Het vlot


auteur: Wim Hofman


bron: Wim Hofman, Het vlot. Van Holkema en Warendorf, Houten 1989 (tweede druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 132]

Meisjes 1

‘Meisjes,’ zei ze, ‘echte meisjes zijn anders. Ze zijn in ieder geval netjes.’ Ze vond dat Pia niet netjes was en daar bedoelde ze van alles mee. ‘Meisjes laten niet zo hun benen zien,’ zei mijn moeder. ‘Zeker niet van die ongewassen benen zoals die van die Pia. Echte meisjes passen op hun kleren en zien er niet zo slordig uit als die Pia. Ik wil wedden dat ze nog geen sok kan stoppen. En ze wast volgens mij haar haren nooit. En ze heeft weken lang dezelfde strik in. Ik wil wedden dat ze die niet uit haar haar doet als ze naar bed gaat. Kamt ze haar haar wel eens? Volgens mij nooit. Het zou me niet verwonderen als ze nog luizen had ook. Hoe kan het ook anders! Echte meisjes zijn netjes en rapen zeker geen rommel van de straat op zoals die Pia. Volgens mij zag ik haar peukjes rapen. En ze spuugt ook. Echte meisjes doen zoiets niet. Ze hangen niet op straat rond, ze helpen hun moeders met eten koken en ze helpen 's maandags bij de was. Ze weten wat witte was is en wat bonte was is en ze helpen vegen en boenen. Ik denk dat ze daar niet eens weten wat boenen is...’

Als mijn moeder zo bezig was over Pia dan kon ze niet nalaten te vertellen hoe zij als meisje geweest was. Ze zei dan: ‘Toen ik jong was, was ik heel netjes op mezelf. Ik had haar van wel een halve meter lang, mooi haar, en ik kamde en borstelde het iedere dag twee keer. En ik stond als eerste op en gaf de kippen voer en ik schilde aardappelen en ik dweilde en deed en haalde de kachel leeg. Toen ik zes was moest ik dat al. En ik hing in ieder geval niet tot tien uur op straat rond, zoals die Pia. Pas zag ik haar met een stuk appel naar een lantaarn gooien en toen ik er wat van zei stak ze haar tong uit. Want ze is een brutaaltje en spugen doet ze ook. Ik zag

[p. 133]

haar naar fietsers spuwen. En ze veegt haar neus aan haar mouw af. Maar ja, hoe kan het ook anders met zo'n moeder en zo'n vader die drinkt en slaat. En met zo'n zus, hoe heet ze ook al weer, ook al zo'n lellebel!’

Ik wist toen niet wat ze met een lellebel bedoelde. Ik vond het wel een leuk woord. En ze had hier en daar ook wel gelijk. Pia veegde haar neus wel eens aan de mouw van haar jas af en ze spuugde ook wel eens van die kleine kloddertjes witte spuug, dat had ik wel eens gezien. En dat haar vader niet mals was wist iedereen in de buurt.

De huizen waar we in woonden waren opgetrokken uit gebrekkig materiaal en als hij zijn vrouw of dochters sloeg hoorde de hele buurt het. Je hoorde de vader tegen de moeder gillen en de moeder tegen de vader. Je hoorde het breken van glas of vaatwerk. Je hoorde de kleine Trudy hartverscheurende geluiden maken en Poppy en Pia huilden of kermden mee en de hond blafte en de buren schudden hun hoofd en zeiden: ‘Nou, nou!’

Meer niet. Ze deden nooit wat. Ook niet toen hij zijn dochter Poppy tijdens een gevecht in haar wang had gebeten en haar daarna met veel getier en gekrijs een nacht buiten had gesloten. Eerst was ze kwaad weggelopen, maar van Pia hoorde ik dat ze in het schuurtje had geslapen.

In ieder geval was het een man waarvoor je op je hoede moest zijn, vond ik.

Ik had eens gezien hoe hij het witte konijn van Pia bij zijn nekvel greep en het met touwtjes aan de achterpoten aan de waslijn hing. Het dier slingerde zich eerst wild heen en weer en ik hoorde de man lachen en praten. Het spartelen hield op toen hij met een mes een paar keer langs de hals van het konijn gegaan was. Bloed viel in een straaltje op de klei in de tuin. Daarna sneed hij

[p. 134]

mopperend in het buikvel en hield een vinger om de punt van het mes om de darmen en zo niet kapot te steken. De ingewanden gooide hij op een krant en schopte naar de katten die eraan kwamen snuffelen. Ik heb verder maar niet gekeken, want ik kon niet goed tegen bloed.

Later hing het dier stijfjes aan de lijn. Ik vond hem er heel zielig, heel roze en heel bloot uitzien. Die indruk werd versterkt doordat het alleen nog twee witte sokjes aan zijn achterpoten leek te hebben. Over het roze vlees liepen een paar zwarte vliegen, iets waar ik plaatsvervangende jeuk van kreeg.

Als ik een wit konijn zie moet ik altijd denken aan dat exemplaar aan de waslijn en de rode oogjes zijn een voorteken van een bloederig einde.