|
|
|
| |
| | | | | | | |
Dat het doel van zijn reis naar Parijs ten deele is geweest de hoop een nieuwe levensgezellin te
vinden, voornaamste voorwaarde, naar zijn eigen zeggen, om in Tanger of waar ook duurzaam te
kunnen aarden, staat wel vast. Er zijn aanwijzingen dat hij aan vrienden in Tanger heeft verklaard
met een vrouw te zullen terugkomen; het is hem blijkbaar wel meenens geweest. Misschien
verklaart dit ook waarom hij in het volgend voorjaar in geen geval zelf naar Tanger wilde
teruggaan om zijn huishouden te liquideeren en zijn vriend Antonini verzocht dit voor hem te
doen. Maar weet men bij hem ooit wat vastberaden opzet is geweest, en wat luim en ingeving
van het oogenblik?
In Parijs blijft hij nauwelijks een week. Den II den November meldt hij zijn aanstaand vertrek
naar Holland ‘behoudens tegenbericht’. Hij maakt een niet al te duidelijke
toespeling op wat hem naar Parijs had gevoerd: ‘... ik ben hier aardig ontvangen.
Over eenige tijd hoop ik over meer gegevens te beschikken’.
Uit Heemstede schrijft hij den 1sten December een tevreden brief. ‘Reeds 2 weken in
Holland, het bevalt me boven verwachting goed. Het weer valt ook erg mee. En 't is
waarschijnlijk een groot verschil of je er in losse dan wel in vaste verhoudingen bent.
| | | |
Ik zit een deel van de week in Haarlem bij mijn moeder en een ander deel in Den Haag
en andere plaatsen. Ik ben verschillende dingen aan 't lezen, medisch en andere,
zoodat als ik naar Tanger terugga, ik weer een tijd erop kan teeren. Echter is deze
terugkeer nog niet zeker. Er zijn enkele andere mogelijkheden. Ik geloof wel dat het
voor de energie de voorkeur zou verdienen daar van daan te blijven. 't Is ongeloofelijk
hoeveel arbeids-vaardiger je hier bent. Dit is niet alleen het klimaat maar ook de
geestelijke omgeving. Ik denk dat jij ook actiever was in Bern en Holland dan in Madrid.
-
Ik blijf nog geruimen tijd hier.
D*** heeft aardig werk in de Fledermaus geleverd met een Weensche wals, doet ook
nog andere aardige dingen en is natuurlijk zeer overwerkt, maar ik maak mij er niet
meer bezorgd om, 't geeft toch niets -
Mijn Russische ‘kennis’ in Parijs is erg aardig, maar ik zag deze slechts twee
maal, zoodat mijn kennis van het russisch er nog niet zeer diep door is geworden’.
In Januari is de stemming nog steeds goed. Hij schrijft over een lucratieve betrekking in
patria, is bezig met Chineesche literaire studieën (een ‘Anthologie Chinoise’ boeit
hem als bron van inspiratie reeds maanden) en
| | | |

Slauerhoff met Fräulein en Arabier, 14 Juni 1934
| | | |
stelt weer zijn komst naar Madrid in het vooruitzicht, vergezeld of alleen.
Hij vertrekt weer naar Parijs en moet zich daar, vóór begin April, tot een besluit over zijn naaste
toekomst hebben doorgeworsteld; wie weet langs welke kronkelwegen en na hoeveel
ontgoocheling. De installatie in Tanger wordt definitief geliquideerd. Begin April is hij in Bergen
en tegen half Mei schrijft hij van daar uit, zich voorbereidend op een nieuwe reis naar West-Indië. ‘Als altijd gaf je vorige brief mij veel Anregung en zelfs “steun”. Je
opmerking dat ik in een vicieuse cirkel dreigde te raken is juist. Intussen heb ik een
sterke poging gedaan er doorheen te breken en ik hoop erin geslaagd te zijn.
Vooreerst is de scheiding er eindelijk door.
Verder is Tanger, dat toch ook nog aan 't verleden vastzat, opgegeven.
Iets van minder belang, maar dat toch misschien ook zijn symbolische beteekenis
heeft, is, dat ik volkomen met de zoogenaamde Forumgroep heb gebroken. Met mijn
vriend Du Perron ben ik zelfs waarschijnlijk onherstelbaar gebrouilleerd, zeer tot mijn,
minder tot diens genoegen.
Au fond is het een goede kerel, maar lijdend aan een
| | | |
loggorhoe die de omgang onmogelijk maakt. Verder de neiging à tout prix gelijk te
willen krijgen en elk geschil in eindelooze brieven uit te zoeken.
Zoo hoop ik dat ik eruit ben en dat de reis naar West-Indië, die ik nu ga maken het
overige zal doen.
