De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Adriaan vanden Velde]

De gryze bevinding heeft ons doen zien, dat de genen die de schikgodes wilde dat boven anderen in konstgeleertheid en macht zouden uitsteken, preuve daar van hebben doen doorstralen in hunne Lentejeugt, 't welk de Fabeldichters door het voorbeeld van Herkules, die een Slang welke hem bekroop, toen hy nog in de wieg lag, de keel toewrong, hebben willen aanduiden. Wy behoeven door akelige omwegen geen voorbeelden uit de oudheid op te sporen, het tegenwoordige voorwerp onzer bespiegelinge zal zulks bevestigen.

[p. 90]origineel

ADRIAAN vanden VELDE geboren tot Amsterdam in den jare 1639. vond zig van der jeugt af aan door een overgeërfde natuurdrift tot de Teeken- en Schilderkonst gedreven, en nog in 't Kinderschool zynde, wist zig steelswys van zyn Broeder Willems teekenpennen, penceelen en verwen te bedienen, beteekende en bekladde met verf al wat hy vinden konde, tot de bedplank van zyn slaapsteê, waar op hy (toen hy nog in 't lang pak liep) een Melkboertje met koleuren geschilderd had, zoo verwonderlyk naar die jaren, en buiten onderwys, dat het nog lang na dien tyd daarom bewaard wierd. Dit heeft my zyn Dochter de Huisvrouw van den Makelaar Sodyn t'Amsterdam zelf verhaald. Het een en ander van deze Lentevruchten deden genoegzaam zien dat hy tot een Schilder geboren was; waarom zyn Vader hem ook in die geneigtheid niet wilde stuiten. Maar alzoo hy zig niet geneigt vond het Konstspoor van zyn Vader of Broeder, te weten het Scheepschilderen in te slaan, vond men goed hem te bestellen by Jan Wynants. En het is opmerkelyk; dat wanneer aan Wynants vertoont wierd 't geen hy by zig zelven al geteekent en geschilderd had, deszelfs Vrouw dit meê beziende, tot haar Man, hem kloppende op zyn schouder zeide: Wynants uw Meester is geboren, gelyk ook de tyd deze voorzegging bewaarheid heeft.

Hy oeffende zig eenige jaren by den zelven in de Konst, na welken tyd hy zig yverig hield aan het teekenen en schilderen van Koetjes, Osjes, Schaapjes, en Landschappen, torschende dagelyks met zyn gereedschapjes naar buiten in 't velt, 't welk hy tot het einde van zyn leven eens ter weeke onderhouden heeft. De menigte zyner Konst-

[p. 91]origineel

tafereelen, die de voornaamste Kabinetten der Konstminnaars in Nederland en elders vercieren, toonen duidelyk genoeg dat hun maker een groot meester in de Konst was. Immers nu nog is 'er niemant opgestaan, die hem in lieffelykheid, helderheid, en aangename verkiezingen van dusdanige voorwerpen te boven gegaan is. En wat zyn penceel buiten het Koetjes, Osjes, Schaapjes en Landschapschilderen vermocht, toonen de verscheiden Passystukken in de Roomsche Kerk tot Amsterdam in de Spinhuissteeg, en in de Kerk over de Appelmarkt, waar een afneming van 't Kruis half leven, groot te zien is. Hy was een Man die geregelt en geschikt leefde, en naarstig de Konst beyverde, en daar nevens ook byzonder vaardig was; want het anders onmogelyk was datmen zoo vele van zyne Konstwerken zien zouw, te meer nog daar hy zoo weinig jaren levens bereikt heeft; want hy is begraven den 21 van Loumaand 1672, in den ouderdom van 33 jaren, tot groot verlies der Konst in 't algemeen en verscheide Konstoeffenaars in 't byzonder, wier werken hy door behulp van zyn konstpenceel grooten luister heeft by gezet, als aan de stukken van J. vander Heiden, Fred. de Moucheron, en anderen te zien is. Zyn Beeltenis vint men in de Plaat D. 12.