De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Maria Theresa, Anna Maria en Francoise Katharina van Thielen]

Verscheiden voorbeelden hebben ons voor heen doen zien, hoe Broeders van een en de zelve Ouders geboren, elk eene gantsch verschillige wyze van Konstoeffeningen hanteerden. Thans ontmoet ons een zeldsaam voorbeeld van drie zusters, welke van een zelve geneigtheid gedreven, te gelyk zig in 't bloem schilderen oeffenden: als met name,

MARIA THERESIA geboren te Mechelen 1640 den 17 van Bloeymaand.

ANNA MARIA in den jare 1641. en FRANCHOISE KATHARINA van THIELEN 1645. Zy hadden de Konst van haren Vader Jan Philip van Thielen, Heer van Kouwenberg (die een Leerling van Pieter Segers was) geleert. Zy waren 1662 nog in leven, oeffenende zig tegens elkander om prys, dog my is nooit van hare Konstwerken in handen gekomen; maar Korn, de

[p. 106]origineel

Bie zeit, dat hare penceelwerken waardig zyn met goud betaalt te worden. Welke ook verder in zyn rym te kennen geeft, dat Anna en Katharina ook daar en boven zig somwylen oeffenden in 't beelden schilderen.

Het schynt dat de Konstgodes, zig zoo niet bint aan land en plaats, of zy wekt somwyl ook brave geesten in een ander Waerelts oort; om dat een land, een stad, of een volk niet alleen met dien luister pryken, of op die eer, dat hun het voorrecht van Konstenaren op te wiegen alleen van de Konstgodin vergund waar, bogen zoude.