|
|
Regelnummers proza laten
vervallen | |
| | | |
664 Aen den H Constantijn Hujghens, Ridder &c.
1 Ede &c.
2 Om een' gelijkenis te gebrujken van 't gewas dezer landouwe: Ik2 3 en hoorde nojt van barmhartigheit, die om eenen vriendt ujt het3 4 vaeghevier te helpen, zich zelven in de hachlijkheit van den mondt 5 der helle ging waeghen, ende door zulken vujr proeve doen, dat de5 6 fijnte zijner trouwe meer dan 24 karaten moght haelen. 'T welk6 7 van haer met minder ongerijmthejt gezejdt kan worden, dan van 't7 8 goudt van 25 karaten, 't welk zeker Alchijmist zich vermat te 9 kunnen maeken: gemerkt de fijnte van dat metael haer bestek9 10 heeft, die van de trouwhartigheit geenszins, gelijk ik kome van te10 11 leeren bij de blijken mij getoont door UEd. gestr. die 't gelieft 12 heeft den voorstandt van mij en de mijnen te beijvren door haer12 13 genaede, op gevaer van ongenaede des Vorsten. Wat dat in hebbe,13 14 kan ik, alhoewel zonder ervaerenheit, t'over bevroeden, ende14 15 moet belijden, tot grootmaeking van de haere, dat ik mijner15 16 standtvastigheit zoo veel goeds niet zouw toevertrouwt hebben. 17 Vinde mij nochtans zulx gesticht door dezen voorgank Uwer Ed.17 18 gestr. dat ik mij darre sterk maeken zoo mijne geringheit haer18 19 emmermeer kan te staede koomen, te beschrijen de naeste trap aen19 20 die waer op zijne voeten gevestight heeft de geene, die alleen ende 21 met uitslujting van de reste der menschen, verdient te draeghen den 22 naem van Constantijn. Maghtighe redenen van de weighering des 23 vorsten (ongewis oft ik 't wit raek) weete mij wel in te beelden,23 24 ende schep daer ujt te voller 't gewight uws volhardens. Niet bezeft24 25 te hebben de kleenigheit die 't waer voor dat hof ijder met zijn' tael25 26 te gemoete te komen, vergeeve U Ed. gestrengheit aen eenen 27 onverzochten hoveling, die 't echter wel behoort had te bezeffen,27 28 ujt redenen op die stoffe hem meermaels voorgekomen. Ook28 29 hebben mij hierin vervoert de ijver tot de gloorije Uwer Ed.gestr.29 30 daer 't vaederlandt mij dunkt zijn deel aen te eighenen, ende 't30 31 gevoelen dat de zelve van eenigh aenzien en baet moght wezen,31 32 in 't beweghen des persoons dien wij van doene hebben. Oolijke32 33 zorghvuldigheden van lujden die 't nauw zoeken, daer 't nauw 34 bijkomt. Dies achte met UEd.gestr. dat men eeven hoogh zeilen zal34 35 met den zeker wel bondighen Franschen brief, zoo d'achtbaerheit35 36 van den teekenaer haere waerde gelden magh. Ik kusse ter knie de36 37 zeeghbaere handt zijner Doorl. voor de eere haerder genaede; ook 38 de gelukkighe penvoerster, die mij ten besten doet hoopen van38
| | | |
39 't geluk dat voorts te verwachten staet; ende draeghe aen haer39 40 eeuwlijk en aellijk op,40
41 Ede &c.
42 Uwer Ed.gestr.
43 Verplichtsten ootmoedighsten
44 dienaer
45 P C Hóóft.
45 Brussel, 31 Oct. 1634.
Uitvoerige dank voor het doorzetten, bij de Prins, van de gevraagde introductie.
|
Minuut. UBA II C 11.887. Afschr. KA CLXXIab 109.
2een'...landouwe: een vergelijking die hier thuis hoort, inheems is (in dit katholieke land).
