De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Henrik Terbruggen]

HENRIK TERBRUGGEN, bewaarheid vinden. Korn. de Bie, en Joach. Sandrart noemen hem by vergissing Verbruggen, en schryven dat hy tot Utrecht 1587 geboren is. Maar uit een gedrukte Notificatie of waarschouwing aan alle Liefhebbers van de Schilderkonst enz. is my gebleken dat gemelde Hen. ter Bruggen een Transisalanus, of Overysselaar was, geboren 1588, maar tot Utrecht trouwde, en woonde; want zyn vader kwam in den tyd der onlusten, oproeren en vervolgingen 1581 uit Overyssel vlugten tot Utrecht, en is hy, zyn Zoon, en deszelfs nageslagt daar zedert met 'er woon gebleven, uitgezondert dat thans zyn Zoonszoon Meester Hen. ter Bruggen in den Plaag woond. Na dat hy de vaste gronden der Konst by A. Bloemaart geleerd had, bekroop hem de reislust, en begeerte om groote Meesters op het loffelykste spoor te volgen. Dus heeft hy vele buitengewesten in zyn jeugt (behalve dat hy tien jaren te Rome gewoont heeft) bezogt; daar hy proefstukken van zyn uitnemende Konst, bestaande in Historien gelaten heeft, inzonderheid, te Napels een groot stuk geplaatst boven het hooge Al-

[p. 134]origineel

taar in de Groote Kerk. By dit stuk heeft hy geen naammerk gesteld, gelyk hy ook niet gedaan heeft by vele van zyne Konstwerken, alzoo zyne vloeijende penceelhandeling in dien tyd genoegzaam alom bekent was. Een uitmuntend Konststuk hangt van hem tot Middelburg by den Heere vander Streng, in zyn leven Ontfanger Generaal enz. verbeeldende een vrolyken Maaltyd, de Beelden levensgrootte. Hy heeft d'eer gehad dat Rubbens, wanneer hy tot Utrecht kwam om de Schilderkonst-oeffenaars te bezoeken, in gezelschap van hun alle, zyne Konst by uitnementheid roemde. Waar van Sandrart, die deze reis van Rubbens meld, en zelf zyn Leidsman geweest is, niet een enkel woort zegt, 't geen agterdenken geeft dat zy geen goede vrienden geweest zyn. Immers hier op vat het de Schryver van meergemelde gedrukte Notificatie, als hy deze uitdrukkingen van Sandrart doet: In Italien den tyd tot zyn nut wel besteed hebbende is hy naar zyn vaderland gekeerd, en heeft naar eigen geneigtheid, door diepzinnige en zwaarmoedige gedagten, in zyne werken de Natuur wel, maar onaangenaam gevolgt. Zoo euvel neemt hy dit zwygen dat hy de spreuk: Dat voor een levenden Ezel ligt is, een dooden Leeuw met den voet te treden, op hem toepast.

Dog dit overgeslagen. De Dood, als nydig over zyn roem, knipte zyn levensdraad af, op het 42 jaar, op Alderheiligen dag 1629. en 't zyner gedagtenisse is dit volgende Graf-Schrift na gebleven.

 
Hier leit ter Bruggen, door de Dood
 
Verrast, en overrompelt:
 
Van 't dierbaar levensligt ontbloot,
[p. 135]origineel
 
In 't duister graf gedompelt:
 
Daar 't vleesch vergaat tot stof.
 
Doch egter blyft de lof
 
Van 't geen hy heeft bedreven,
 
Ten spyt der Afgunst leven.

Welke woorden overeenkomen met de uitdrukking, welke de Ridder A. vander Werf, tot geruststelling van den Heere Richart ter Bruggen, in een brief aan hem uit Rotterdam den 18 van Grasmaand 1707, geschreven dus laat invloeijen: Brave Schilders hebben dit tot hun voordeel dat hunne werken de geheele Werelt doorwandelen, en derhalven altyd voor hun spreken &c.

Eindelyk werd gemelde Richart zyn Zoon in den jare 1707 van wil, om met eenige van zyns Vaders Konstwerken, (op het voorbeeld van den Athenienser Konstschilder Nicias) desselfs geboorte Stad Deventer een geschenk te doen, het welke ook geschied is, gelyk my gebleken is uit een gedrukt Extract, uit het Boek van de Resolutien der Stad Deventer den 5 van Oegstmaand 1707.

Nu verschynd de Konstschiider PIETER BRONKHORST, geboren te Delf den 16 van Bloeimaand, 1588. Hoe verschillig de driften der menschen zyn, en hoe onderscheiden in verkiezingen blykt, als men ziet dat de een dit, en een ander weder dat deel van de Konst tot zyne bespiegelinge en bewerkinge uitkiest. Bronkhorst verkoos niet het ligtste, maar wel het zwaarste en werkelykste in de Konst, namelyk gezigten van Tempels en Kerken, gestoffeert met historien; egter heeft hy het met veel roem uitgevoert; als inzonderheid aan twee bekende stukken te zien is; waar van het eene geplaatst is in de Vier-

[p. 136]origineel

schaar op het Raadhuis te Delf, zynde een rykelyk en groots gebouw, en word daar in verbeeld Salomons eerste regt. Het tweede is te zien by de Weduwe van zyn Zoon, zynde een Tempel daar Christus de koopers en verkoopers uitdryft. Hy stierf den 21 Juny 1661. Hem volgt