De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Johannes Buns

JOHANNES BUNS, word inde mengelrymen van P. Rixtel genoemt de doorluchtige Pourtretschilder. Maar my is van zyne konstige Penceelwerken nooit iet voorgekomen. Des ik'er ook niet van kan oordeelen.

'T schynt my toe dat hy ook een Beeldschilder

[p. 64]origineel

geweest is, uit de vaerzen welke J. Blasius, op twee verscheiden Venus Beelden door hem geschildert, gemaakt heeft. In 't eerste doet hy de Zeegodin spreken:

 
Wie zeit, myn naakte lyf, door Buns gemaakt, te schoon is,
 
Dus was ik, toen ik was by Paris en Adonis,

en in 't tweede spreekt hy den maker dus aan:

 
Hoe Buns! al weer aan 't Venus schild'ren?
 
Laat Venus niet uw hoofd verwild ren.
 
Schoon Mars heeft Venus nooit bezint,
 
Het schynt dat gy vrouw Venus mint.