ject dan vroeger, en waarom is de oude naam door een jonge benaming vervangen?
Kortom: men schrijft betere etymologieën als men eerst een algemeen denkkader heeft. Een dergelijk kader bestaat voor klankveranderingen en voor betekenisontwikkelingen, maar nog niet voor de historische opbouw en ontwikkeling van de woordenschat als geheel. Dit denkkader is dus van belang voor de macrostructuur van een etymologisch woordenboek of van een uitgewerkte woordgeschiedenis.
Maar ook de microstructuur van een etymologische beschrijving kan verbeterd worden dankzij de verworven globale inzichten. Sterker nog: tijdens het schrijven van dit boek heb ik telkens correcties moeten aanbrengen op basis van de gevonden feiten. Het algemene kader maakt namelijk dat men beter kan inschatten hoe waarschijnlijk een datering of een bepaalde herkomst is, zodat men allerlei gegevens kritisch tegen het licht gaat houden. Zo kan het globale overzicht tot correcties op detailniveau leiden. Hieronder een aantal voorbeelden.
Wanneer bekend is dat de eerste Indonesische leenwoorden dateren van 1596, dan wordt de kans dat snoeshaan ‘snuiter’, gedateerd op 1617, teruggaat op Indonesisch soesoehoenan ‘titel van de hoogste Javaanse vorst’ uitermate onwaarschijnlijk: een dergelijke betekenisverandering in nog geen twintig jaar tijd, zonder dat er een spoor van de oorspronkelijke betekenis is overgebleven, is bijna niet voor te stellen.1
Wanneer bekend is dat kapel dateert uit 1102-1105, sluis uit 1139 en wan uit 847, dan wordt herkomst van deze woorden uit het Frans, zoals het ewb beweert, onwaarschijnlijk. Daarvoor zijn de woorden te oud, en omdat de vorm van de woorden niet speciaal op Frans wijst, heb ik in dit boek als herkomst Latijn gegeven. Bij heel jonge woorden ligt het daarentegen voor de hand aan ontlening aan het Engels te denken. Om die reden heb ik aangenomen dat de tussenwerpsels bang (1961), oeps (1991) en wam (1970) geen van alle inheemse vormingen zijn, maar alle drie teruggaan op het Engels. Ik veronderstel dat deze tussenwerpsels geleend zijn uit stripalbums, waarmee ook verklaard is dat bang spellinguitspraak [bang] krijgt, en niet de Engelse uitspraak [beng] volgt.
Wanneer bekend is dat de aanspreekvormen mama (1663) en papa (1642), die moeder en vader vervingen, door Franse gouvernantes naar de Lage Landen zijn gebracht, dan moet de datering 1784, die het wnt voor gouvernante in de betekenis ‘kindermeisje’ geeft, te laat zijn. Daarom ben ik naar oudere citaten op de cd-rom van het wnt gaan zoeken, en vond uiteindelijk een citaat uit 1683, een datum die veel dichter bij de waarheid zal liggen.
Gesteld kan dus worden dat een etymoloog zowel op macro- als op microniveau voordeel kan hebben bij het bekijken van reeksen woorden.
Tot zover het belang voor de etymologie. Ook andere taalkundigen kunnen misschien hun voordeel doen met het gepresenteerde onderzoek. Wellicht kunnen zij de methode gebruiken voor hun eigen onderzoek (zie de suggesties voor vervolgonderzoek hieronder). Of misschien worden zij hierdoor gestimuleerd de computertechnieken meer te gebruiken voor innovatief onderzoek: naar mijn mening gebruiken met name lexicografen de computer nog te veel als een hulpmiddel dat de oude werkmethoden, zoals het redactioneel vergelijken van lemmata en het rechttrekken van inconsequenties,