....Het beste zou zijn naar een ander land te gaan. In Holland wordt ook meer en meer
mijn bekendheid als auteur een beletsel voor 't vinden van medische baantjes.
Ik zie de toekomst wel met eenige zorg tegemoet, varen wil ik niet blijven, kan ik ook
niet, je energie evaporiseert er volkomen bij. Ik onderhandelde nog met het
Handelsblad om correspondent in het verre Oosten te worden, er bestond wel neiging,
maar alles ging weer met de noodige Hollandsche schrielheid. Een fixum van 150 in de
maand werd nog te veel geacht.
Laat je vaderlijke gedachten dus nog eens over mij gaan. Wanneer zien we elkaar
weer?
Ik hoop nog eenige tijd vrij te zijn wat plaats en banden betreft. Ik besef de weelde
daarvan op 't oogenblik nog niet, de trouble werkt altijd na. Maar 't lijkt me nu
langzamerhand wel fijn.
Het lastigste is nu een woonplaats of liever opslagplaats voor mijn boeken en pied à
terre te kiezen. Met het
| | | |
varen is Holland natuurlijk 't eenige, maar dan treft de belasting direct zwaar en je zit weer een
beetje vast aan de Heimat. Weet jij een oplossing? Parijs is ook niets gedaan, daar voer je niets
uit.
Van de literatoren is mijn tijdelijke dorpsgenoot Roland Holst ongeveer de eenige met wie ik nog
blijf omgaan, die is ook heel geschikt. Maar 't isolement wordt wel groot. Laat jij gauw weer iets
hooren, als 't kan voor mijn vertrek. Dit is 17 Mei a.s. met de Venezuela K.N.S.M. Als je kunt
informeer eens of La sombra del caudillo van Guzman daar [in Madrid] te krijgen is, ik kan dit
boek hoogstwaarschijnlijk vertalen, dat zou een mooi werkje zijn voor aan boord.
[met inkt eronder:] schrijf mij spoedig.’
Op den brief dien ik hem schreef kwam in lange maanden geen antwoord. Van Antonini
hoorde ik in 't late najaar omtrent het noodlottig verloop der reis om Afrika en nog voor
mij het nieuwe adres in Noord-Italië bekend werd bereikte mij een brief uit Ortisei van
23 December.
‘... Laat ik maar bij Mei beginnen. Zóólang hebben we niets van elkander gehoord.
Ik heb Mei-Juli een reis naar Zuid Amerika gemaakt. Onmiddellijk aansluitend - een reis
rond Afrika.
| | | |
Onmiddelijk aansluitend - een malaria te Genua. Daarop reconvalescentie te Merano
en hier.
Dit laatste klinkt niet erg prettig en inderdaad was het een zware malaria, zelfs met
dreigende zwartwaterkoorts. Echter ben ik er weer zoowat bovenop. Echter ben ik nog
steeds zeer vatbaar voor pharyngitis en bronchitis en dat blijft toch een leelijk ding.
Denkelijk ga ik - als ik weer heelemaal klaar ben - weer een reis naar Zuid Amerika
doen.
Medisch is er ook in Zuid Amerika niet veel te beginnen. Ik kreeg uitvoerig bericht van
den heer Methöfer, zaakgelastigde te Bogotà.
't is overal hetzelfde - dalles.
Ik zou nòg voor Marokko voelen, maar niet Tanger, dat klimaat is toch zeker ongunstig
voor mij.’
Op 7 Februari schrijft hij opnieuw, deze keer uit Lausanne. ‘Ik heb weer de suite
afgewerkt: verkoudheid, keelontsteking, bronchitis, griep en nu ter opluistering daarbij
malaria aanvallen.
Over eenige dagen ga ik weer naar Holland, financien raken uitgeput en 't weer is bar
slecht voortdurend’.
Er was door zijn vorigen brief, ten gevolge van al te groote beknoptheid misverstand
gerezen; of was die
| | | |
beknoptheid opzettelijk? Hij heldert nu op en verduidelijkt en weldra is alles weer goed. Maar er
klinkt de bezorgdheid door, dat de ander het weer verkeerd zal uitleggen. De vrees voor nog
grooter eenzaamheid, die hem te veel zou worden? ‘Neem mij mijn opmerking niet kwalijk.
Principieele ruzie's5 houd ik er niet op na. Als iemand mij mishaagt zooals Du Perron,
zeg ik de vriendschap op. Wat is daar bizonders aan?
....Vergeef mij deze enkele opmerkingen. 't Is volkomen zonder wrevel of spijt. Vergis je
niet t.o.v. mij, ik ben niet lastig in den omgang’.
En dan gaat hij weer over zijn plannen en moeilijkheden door:
‘Denkelijk ga ik toch die reis naar Zuid Amerika maken. Het is ook langzamerhand
mijn eenige kans.
