auteurs

alle auteurs

Middeleeuwen

Gouden Eeuw

Achttiende Eeuw

Negentiende Eeuw

Twintigste Eeuw

Eenentwintigste Eeuw

 

 

zoeken in

 




P.C. Hooft

geboren: 16 maart 1581 te Amsterdam
overleden: 21 mei 1647 te Den Haag

lid van: Eglentier

Biografie(ën) over P.C. Hooft

P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 3 HAE-IPE (1822)
A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 8. Tweede stuk (1867)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 4 (1918)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)
P.C. Hooft, Alle de gedrukte werken 1611-1738. Deel 4 en 5. Nederlandsche Historien (1972)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

Werken van P.C. Hooft

Dankbaar genoegen (zj.)
Bruiloftspel (1602)
Mommerij (1602)
Den nieuwen lusthof (voor 1606)
Claechtleidt (1607-1608)
De gewonde Venus (1607)
Den bloemhof van de Nederlantsche ieught (1608)
Paris oordeel (ca. 1608-1618)
Reden vande Waerdicheit der Poesie (ca. 1610-1615)
Emblemata amatoria (1611)
Geeraerdt van Velsen (1613)
Achilles en Polyxena (1614)
Theseus en Ariadne (1614)
Brief van Menelaus aen Helena (1615)
Granida (1615)
Baeto (1617)
Warenar (1617)
Hendrik de Gróte (1626)
Zang ter bruyloft van Heer Constantijn Huigens (1627)
De Hollandsche groet aen den Prinsse van Oranien over de zegge vanden Iaere 1629 (1630)
Klaghte der prinsesse van Oranjen over 't oorloogh voor 's Hartogenbosch (1630)
Waernemingen op de Hollandsche tael (1635-1638)
Gedichten (1636)
Nederlandsche Historien (1642-1647)
Rampsaligheden der verheffinge van den Huize van Medicis (1649)
Jaarboeken en historien, ook zyn Germanië, en 't leeven van J. Agricola (1684)
Nederlandsche Historien (1703)
Episodes uit Hooft's Nederlandsche historiën (alleen scans beschikbaar) (1891)
Granida (alleen scans beschikbaar) (1913)
Episodes uit Hooft's Nederlandsche historiën (alleen scans beschikbaar) (1919)
Geeraerdt van Velsen (alleen scans beschikbaar) (1919)
Granida (alleen scans beschikbaar) (1922)
Erotische gedichten (alleen scans beschikbaar) (1928)
Warenar (1966)
Geeraerdt van Velsen (1976)
Nederlandsche Historien in het kort (1978)
Warenar (1978)
Baeto (1980)
Uit Hoofts lyriek (1981)

Uitgaven van P.C. Hooft

Schijnheiligh (ca. 1617-1618)
Nederlandsche Historien (1677)
Nederlandsche Historien (1843-1846)
Warenar (alleen scans beschikbaar) (1843)
Brieven (1855-1857)
Episodes uit Hooft's Nederlandsche historiën (1864)
Gedichten. Deel 1 (1871)
Gedichten (2 delen) (1871-1875)
Gedichten. Deel 2 (1875)
Granida (1890)
Warenar (alleen scans beschikbaar) (1896)
Gedichten (2 delen) (1899-1900)
Gedichten. Deel 1 (1899)
Gedichten. Deel 2 (1900)
Warenar (1900)
Granida (1905)
Geeraerdt van Velsen (1905)
Bloemlezing uit de brieven (alleen scans beschikbaar) (1909)
Warenar (alleen scans beschikbaar) (1925)
Geeraerdt van Velzen (alleen scans beschikbaar) (1928)
Haarlem uit Hooft's Nederlandsche Historiën (alleen scans beschikbaar) (1939)
Granida (1940)
Achilles en Polyxena (1943)
Fragmenten uit P.C.H.s Nederlandsche Historien (1943)
Galathea en andere gedichten (1947)
Nederlandsche Historien in het kort (1947)
Het epos van den Prins. Een keuze uit Hooft's Nederlandse historien van 1642 (1951)
Baeto (1954)
Warenar (1956)
Ware-nar (1960)
Proeven van tekst en commentaar voor de uitgave van Hoofts lyriek. I. De Psalmberijmingen (1961)
Proeven van tekst en commentaar voor de uitgave van Hoofts lyriek (2 delen) (1961-1968)
Warenar (1961)
Uit Hoofts lyriek (1963)
Drie boeken uit P.C.H.s Neederlandsche Histoorien (1964)
Bloemlezing uit de brieven (1967)
De ziel van de poëet vertoont zich in zijn gedichten (1967)
De wereld is een speeltoneel. Klassieke toneelspelen van P. C. Hooft en Vondel (1968)
Profijtelijk vermaak. Moraliteit en satire uit de 16de en 17de eeuw (1968)
Proeven van tekst en commentaar voor de uitgave van Hoofts lyriek. II. Gedichten voor Huygens (1968)
Geeraerdt van Velsen (1969)
Sonnetten. Reden vande waerdicheit der poesie (1971)
Alle de gedrukte werken 1611-1738. Deel 1 (1972)
Theseus en Ariadne (1972)
Alle de gedrukte werken 1611-1738. Deel 5 (1972)
Alle de gedrukte werken 1611-1738. Deel 8 (1972)
Alle de gedrukte werken 1611-1738. Deel 2 (1972)
Alle de gedrukte werken 1611-1738. Deel 6 (1972)
Alle de gedrukte werken 1611-1738. Deel 9 (1972)
Alle de gedrukte werken 1611-1738. Deel 3 (1972)
Alle de gedrukte werken 1611-1738 (9 delen) (1972)
Alle de gedrukte werken 1611-1738. Deel 7 (1972)
Alle de gedrukte werken 1611-1738. Deel 4 en 5. Nederlandsche Historien (1972)
Warenar. Blijspel in 5 bedrijven (hertaling E. van Altena) (1973)
De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 1 (1976)
De briefwisseling van P.C. Hooft (3 delen) (1976-1979)
De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 2 (1977)
De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 3 (1979)
Rampzaeligheden der verheffinge van den Huize Medicis (1981)
Overvloed van vonken. Een keuze uit de gedichten (1981)
Emblemata amatoria (alleen scans beschikbaar) (1983)
Granida (1998)
Liederen en gedichten (2004)
Warenar (2004)
Zo sprak mijn lief mij toe (2004)

