oordelen,
of hy op oft af gingh. Dit stuck stondt langen tijdt namaels in de gallerije, die Pompeius liet maken te Room, voor de sale van zijn raedthuys. Hy heeft oock gheschildert den Tempel van Apollo, in't Eylandt Delphos, en oock binnen Athenen een groote schoon gallerije, die om de veel verscheyden verwen, die daer in de Schilderijen waren, wordt gheheeten Poecile: van welcke te schilderen hy niet en begheerde te hebben, hoewel dat Mycon, die een van de vacken oft sijden hadde gheschildert, hem dier ghenoech dede betalen. Hier van behaelde Polygnotus seer groote eere en gonst: want d'Oversten van den Staten van Griecken, die men plagh van oudts tijdts te noemen Amphyctiones, bestelden voor Polygnoto, in bewijs van danckbaerheyt, dat hy in alle de Steden van gantsch Griecken-landt soude heerlijck ontfanghen en geherberght worden, sonder eenighen zijnen cost, en sonder dat hy yemandt van eenige der verhaelde Steden, als sy voorby zijn huys quamen, yet ghehouden was weder te nooden, oft eenich vergelt te doen. Dus hooghlijck hebben dese Edel Heeren, de Const toegedaen wesende, desen Constenaer en hun selven eere aenghedaen. Men weet niet sekers, wanneer hy is geweest, dan dat hy ouder is als de 90e. Olympiade. Hy heeft oock seer constich in Silver ghegraveert.