De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Hendrik Graauw]

HENDRIK GRAAUW is geboren tot Hoorn van brave ouders; dog het jaar van zyne geboorte heb ik niet konnen opspeuren; maar nadien hy is geweest een Leerling van Jakob van Kampen t' zamen met Mathias Withoos, die ook zyn reisgenoot was, vond ik reden om hem nevens den zelven op 't jaar 1627 ten Toneel te voeren.

Zyn eerste onderwyzer in de Konst is geweest Piet. Franze Grebber van Haarlem. Daar na raakte hy by Jak. van Kampen, Bouwmeester van 't Raadhuis te Amsterdam, daar hy ruim acht jaren by geweest is, doende in dien tyd niet anders als teekenen en allerhande voorwerpen ordineeren, tot dat Prins Maurits, toen uit West-Indiën geko-

[p. 190]origineel

men last gaf aan gemelden van Kampen, om vier groote vakken in de Coepel van de vermaarde Zaal van 't Princen Huis in 't Bosch te beschilderen, daar hy neffens zyn ouden Meester Grebber en nog twee anderen aangestelt werd.

In den jare 1648 kreeg hy zugt om Rome te zien, daar hy niet lang op draalde, want hy vont gelegentheid te water op Livorne. Te Rome gekomen heeft hy byzonder yverig en naarstig zig geoeffent, eerst in 't teekenen naar de beroemde marmere Statuen, naderhand in 't schilderen naar de beste voorwerpen, en maakte daar in zulken opgang, dat Nicolaas Pouzy, 'er van zyn werken ziende hem de hand op 't hoofd geleid heeft, zeggende in 't Italiaans: Dat hy nooit geen Hollander had ontmoet, waar van hy grooter verwagting had.

Drie agter een volgende jaren had hy te Rome geweest, wanneer hy alle zyne brave Teekeningen en Modellen oppakte en weder naar Holland trok, daar hy zig by wyle t'Amsterdam, by wyle t'Utrecht onthield, tot dat 1672 de Fransen in Nederland gekomen, hy bevreest, alzoo hy kleinhartig was, zig tot Hoorn begaf.

Meer gemelde Bronkhorst heeft my verhaald, dat hy hem eenige teekeningen liet maken op gegront papier, met Crion opgehoogt, als d'opvoeding van Bacchus, den Trioms van Julius Cesar, en andere, lang 7 à 8 groote bladen papier, waar in hy zyne bekwaamheid in 't ordineren, kundigheid in het naakt, de rykheid van zyn Geest, en konstige wyze van behandelingen dede zien. Buiten dit bezat hy niets om zig bemint of aangenaam te maken by de waereld; want hy was byzonder bloo en stil. Ten zy hy by lief heb-

[p. 191]origineel

bers van de Konst was, en gelegentheid vont om over het schoone, de ziel van de Konst, te spreken.

Hy is tot Alkmaar gestorven, ongetrouwt, na dat hy acht of tien jaren daar gewoont, en weinig geschildert had.