21. Over schaamte, stijl en plaatsvervangende schaamte
Over de schrijver zijn schaamte. Want daarover hebben we het eigenlijk nog niet gehad. Wél over vergelijkingen, vorm en inhoud, afbeeldingen en de techniek ervan, kortom de spiegels, en het zal duidelijk zijn waartoe al deze spiegels dienen.
Wie schrijft, beschrijft zichzelf. En dat doet hij beter naarmate hij verder doordringt tot de kern van zijn persoonlijkheid en deze blootlegt - voor anderen. Dit proces gaat met schaamte gepaard, bij de schrijver, maar zo mogelijk nog meer bij de lezer en het is terwille van deze lezer dat hij, de schrijver, spiegels gebruikt, meer nog dan voor zichzelf. Je toont het ene, maar je bedoelt het andere.
Dát is het wat, in je vertoning, je techniek uitmaakt. In de letteren heet dat stijl. Schaamte, die overwonnen wordt door stijl. Als je wilt weten wat ‘literatuur’ nu precies inhoudt, is dat misschien een goede, want eenvoudige definitie.
Deze definitie verklaart ook de gêne van de schrijver als hij zich vertoont aan het publiek en optreedt in het openbaar - als hij daartoe niet de juiste hoed heeft opgezet. In dit verband herinner ik me een reactie van de dichter Van Geel, op het verzoek om samen met alle dichters van Nederland op te treden in Carré. Hij was de enige die niet kwam, met als opgave van reden: dat hij zich schaamde. Hij bracht dit niet als verontschuldiging, maar als verwijt: ‘als dichter hoor je je voor wat je doet te schamen’.
Schaamte voor jezelf, schaamte voor je werk. Er is nog