie ook br.653 n.9.)
5
Dag- en nachtlawaai
van L. Th. Lehmann (zie br.652 n.8);
Het gevecht met de muze
van Bertus Aafjes (geb. 1914) zou in maart bij A.A.M.
Stols te Rijswijk in een oplage van 300 exemplaren verschijnen als Helikon 10 (1940) 2
(februari);
Transitieven en immobielen
van Pierre Kemp zou in maart bij A.A.M. Stols te Rijswijk
in een oplage van 300 exemplaren verschijnen als Helikon 10 (1940) 3. (Zie Bijlage ii, p. 468.)
6Van Greshoff zou
geen bundel in de reeks Helikon verschijnen.
8Op 20 december schreef Stols aan Maurits Mok: ‘eerlijk gezegd is langzamerhand het
uitgeven van je enorme productie, waarvan ik, wat de poëzie betreft, ik[ sic]
de litteraire waarde zeer goed inzie, door je steeds aangehouden drang een obsessie geworden.
Ik heb [...] ruim de gelegenheid gehad om over je werk te praten met vele auteurs, van wie ik
een objectief oordeel kan verwachten, en met boekhandelaren, die sympathiek tegenover je werk
staan. Het algemeene oordeel is: De poëzie is merendeels goed, moeilijk te verkoopen. Het
proza is zeer slap en niet verkoopbaar. [...] Er zal dus een maecenas noodig zijn, om toch tot
uitgave van je werk over te gaan.’ Hierop verbrak Mok de relatie.
9Van Gedichten is nooit een tweede deel verschenen. In 1948 zou
de zesde druk van Greshoff Gedichten als deel 1 van diens Verzameld werk verschijnen bij P.N. van Kampen & Zoon en Em. Querido's
Uitgeversmij te Amsterdam. In deze zesde druk is Ikaros bekeerd opgenomen.
Van de vijfde druk van Greshoffs Gedichten uit 1940 zouden tijdens de Tweede
Wereldoorlog exemplaren verkrijgbaar gesteld worden waaruit onder meer de Bruine
liedjes door Stols waren verwijderd.
11
Dead end
van Gerrit Achterberg zou in april bij A.A.M. Stols te Rijswijk in een oplage van 300
exemplaren verschijnen als Helikon 10 (1940) 4.
12Na de evacuatie van Parijs, was Cramer via Dieppe en Le Havre naar Cassis
en Marseille getrokken. Op 22 april zou Cramer vanuit Dieppe aan A. Mout schrijven: ‘Je
ontving van uitgever Stols [...] het manuscript getiteld Profetie van het
bloed. Ik had hem gevraagd dit werkje zo spoedig mogelijk, als een eenvoudig boekje, uit
te geven, en sluit hierbij de antwoord-briefkaart in. Hij zond jullie het manuscript op mijn
verzoek, want op dit ogenblik kan men niet zonder gevaar zulke zaken heen en weer sturen
tussen Holland en Frankrijk. [...] Greshoff had het indertijd voor Groot-Nederland aanvaard
[...]. De weigering van Stols het uit te geven is onaanvaardbaar. Waarom?’ (Hendrik Cramer,
Vizioen en geboorte (ed. Laurens Vancrevel), Amsterdam 1974 2, p. 144.)
15Van Bob
Stempels was najaar 1939 de debuutbundel Klein verlies verschenen bij L.J.C.
Boucher te Den Haag. De gedichten uit Stempels nalatenschap zouden onder de titel
Het ouderhuis
in de reeks Helikon verschijnen.
16De eerste twee delen van de
Verzamelde werken
van J. Slauerhoff zouden, tengevolge van het bombardement van Rotterdam waardoor een
deel van het zetsel verloren ging, pas in januari 1941 bij Nijgh & Van Ditmar te
Rotterdam verschijnen. (Zie br.635 n.3.) De tekst was gezet uit de Romanée van Jan van
Krimpen, die verantwoordelijk was voor de typografische verzorging. Een deel van de oplage
werd gebrocheerd, een ander deel werd gebonden in wit linnen, met Slauerhoffs monogram op het
voorplat en de rugtitel in goud. Het monogram en de rugtitel waren zowel op het omslag van de
gebrocheerde exemplaren als op het stofomslag van de gebonden exemplaren in groen gedrukt.
Naast deze gewone oplage werden er nog 50 exemplaren gedrukt op Haesbeek de Luxe en gebonden
in bruin leer met gouden opdruk.
16[Errata] De tekst van de Verzamelde werken van J. Slauerhoff is gezet uit de Garamond.
17Menno ter Braak heeft dit artikel inderdaad geschreven. Op 15 mei
pleegde Ter Braak zelfmoord. Zijn bijdrage voor Halcyon was gezet en de bijbehorende clichés
waren gedrukt, maar de publikatie van zijn artikel werd door de bezetter verboden. Het
artikel werd onder de titel Helmut Salden voor de eerste maal gepubliceerd
in Ter Braaks Verzameld werk (ed. M. van Crevel et al.), dl.4, Amsterdam
1951, p. 688-693.
18Vanaf 17 november 1939 woonde E. du
Perron op het adres Laan van Meerdervoort 835 te Den Haag. Op 23 maart vertrok hij weer naar
het adres Nesdijk 19 te Bergen ( nh).
19De bewijzen
uit het pak van Sjaalman. Nieuwe dokumenten betreffende de Havelaarzaak en Lebak zou E.
du Perrons vierde boek over Multatuli worden. Voorafgaand aan De bewijzen
uit het pak van Sjaalman verscheen in 1940 bij Uitgeverij Contact te Amsterdam Multatuli en de luizen. Aantekeningen bij een nieuw waarheidsboek over
Multatuli. De tekst van Multatuli en de luizen is gedateerd januari
1940, die van De bewijzen uit het pak van Sjaalman november 1939.