Blijf ik varen of in Europa dan wordt mijn bronchitis zeker chronisch, en ik begin al
emphyseem te krijgen. Ik moet dus een goed klimaat zoeken waar ik op den duur wat
praktijk kan doen. Dus niet in Europa, niet in Marokko. In Centraal Amerika gaat het
wellicht, een hoogvlakte op 1000 M., verder tropisch, is goed. Ook Bandoeng of Zuid
Amerika zou nog gaan, maar geen van beiden trekt mij.
| | | |
Als ik niet te ziek ben wou ik de 22e gaan. Geheimhouding verzocht en verzekerd!?
Ik maak het maar kort ditmaal. In Holland hoop ik dan iets te hooren’.
Ik raad hem aan het Amerikaansche plan te laten varen en een vestiging op de
Balearen te overwegen, die mij de voor hem gunstigste voorwaarden leken te bieden.
Op 23 Februari schrijft hij een nieuwe lange brief, nu uit Heemstede.
‘Misschien komt het door je traagheid die je zelf laakt, maar ik heb altijd veel aan je
brieven, zoo ook deze. Misschien dat ze door 't wachten meer “geladen” zijn.
't Belangrijkste is voor mij, ik moet het bekennen, mijn eigen toestand. Zooals je weet
was ik deze zomer, na de reis met de Venezuela uitstekend. Daarop weer
bergafwaarts.
October hospitaal Genua na een driemaandsreis van Bontekoe. Daarna Merano,
Annecy, Lausanne, zonder blijvende baat.
Nu in Holland weer 't heele programma, bronchitis, malaria enz.
Ik was naar Holland gegaan eensdeels om de duiten, en het Zuiden en de hooge lucht
niet voor de malaria hielpen, en ook om te trachten met de Venezuela 20
| | | |
Februari af te reizen. Ik had een reductie op de passage verkregen, wel een wonder!
Vier dagen voor afreis zware aanvallen.
Wat Midden Amerika betreft, ik erken je bezwaren behalve de hoogte. Of men daar op
den duur leven kan is de vraag als Europeaan zijnde. Nog zekerder is echter dat [ik] in
Europa in die qualiteit op den duur [niet] blijven kan daar er geen werk voor mij is,
alleen al.
Er was nog iets in C. Rica, een vrouw die mij geregeld schreef... Het kon het verblijf
daar vergemakkelijken.
Maar met mijn aanleg mij in wespennesten te steken kon dit ook alles bederven. Het is
logisch eerst het land te zien, dan verbintenissen aan te gaan, niet omgekeerd.
Intusschen schreef ze mij dat ze niet langer wachten kon en anders een aanzoek niet
langer zou kunnen weerstaan, al was ik de querido boven allen, maar helaas vaag als
een noorsche god etc.
Ik vind dit eerder vergemakkelijkend, maar als ik daar kom, zie dat zij verzuimd is, zal
het toch een gevoel van lichten spijt wekken.
Maar mij er van af te maken geeft de zooveelste koersverandering.
Door al dat ziekzijn is mijn zelfvertrouwen, kan het
| | | |
anders, weer ondermijnd; ik bedoel: mijn physiek zelfvertrouwen, wat de rest betreft, ik heb al
zoo veel uitgestaan dat het wel zal blijven zoo.
Overigens de cafard in een vreemd land alleen is niet alles.
Je eilandenplan is prachtig en heeft mij vaak aangelokt. Echter.
Je begrijpt dat ik zoolang als 't gaat naar een “compleet leven” streef. Ik wil liever niet
iemand worden die steeds bij anderen logeert. Wij hadden 't in Madrid daar al eens
over.
Tweede.
Ik kan op niet meer dan een twaalfhonderd gulden rekenen, zoolang de literatuur blijft
gaan. Alle tijdschriften betalen minder, bij de Arnhemmer, nu in surséance, verloor ik
319, en nog enkele stroppen. Ik moet dan een arm vrijgezel definitief worden en een
pensionleven leiden.
Een paar reizen per jaar zou nog enkele jaren gaan, dan zullen overal vaste
scheepsartsen zijn.
Bovendien riskeer ik dan, vertroeteld door het zachte klimaat van Balearen of Canairen,
nog meer bronchitis en toebehooren, Bronchitis garni.
Een vrouw te zoeken die wat kan of wat heeft vind ik
| | | |
een onwaardige speculatie. (Die in C. Rica is arm en leeft van haar werk).
In Holland iets vinden lijkt wel uitgesloten. Vage beloften na twee jaar volontair, daar bedank ik
voor.
Misschien is naar C. Amerika gaan een wanhoopsplan, naar Indië ook. Maar blijft mij
veel anders over.
