Het schilder-boeck


auteur: Karel van Mander


bron: Karel van Mander, Het schilder-boeck (facsimile van de eerste uitgave, Haarlem 1604), Davaco Publishers, Utrecht 1969  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Het leven van Giorgione da Castel Franco, Schilder van Venetien.

Doe het Constbarighe Florencen, door t'voortbrenghen van beter, en beter Constenaren, van d'alvernemende Fama, dus heerlijc vermaert was, wert het edel Venetien oock niet weynich verciert door haer Borger Giorgio, die in Castel Franco op het Trevisaensche geboren wert, Ao. 1478. die om zijn Const, en grootmoedicheyt, wert namaels gheheeten Giorgione: hoewel van cleen gheslacht gheboren zijnde, was van manieren al zijn leven lang edel, en wacker van gheest. Hy was binnen Venetien opghevoedt, seer Vrouw liefdich wesende: was goet Luytslagher en uytnemende goet sangher, des hy als een weerelts Mensch seer voortgetrocken was in Musijck by den Edeldom. Hy oeffende de Teycken-const, op de schoone welstandicheyt der selver seer verlievende: wilde niet in't werck brenghen, als dingen, die hy self nae t'leven hadde gheconterfeyt. Hy werdt gheruchtich, niet alleen, Gentijl, en Ioan Bellijn te hebben overtroffen: maer te moghen ghelijcken alle die in Tuscanen de Moderne maniere oeffenden: want hy socht altijdt verscheyden schoonheden in't werck te brenghen. De Natuer had hem soo begaeft, dat hy in Oly, en in Fresco, sulcken levende gladde coloreringhe, en vloeyende diepselen gebruyckte, dat veel excellente Constenaers van dien tijdt, hem bekenden gheboren te wesen, om in den Beelden gheest te brenghen, en om de verschicheyt van t'levende vleesch uyt te beelden. In zijn begin maeckte hy veel Mary-beelden, en conterfeytsels, seer levendich en schoon, datmen niet beter de vlecken en verwen van vleesch noch diepselen soude moghen sien: onder dese conterfeytselen was eenen Consalvo Ferrando. In Fresco heeft hy seer fraey dingen ghedaen, die met t'weder en Zee-winden te Venetien zijn vergaen. Doe Anno 1504. t'Duytsche Cooplieden huys was verbrant, en weder costlijcker, en schoonder herbouwt, wordet Giorgione in Fresco bestelt te schilderen, altemael nae

[fol. 115v] origineel

zijn believen, op dat hy slechs de Const toonen soude: daer heeft hy seer seldtsaem dinghen ghedaen, doch canmen niet sien, datter eenighe onderscheyden History zy, noch weet niet dat yemandt den sin oft meyninghe weet: dan hier is een Man, en daer een Vrouw, van verscheyden actie, d'een heeft een Leeus hooft, d'ander een Enghel als Cupido by: maer men weet niet watter mede ghemeent zy. Een Vrouw isser met een sweerdt, die een doot Reusen hooft by haer heeft, en sy schijnt te spreken met een Duytsch, die beneden sit, het schijnt oft een Germania wilt wesen: men sieter in seer fraey dinghen, en aerdich gheschildert, alles seer nae het leven ghedaen zijnde. In de Kerck van S. Rochus te Venetien, is van hem een Tafereel met een Cruysdragenden Christus, en eenen Iode die hem voort treckt, die men seght dat Mirakel soude doen. Hy wrocht noch in verscheyden plaetsen, als tot Castel Franco: oock noch veel conterfeytsels van Princen: en veel werdt zijn werck buytens Landts gesonden. Men seght, dat Giorgione te Venetien quam spraeck te hebben met eenighe Beldtsnijders, ten tijden dat Andreas Verrocchio t'coper Peerdt maeckte, en sy wilden dat t'beeltsnijden voorginck het schilderen, om dat een rondt Beeldt verscheyden postueren oft stelselen toont, alsment om en om keert, en datmen in schildery een Beeldt maer van eender sijden en mach sien. Giorgione wilde bewijsen, datmen in een History verscheyden actituden, sonder t'stuck te keeren, conde toonen: daerenboven, dat hy in een eenigh Beeldt in schildery, wilde vier sijden toonen. Hie op ginck hy toe, en schilderde een naeckt Beeldt * van achter, dat voor hem hadde een claer blinckende Fonteyne, daer hy t'Beeldt van vooren in dede spiegelen: op een van de sijden hadde hy een bruyn glansende Corselet ghemaeckt hanghende, daer men t'lichaem op die sijde in profijl sagh: ter ander sijden, de ander in eenen spiegel, die daer gehangen was ghemaeckt, willende bewijsen, dat de Schildery met een ghesicht, meer conde laten sien, als de Beeldtsnijdery. Dit werck werdt hoogh ghepresen, om de schoonheyt en de geestige inventie. Terwijlen hy dus hem, en zijn Vaderlant vereerde, converseerde hy by een Vrouwe, waer van hy de Pest ghecreegh, en starf Ao. 1511. oudt 34. Iaer, tot groot leedtwesen zijner bekende vrienden, en schade der Conste: welcke schade weder voorcomen wiert, met twee zijn excellente discipelen, Sebastiaen del Piombo, en Tiziano da Cadore, die hem niet alleen ghelijck wierdt, maer voorby en te boven gingh.