Eerder al had Du Perron De man van Lebak. Anekdoten en dokumenten betreffende
Multatuli en Multatuli tweede pleidooi. Beschouwingen en nieuwe
dokumenten gepubliceerd.
De man van Lebak
was in 1937 verschenen bij Em. Querido's Uitgevers-Mij te Amsterdam, Multatuli tweede pleidooi in 1938 bij A.C. Nix & Co te Bandoeng en Burgersdijk
& Niermans te Leiden.
20Endless interval. Poems van Robert Floris van Eyck (geb. 1916) zou begin 1941
bij A.A.M. Stols te Rijswijk verschijnen. De bundel werd in een oplage van 150 exemplaren
gedrukt bij Boosten & Stols.
21Op 30 november 1939 had de Sovjet-Unie haar
niet-aanvalsverdrag met Finland opgezegd en was Finland binnengevallen. Op 13 maart was
Finland gedwongen in Moskou een vredesverdrag te ondertekenen.
22Lucien Jaïs zou na
de Duitse inval in Frankrijk uitwijken naar de vrije zone, van waaruit hij via Jules Laloux
tot juni 1944 met Stols bleef corresponderen. Jaïs was geen redacteur van Halcyon; in Halcyon
2 (zomer [december] 1940) zou zijn bijdrage Images pour grands enfants
verschijnen. Jaïs' bijdrage zou worden gezet uit de Memphis en worden gedrukt door Trio te Den
Haag op Strathmore Diagonelle. Op 22 februari had Jaïs aan Stols geschreven: ‘[...] je vous
annonce que je suis à mon tour rappel sous les drapaux et [xxx] difficile mon impossible
s'attiret des fonctions de rédacteur français de votre Halcyon.’ (Stadsbibliotheek Haarlem,
archief-Stols, omslag Lucien Jaïs)
23Serge comte Fleury (1885-1973) was werkzaam in Franse
diplomatieke dienst, onder meer in Canada, Engeland, Marokko, de Scandinavische landen en de
Verenigde Staten. In 1939 had Stols Fleury's Terre de France
uitgegeven. Op 1 maart had Stols nog aan Fleury geschreven, 11 maart antwoordde Fleury op
deze brief. (Stadsbibliotheek Haarlem, archief-Stols, omslag Serge Fleury)
24Jacques Delavaud[ sic] was een een van Stols medebestuursleden van La Compagnie Typographique. Op 28
november 1939 had Delavaud aan Stols geschreven: ‘[...] j'étais en Berry depuis le début
d'aout. Je ne suis pas encore mobilisé parceque je suis de la plus ancienne classe.’
(Stadsbibliotheek Haarlem, archief-Stols, omslag Jacques P. Delavaud)
25Bonte kralen. Versjes voor kleine
kinderen* van Jacobus van der Ster (geb. 1909) zou in 1940 bij A.A.M. Stols te Rijswijk
verschijnen. Het boekje zou niet worden geïllustreerd door Christina Maria Cornelia (Tia)
Wiegman (geb. 1913), maar door haar echtgenoot Piet Worm.
26
Slauerhoff. Een levensbeschrijving
van Constant van Wessem zou in december 1941 bij A.A.M. Stols te Rijswijk
verschijnen. Het boek werd gedrukt bij Meijer's Boek- en Handelsdrukkerij te Wormerveer. Van
de hand van G.H. 's-Gravesande was een bibliografie van J. Slauerhoff opgenomen.
Jacques Constant van Wessem (1891-1954) was van 1924 tot 1935
muziekredacteur van De Groene Amsterdammer geweest. Hij was van 1917 tot mei 1922 redacteur
van Het Getij en van 1924 tot 1939 redacteur van De Vrije Bladen. In oktober 1938 had hij als
cahier van De Vrije Bladen zijn Slauerhoff-herinneringen
gepubliceerd.
27Mogelijk
de bundel
Onderweg
, die in december 1940 als deel 12 van De Halcyon Pers zou verschijnen. Ook in de
bundel
Tegen de wereld
, die in 1947 bij A.A.M. Stols te 's-Gravenhage zou verschijnen en die een
gedeeltelijke herdruk van Onderweg bevatte, werden een aantal niet eerder
gebundelde gedichten van A. Roland Holst opgenomen. (Zie voor een
overzicht van de eerste publikaties van de gedichten opgenomen in Onderweg
en Tegen de wereld: A. Roland Holst, Verzameld werk. Poëzie ii (ed. W.J. van den Akker et al.), Amsterdam 1981, p. 1308-1309 resp.
p. 1310-1311.) Er is geen correspondentie tussen Stols en Dirk de Jong over deze
samenstelling van de bundel bewaard gebleven.
28De Nederlandsche Vereeniging voor Druk- en Boekkunst zou in februari 1941 haar eerste
prospectus publiceren. De vereniging zou bestaan tot 1956.
29De
Vereeniging Joan Blaeu was in 1916 opgericht en had tot doel het wekken van belangstelling
voor boek- en prentkunst in Nederland. Daartoe wilde de vereniging elk jaar een goed verzorgde
publikatie het licht doen zien. In totaal zou de vereniging echter slechts drie uitgaven
verzorgen. De vereniging was in maart 1938 ontbonden, maar leidde al sinds 1930 een slapend
bestaan. Ondervoorzitter en later voorzitter van de vereniging was J.F. van Royen
geweest.
32Pas in januari 1946 zouden Greshoff en
Stols serieus overleggen over de mogelijkheden voor Stols in Zuid-Afrika emplooi te vinden als
uitgever. (Zie voor de dan gevoerde correspondentie deel 2 van deze uitgave.)
|
|