|
|
|
| |
| | | |
Jeroen Brouwers 1940
Door Jaap Goedegebuure
| |

Jeroen Brouwers voor zijn huis te Exel. Foto: Hanneke van Schooten.
Op W.F. Hermans en Gerard Reve na is geen naoorlogse schrijver zo vaak het middelpunt van controverses geweest als Jeroen Brouwers. Het valt niet te ontkennen dat hij de stormen die om zijn persoon woedden, zelf over zich heeft afgeroepen, want hij was en is een polemicus van nature, een heftig agerend en reagerend mens. Maar wat tevens opgemerkt dient te worden is dat elke pennestrijd die hij bewust of onbewust ontketent, iets van een persoonlijke boetedoening heeft. Dat hangt samen met het in zijn oeuvre zo dominante thema van de schuld. Toen hij in ‘Weverbergh en ergher’ ( Mijn Vlaamse jaren, 1978) bepaalde uitwassen in het Vlaamse uitgeversbedrijf aan de kaak stelde, ontzag hij zijn eigen aandeel daarin niet. Toen hij in De nieuwe revisor (1979) de matheid van de Nederlandse literatuur aan de kaak stelde, was het tevens om zichzelf moed in te spreken. En in de heftige reacties op zijn roman Bezonken rood (1981) is dikwijls over het hoofd gezien dat de verteller zich bij het afwikkelen van zijn verhaal een klemmende vraag stelt: hoe schuldig is de kleuter, die zonder enige afschuw getuige was van de wreedheden in een Japans concentratiekamp? Daarmee worstelt de ik-figuur wanneer hij terugkijkt naar deze kleuter die hij geweest is, en die hij zich herinnert als zijn geweten wordt opgeschrikt door het doodsbericht van zijn moeder. Op haar spitsen zijn gevoelens van liefde en haat zich toe: in het kamp is haar onaantastbare schoonheid verloren gegaan, eenmaal terug in Nederland verbande zij hem naar een internaat. Het verstoten kind als de potentiële onderdrukker, de moeder als het archetype van geliefde en gevreesde vrouw, en het Tjideng-kamp als de gewelddadige onderdrukking waar en wanneer dan ook, dat zijn de drie kernpunten van deze harde provocatie aan het adres van de
Jeroen Brouwers aan Fred Batten. Het boek waarvan sprake is verscheen onder de titel De laatste deur (1983).
| | | |
Ik heb mijn ouders nauwelijks gekend, ook dat is al door mij geboekstaafd, de uitverkoop van mijn leven is bijna geëindigd, mijn werk is nu spoedig voltooid. Laat ik mij niet cynischer voordoen dan ik ben, en beslist ook niet sentimenteler, - maar mijn moeder heb ik in ieder geval toen gekend, in die oorlogsjaren in het Jappenkamp, waar ze mij heeft leren lezen.
Dat kamp heette Tjideng. Het was het kamp van de zeer gevreesde, zeer beruchte commandant de Japanse kapitein Kenitji Sone; in 1946 werd hij als oorlogsmisdadiger geëxecuteerd; ik herinner mij hem; hij persoonlijk heeft mijn moeder afgeranseld en met zijn bespoorde laarzen getrapt en ik persoonlijk heb dat gezien.
‘Dat zij koninklijk was.’ ‘Ze sloegen mijn moeder tot ze als dood bleef liggen.’ ‘Mijn moeder was de mooiste moeder, op dat moment hield ik op van haar te houden.’ Zo is het door mij geboekstaafd, zoals ook door mij is geboekstaafd: ‘Ik ga haar, als ze eerdaags komt te sterven, niet mee begraven.’
Het vrouwenkamp Tjideng, waarin ook jongetjes van beneden de tien jaar werden ondergebracht, en waarin ik met mijn grootmoeder, mijn moeder en mijn zus heb verbleven, was een met rietmuren, wachttorens en prikkeldraad afgezette wijk van Batavia. In de stenen huizen aldaar leefden de duizenden geïnterneerde Europese vrouwen met hun kinderen op oppervlakten van enkele met de lineaal bemeten vierkante meters, die ze bereid waren desnoods met hun bloed te verdedigen: ook de vensterbanken van die huizen werden bewoond, ook de drempels, ook iedere afzonderlijke traptrede, de veranda's, de gangen, zelfs de lucht in die huizen werd bewoond, - wie een hangmat bezat woonde tussen de overal aanwezige waslijnen vol gore versleten kledingstukken.
In een van die huizen, Tjitaroemweg 7, woonden wij met nog een tiental andere personen in de keuken, - wij bewoonden de aanrecht. Mijn moeder sliep op die aanrecht, en mijn grootmoeder, mijn zus en ik sliepen er in: mijn grootmoeder op de plank die het inwendige van de aanrecht in een boven- en een benedenhelft verdeelde, mijn zus en ik ‘gelijkvloers’, onder de slaapplaats van mijn grootmoeder.
Fragment uit de roman Bezonken rood (1981) door Jeroen Brouwers.
lezer, die er niet aan ontkomt na te gaan hoe algemeengeldig dit persoonlijk relaas is.
Een van de drijfveren die Brouwers tot schrijver aanzetten is de behoefte zich te verontschuldigen, zich te zuiveren van schuld die hem alleen al aangewreven zou kunnen worden wanneer hij geen orde geschapen had in zijn bestaan. ‘Alles wat ik meemaak dient te worden geformuleerd, mijn leven bestaat uit formuleren, - wat geformuleerd is, is niet langer chaos.’ (Het verzonkene, 1979). Wanneer hij dan elders weer uitroept dat geen chaos hem te prachtig is, betekent dat niet alleen dat hij, zoals tegenover alles, ambivalent staat tegenover zijn schrijverschap, door hem ervaren als een vloek; het is tevens een hartstochtelijk protest tegen de samenleving die hij het liefst mee zou helpen afbreken opdat er na de totale anarchie een harmonieuzer wereld voor in de plaats komt. ‘Chaos wil ik, en dat vervolgens alles beter wordt herbouwd. Beweging wil ik. Eerlijkheid wil ik. Schoonheid wil ik.’ (Het verzonkene).
Ook in deze esthetica duikt de splijtzwam der ambivalentie op. Schoonheid kan immers ook een middel zijn om het verval te maskeren, en maar al te vaak wordt deze sluier van de schone schijn door Brouwers weggerukt om het bederf in al zijn walgelijkheid te tonen en ertegen te protesteren, in zijn romans en verhalen niet minder dan in zijn polemieken en essays.
| |
Overig werk
Het mes op de keel (1964), Joris Ockeloen en het wachten (1967), De toteltuin (1968), Groetjes uit Brussel (1969), Zonder trommels en trompetten (1973), Zachtjes knetteren de letteren (1975), Zonsopgangen boven zee (1977), Klein leed (1977), Kladboek (1979), De bierkaai (1980), De spoken van Godfried Bomans (1982), Alleen voor Vlamingen (1982), Verhalen en levensberichten (1983), Zonder onderschriften (1983), De laatste deur; essays over zelfmoord in de Nederlandstalige letterkunde (1983), Winterlicht (1984).
|
|
|