39 mij sal lief zijn in alle occasien daer 't eer ende eedt toelaeten, 40 gecommandeert te zijn van UE, aendewelcke
41 Me Vrouwe
42 ick met behoorlijcke reverentie de handen cussende mij in gratie 43 bevele, en haer den Alderhoochsten. Wt Amsterdam desen
44 2en Julio stilo novo.
nbsp;
45 Uwer E
46 Ganschdienstwillighe
47 P C Hóóft.
In het Sticht van Utrecht was de secularisatie van de geestelijke goederen anders in zijn werk gegaan dan in de overige Nederlandse gewesten (Orde op de geestelijke goederen van Leicester van 28 oktober 1586). Een achttal vrouwenkloosters bleef als jufferenconventen bestaan; de jufferen mochten trouwen, maar de katholieke eredienst was verboden. De Staten hielden toezicht; de goederen werden door een rentmeester beheerd. De abdis aan wie Hooft schreef was Jonkvr. Johanna van Galen; de rentmeester Jr Johan van Winssen was in functie van 1601 tot 1624.
De abdis van Oudwijk heeft zich weer beklaagd over turfdiefstal op haar grond. Hooft herinnert aan zijn vroegere maatregelen daartegen (23, 28, 30), geeft een beeld van de moeilijkheden waarmee het betrappen op heterdaad gepaard gaat, geeft een nieuwe maatregel in overweging en vraagt, kennelijk ten einde raad, advies.