Op de Chilijn varen lijkt mooi, maar een hut tegenover de machinekamer hield geen
arts tot nog toe meer dan twee of drie reizen uit.
Dus o mijn arme azem.
Neen, varen zal wel uit zijn, en hervat ik het, dan is 't uitstel van executie. Een paar jaar
dan is de azem uit (emphyseem als 't zoo doorgaat).
Zooals ik nu ben, physiek totaal niets, voel ik er voor op Teneriffe te gaan zitten; een
jaar kan ik 't nog wel uitzingen, mij om niets, ook Costa Rica niet te bekommeren en
wachten wat er nog van terecht komt.
Maar ik ken mij zelf, zoodra het wat beter gaat word ik onrustig, veracht mij om mijn
renteniersbestaan en wil weer iets beginnen. En de zorg voor de toekomst.
Neen, anders wist ik nog tijdelijke raad, maar nu geen enkel. Ik heb wel een somber
beeld opgehangen, ne m'en voulez pas! En 't uitsluitend over mijzelf gehad.
Dat ik niet overdrijf moge je blijken uit het feit dat ik
| | | |
nu 63 kg zonder overjas, maar met kleeren weeg, lengte 184.
Ik hoop niet dat deze mededeelingen naar je “vertegenwoordiger in 't buitenland”6
gaan. En verder zal ik deze niet meer zoo noemen.
Antwoord mij ditmaal spoedig, ik zie geen licht en vegeteer weg. Werken allang
verleerd.
Groet M.7 en deel haar maar niet te veel mede van deze pretjes. ’
Het antwoord ging per keerende post, twee dagen later; nog eens een poging hem te
helpen bij het ontwarren der weerbarstige draden van zijn bestaan, al was de hopeloos
desolate toestand waarin hij toen werkelijk al verkeerde vanuit de verte en uit brieven
alleen niet te peilen. Kon men hem helpen? Ik geloof van niet. Men kan een ander niet
helpen, slechts zichzelf, en hoogstens een enkele keer trachten voor den ander hardop
te denken. Soms wijst zooiets een bruikbaren weg.
Den 15den Maart schrijft hij een briefkaart met potlood; hij ligt in een rusthuis.
‘Dank voor je uitmuntende brief. - Daar ik weer zieker ben - lig de heele dag - kom
nog niet tot uitvoerig antwoord; ik hoop over een paar weken. - In vele opzichten heb je
't bij 't rechte eind....’
| | | |
Tot dit uitvoerig antwoord komt hij pas den 23sten April.
‘Je brief was zeer welkom. Ik bleef wel in gebreke. Een paar weken was ik flink ziek -
daarna herstellend weer - maar zoo indolent, dat ik alle correspondentie uitstelde - en
vooral tegen de brief aan jou zag ik op, omdat dit uiteraard een lange brief zou worden
en ik mij daarin weer veel over mijn eigen persoon zou moeten onderhouden - als men
ziek is neemt het egocentrisme nog toe - en de “eilandenkwestie” was nog
hangende. Je brief is dus ook een welkom stimulans te schrijven. Ik las gelukkig dat
jullie het goed maakt, ondanks alle troebelen in Spanje, en het lenteweer dat hier
constant abominabel is, en het daar ook wel zal zijn. En moed voor een tocht naar Zuid
Spanje. Als ik de berichten lees verbaas ik mij daarover. Maar 't is zeker weer het oude
liedje dat het van buitenaf erger lijkt dan het van binnen is. Zoo was het ook in Italië - in
de twee-en-een-halve maand van mijn verblijf niets geweest - Alleen toen ik zwaar ziek
in Genua van boord kwam was net de oorlog verklaard en luidden alle klokken en
brulden de sirenen van Rex en andere schepen, en ik had al barstende hoofdpijn; dat
was schitterend.
Maar dus - jullie tocht in Zuid Spanje gaat toch wel
| | | |
door - en ik wensch jullie prachtig weer en dat ik jullie een eindje vergezellen kon.
Ik lig nog bijna de heele dag, zij het dan nu op een dekstoel - zal nog een maand duren voordat ik
weer loop - en voordat ik weer op mijn oude ook al niet groote krachten ben valt niet te zeggen.
Eerst een maand in een rusthuis - nu thuis - bij mijn moeder. Zie zeer weinig menschen. Alleen
Jany Roland Holst, met wie ik nogal bevriend ben, komt trouw eenmaal in de week uit zijn
noordelijke residentie mij opzoeken.
Over Holland kan ik je dus niet veel meedeelen - waarschijnlijk ben je zelf beter geïnformeerd
dan ik. Er gebeurt, geloof ik, niet veel. De N.S.B. schijnt te groeien - Ontevredenheid is ook een
Hollandsche eigenschap - waarop ik ook al geen uitzondering maak.