Primaire teksten van P.C. Hooft elders in de dbnl

P.C. Hooft, ‘Enghelsche Fortuyn.’ In: Den Bloem-hof van de Nederlantsche Jeught beplant met uijtgelesene Elegien, Sonnetten, Epithalamien, en gesangen etc (1608)
P.C. Hooft, ‘Sonnet’ In: Den Bloem-hof van de Nederlantsche Jeught beplant met uijtgelesene Elegien, Sonnetten, Epithalamien, en gesangen etc (1608)
P.C. Hooft, ‘Brvyloft-dicht. ’ In: Apollo of Ghesangh der Musen (1615)
P.C. Hooft, ‘Wyse: Fortuyn helaes bedroeft.’ In: Minne-plicht ende kuysheyts-kamp (1626)
P.C. Hooft, ‘Hooger Doriss je niet, myn gloetge]’ In: Minne-plicht ende kuysheyts-kamp (1626)
P.C. Hooft, ‘VVyse. Amarilitge myn vriendin.’ In: Minne-plicht ende kuysheyts-kamp (1626)
P.C. Hooft, ‘[Hemelsche druppelen wenschen wy moeten]’ In: Nieu liedt-boeck ghenaemt Der minnaers harten jacht ofte de Groote Aemstelredamsche rommelzoo (1627)
P.C. Hooft, ‘[Ghy lodderlijcke Nimphen soet]’ In: Nieu liedt-boeck ghenaemt Der minnaers harten jacht ofte de Groote Aemstelredamsche rommelzoo (1627)
P.C. Hooft, ‘Sangh’ In: Nieu liedt-boeck ghenaemt Der minnaers harten jacht ofte de Groote Aemstelredamsche rommelzoo (1627)
P.C. Hooft, ‘[Ick schou de Werelt aen]’ In: Nieu liedt-boeck ghenaemt Der minnaers harten jacht ofte de Groote Aemstelredamsche rommelzoo (1627)
P.C. Hooft, ‘Een ander.’ In: Amsterdams minne-beekje. Deel 1 (1637)
P.C. Hooft, ‘Een ander. t'Samenspraeck tusschen Juffrou en Mus.’ In: Amsterdams minne-beekje. Deel 1 (1637)
P.C. Hooft, ‘Knip-zang.’ In: Het tweede deel van de koddige olipodrigo (1654)
P.C. Hooft, ‘Knip-zang.’ In: De nieuwe hofsche Rommelzoo (1655)
P.C. Hooft, ‘door den Heer P.C. Hooft.’ In: Het eerste deel van de Amsterdamse mengel-moez (1658)
P.C. Hooft, ‘[HEt vinnig stralen van de Zon]’ In: De Nieuwe Haagsche Nachtegaal (1659)
P.C. Hooft, ‘Drink-Liet.’ In: Den lacchenden Apoll, uytbarstende in drollige rymen (1667)
P.C. Hooft, ‘Waernemingen op de Hollandsche tael t'Zamengestelt door Pr: Csz: Hoofd.’ In: Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (1723)
P.C. Hooft, ‘XIII.’ In: Letterkundig overzigt en proeven van de Nederlandsche volkszangen sedert de XVde eeuw (1828)
P.C. Hooft, ‘Facsimile van eenen eigenhandigen brief van den drossaard Pieter Corneliszoon Hooft aan den Amsterdamschen hoogleeraar Caspar van Baerle van den 13 september 1646.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1833 (1833)
P.C. Hooft, ‘Schijnheiligh, spel, gevolght na 't Italiaensch van P. Aretijn, door P. Cz. Hooft.’ In: Dietsche Warande. Jaargang 2 (1856)
P.C. Hooft, ‘Isabella. Treurspel.’ In: Werken (1883)
C. Barlaeus, Johan van Brosterhuyzen, Jacob van der Burgh, Jacob Cats, Daniël Heinsius, P.C. Hooft, Laurens Reael, Joost van den Vondel en Jacob Westerbaen, ‘Bijlage. Lofdichten, opdracht, voorrede, enz. van de Otia (1625).’ In: Gedichten. Deel 2: 1623-1636 (1893)
C. Barlaeus, H. van Beaumont, François le Bleu, Cornelis Boey, Marcus Zuerius Boxhorn, Henrick Bruno, Jacob van der Burgh, Jacob Cats, Jeremias de Decker, George Rataller Doubleth, Daniël Heinsius, Nicolaus Heinsius, P.C. Hooft, Daniël Mostart, Hendrik Nierop, Catharina Questiers, Anna Maria van Schurman, Joost van den Vondel en Jacob Westerbaen, ‘Opdracht, lofdichten, enz. van de Korenbloemen (1658).’ In: Gedichten. Deel 6: 1656-1661 (1896)
P.C. Hooft, ‘Aen Joffre Anne Roemer Visschers’ In: Vlaanderen. Jaargang 21 (1972)
P.C. Hooft, ‘Twee ‘hertalingen’ van Hooft’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 9 (1991)
Samuel Coster, Hugo de Groot, Daniël Heinsius en P.C. Hooft, Het Nederlandse renaissance-toneel (1991)
P.C. Hooft, ‘Neederlandt in 't breedste van zyn bloeyen Door P.C. Hooft’ In: Septentrion. Jaargang 29 (2000)
P.C. Hooft, ‘P.C. Hooft’ In: Septentrion. Jaargang 29 (2000)