3barmhartigheit: (abstractum pro concreto, zie later zelven en zijner (r. 5)) een barmhartig mens.
5door...doen: door zulk een vuur (nl. van de hel) bewijzen (met bijgedachten aan het beproeven van edel metaal door vuur, zie de verdere beeldspraak).
6fijnte: zuiverheid; moght: zou kunnen ( karaat eenheid voor de bepaling van gehalte aan zuiver goud; 24 karaat = 100 procent zuiver goud).
10gelijk...leeren bij: zoals ik zojuist geleerd heb door.
12den...beijvren: te ijveren voor de steun aan enz., de steun enz. te behartigen (WNT beijveren 1544); door...genaede: door uw goedgunstigheid (woordspel met volgend ongenaede).
13in hebbe: inheeft, betekent.
14t'over: heel goed (WNT over 1606 te over = rijkelijk, in overvloed).
15grootmaeking...haere: lof van de uwe (nl. uw standtvastigheit); dat...hebben: dat ik van mijn standvastigheid niet zoveel goeds zou hebben durven verwachten.
17Vinde...uwer Ed. gestr.: Ik bevind mij nochtans zo gesterkt door dit voorbeeld van u.
18dat...maeken: dat ik vast durf vertrouwen; haer: u.
19emmermeer: ooit; te...de geene: op de trede te gaan staan ( beschrijden), het dichtst bij die waarop zijn voeten gezet heeft diegene, (die...) (omschrijving van de standvastige Constanter).
23(ongewis...raek): (al ben ik er niet zeker van of ik het doel raak, mij niet vergis); weete...beelden: kan ik mij (heel) goed voorstellen (indenken).
24ende...volhardens: en ik leid daaruit des te meer af de zwaarte van uw volharden (hoe moeilijk 't voor u was te volharden).
25de kleenigheit: het vernederende (WNT kleinigheid 3805); voor: ‘devant’ (niet ‘pour’); dat hof: het Hof van Brussel.
27onverzochten: onervaren.
28uit...voorgekomen: uit betogen over die stof die hij dikwijls onder ogen heeft gehad.
29vervoert: verleid, op een dwaalspoor gebracht; de...gestr.: de liefde voor, de begeerte naar uw roem.
30daer...eighenen: waar dunkt mij het vaderland in deelt (letterl.: waar het vaderland mij dunkt zijn aandeel aan te hebben).
31de zelve: uw roem; van aenzien...wezen: indruk zou kunnen maken en nuttig zijn.
32in...beweghen: bij het overhalen; van...hebben: nodig hebben; Oolijke...bijkomt: Dwaze bezorgdheid van mensen die de zorgen zoeken waar ze niet zijn. (Oolijke: WNT oolijk 10: gering; zorghvuldigheden: Mnl. Wdb. sorchvoudicheit 1584: de bekommering, bezorgdheid; het eerste nauw WNT 1642 9, het tweede 1643 10; bijkomt, WNT 2617 11).
34eeven...zal: even scherp aan de wind zeilen (evenveel bereiken zal in bepaalde moeilijke omstandigheden) (hoog WNT hoog (II) 1016 hoog aan de wind: dicht, scherp aan of in de wind, vgl. Huygens' brief: alles soo ruim genomen enz.).
35den...brief: de waarlijk zeer pittige Franse brief (Hooft heeft de copie daarvan: 662); achtbaerheit...teekenaer: aanzien van de ondertekenaar (Fr. Hendrik).
36haere...magh: ten volle gelden mag, zijn volle waarde hebben mag; ter knie: op mijn knieën; zeeghbaere: zegevierende.
38penvoerster: de hand die de pen heeft gevoerd (Huygens' hand dus); van...staet: ten aanzien van het lot dat verder te verwachten is.
39haer: die hand (penvoerster).
40aellijk: geheel en al (WNT aallijk 22).
|
|