Zoo kom ik dan langzamerhand op het chapiter “ik”. Door jouw brief hoef ik sommige
dingen niet meer te zeggen - bezwaren heb je zelf gevoeld - Gaan we uit van mijn
gezondheid dan is het zoo: ik heb weer een knauw gehad, - vooral door de malaria -
iets onherstelbaars is 't nog niet - maar mijn weerstand is afgenomen, ben voor langen
tijd nog labieler.
Ook mijn longen hebben weer door de langdurige “bron-
| | | |
chitis” elasticiteit en capaciteit verloren, blijvend. - Een collega was zoo vriendelijk
mijn “blijvende invaliditeit” op 30% te stellen. Ik ben blij eens een positieve
uitspraak te hebben.
Het zoeken van een goed klimaat is dus niet het najagen van een chimère maar een
dringende eisch.
Als eiland ligt Majorca zeker zeer geschikt - Maar 't is erg vol vreemdelingen - En 's
winters kan het er ook zeer guur zijn (mistral).
Wil ik wat aan een verblijf in 't Zuiden hebben dan moet het klimaat ook zoo zijn dat het
de nadeelen - voeding, comfort, verzorging, verwarming - je weet zelf hoe deze in
zuidelijke landen zijn - ook opweegt. Van daar de Canarische eilanden of Madeira. Het
eenige vrijwel constante klimaat wat ik ken.
Ik kan mij echter nog altijd niet indenken hoe ik alleen - constant - zou kunnen leven -
Toch ben ik 't eens met je idee: begin met ergens te blijven, dan komt de rest wellicht
vanzelf. Vergeet echter niet dat ik - geen vrouw - geen emplooi hebbend - 2 dingen mis
waar de meesten hun levensvastheid aan ontleenen - ook zorgen minder, ja.
Maar mijn financien zijn zoo, dat ze voor een sober leven zouden strekken. (Ik heb
daarbij gerekend dat de
| | | |
literatuur mij ± f 700 jaars zou blijven opbrengen en dat ik daarbij nog minstens een vertaling
van een boek per jaar zou hebben).
Echter lange tijd alleen zijnde heb ik, vroeger sterk, nu ook nog tamelijk, de neiging mij te
verwaarloozen. En - alleen zijnde heeft men nu en dan behoefte aan excessen. En dan is de
begrooting in de war. Ik heb in Italië ± 3 weken met een artiste doorgebracht van nogal
bescheiden pretentie (ik bedoel niet amoureus doch financieel) toch zijn daarmee ongeveer 1800
L. gemoeid geweest. Enkel [.....?] uitgaan - eenige dagen in een eenvoudig hotel.
(Misschien stelt deze meening je weer gerust over de verzen uit Helikon. Verzen moet men niet
te letterlijk nemen. Ze zij in ziekenhuis Genua geschreven).8
Enfin, je ziet, ik zou een jaar braaf en constant moeten leven op een gunstige plaats en
dan zien “wat er van kwam”.
Maar daarbij komt nog, hoe vind ik een behoorlijke samenleving? Met artisten op
Majorca zou mij niet bevredigen. Met touristen op Madeira ook niet - Je weet zelf dat
inniger contact met Spanjaarden en Portugeezen hoogst zelden ontstaat. Ik ben
indertijd wèl aardig ontvangen door een paar Portugeesche literatoren in
| | | |
Lisboa - Deze stad bekoort mij zeer, maar is wel erg ingeslapen -
Toch zou ik daar nog 't meeste voor voelen als het “zuidelijke verhuisplan” doorging.
Het ligt ook niet kwaad, heeft een evocatief verleden. Maar de loomheid!!!
Ik ben voor arts opgeleid - en je moet begrijpen dat het - hoe los ik er ook van sta - het
heelemaal opgeven mij zou zijn als een amputatie - tenzij ik een ander beroep zou
beoefenen. (Schrijven is geen beroep al zou je 2 jaar onafgebroken van 9-12, 2-5, 7-9
kunnen schrijven - Dit moet toch vrij zijn en blijven).
Ik heb zoo - al liggend en zoekend - natuurlijk wel een en ander gedacht. B.v. mij toe te
leggen op de koffie cultuur - dat waarborgt tenminste een gezond klimaat - maar weer
gemis aan de andere - de europeesche cultuur, die ik zoozeer volgens jou behoef.
Misschien denk je dat dit mij ook al door Costa Rica is geïnspireerd.