Secundaire literatuur over P.C. Hooft in de dbnl

F. Verloo, ‘Op de traantjes Van den Heer Pieter Cornelisz Hooft Drost van Muyden.’ In: D'Amstelsche zang-goddin (1660)
Jan Vos, ‘Puntdichten’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
Jan Vos, ‘Den Eed. Gestr. Heer P. Kornelisz. Hooft, Ridder, Drost van Muide, Baljuw van Gooilandt, &c. Door Sandrart geschildert.’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
Jan Vos, ‘[Grafdichten]’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
H.K. Poot, ‘Op het Tronibeelt van Pieter Korneliszoon Hooft, Ridder van Sint Michiel, enz.’ In: Gedichten. Deel 1 (1716)
H.K. Poot, ‘Op het Tronibeelt van Pieter Korneliszoon Hooft, Ridder van Sint Michiel, enz.’ In: Mengeldichten (1716-1722)
Lambert Bidloo, ‘Sevende boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
Lambert Bidloo, ‘Twaalfde boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
Lambert ten Kate Hz., ‘Bijlage No: 8. Behelzende CXXVI. waernemingen op de Hollandsche tael t'Zamengestelt door Pr: Csz: Hoofd. Beneffens Eenige AENMERKINGEN over Dezelven.’, ‘Bijlage No: 8.’ In: Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (1723)
Balthazar Huydecoper, Proeve van taal- en dichtkunde (4 delen) (1782-1794)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Proeve van de Dichtkundige Letteroefeningen, over den Gysbrecht van Aemstel en Lucifer, van vondel; over hooft, als Dichter, en over de Elegyen. Derde Deel, door J. macquet, Lid van de Maatschappy der Nederlandsche Letterkunde, te Leyden. Te Utrecht, by de Wed. J. van Schoonhoven, 1786. In groot octavo, 246. bladz.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1786 (1786)
J. le Francq van Berkhey, ‘Tweede afdeeling. Negende hoofdstuk. Behelzende nadere bijzonderheden over het zintuigelijk gevoel der Runderen, met vergelijkende aanmerkingen op dat van den Mensch en andere Dieren.’ In: Natuurlyke historie van Holland. Deel 5 (1805)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Redevoering over de Brieven van Pieter Corneliszoon Hooft, door Mr. Jacobus Scheltema. Te Amsterdam, bij J. ten Brink Gz. 1807. In gr. 8vo. 130 Bl.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1808 (1808)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Gedenkstukken van pieter Corneliszoon Hooft te Muiden.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1809 (1809)
Jeronimo de Vries, ‘Tweede afdeeling. Opgave der dichters dezer eeuw.’ In: Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde (1810)
Jeronimo de Vries, ‘Vierde hoofddeel. Besluit of kort overzigt der vorderingen en verachteringen van de Nederduitsche dichtkunst gedurende de achttiende eeuw, in vergelijking van vroegere tijdperken.’ In: Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde (1810)
Adriaan Loosjes Pzn., Het leven van Hillegonda Buisman (1814)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘P.C. Hoofts Nederlandsche Historien, met Aanteekeningen en Ophelderingen van de Hoogleeraren M. Siegenbeek, te Leyden, A. Simons, te Utrecht, en J.P. van Cappelle, te Amsterdam. Iste Deel. Met Platen. Te Amsterdam, bij J. van der Hey. 1820. In gr. 8vo. LXIV en 312 Bl. f 4-10-:’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1821 (1821)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Apophthegmen, of Gouden Spreuken van Pieter Corneliszoon Hooft. Uitgegeven door P.G. Witsen geysbeek. Te Amsterdam, bij G. Portielje. 1822. In gr. 8vo. 99 Bl. f :-18-:’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1823 (1823)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘P.C. Hooft's Nederlandsche Historiën. Met Aanteekeningen en Ophelderingen van de Hoogleeraren M. Siegenbeek, te Leyden, A. Simons, te Utrecht, en J.P. van Cappelle, te Amsterdam. II-Vde Deel. Met Platen. Te Amsterdam, bij J. van der Hey. 1821, 22. In gr. 8vo. Te zamen 1782 Bl. f 18-:’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1824 (1824)
Willem de Clercq, ‘Derde Tijdperk. Van het begin tot het midden der zeventiende Eeuw.’ In: Verhandeling ter beandwoording der vraag welken invloed heeft vreemde, inzonderheid de Italiaansche, Spaansche, Fransche en Duitsche, gehad op de Nederlandsche taal- en letterkunde sints het begin der vijftiende eeuw tot op onze dagen? (1824)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Geschiedenis van het Slot te Muiden en hooft's Leven op hetzelve, door Jacobus Koning, Lid van het Koninklijk Nederlandsch Instituut, enz. Te Amsterdam, bij J. van der Hey en Zoon. 1827. In gr. 8vo. VIII en 150 bl. f 2-20.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1828 (1828)
John Bowring, ‘Iets over de Hollandsche taal- en letterkunde.’ In: Brieven (1830)
[tijdschrift] Braga, ‘Recepten voor Navolging.’ In: Braga: dichterlijke mengelingen. 1844 (1844)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘C.C. Tacitus, Boeksken van de Geleegenheit, Zeeden en Volken van Germanië. Door P.C. Hooft. Te Leyden, bij P. Engels. 1846. In kl. 8vo. 20 bl. f :-30.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1847 (1847)
F.A. Snellaert, ‘Vierde tijdvak.’ In: Schets eener geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1850)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘Nederlandsche dramatiek. Hoofts ‘Schijnheiligh’.’ In: Dietsche Warande. Jaargang 2 (1856)
J.A. Alberdingk Thijm en J. van Vloten, ‘Eene onuitgegeven komoedie van Hooft.’ In: Dietsche Warande. Jaargang 2 (1856)
W.J. Hofdijk, ‘Derde tijdvak Latere Nederlandsche letteren. (Van 1550-1790.)’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1857)
Willem Bilderdijk, ‘Hooft.’ In: De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 13 (1859)
Cd. Busken Huet, ‘Drostelijke teederheid.’ In: De Gids. Jaargang 26 (1862)
E.J. Potgieter, ‘XV Gedroomd paardrijden. Antwoord aan de vrouwe van Meerhof.’ In: De werken (1864-1898)
Willem Gerard Brill, ‘Eerste afdeeling. Over den Verhalenden en den Beschrijvenden Stijl. Het Diegematische Genre.’, ‘Eerste hoofdstuk. Historiographie.’ In: Nederlandsche spraakleer. Deel III. Stijlleer (Rhetorica. Letterkundige encyclopedie en kritiek) (1866)
Willem Gerard Brill, ‘Tweede hoofdstuk. De Moderne Dramatische poëzij.’ In: Nederlandsche spraakleer. Deel III. Stijlleer (Rhetorica. Letterkundige encyclopedie en kritiek) (1866)
H. Prins de Jong, ‘De Betrekking tusschen Hooft en Vondel. Historisch-kritische studie over den Muiderkring, door H. Prins de Jong.’ In: Dietsche Warande. Jaargang 9 (1871)
H. Prins de Jong, ‘De Betrekking tusschen Hooft en Vondel. Historisch-kritische studie over den Muiderkring, door H. Prins de Jong.’ In: Dietsche Warande. Jaargang 9 (1871)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘De liefdesgeschiedenissen van twee Nederlandsche dichters.’ In: De Gids. Jaargang 35 (1871)
Willem Doorenbos, ‘III. De Nederlandsche letterkunde in de 17de en 18de eeuw.’ In: Handleiding tot de geschiedenis der letterkunde. Deel 2 (1873)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘De portretten van Pieter Cz. Hooft.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks. Deel 1 (1876)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘II. Ontbolstering.’ In: Portretten van Joost van den Vondel (1876)
Th.-J.I. Arnold, ‘Broeder Cornelis Adriaensz. van Dordrecht. Een pleidooi, door Th.J.I. Arnold.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks. Deel 2 (1879)
[tijdschrift] Dietsche Warande, ‘Nog eens Hooft.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks. Deel 3 (1881)
J.A. Alberdingk Thijm en Th. Kirghbijl ten Dam, ‘De Tooneelvoorstelling bij het Hooft-feest.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks. Deel 3 (1881)
J.A. Alberdingk Thijm, H.J. Allard, D.C. Meijer en J. te Winkel, ‘Nagerecht tot de P.-CZ.-Hooftviering.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks. Deel 3 (1881)
