|
|
|
| |
| | | |
17 Siet hier uw' Heerlijck Hooft, dit is de schets in 't kleen
(1642)
Een portret van P.C. Hooft voor de gemeente Amsterdam was de
aanleiding tot dit gedicht. De overgeleverde versie is blijkens de verzen 8 en
9 onaf.
Siet hier uw' Heerlijck Hooft, dit is de schets in 't kleen
1
Van all' uw groote Leên
2Geen duijstre prophecij en heeft hy voorgenomen
3
In't licht te laeten komen
4
5
Maer doet u menich Eeuw de Son te rugge gaen
5
Door syn Historij blaen
6
Dit is u Capiteyn, dit is hy die bedreven
7
Op blinde klippen/sanden is om andren licht te geeven
8
d'Onsterfelijcke Poeet, door wetert inde vloet/gloet
9
10
Van steylen Twelinghs top, Die duysent Echos voedt
10.
| | | |

P.C. Hooft door A. Sijlvelt, naar schilderij door
Joachim von Sandrart, 1642. Uit Hooft De Briefwisseling dl. 3, t.o.p.
33.
| | | | Naar het handschrift, waarschijnlijk een afschrift
(calligrafie). ub Leiden, Pap. 2 (Visscher).
| |
Verantwoording
In de linker marge staan drie aantekeningen in een andere hand,
misschien van Caspar Barlaeus: ‘hooftman’ bij v. 7,
‘aenwysinge der seylen door syn boeck’ bij v. 8 en
‘parnas’ bij v. 10; ‘kleen’ (v. 1) is onderstreept.
In de tekstweergave is een apostrof toegevoegd aan de losse /t/ in
v. 1; de /u/ is weergegeven als /v/ in bedreven (v. 7).
In Jacob Westerbaens Minnedichten, p.270 en Verscheyde
Nederduytsche Gedichten ii, p.31 heeft het gedicht een opschrift:
‘Op de afbeeldinge van den Heer P.C. Hooft, Ridder, Drost te Muyden,
Bailjuw van Gooylandt’.
P. Leendertz Jr. (1929: 98) vermeldt een strookje bij dit
handschrift met de regels:
‘van Niet te Roemen is het top der helmen slot dat den
Poëet weet met zijn veer te raecken’ (vgl. gedicht 4).
| |
Diplomatische transcriptie
Tot Amsterdam
Siet hier uw' Heerlijck Hooft, dit is de schets in t
-<kleen>-
Geen duijstre prophecij en heeft hy voorgenomen
In't licht te laeten komen
Maer doet u menich Eeuw*'* de Son te rugge gaen
Dit is u Capiteyn, dit is hy die bedreuen =<hooftman>=
Op blinde klippen +<sanden>+ is om andren licht te geeven
=<aenwysinge der seylen door syn *boeck*>=
d'Onsterfelijcke Poeet, door wetert inde vloet +<gloet>+
Van st<e>yle- T[t+]<w>elinghs top, Die duysent Echos
voedt. =<parnas>=
| -< >- |
beneden de regel toegevoegd |
| =< >= |
in de marge toegevoegd |
| +< >+ |
boven de regel toegevoegd |
| * * |
onzekere lezing |
| - |
abbreviatuur |
| [ +] |
hieroverheen is < > geschreven |
| |
Notities
3/4 antithese tussen duijstre prophecij en
In 't licht komen. De proleptische plaatsing van Geen duijstre
prophecij verzwaart de tegenstelling, waarbij ook Son in vers 5 als
lichtbron betrokken is. 5 menich Eeuw is op z'n
minst een dichterlijke overdrijving. De Historien van P.C. Hooft
beginnen in 1555. De wijze van formuleren kan alleen verdedigd worden als mede
verwezen wordt naar o.a. de Tacitusvertalingen van P.C. Hooft.
7/8 De Capiteyn die zijn schip behendig om
blinde klippen loodst en daarmee anderen voorlicht, kan als metafoor
verschillend geduid worden. De historieschrijver P.C. Hooft kan in zijn werk de
fouten van andere historici vermeden hebben of nog niet bekende feiten aan het
licht gebracht hebben en daarmee toekomstige schrijvers nieuwe gegevens
verstrekken. Het kan ook zijn dat de dichter de geschiedschrijving, en dus de
Nederlandsche Historien, beschouwt als iets waar men lering uit kan
trekken, waardoor fouten uit het verleden in de toekomst vermeden kunnen
worden. | | | |
9 Indien Poeet wordt gelezen
als synoniem voor schrijver, dan is d'Onsterfelijcke Poeet een
bijstelling bij hy...geeven (v. 7-8). Het is ook mogelijk dat hier een
andere kwaliteit van P.C. Hooft, zijn dichterschap, aan de orde gesteld wordt.