Ik zal je uitleggen wat de attractie van Zuid Amerika op mij is - Men voelt zich er
zorgeloos - begrijpt niet waar men zich in Europa druk om maakt. Het leven is er zoo
gemakkelijk. En - een voornaam ding - de vrouwen zijn er veel toegankelijker dan in
Spanje. Groot
| | | |
voordeel voor weinig kapitaalkrachtigen! Echter - ook wel kans in wespennesten te raken - waar
ik nogal aanleg voor heb. Maar met moed beleid.
Misschien is de toestand in Zuid Spanje ook wel zoo - je kunt mij daarover misschien iets
berichten als je terug bent, dan hoef ik het daarvoor niet zoo ver te zoeken! En dan - ik heb 't idee
dat je in Zuid Amerika nog wel eens aan een baan kunt komen. Als Europeaan heb je toch nog
wel eenig prestige (vooral als officier, dit merkte ik de keeren dat ik in uniform aan wal ging; in
Venezuela was dit verplicht zelfs). Maar dat is misschien een dwaas, kinderlijk romantisch idee
van mij en laten ze je daar na de eerste dagen van Spaansche hoffelijkheid weer hard stikken - als
in 't lieve vaderland. Ja R., alweer 8 pagina's words, words, words -
En 't slot zal toch wel zijn dat ik weer aan boord ga, waar ik tenminste een omgeving heb en een
positie, al is 't beide geborneerd, en lotgenooten - allen zich schikkend in een bijna constant
coelibaat, en nu en dan een verhoogde kans op geslachtsziekten, welk risico men na lange
onthouding gaarne blijde en losjes loopt. Ik zal misschien nog eenige reizen zoo goed en kwaad
als 't gaat volbrengen en dan weer een bronchitis en toebehooren krijgen en nog een, tot ik
blijvend kort-
| | | |
ademig en slinkend dan noodgedwongen nog eenige jaren in dat lokkende Zuiden slijt.
Zoo zal 't wel gaan denk je niet?
Je hebt niet ongelijk als je zegt dat ik “meer droomer dan man van de daad” ben -
maar juister is dat ik zeer traag en passief ben aangelegd. De - vrij weinige bijzondere
dingen die mij overkwamen heb ik er goed afgebracht, b.v. moeilijke gevallen en
operaties aan boord. Maar ik ben niet zoo dat ik mij “een werkzaam en vruchtbaar
leven schep”.
In Juli en Augustus kan ik weer varen als ik wil - of liever - als ik niet nu wil.
Waag je nog een voorspelling - doe je nog een poging - mij een haven aan te wijzen?
Of vind je 't “welletjes”?
Denk niet dat ik 't zelf “tragisch” neem.
Als mijn longen mij niet op goede medische gronden met blijvende zorg vervulden, dan
zou 't mij heusch niet zooveel meer kunnen schelen en zou ik wel 't een en ander
beginnen.
Maar zoo - ook van die kant word ik danig ondermijnd. Genoeg - meer dan genoeg!
Ik hoop van jullie reis iets te hooren - ook van M. weer eens enkele regelen - “dans
any sprache”.
| | | |
Ik schrijf nu weer in beter tempo als je wilt. Maar geef jij niet de voorkeur aan weinige
grondige brieven? (Ik hoop stilletjes, merk ik, toch nog eenige raad van je te
ontvangen!)
O, ja, mocht ik iets herhaald hebben in deze brief - uit vorige - vergeef mij dan, ik ben
oud en kindsch, heb ook een vrij lange roodbruine baard gekregen. Nu [ik zal] 't hierbij
laten, ik stuur je ook binnenkort een exemplaar “Eerlijk Zeemansgraf”. Laat
spoedig iets hooren!’
Postcriptum op bijgevoegd blad: ‘Deze brief ligt ook al een paar dagen, vind het nu
voor een deel debiel geklets - zal het nu maar afsturen, toch - dan weten jullie iets van
me - later beter’.
Ik schreef hem nog eens, den 30sten April; niet veel nieuws. Het werd onvermijdelijk
een herhaling van het reeds gezegde, met andere woorden; vooral van datgene waarop
hij niet was ingegaan: dat elke verbetering van zijn lot in de allereerste plaats en in den
grond der zaak afhing van zijn ernstige wil om tot een geordend bestaan te komen.
Was die wil er? Was hij zelfs maar in staat zooiets te willen? Zijn brieven geven er geen
bevestiging van.
Vijf weken later zond ik hem een nieuw levensteeken.
| | | |
Wij waren intusschen op Mallorca geweest; ik kon hem, nu uit eigen ervaring, slechts
bevestigen wat ik reeds eerder en bij herhaling had geschreven: dat dit eiland naar mijn
gevoelen de voor hem gunstigste voorwaarden in zich vereenigde. Op 9 Juni ontving ik
zijn laatsten langen brief.
‘Reeds meer dan een maand heb ik je brief, waar ik erg mee was ingenomen.