[tijdschrift] Dietsche Warande, ‘Susanne Bartelotti, Komedie, in twee bedrijven.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks. Deel 3 (1881)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘Aan Pieter Corneliszoon Hooft. 16 maart 1881.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks. Deel 3 (1881)
Jan ten Brink, ‘Een letterkundig eeuwfeest. 16 Maart 1581-16 Maart 1881.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks. Deel 3 (1881)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘Geslachtlijst der Familie Hooft.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks. Deel 3 (1881)
Cd. Busken Huet, ‘Hooft's poëzie.’ In: De Gids. Jaargang 45 (1881)
Matthias de Vries, ‘Poot, Potig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
Anna Roemer Visscher, ‘Aan Hooft en Huygens. 1621.’ In: Alle de gedichten. Deel 2 (1881)
Cd. Busken Huet, ‘XXXI [P.C. Hooft. De geschiedschrijver]’ In: Het land van Rembrand (1882-1884)
Cd. Busken Huet, ‘XXX [P.C. Hooft. De geschiedschrijver]’ In: Het land van Rembrand (1882-1884)
Cd. Busken Huet, ‘XXXII [P.C. Hooft. De briefschrijver]’ In: Het land van Rembrand (1882-1884)
J. te Winkel, ‘Een brief van Hooft aan Barlaeus.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
Cd. Busken Huet, ‘Pieter Cornelisz Hooft.’ In: Litterarische fantasien en kritieken. Deel 1 (1884)
Cd. Busken Huet, ‘P.C. Hooft. De dichter. ’ In: Litterarische fantasien en kritieken. Deel 18 (1884)
Leopold Plettinck, ‘Iets over Pieter Corneliszoon Hooft. 1581-1647.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Willem Kloos, ‘Literaire kroniek.’ In: De Nieuwe Gids. Jaargang 2 (1887)
Abraham Seyne Kok, P.H. van Moerkerken, J. Verdam en J.A. Worp, ‘Plautus op ons tooneel.’, ‘Huig de Groot's Sonnet.’, ‘Prognostica.’, ‘Granje. (Warenar 1029).’, ‘Het Brusselsche Handschrift van Hein van Aken's Limborch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
W.J.A. Jonckbloet, ‘XII. Melpomene in Amsterdam.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
W.J.A. Jonckbloet, ‘VII. Het romantische Amsterdam.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
W.J.A. Jonckbloet, ‘XVI. Thalia in Amsterdam.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
W.J.A. Jonckbloet, ‘XVII. Hooft en de Muiderkring.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
W.J.A. Jonckbloet, ‘VI. Pieter Cornelisz. Hooft.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
E.J. Potgieter, ‘[Inleiding 1869]’, ‘[I. Vondel met roskam en rommelpot. 1867]’ In: De werken. Deel 5. Leven van R.C. Bakhuizen van den Brink (1890)
E.J. Potgieter, ‘XV Gedroomd paardrijden. Antwoord aan de vrouwe van Meerhof.’ In: De werken. Deel 10. Poëzy 1827-1874 (1890)
A.J. Oostdam, ‘Over Hooft's berijmden brief.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892)
G. Kalff, ‘Een nieuw handschrift van Hooft en een onuitgegeven tooneelstuk van Spieghel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Constantijn Huygens, ‘[1621]’ In: Gedichten. Deel 1: 1607-1623 (1892)
Constantijn Huygens, ‘[1623]’ In: Gedichten. Deel 1: 1607-1623 (1892)
Constantijn Huygens, ‘[1622]’ In: Gedichten. Deel 1: 1607-1623 (1892)
Constantijn Huygens, ‘[1623]’ In: Gedichten. Deel 2: 1623-1636 (1893)
Constantijn Huygens, ‘[1626]’ In: Gedichten. Deel 2: 1623-1636 (1893)
Constantijn Huygens, ‘[1633]’ In: Gedichten. Deel 2: 1623-1636 (1893)
Constantijn Huygens, ‘[1624]’ In: Gedichten. Deel 2: 1623-1636 (1893)
Constantijn Huygens, ‘[1627]’ In: Gedichten. Deel 2: 1623-1636 (1893)
Constantijn Huygens, ‘[1641]’ In: Gedichten. Deel 3: 1636-1644 (1893)
Constantijn Huygens, ‘[1644]’ In: Gedichten. Deel 3: 1636-1644 (1893)
Constantijn Huygens, ‘[1642]’ In: Gedichten. Deel 3: 1636-1644 (1893)
Constantijn Huygens, ‘[1643]’ In: Gedichten. Deel 3: 1636-1644 (1893)
Abraham Seyne Kok, ‘Waar P.C. Hooft zijn ‘Larissa’ leerde kennen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Constantijn Huygens, ‘[1644]’ In: Gedichten. Deel 4: 1644-1652 (1894)
Paul Alberdingk Thijm, Wilhelm Bäumker, A. Dupont en C.P.F. Lecoutere, ‘Boekenkennis.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks 2. Jaargang 8 (1895)
Paul Alberdingk Thijm, A. Dupont en C.P.F. Lecoutere, ‘Boekenkennis.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks 2. Jaargang 8 (1895)
Jan Koopmans, ‘Uit den tijd onzer wedergeboorte: Hooft's renaissance-klok.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
H.Z. Zegers de Beyl, ‘Omroeper.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks 2. Jaargang 9 (1896)
Jan Koopmans, ‘Uit den tijd onzer wedergeboorte: Hooft's renaissance-klok.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896)
Jan Koopmans, ‘Uit den tijd onzer wedergeboorte: Hooft's renaissance-klok.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896)
E.J. Potgieter, ‘De luit van P.C. Hooft.’ In: De werken. Deel 11. Verspreide en nagelaten poëzy. Deel 1 (1896)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De koopman en dichter hooft.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
Jan Ligthart, ‘Opmerkingen bij de lezing van Potgieter's Florence. (le zang.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Hoofts éénzijdigheid.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
G. Kalff, ‘Hooft's lyriek.’ In: De Gids. Jaargang 64 (1900)
Hendrik de Marez, Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1901 (1901)
K.H. de Raaf, ‘De brief van P.C. Hooft aan de Kamer In Liefde Bloeyende.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Betsy Perk, ‘Toelichting tot den Sonnettenkrans, verschenen in den Spectator. Jacques Perk criticus van den Spectator. Aan Hooft. Over zee naar Muiden. De schim van P.C. Hooft, opgedragen aan zijn vriend Dr. Doorenbos.’ In: Jacques Perk (1902)
R.A. Kollewijn, ‘Hoopt en de meisjes Spiegel.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 13 (1903)
Jacobus Heinsius, ‘Naar aanleiding van een gedicht van Huygens en een gedicht van Hooft.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
J.B. Schepers, ‘Breero en Hooft. Een vraag.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
L. Knappert, ‘Bijlage II. Voordracht van den Heer Dr. L. Knappert. Oude Nederlandsche Psalmberijmingen.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1906 (1906)
[tijdschrift] Neerlandia, ‘Een Engelsch geleerde over Hooft en Vondel.’ In: Neerlandia. Jaargang 12 (1908)
G.A. Nauta, ‘Durus de pascolis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G. Kalff, ‘Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647).’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 4 (1909)
G. Kalff, ‘Literatuur en Tooneel te Amsterdam.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 4 (1909)
[tijdschrift] Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, ‘Een gesprek met Vondel door Gustaaf Segers.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1911 (1911)
Constantijn Huygens, Briefwisseling. Deel 1: 1608-1634 (1911)
Constantijn Huygens, Briefwisseling. Deel 2: 1634-1639 (1913)
Albert Verwey, ‘Afrikaans pleidooi Beantwoord Door Albert Verwey’ In: De Beweging. Jaargang 10 (1914)
Constantinus Bake, G. Kalff, Jacob van der Valk en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Constantijn Huygens, Briefwisseling. Deel 3: 1640-1644 (1914)
Jacques Perk, ‘De schim van P.C. Hooft’, ‘De schim van P.C. Hooft Aan Dr. W. Doorenbos.’ In: Gedichten (1914)
Constantijn Huygens, Briefwisseling. Deel 4: 1644-1649 (1915)
G. Kalff, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
J. Prinsen J.Lzn, ‘De zoekers van schoonheid’ In: Handboek tot de Nederlandsche letterkundige geschiedenis (1916)
J.D.C. van Dokkum, ‘Les beaux esprits se rencontrent... Zie hier een treffend voorbeeld!’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 16 (1917)