Het is dan te lezen als climax: met de Historij blaen (v. 6) bracht de
auteur de geschiedenis weer tot leven, als Poeet zal hij zelf
onsterfelijk zijn. 10 De twee mogelijke antecedenten van
de bijv. bepaling Die duysent Echos voedt voegen een wezenlijk element
toe. Het kan gelezen worden als een groot compliment aan P.C. Hooft die evenals
de Hippocrene een inspiratiebron voor duysent Echos vormt.
| |
Korte inhoud
Lofdicht, geschreven op een portret van
P.C. Hooft, gericht aan
Amsterdam. Hooft heeft met zijn Historien een werk het
licht doen zien dat anderen kan voorlichten. Zijn portret geeft het beeld van
een groot leidsman.
| |
Achtergrond
De dichter gebruikt in een enigszins andere context dezelfde
formulering, die zij hier aan P.C. Hooft toekent, ter afsluiting van haar
lofdicht op
Joan Albert Ban (gedicht 4):
Onsterfelyke Ban die duyzend Echoos voedt.
Van P.C. Hooft zijn twee portretten bekend. In 1629 schilderde
Michiel Jansz. van Mierevelt (1567-1641)
een dubbelportret van de echtgenote van Hooft,
Eleonora Hellemans, en van Hooft zelf.
Een ander portret van hem uit 1642 is van de schilder
Joachim von Sandrart (1606-1688). Dit
heeft deel uitgemaakt van een kleine reeks door Von Sandrart gemaakte ontwerpen
voor kopergravures (Ekkart 1979: 5-8). In vers 2 van het lofdicht spreekt
Tesselschade Roemers over Van all' uw
groote Leên. Hiermee wordt mogelijk de gehele reeks gravures bedoeld.
In 1642 werden de eerste delen van de Historien uitgegeven, waarnaar in
het gedicht verwezen wordt. Het is dientengevolge waarschijnlijk dat het
portret van Sandrart de dichter voor ogen stond.
Een andere grond om aan te nemen dat het bijschrift vervaardigd is
bij het portret van Sandrart, is het feit dat ook
Joost van den Vondel bij deze afbeelding
een gedicht maakte. In verschillende uitgaven van de werken van P.C. Hooft is
de gravure van het schilderij opgenomen met het gedicht van Vondel. In die
gevallen gaat het soms vooraf aan het gedicht van Tesselschade Roemers. Dit
krijgt dan als aankondiging ‘Ander op dezelve afbeelding’. Vondels
tekst is zeker op dit portret geschreven blijkens de regels:
Den geest, die Tacitus en d'oudtste dichters tart,
Besloot natuur in 't Hooft, herbooren uit Sandrart;
| |
datering 1642
naar de vervaardigingsdatum van het portret van Hooft door
Sandrart in datzelfde jaar.
|
opschrift Tot Amsterdam: (gericht) tot
Amsterdam.
1Heerlijck: aanzienlijk
( vi, 365).
Hooft: a) portret van P.C. Hooft; b) leidsman
vgl. Capiteyn (v. 7).
schets: (schetsmatige) weergave
( xiv, 525).
in 't kleen: a) teruggebracht tot
één persoon; b) kleiner dan de ware grootte.
2groote Leên: edele
( v, 1078) leden, nl. reeks portretten van belangrijke
personen.
3 heeft hy voorgenomen: is hij van plan
geweest om (...).
4In...komen: a) duidelijk te maken; b)
uit te geven.
5doet: persoonsvorm bij samengetrokken
ond. hy (v. 3).
u: indirect object: voor u.
menich
Eeuw: adverbiale bepaling bij te rugge gaen.
de Son: a)
de straling tijdens de dag waarop men leeft; b) het licht dat helderheid
verschaft.
6Historij blaen: nl. de
Nederlandsche Historien van P.C. Hooft.
8blinde klippen: rotsen onder water,
waarop een schip kan vastlopen.
9 Poeet: a) schrijver (van o.a. de
Historien); b) dichter.
10door wetert...top: part.constructie;
bijv. bepaling bij d'Onsterfelijcke Poeet.
door wetert: lees:
doorwatert; doortrokken van water.
vloet Van(...) Twelinghs
top: stroom op de Helicon voortgekomen uit de Hippocrene, de
Hengstebron.
vloet: stroom ( xxi, 2152).
Twelinghs
top: de Helicon, gewijd aan de Muzen en Apollo, werd voorgesteld met twee
hoge kruinen.
Die duysent Echos voedt: bijv.bijzin a) bij de
vloet van steylen Twelinghs top, b) bij d'Onsterfelijcke
Poeet.
|
|