Dat ik niet eerder antwoordde ligt hieraan: ik wilde er eens over denken -
En zoolang jullie op reis waren niet schrijven - (wat is het tenslotte geworden Andalusie
of Majorca?) wat heeft een jong paar dan aan brieven waarin uiteraard Frau Sorge niet
afwezig kan zijn. Verder kreeg ik 10 Mei een ernstige inzinking, zal maar niet in details
treden, maar 't aan je fantasie overlaten.
Een paar weken was ik weer geheel aan bed gekluisterd - het weer was abominabel
koud. Eerst nu ook, 6 Juni, eenigszins behagelijk.
Gezellig nieuws kan ik je uit dien hoofde ook al niet meedeelen. Mijn eenige bron
daarvoor, Jany Holst, komt mij morgen weer opzoeken na een maand in Parijs en
Bretagne. Misschien wacht ik nog af dat deze bron geweld heeft en stuur dan de brief
weg. -
| | | |
Ik wachtte - hier is nòg een reden voor het late antwoorden - om meteen een exemplaar
van het “Eerlijk Zeemansgraf” te sturen. Maar dit is nog altijd niet uit - vertraagd
- ik keurde het eerste omslag af - en, misschien als repressaille, schijnt het tweede vele
technische bezwaren te geven -
Zoodra het uitkomt stuur ik het.
Het vers dat je me zond is sterk van expressie. Typisch dat wij ons vaak door verwante
onderwerpen aangetrokken voelen - Hoe komt dat?
Ik schrijf en lees de laatste lange tijd zeer weinig gedichten - Niet een goed teeken.
Misschien vermindert de “poetische inslag” ook met de jaren.
Proza schrijf ik nog wel - fragmentarisch, hopend dit tot een groot werk te vereenigen
als ik weer bij machte ben.
Ja, mijn waarde, of ik wil of niet - de gezondheid en 't gunstige klimaat staan voorlopig
op de voorgrond.
Voor alles dit: het is mijn ernstig streven een oplossing en een standplaats te vinden en
ben niet geneigd - zooals jij veronderstelt of tenminste oppert - om mijn leven maar te
laten slabakken. Anders zou het geen zin hebben er zoo lange brieven over te schrijven
en jouw tijd en aandacht er voor te vragen.
| | | |
Dus waag ik het er nog eens over te schrijven - Het is wel van vitaal belang -
..... Je weet wel dat ik het varen niet eens onverdeeld onprettig vind - ik heb daar o.m.
wat jij zoo noodig acht: “een wisselend aantal menschen die men ziet zonder intiem
te worden”.
En dan kan het noodig zijn pecunia causa - De papieren zakken - De literatuur zakt als
verkoopbaar product - Ik kan nu eenmaal niet als een lazeroni in 't Zuiden leven, moet
eenig comfort en goed eten hebben, vooral nu - Wat een uitweidingen - alles
symptonen dat het gezondheidsprobleem op de voorgrond staat.
Waarom ben jij zoo gebrand op Majorca? Wat zijn de voordeelen van het eiland, van
Palma zelf ? Geen handelscentrum, dus van die kant weinig kans op werk. Soort
“residents” engelschen met een klein pensioentje, duitsers, emigranten niet
arisch - ontevreden.
Over 't geheel geen gunstige “kennissen om te zien”. Ken jij het aardige stukje
van Thelen over de pensions van 4 - 7 - 10 - 12 - 15 e.m. pesetas?
Ibiza is nog geïsoleerder - nog minder kans wat te doen te krijgen op den duur.
Nogmaals; ik verwerp deze vestiging niet direct - maar tel jij die nadeelen heelemaal
niet?
| | | |
Maandag 8 Juni.
Zoojuist je brief ontvangen en schrijf maar gauw door, het is maar goed dat je deze
zond, anders was 't epistel misschien weer blijven liggen - Nu, dat was waarlijk een
hymne op “het schoone eiland” - Ik woon hier dicht bij de Haarlemmerhout en
de meneer die Beets er wandelen liet zou misschien zeggen dat uit die brief alleen blijkt
“dat de Heer en Mevrouw T. mooi weer op reis getroffen hebben”. - Maar ik
geloof het wel dat het bekoorlijk is, vooral nu.
Ik was er in Augustus-September 1930, toen was het heet, maar mij toch niet te heet -
wat dor - geen wonder - en vrij veel touristen - ook geen wonder.
Ik had een pension van 6 pesetas in een achterstraat. In die tijd was ik bezeten door
een zuinigheidsmanie - nu ben ik eerder verkwistend, terwijl ik er financieel veel minder
aan toe ben.
Mijn volledige reisherinneringen daar zal ik jullie nog wel eens vertellen - als ik jullie een
bezoek brengen kom op 't landhuis, of jullie in mijn spelonk afdalen. Want inderdaad,
dat je er geregeld zult verschijnen maakt het aantrekkelijker.