Jan Koopmans, ‘Het oud-libertinisme Door J. Koopmans’ In: De Beweging. Jaargang 15 (1919)
Albert Verwey, ‘Tesselschade Door Albert Verwey’ In: De Beweging. Jaargang 15 (1919)
André Schillings, ‘Bijdrage tot de geschiedenis van de rijmlooze poëzie in Nederland gedurende de zeventiende eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
J.A. Worp, ‘De kamer ‘In Liefde bloeyende’.’ In: Geschiedenis van den Amsterdamschen schouwburg 1496-1772 (1920)
J.F.M. Sterck, ‘Tessalica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
Gerard van Eckeren, Ida Haakman en André de Ridder, ‘Boekenschouw’ In: Den Gulden Winckel. Jaargang 21 (1922)
[tijdschrift] Gulden Winckel, Den, Den Gulden Winckel. Jaargang 21 (1922)
J. te Winkel, ‘XXVI. Hooft en Huygens, Susanna en Leonora.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XXXII. De Muiderkring van 1627 tot 1647.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XIV. Het Minnelied van Hooft.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XVI. De Duytsche Academie onder Coster's leiding.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘X. Het Herdersspel: Hooft en Rodenburg.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘VIII. De Eglentier onder Hooft's leiding.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XXXI. Het proza van Hooft.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘IX. Het classieke treurspel: Hooft en Coster.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XII. De kluchten en blijspelen: Coster, Bredero, Hooft.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
H.H. Knippenberg, ‘Hooftiana.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Margriet Prinssen, ‘Hooft en Vondel tegenover de idee der Volkssouvereiniteit Door Dr. J. Prinsen, hoogleeraar te Amsterdam, buitenlandsch eerelid der Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1929 (1929)
Juliette Louise Cohen, ‘III’ In: Dante in de Nederlandsche letterkunde (1929)
N.A. Donkersloot, ‘Hoofdstuk III Jacques Perk’ In: De episode van de vernieuwing onzer poëzie (1880-1894) (1929)
Joost van den Vondel, ‘Brief Aen den Drost van Muyden, spellende De herstellinge der Duytsche Vryheyd. ’ In: De werken van Vondel. Deel 3. 1627-1640 (1929)
Joost van den Vondel, ‘Noch een aan den zelven.’ In: De werken van Vondel. Deel 3. 1627-1640 (1929)
Joost van den Vondel, ‘Brvyloftbed Van den E. Heere, Pieter Cornelisz. Hoofd, Drost van Muyden, Baljuw van Goeyland, En de E. Ioffre. Helionora Hellemans, ’ In: De werken van Vondel. Deel 3. 1627-1640 (1929)
Joost van den Vondel, ‘D.d.B. Op den zelven.’ In: De werken van Vondel. Deel 3. 1627-1640 (1929)
Joost van den Vondel, ‘P.C. Hooft Onnaevolghlyk uit Horatius gevolght’ In: De werken van Vondel. Deel 3. 1627-1640 (1929)
J.W. Muller, ‘Hooft en Vondel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
J.W. Muller, ‘Hooft en Vondel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
J.W. Muller, ‘Over navolging in de 17de eeuw, inzonderheid naar of door Hooft en Vondel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Joost van den Vondel, ‘Spore aen den heer Hooft, Tot voltrekking sijner aengevange Nederlantsche Historie.’ In: De werken van Vondel. Deel 4. 1640-1645 (1930)
Joost van den Vondel, ‘Op het krackeel des Drossaerts van Muiden met Mevrouwe van Wickvort,’ In: De werken van Vondel. Deel 4. 1640-1645 (1930)
Joost van den Vondel, ‘Op den Heere Pieter Cornelisz. Hooft,’ In: De werken van Vondel. Deel 4. 1640-1645 (1930)
J.W. Muller, ‘Hooft en Vondel. II. Het oordeel van het nageslacht over Hooft en Vondel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
J.W. Muller, ‘Hooft en Vondel. II. Het oordeel van het nageslacht over Hooft en Vondel. (Vervolg van blz. 99).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
J.W. Muller, ‘Hooft en Vondel. II. Het oordeel van het nageslacht over Hooft en Vondel. (Vervolg van blz. 20).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
J.W. Muller, ‘Hooft's Baeto.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
W.H. Staverman, ‘Onze klassieke schrijvers’ In: De Gids. Jaargang 96 (1932)
H. Schurink, ‘Zintuigelijke gewaarwordingen bij zeventiende-eeuwsche dichters’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
C.B. van Haeringen, F.K.H. Kossmann en H.A.C. Spoelstra-Spruyt, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
Catharina Ypes, ‘III. Petrarca in het werk van de Zeventiende-eeuwse dichters en schrijvers’ In: Petrarca in de Nederlandse letterkunde (1934)
J.M.C. Bouvy, ‘De eerste vaderlandse held bij P.C. Hooft.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
G. Engels, ‘Over de uitspraak van de ij bij Huygens en Hooft.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
Th.H. d' Angremond, ‘Hooft - Cephalus.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
Gerard Brom, Vondels geloof (1935)
G.S. Overdiep, ‘Dramatische historie bij Hooft’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
C.G.N. de Vooys, ‘Vermakelijk optreden van Vondel en Hooft in een romantiek verhaal van 1834.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 30 (1936)
J.J. Gielen, ‘Hoofts ‘Klachte der Prinsesse van Oranjen’ en zijn bronnen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
Joost van den Vondel, ‘Op het Kluchtspel van Ware-nar met zijnen Pot.’ In: De werken van Vondel. Deel 10. 1663-1674 (1937)
J.F.M. Sterck, ‘Aanvullingen en verbeteringen door Dr. J.F.M. Sterck’ In: De werken van Vondel. Deel 10. 1663-1674 (1937)
Joost van den Vondel, ‘Aen myn heer den drost van Muyden.’ In: De werken van Vondel. Deel 10. 1663-1674 (1937)
C.G.L. Apeldoorn, ‘Een bron van Hoofts ‘Rampzaaligheden der verheffinge van den Huize Medicis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
André Schillings, ‘Een bron der geschriften van Vondel en Hooft over Hendrik IV’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
Menno ter Braak, ‘Hooft's uitlaatklep’ In: Mephistophelisch (1938)
F.L. Zwaan, ‘Hooft's Waernemingen op de Hollandsche taal.’, ‘I. Tijd van ontstaan.’ In: Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst (1939)
W.Gs Hellinga en C.G.N. de Vooys, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
W.E.J. Kuiper, De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
Garmt Stuiveling, ‘Losse notities.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
H.W. van Tricht, ‘Ter herdenking van P.C. Hooft († 21 mei 1647)’ In: De Gids. Jaargang 110 (1947)
Jan Prins, ‘Toespraak tot Pieter Corneliszoon Hooft’ In: De Gids. Jaargang 110 (1947)
Martinus Nijhoff, ‘P.C. Hooft 16 maart 1581-21 mei 1647’ In: De Gids. Jaargang 110 (1947)
W.Gs Hellinga, ‘Verhandelingen’, ‘De bereikbaarheid van Hoofts Poëzie Door W.Gs. Hellinga’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1947 (1947)
C.G.L. Apeldoorn, ‘Hooft herdacht als toneelschrijver. (Ao. 1881).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 40 (1947)
C.G.N. de Vooys, ‘Vermakelijk optreden van Vondel en Hooft in een romantiek verhaal van 1834.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 40 (1947)
J.J. Mak, ‘De tafelspelen van Hooft.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 40 (1947)
C. Kramer, ‘[Nummer 4]’, ‘Dr. C. Kramer: Gysbert Japicx en P.C. Hooft’ In: De Tsjerne. Jaargang 2 (1947)
Annie Romein-Verschoor, P.C. Hooft 1581-1647 (1947)
C.G.N. de Vooys, Nederlandse spraakkunst (1947)
J. van Heugten, ‘Professor Baur over P.C. Hooft’ In: Streven. Jaargang 1 (1947-1948)
E.W. Beth, E.J. Dijksterhuis, A.M. van der Giezen, A.N. Molenaar en Martin Permys, ‘Bibliographie’ In: De Gids. Jaargang 111 (1948)
W.A.P. Smit, ‘Een sonnet van Hooft in Knuttels Bredero-uitgave.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
G.A. van Es en G.S. Overdiep, ‘Pieter Cornelisz. Hooft door Prof. Dr G.S. Overdiep’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 4 (1948)
