over DBNL
auteursrecht en copyright
bestuur, medewerkers en adviescommissies
adressen
stages
nieuws
nieuwsbrief
Nederlandse literatuur
auteurs
beschikbare titels
Middeleeuwen
Gouden eeuw
Achttiende eeuw
Negentiende eeuw
Twintigste eeuw
Eenentwintigste eeuw
tijdschriften/jaarboeken
onze kinderboeken
buitengaats
Friese literatuur
Surinaamse literatuur
gescande titels
Nederlandse taal
woorden
etymologie
zinnen
klanken
betekenis
vormen
normen
taalbeheersing
historische taalkunde
taalverwerving en psycholinguïstiek
sociolinguïstiek
dialectologie
Nederlands als tweede taal
taaldidactiek
atlas voor de Nederlandse taal en literatuur
basisbibliotheek
tijdschriftenladder
literatuurgeschiedenis.nl
de langste dag
auteurs: overzichten
titels: overzichten
organisaties: overzichten
naslagwerken
audio
thema's
zoeken in de hele website
zoeken in teksten
auteur: A.H. Hoffmann von Fallersleben
bron: A.H. Hoffmann von Fallersleben, Oude Vlaemsche liederen. J.M. Bauwens, Gent z.j. [1852]
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads
A.H. Hoffmann von Fallersleben
Voorwoord.
Vlaenderen boven al!
Een avontdans.
Het cranselijn.
Wachterliet.
Tijt brenct jolijt.
Het meiken.
Vensterliedeken.
Mijn liefken mijn somer.
Mijn soete lief is mijn!
Slaep, mijn minneken, slaep!
Een ander sit bi haer.
Och Lacy!
Nu gaet het aen een scheiden.
En ic moet altoos bliven out.
Catrijn, wat wildi meer? Almanach voor 1853.
Het hexken.
Al lust moet mi vergaen
Ic moet de minnen draghen.
Het moet ghescheiden sijn.
Minnenclachte.
Het sal noch worden goet.
Heden root, morghen doot.
Wat schaet ons, dat wi vrolic sijn.
God seine ( zegene ) die taverne.
Rutersliedeken.
De nachtwacht.
Sint Jans gheleide.
Mijn hoppelken.
Vaer wel!
Jonc Gherrit ende moi Aeltje.