Maar dit nog niet [doorhaling] beslissend zijnd -
Wat wel [doorhaling] beslissend is?
| | | |
(Merk je dat ik me tweemaal verschrijf bij dit woord? Is dat een (freudiaansch) bewijs
dat ik het land heb aan beslissingen? Zoo, nu gaat het goed).
Als de gulden èn de franc dalen zullen mij die 12 pesetas of 10 p.d. pension nog te veel
zijn - en moet ik zij het met een bloedend ..... ik zal maar niet zeggen wat - gaan varen -
dit najaar -
Op inkomsten uit literatuur kan ik niet meer rekenen - Voor vier jaar kon ik nog een paar
mille per jaar bij elkaar schrijven, critiseeren, vertalen, nu geen fl. 500. -.
Zoo - Het spijt me dat ik weer zoo te keer ging over mijn dierbaar zelf - maar in deze
brief ben ik toch zelf tot een beschlissing (merk je de ch, hier spreekt mijn poolsche
afkomst!) gekomen, al schuif ik die nog gedeeltelijk op 't dierbaar geld.
Eigenlijk zit ik nu in een psychisch moeras, dieper dan ik in San José er in zou zijn -
ziekte, liggen, Holland nu!
Nog iets; komen jullie nog in Zwitserland - misschien kan ik een paar goedkoope
marken krijgen en in Zuid Duitschland kuren doen - zien we elkaar dan bij de
donderende waterval van Schaffhausen? Groet M. en schrijft zij nog een lettertje? Stuur
weer eens een foto!
Juan van Palma tot Mannekoor.’9
| | | |
Zijn besluit was genomen, namelijk: geen besluit te nemen en door te worstelen in eeuwigen
tweestrijd. Men kon hem niet helpen, men kon hem hoogstens een eind weegs op zijn moeilijk
pad vergezellen. Ik schreef hem een korten brief, maar raad kon ik hem geen meer geven; hij
vroeg er ook niet meer om.
De onweerswolken boven Spanje werden dreigender. Op 18 Juli brak de burgeroorlog uit; een
tijd van absorbeerende beslommeringen volgde.
Midden in de spanning der eerste maanden ontving ik op 22 Augustus in Madrid een briefkaart,
in het fransch gesteld, blijkbaar om den censor tegemoet te komen.
‘.... Avec moi ça ne va pas brillant: bien qu'à présent je me sens beaucoup mieux. Il y
a 6 semaines j'avais fièvre continue et pesais 54 K.G.! Comment va M.? Il paraît que
ma correspondence antérieure vous a irrité. Je le regrette, la maladie en est cause. Si
tu as le temps envoyez moi un petit mot ....’
Wat had in hem weer de twijfel gewekt? Was mijn vorige brief te kort geweest, te
ongeduldig? Of had het uitblijven van een reactie op het eind Juni ontvangen ‘Eerlijk
Zeemansgraf‘ hem gekrenkt? Het kwam, toen ik op het punt stond Madrid te
verlaten, de rust ontbrak. Het was mij mogelijk hem nog een kort geruststellend
| | | |
briefje te doen toekomen, onkundig van den reeds niet meer te keeren loop der dingen.
Zijn schip werd weerloos voortgedreven naar dat verre in droomen geziene Ultra Mare, een
wereld van ‘niets dan waaiend schuim’.
Zal ik nu eindelijk, vergaan, vergeten,
Verlost zijn van verlangen en berouw?
Het mijne zwalkte, niet veel minder hulpeloos, langs de eerste klippen en atollen, door
de eerste stormen naar dat sombere gevarengebied dat, 1939 bereikt, jarenlang moest
worden doorkruist; een dor leven temidden van ontbinding en verwildering.
Wij hadden elkaar nog een laatste teeken van verstandhouding kunnen geven.
Op dienstreis in Holland vernam ik zijn dood uit de pers. Ik heb hem nog eens gezien.
Hij lag er, ongenaakbaar en onherkenbaar. Een onbekende uit welke verre gebieden
gekomen? In zich gesloten, met zichzelf bezig, zeer superieur en eindelijk verlost.
|
5Ik had slechts belangstellend naar zijn verschillende groote en principieele ruzies
geïnformeerd.
6Toespeling op Antonini, van wien hij eind 1935 eenig nieuws over mij vernam, nog
voor dat ons rechtstreeksch contact per brief werd hervat.
8Hij doelt hier op de gedichten ‘Herfsttij der kolonialen’ en ‘Voor de zooveelste
maal’. Helikon no. 1, 1936.
9Woordspeling op het stadje Manacor op Mallorca
|
|