P. Geyl, ‘5. Noord en Zuid tegenover elkander’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (1948-1959)
P. Geyl, ‘4. Cultuurleven’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (1948-1959)
P. Geyl, ‘Boek V In tegenovergestelde kampen, 1609-1648’, ‘1. Voortschrijdende verwijdering in het geestelijke’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (1948-1959)
W.A.P. Smit, ‘[Nummer 3]’, ‘Hooft en zijn berijming van Psalm 45.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 42 (1949)
C. Kruyskamp, ‘Hoofts vertaling van de XLVste psalm.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 42 (1949)
Gerard Brom, ‘Hooft en de Bijbel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950)
L.C. Michels, ‘De Brune over Hooft.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950)
J. Kamerbeek jr., ‘Hooft's portret van Requesens.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 44 (1951)
H.W. van Tricht, ‘De dativus hum bij Hooft’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
N. de Bresser en Johan de Brune (de Oude), ‘P.C. Hooft en Joan de Brune.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 45 (1952)
C.G.N. de Vooys, ‘Hooft-studie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 45 (1952)
W.Gs Hellinga, ‘W. Gs Hellinga Verbijsterend spel Over enige varianten in P.C. Hooft's Sal nemmermeer gebeuren’ In: Maatstaf. Jaargang 1 (1953-1954)
Gerard Brom, Schilderkunst en literatuur in de 16e en 17e eeuw (1957)
Victor E. van Vriesland, ‘Rede gehouden ter terdenking van P.C. Hooft op 21 mei 1947 in het Rijksmuseum te Amsterdam’ In: Onderzoek en vertoog 2 (1958)
W.A.P. Smit, ‘‘Imitatio’ van Hooft bij Jan Vos’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 52 (1959)
W.A.P. Smit, ‘Een cyclus van liefdesgeluk bij Hooft Door W.A.P. Smit Erelid der Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Nieuwe reeks 1959 (1959)
L.C. Michels, ‘Een brief van Tesselschade’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 53 (1960)
J.P. Naeff, ‘Hoofdstuk VIII 1880-1930’ In: De waardering van Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1960)
Martinus Nijhoff, ‘P.C. Hooft 16 maart 1581-21 mei 1647’ In: Verzameld werk II. Kritisch en verhalend proza (1961)
[tijdschrift] Neerlandia, ‘P.C. Hooftprijs-1961 uitgereikt aan mr. H.W.J.M. Keuls’ In: Neerlandia. Jaargang 66 (1962)
L.C. Michels, ‘Voorsmaak van Hooft’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 55 (1962)
W.A.P. Smit, ‘Invloed van Italiaanse en Franse lied-teksten op verzen van Hooft’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 55 (1962)
F.L. Zwaan, ‘‘Sinnen’ bij Hooft’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 55 (1962)
J.C. Arens, ‘Jan van Broekhuizens aantekeningen bij Hooft’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 56 (1963)
P. Minderaa, ‘De knipzang’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
H.W. van Tricht, ‘Hooft, Huygens en Grol’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
Marcel Janssens en Lode Roose, ‘Boekbeoordelingen’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 7 (1963-1964)
J.C. Arens, ‘De basviool van Melpomene (Hooft, L.-St. I, 61, vs. 17-24)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 57 (1964)
C.A. Zaalberg, Hooft als pleitbezorger voor Menelaüs (1964)
A.A. Keersmaekers, ‘Pieter Cornelisz. Hooft en Ida Cornelisdr. Queeckels in 1603 - 1604’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 9 (1965-1966)
J.J. Oversteegen, Merlyn. Jaargang 4 (1966)
F.L. Zwaan, ‘Onhooftse kronkelingen F.L. Zwaan’ In: Merlyn. Jaargang 4 (1966)
F. Jansonius, ‘Hooft en Van Broekhuizen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 59 (1966)
F.R. Noske, ‘Muzikaal woordenspel bij Hooft’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966)
G. Geerts, ‘Hoofdstuk II Enkele teoretici: hun woorden en hun daden’ In: Genus en geslacht in de Gouden Eeuw (1966)
G. Geerts, Genus en geslacht in de Gouden Eeuw (1966)
J.C. Arens, ‘Periosta (de Vecht?) en t'Ia (het IJ)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 60 (1967)
F.R. Noske, ‘Nogmaals Hoofts muzikaal woordenspel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967)
W.J.H. Caron, ‘Nieuwe noten bij het muzikaal woordenspel van Hooft’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967)
C.S.M. Rademaker, ‘Hoofdstuk 4 Hoogleraar in Amsterdam (1631-1649)’, ‘1. Het Athenaeum Illustre’ In: Gerardus Joannes Vossius (1577-1649) (1967)
J. Weisgerber, ‘P.C. Hoofts ‘Sal nemmermeer gebeuren’ Een nieuwe poging tot uitleg door Prof. Dr. J. Weisgerber Lid van de Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1968 (1968)
F. Veenstra, 'Aristocratische moraal. Een facet van de Geeraerdt van Velsen' (1968)
J.C. Brandt Corstius, H.M. Hermkens, C. Kruyskamp en F. Lulofs, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
S.F. Witstein, ‘2 hooft’ In: Funeraire poëzie in de Nederlandse Renaissance (1969)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1970)
F. Veenstra, 'Een litterair kunstrechtelijk triumviraat en heroïsche poëzie' (1970)
G.P.M. Knuvelder, ‘Pieter Cornelisz. Hooft (1581-1647)’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 2 (1971)
F. Veenstra, ‘F. Veenstra Twee Venussen en twee Amores’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
Marja Geesink, ‘Marja Geesink Ontleningen aan Hooft in Coster's voorrede tot de spelen van Bredero (1617).’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
N. van der Blom, ‘Een Meilied van Hooft’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
Hessel Miedema, ‘Hessel Miedema University Press Amsterdam’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
W.Gs Hellinga, ‘Slotzitting gehouden op vrijdag 11 september 1970 15.00 - 17.00 uur’, ‘Vragen bij het uitgeven van het werk van Pieter Corneliszoon Hooft door Prof. Dr. W. Hellinga, Amsterdam’ In: Colloquium Neerlandicum 4 (1970) (1973)
Lieven Rens, ‘Hoofts jeugdspelen in moderne editie’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 15 (1973)
F.L. Zwaan, ‘Wnt verbeuren (kol. 489)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 89 (1973)
E.K. Grootes, Dramatische struktuur in tweevoud (1973)
[tijdschrift] Spiegel der Letteren, ‘In margine’, ‘Hooft en Thalia’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 16 (1974)
D. Kuijper Fzn., ‘Periosta’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
C.H.E. de Wit, ‘XI Oligarchische interpretatie in de Nederlandse geschiedschrijving’ In: De Nederlandse revolutie van de achttiende eeuw 1780-1787 (1974)
Geert Evert Booij, Anton Bossers, Camiel Hamans, M. van Hattum, Bernt Luger, W.R.D. van Oostrum en P.J. Verkruijsse, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975)
G.R.W. Dibbets, ‘In margine’, ‘Een opvallende parallel bij Coster en Hooft’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 17 (1975)
Karel Porteman, ‘[Nummer 3]’, ‘Miscellanea emblematica’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 17 (1975)
F.L. Zwaan, ‘Hooftiana III’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 68 (1975)
F.L. Zwaan, ‘Hooftiana I’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 68 (1975)
F.L. Zwaan, ‘Hooftiana II’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 68 (1975)
G. Kazemier, ‘Nogmaals periosta’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975)
S.F. Witstein, 'Hoofts "Achilles ende Polyxena"' (1975)
D.J.M. ten Berge, ‘Het Nederlandse pastorale spel’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Willem M. Visser, ‘Hoofts verzen-bouquet van 1608-1609 voor DIA: een aansporing tot ontsporing’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 70 (1977)
D.M. Bakker en G.R.W. Dibbets, ‘3. Grammaticale geschriften uit de zeventiende eeuw G.R.W. Dibbets’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977)
