De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Gillis Schagen]

GILLIS SCHAGEN, Zoon van Pieter Schagen in zyn leven Raad en naderhand Schout van Alkmaar, Rekenmeester in de Generaliteits Rekenkamer, Raad van Staten en Staten Generaal enz. (die uit zig zelf zonder ander onder wyzer als zyn Konstdrift al fraai in de Konst gevordert was) is geboren te Alkmaar in 't jaar 1616 den 24 van Wiedemaand.

Deze uit de geboorte tot de Konst geneigt en aangedreven, kreeg tot onderwyzer, eerst Salomon van Ravestein, naderhand den Paardeschilder Pieter Verbeek.

Aangespoort door Reislust en zugt tot het zien van brave voorbeelden; om daar door zyn Konst voort te zetten, scheepte hy in den jare 1637 te water naar Dantzik, bezoekende aldaar de Konstschilders, en vont 'er zig door eenen Heer Joost Brasser wel onthaald. Kort daar aan naar Elbing vertrok-

[p. 31]origineel

ken, en door Strobel, toen Schilder van den Keizer, naderhand van Stanislaus Koning van Polen, wel ontfangen, schilderde hy daar tot een proef van zyne Konst de Beeltenis des Konings van Polen. Weder na Dantzik gekeerd overviel hem een ziekte, daar hy van genezen zynde, eenigen tyd het penceel oeffende en toen na zyn Vaderland vertrok, daar hy niet lang verblyf nam; want hy voer met een Oorlogschip naar Diepe, voorts naar Parys, en na een kort verblyf aldaar naar Orleans.

Zyn aanwezen duurde daar byna een jaar, en hy maakte in dien tyd verscheiden pourtretten van de aanzienlykste luiden, tot hy ontboden zynde door den Heer Bally, Heer tot Yvry, Raad van den Koning van Vrankryk enz. van Orleans naar Parys vertrok. Dit was in Sprokkelmaand 1639.

Daar gekomen schilderde hy de Beeltenissen der Kinderen van den Heere van Yvry, en hield voorts kennis met de Plaatsnyders van Lochum, Lynhoven van Haarlem, en met den Heer van Klootwyk van Dordrecht.

Ook schilderden hy een stuk van Michiel Angelo na, verbeeldende een St. Jan komende by Christus, voor meergemelden Heer van Yvry, en een ander voor eene la Toyliere, verbeeldende een dooden Christus op den schoot van Maria, door P.P. Rubbens geschildert, waar door hy veel roem behaalde.

'T zelve jaar in Wynmaand scheepte hy naar de Engelsche Kust, juist op dien tyd toen de Zeeheld Tromp gereed lag om tegen Antonio de Oquendo te slaan.

Hy den Admiraal in Duins bezoekende werd wel onthaald, en een Zeejagt tot zyn dienst aangeboden, indien hy lust had de vloot uit te tee-

[p. 32]origineel

kenen. Hy zag het Zeegevegt aan, en stevende naar den stag in de Maas.

Toen de Vrede met Spanje gesloten was nam hy, verzelt met den Admiraal van Dorp en den Heer van de Corput van Dordrecht, een reis naar Braband aan, en in den jare 1651 in gezelschap van de Heeren Paffenrode en den Fiscaal vanden Broek naar 't Land van Luik, en Keulen.

Zeker zulke speelreizen zouden den plaizierlustigen graag maken, zoo zy verzekert waren dat Jupiter hun by wylen wat goude schyven, ongeteld (als hy de Oppaster van Danaë deed) in de vuist zou stoppen, om de Waarden te betalen.

Eindelyk werd onze Schagen (na dat hy viermalen Fabrykmeester of Bouwheer van zyne geboortestad is geweest, en toen Weesmeester was) van een doodelyke ziekte beloopen, die zyn levenslamp uitbluste op den 18 van Grasmaand 1668.

Van zyn penceelwerk is weinig hier te Land te zien; aangezien hy (als het spreekwoord zeit) niet om den broode schilderde, en maar twee van zyne Bootseerzels zyn onder zyne nabestaande voorhanden, waar van het een zyn eigen Afbeeldzel is.

 

Hoe velen door zeldzame toevallen tot de Konst zyn gekomen, daar van heeft van Mander verscheiden stalen geboekt. Kwintyn Messys een Smit zynde, verliefde op een meisje, dog vond een medevryer die een Schilder was hem in den weg, waarom hy door nayver gespoort, zig tot de oeffening der Konst begaf, en een groot Meester geworden, door dat middel zyn oogwit bereikten.

Marten Heemskerk een boere Zoon, dragende een emmer met melk, struikelt en stort de melk,

[p. 33]origineel

waar door hy vreezende t'huis te komen, alzoo zyn Vader een oploopend man was, de vlugt nam, en zig tot den Schilderwinkel van Jan Lucas te Delf begaf, waar door zyn verborgen konstvuur allengs werd opgewakkert, en hy eindelyk een braaf Schilder is geworden.