Karel Meeuwesse, ‘IV De Duytse Lier Poetische Aspecten’ In: Jan Luyken als dichter van de Duytse Lier (1977)
Marijke Spies, ‘Het epos in de 17e eeuw in Nederland: een literatuurhistorisch probleem Marijke Spies’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978)
Marijke Spies, ‘Het epos in de 17e eeuw in Nederland: Een literatuurhistorisch probleem Marijke Spies’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978)
Marijke Spies, 'Het epos in de 17e eeuw in Nederland: een literatuurhistorisch probleem' (1977-1978)
S. Groenveld, ‘Pieter Corneliszoon Hooft en de geschiedenis van zijn eigen tijd S. Groenveld’ In: Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden. Deel 93 (1978)
P.E.L. Verkuyl, ‘Badovere's boekengeschenk aan Hooft (De briefwisseling...I, brief 10)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 71 (1978)
Reinder P. Meijer, ‘V The golden age Seventeenth century’ In: Literature of the Low Countries (1978)
L. Strengholt, ‘Interpretatieproblemen in de poëzie van Hooft (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
L. Strengholt, ‘Lezend in Hoofts briefwisseling (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
Lodewijk van Deyssel, ‘Vondel, P. Czn. Hooft en Rembrandt ’ In: De scheldkritieken (1979)
P. Lammens-Pikhaus, ‘Vondels Brvyloftbed voor het huwelijk van Pieter Cornelisz. Hooft en Leonora Hellemans, bezien tegen de achtergrond van het genre der tafel- en bruiloftsspelen in de XVIIde eeuw’ In: Visies op Vondel na 300 jaar (1979)
Geert Evert Booij, G.J. van Bork, K.K. de Jong, Jan van Luxemburg, Jan Stroop en Dick Welsink, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980)
F.R. Gilfillan, ‘Hooft: Metafisika in die poësie of ‘metafisiese’ poësie?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 73 (1980)
B.C. Damsteegt, ‘B.C. Damsteegt De Schonckensonnetten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980)
L. Strengholt, ‘L. Strengholt Lezend in Hoofts briefwisseling (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980)
L. Strengholt, ‘L. Strengholt Interpretatieproblemen in de poezie van Hooft (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980)
Kees Fens, ‘'t Is altijd dag met mij... Poezie in het licht van P.C. Hooft Rede door Kees Fens’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1981 (1981)
E.H. Kossmann, ‘Ik ga een werk aan... Hooft's inzicht in politiek en geschiedenis Rede door Dr. E.H. Kossmann’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1981 (1981)
Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1901-2000, ‘P.C. Hooft-herdenking 1581-1981’, ‘Toespraak in het muiderslot op 10 maart 1981 Bij het in ontvangst nemen van vier uitgaven betreffende P.C. Hooft door de minister van cultuur, recreatie en maatschappelijk werk, mevrouw M.H.M.F. Gardeniers-Berendsen’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1981 (1981)
Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1901-2000, ‘Programma herdenkingsbijeenkomst in de Nieuwe Kerk op 28 maart 1981’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1981 (1981)
Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1901-2000, ‘Toespraak Door de minister van cultuur, recreatie en maatschappelijk werk, Mevrouw M.H.M.F. Gardeniers-Berendsen’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1981 (1981)
Marijke Spies, ‘[Nummer 4]’, ‘P.C. Hooft, hoofd der poëten Dr. Marijke Spies’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 24 (1981)
Karel Porteman, ‘La commémoration de P.C. Hooft (1581-1647)’ In: Septentrion. Jaargang 10 (1981)
Pierre H. Dubois, ‘Lettre néerlandaise’ In: Septentrion. Jaargang 10 (1981)
Paul Claes, Roger Henrard en Paul Schampaert, ‘Boekbeoordelingen’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 23 (1981)
L. Strengholt, ‘L. Strengholt Interpretatieproblemen in de poëzie van Hooft (III) ‘De vlammen die jck voê’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
Jan van Bakel, G. Kazemier, P.G.J. van Sterkenburg, L. Strengholt en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
S. Groenveld, 'Pieter Corneliszoon Hooft en de geschiedenis van zijn eigen tijd' (1981)
P. Tuynman, 'De const van rhetorike en Hoofts vroege poëzie' (1981)
L. Strengholt, ‘Hoofts verzen voor Christina van Erp (1609-1610) L. Strengholt’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982)
Wies Roosenschoon, ‘De moderne Hooft Hoe een sonnet behoedzaam werd genormaliseerd Wies Roosenschoon’ In: Hollands Maandblad. Jaargang 1982 (410-421) (1982)
F. Veenstra, ‘Enkele kanttekeningen bij een editie van Hoofts brieven’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 24 (1982)
Mieke Bal, Dirk Coigneau, Yvan Lebrun, Bernt Luger, R.S. Prins en Mieke B. Smits-Veldt, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983)
P.E.L. Verkuyl, Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 1 (1983)
G.P. van der Stroom, ‘Heeft Hooft zijn Henrik de Gróte meer dan tweemaal herzien?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 76 (1983)
Lode Roose, ‘Hoofts ‘Klaghte der Prinsesse van Oranjen, over 't oorloogh voor 's Hartogenbosch’ Losse beschouwingen bij tekst en context door Lode Roose Lid van de Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1983 (1983)
Hubert Meeus, ‘Pieter Cornelisz. Hooft’ In: Repertorium van het ernstige drama in de Nederlanden 1600-1650 (1983)
Cyrille Offermans, ‘Dood: maken Literairhistorische fragmenten’ In: De kracht van het ongrijpbare (1983)
W.G. Klooster, ‘Bij de opening van het P.C. Hoofthuis W.G. Klooster’ In: Hollands Maandblad. Jaargang 1984 (434-445) (1984)
L. Strengholt, ‘‘Als Pythagoras gelijk heeft...’: een topos in een lofdicht van Hooft’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 77 (1984)
P.J. Buijnsters, Arie Gelderblom, Th. van den Hoek, Marieke M. van Oostrom, P. Schellens en Wim Vermeer, ‘Boekbeoordelingen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 77 (1984)
B.C. Damsteegt en G. Kazemier, ‘G. Kazemier-B.C. Damsteegt De cesuur bij Hooft Een discussie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
Lode Roose, ‘Nogmaals Hoofts ‘Geswinde grijsart...’ door Lode Roose Lid van de Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1984 (1984)
M.H. Schenkeveld, ‘Perk, Potgieter en Doorenbos De interpretanten van ‘De schim van P.C. Hooft’ Margaretha H. Schenkeveld’ In: Voortgang. Jaargang 5 (1984)
Bert van Selm, ‘Hooftiana in veilingcatalogi B. van Selm’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘P.E.L. Verkuyl Kosmos-beelden in Hoofts lyriek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
Johan de Brune (de Jonge), John Donne en L. Strengholt, ‘Donne als model Donne, Hooft en Huygens in Jan de Brunes Minne - praet L. Strengholt’ In: Voortgang. Jaargang 6 (1985)
P.E.L. Verkuyl, 'Kosmos-beelden in Hoofts lyriek' (1985)
Willem G. van Focquenbroch, ‘Aen Mijn Heer C.H.’ In: Afrikaense Thalia (1986)
L. Strengholt, 'Over de Muiderkring' (1986)
Tineke ter Meer, ‘De Arion-sonnetten van Hooft en Huygens uit 1621 Tineke L. ter Meer’ In: De zeventiende eeuw. Jaargang 3 (1987)
A. de Korne en T. Rinkel, ‘23 Briefwisseling’ In: Cursus zestiende- en zeventiende- eeuws Nederlands (1987)
E.H. Kossmann, ‘Dutch republicanism’ In: Politieke theorie en geschiedenis (1987)
E.H. Kossmann, ‘Hoofts inzicht in politiek en geschiedenis’ In: Politieke theorie en geschiedenis (1987)
E.H. Kossmann, ‘The Dutch case: a national or a regional culture?’ In: Politieke theorie en geschiedenis (1987)
Marijke Spies, ‘Vondel tussen Van Mander, Heinsius en Hooft Marijke Spies’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
L. Strengholt, ‘L. Strengholt Guarini, Tesselschade en Hooft in een netwerkje’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988)
Kees-Jan Backhuys, ‘Niets deugt meer... P.C. Hooft of Sinterklaas’ In: Vooys. Jaargang 7 (1988-1989)
P.J. Verkruijsse, G.J. Vis en Dick Welsink, ‘Signalement’ In: Literatuur. Jaargang 6 (1989)
Jan Kuijper, ‘de tombe van p.c. hooft’ In: Tomben (1989)
E.O.G. Haitsma Mulier en Anton van der Lem, ‘235 Hooft, Pieter Corneliszoon’ In: Repertorium van geschiedschrijvers in Nederland 1500-1800 (1990)
M.A. Schenkeveld-van der Dussen, ‘Hooft in handschrift’ In: Literatuur. Jaargang 8 (1991)
M.A. Schenkeveld-van der Dussen, ‘Interpretatie Hooft onthoofd’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 84 (1991)
Joannes Six van Chandelier, ‘[560] Pieter K. Hoofd.’ In: Gedichten (2 delen) (1991)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘IV Een spiegel van deugd en ondeugd: de eerste toepassing van nieuwe inzichten binnen ‘D'Eglentier’’, ‘1. Dramaopzet’ In: Het Nederlandse renaissance-toneel (1991)
H. Duits, 'De levens der doorluchtige poeeten' I+II (1991/1992)
H. Duits, ‘De levens der doorluchtige poeeten ii Kanttekeningen bij Geeraardt Brandts biografieën van Hooft en Vondel H. Duits’ In: Voortgang. Jaargang 13 (1992)
Marijke Barend-van Haeften, J. van den Berg, Marjolein 't Hart, C.L. Heesakkers, W.M.A. Henneke, H.H. Kubbinga, Ad Leerintveld, Mieke B. Smits-Veldt, Marijke Spies, Marc Van Vaeck en Ernestine van der Wall, ‘Signalementen’ In: De zeventiende eeuw. Jaargang 8 (1992)
Rudolf Rasch, ‘Muziek in de Muiderkring Rudolf Rasch’ In: De zeventiende eeuw. Jaargang 8 (1992)
T.H.J. Broekmans, De 'Tafelspelen' van Pieter Cz. Hooft (1992)
Patrick De Rynck en Andries Welkenhuysen, De Oudheid in het Nederlands (1992)
N. van der Blom, ‘N. van der Blom Vondels ‘droom’: Hooft of het schavot’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
M.A. Schenkeveld-van der Dussen, ‘M.A. SChenkeveld-van der Dussen Vondels droom; een reactie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
Hans Luijten en Mieke B. Smits-Veldt, 'Nederlandse pastorale poëzie in de 17de eeuw. Verliefde en wijze herders' (1993)
Karel Porteman, ‘From First Sight to Insight The Emblem in the Low Countries’ In: The Low Countries. Jaargang 1 (1993-1994)
H.A. Enno van Gelder, ‘Over de grens Inclinati à Ragazzi’ In: Literatuur. Jaargang 11 (1994)
G.P. van der Stroom, ‘Een son en enige vogeltiens P.C. Hooft en Ida Quekels G.P. van der Stroom’ In: Voortgang. Jaargang 14 (1993 en 1994) (1994)
Maria Tesselschade Roemer Visschersdr, ‘Sonnetten’, ‘1 Hoewel ick noijt en sooch pit wt der Leeuwen schoncken (1621)’ In: De gedichten (1994)
Maria Tesselschade Roemer Visschersdr, ‘3 Die als een Baeck in zee van droefheidt wort gehouwen (1637)’ In: De gedichten (1994)
Maria Tesselschade Roemer Visschersdr, ‘17 Siet hier uw' Heerlijck Hooft, dit is de schets in 't kleen (1642)’ In: De gedichten (1994)
Jan Konst, J.A. van Leuvensteijn en R.D.H. Stufkens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995)
Tomas Lieske, ‘Poëziekroniek’ In: Tirade. Jaargang 39 (nrs. 356-361) (1995)
Paul Dijstelberge, H. Duits, Roelof van Gelder, Marjolein 't Hart, P.G. Hoftijzer, Marika Keblusek, Clé Lesger, Fred van Lieburg, Leo Noordegraaf, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, Gary Schwartz, Mieke B. Smits-Veldt, Joke Spaans, P.J. Verkruijsse, Thera Wijsenbeek-Olthuis, Marc Wingens en J.J. Woltjer, ‘Signalementen’ In: De zeventiende eeuw. Jaargang 11 (1995)
H. Duits, 'Hoofts "Henrik de Grote". Een neostoïsche vorstenspiegel' (1996)
Constantijn Huygens, ‘Aan Caspar Barlaeus, medicus, op de vierdendaagse koorts van Hooft 2 december 1644’ In: Korenbloemen (1996)
René van Stipriaan, 'Gysbreght van Aemstel als tragische held' (1996)
Ton van Strien, 'Inconsequent of inconsistent? Over de interpretatie van Bredero's Moortje en Hoofts Ariadne' (1996)
Hanneke van den Bosch, Hannie van Goinga en P.J. Verkruijsse, ‘Literatuur-nieuws’ In: Literatuur. Jaargang 14 (1997)
Jan Noordegraaf, ‘Signalement’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997)
G.R.W. Dibbets en Lia van Gemert, ‘P.C. Hooft na 350 jaar Ten geleide’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997)
G.P. van der Stroom, ‘G.P. van der Stroom De geschiedenis van de Hooft-handschriften ontraadseld’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997)
Ton Harmsen, ‘Ton Harmsen Waarom Hooft?’ In: Mooi meegenomen? (1997)
Jeroen Jansen, ‘Jeroen Jansen Huilen met Hooft’ In: Mooi meegenomen? (1997)
René van Stipriaan, 'Historische distantie in de Spaanschen Brabander' (1997)
Dirk Geirnaert, Marijke Mooijaart, Els Ruijsendaal en Rob Tempelaars, ‘5.2. Interne taalgeschiedenis’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘Mieke B. Smits-Veldt De Muiderkring in beeld Een vaderlands gezelschap in negentiende-eeuwse schilderijen’ In: Literatuur. Jaargang 15 (1998)
Mieke B. Smits-Veldt, 'De Muiderkring in beeld. Een vaderlands gezelschap in negentiende-eeuwse schilderijen' (1998)
Willem van Toorn, ‘Landschap en literatuur’ In: Leesbaar landschap (1998)
Yra van Dijk, P.J.A. Franssen, Matthijs van Otegem, Gerard Termorshuizen en J. Waszink, ‘Literatuur-recensies’ In: Literatuur. Jaargang 16 (1999)
Gie Bogaert en Luc Decorte, ‘Muiden: P.C. Hooft-Museum ‘Muiderslot’’ In: Vlaanderen. Jaargang 48 (1999)
Jacques Perk, ‘De schim van P.C. Hooft’ In: Gedichten (1999)
N.G. Lens, ‘P.C. Hooft (1581-1647), ami de la France’ In: Septentrion. Jaargang 29 (2000)
Marijke Spies, ‘Marijke Spies De Amsterdamse doolhoven’ In: Literatuur. Jaargang 18 (2001)
E.K. Grootes, ‘Toekomstbeelden in Nederlandse historiespelen uit de zeventiende eeuw E.K. Grootes’ In: De zeventiende eeuw. Jaargang 17 (2001)
Marijke Spies, ‘De Amsterdamse doolhoven Populair cultureel vermaak in de zeventiende eeuw’, ‘Een nieuwe vorm van publiek vermaak’, ‘De Oude Doolhof’, ‘De Nieuwe Doolhof’, ‘Literatuuropgave’ In: 'De Amsterdamse doolhoven. Populair cultureel vermaak in de zeventiende eeuw.' (2001)
Joris Bekkers, Mireille Oostindië en Anne-Mariken Raukema, ‘Leeswijzer’ In: Tsjip/Letteren. Jaargang 13 (2003)
J. Weisgerber, ‘De jacht op de nimf. Korte wordingsgeschiedenis van het thema en drie variaties: Hooft, Poot en Claus Jean Weisgerber, lid van de Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde. Jaargang 2003 (2003)
F.W.C. Blom, ‘Onovertroffen verfijning Petrarca en Hooft’ In: Literatuur. Jaargang 21 (2004)
J. Weisgerber, ‘Stilering in Hoofts lyriek: een elitair verschijnsel? Jean Weisgerber, lid van de Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde. Jaargang 2004 (2004)
Minne G. de Boer, ‘Pieter Hooft neemt de tael waer Een onderzoek naar Hoofts taalkundige strategieën Minne G. de Boer’ In: Voortgang. Jaargang 22 (2004)
Natalia Karpenko, ‘‘The Reality of the Work of Art’ Nederlandse poëzie van de Gouden Eeuw volgens een twintigste-eeuwer Natalia Karpenko’ In: Vooys. Jaargang 22 (2004)
Mirjam de Baar, P.B.M. Blaas, Jan Bloemendal, Koenraad Brosens, Arie-Jan Gelderblom, Michiel van Groesen, Helmer Helmers, T. van Houdt, Elmer Kolfin, Luuc Kooijmans, Frank van Lamoen, Dirk van Miert, Henk van Nierop, A. Agnes Sneller en Thijs Weststeijn, ‘Signalementen’ In: De zeventiende eeuw. Jaargang 22 (2006)
Piet Calis, ‘5 Piet Calis, Voor Marita’ In: 'Geloof mij Uw oprechte en dankbare Vriend'. Brieven uit de Nederlandse letteren, verzameld en van commentaar voorzien door vrienden van Marita Mathijsen, 30 oktober 2009 (2009)
J.A. Worp, ‘V. Het blijspel.’ In: Geschiedenis van het drama en van het tooneel in Nederland. Deel 1 (ca. 1972)
J.A. Worp, ‘De zeventiende eeuw.’, ‘I. Het treurspel.’ In: Geschiedenis van het drama en van het tooneel in Nederland. Deel 1 (ca. 1972)

audiobestanden: waarin P.C. Hooft ter sprake komt


Videobestanden waarin P.C. Hooft ter sprake komt


Websites over P.C. Hooft

http://emblems.let.uu.nl/h1611.html


Terug naar overzicht