|
|
|
| |
| | | |
Aantekeningen bij Korte karakteristieken
| | | |
blz. 769: Max Rooses
Een grote manifestatie was onder het voorzitterschap van Pol de Mont op touw gezet, toen Max Rooses in 1912 bevorderd was geworden tot
Commandeur in de Leopoldsorde.
Een Vlaamsch Muziekfeest werd op 19 Mei gehouden onder leiding van Edw.
Keurvels.
blz. 769 r. 3: zie dl. III, blz. 127 en 192.
| |
blz. 770: Lodewijk de Raet herdacht
Artikel geschreven voor het December-nummer van
De Vlaamse Gids
(1939, nr. 3), 25 jaar, maand voor maand, na de Raets
overlijden in volle oorlog, als België voor goed bezet was. Over de Raet
zie Max Lamberty:
Lodewijk de Raet, grondlegger van een Vlaamse
volkspolitiek
, Antwerpen 1951.
blz. 771 r. 3: Cf. dl. III, blz. 664 / r. 15: Hubert Langerock,
zie dl. III, blz. 895 / r. 18: zie blz. 136; Cf. dl III, blz. 832 en M.
Lamberty: Lodewijk de Raet, 1951 / r. 22: Cf. dl. III,
blz. 620 / r. 2 v.o.: Lion (= Leo) Simons, ('s-Gravenhage 1862-Rotterdam
1932), stichter van de Maatschappij voor goede en goedkope
lectuur (1905), waarvan een serie de titel droeg Wereldbibliotheek, die op de maatschappij overging. Cf. ‘
Gedenkboek der W. B.
’, 1915.
blz. 772 r. 7: August de Winne
(1862-1935) A travers les Flandres verscheen in 1902,
19092; de Nederlandse vertaling van Karel Beerblock
Door arm Vlaanderen
. Inleiding van Edw. Anseele (1903), 1904 en 1911-15. / r. 11:
Emile Waxweiler, Belgisch socioloog (Mechelen 1867-Londen 1916),
accidenteel overleden (zoals E. Verhaeren). Door Ernest Solvay als
directeur uitverkoren voor diens ‘Institut de sociologie’ (1902), na de
Arbeids- | | | | beurzen van Gent en Brussel te hebben bestuurd, Zie dl. III, blz. 803
en 831. / r. 22: Vlaams Economisch Verbond opgericht
op 28 Juni 1908 als Vlaamsch Handelsverbond; in V.E.V.
overgegaan in 1926.
blz. 773 r. 3: Er bestaat een tekst in handschrift op 29 Dec.
1914 geschreven. Was hij bedoeld als een lijkrede? Slaat hierop de
slotpassus van het artikel? De tekst van 1914 volgt hier:
In memoriam L. De Raet.
Midden in de tragedie, die we dag aan dag beleven, viel het
ongelooflijke bericht: de Raet plotseling gestorven. Moest ook dàt
ongeluk ons nog treffen! Sedert enige maanden hebben we ruim
gelegenheid gehad, om het nutteloos rouwbeklag af te leren: we zijn
wel wat verhard. Maar dit was weer een slag, - dit neep ons de keel
toe. Zo kort na 't afsterven van Max Rooses*, den grijzen leider der Vlaamse
Beweging, wiens gezag door allen erkend werd, onbesproken! Lodewijk
de Raet was hem opgevolgd als voorzitter der Vlaamse
Hogeschool-Commissie, hij nu de aanvoerder in den beslissenden
strijd, die ons het allernodigste geven moet. En thans... - Hij was
44 jaar!
De betekenis van L. de Raet zal zijn, dat hij meer dan wie
ook gedaan heeft om de Vlaamse Zaak een vasten grondslag van
werkelijkheid te geven.
Hij was wel de eerste niet die zulks beproefde. Reeds in
1869 had Vuylsteke in zijn
Korte statistieke beschrijving van België
op de economische zijde der Vlaamse kwestie gewezen. Maar
zeker is toch, dat tot in de jaren 1890 de ideeële dampkring van het
flamingants geloof vrij romantisch bleef. En dat de Raet, toen een
realistischer opvatting allerwegen ingang mocht vinden, toen het
Vlaamse vraagstuk als sociaal vraagstuk beschouwd eindelijk in zijn
ganse uitgebreidheid aangreep, terwijl hij, man van studie, door
stipte feiten-kennis goed onderlegd, het omvangrijk en nauwkeurig
materiaal stevig ineenzette.
De leuze van J.F. Willems: ‘De
Taal is gansch het Volk’, kon eigenlijk niet meer voldoen. Men ging
inzien, dat voor een
| | | |
natie het volkomen bezit van haar taal niet de
enige bron is van veredeling en welvaart, niet de enige bron van
volkskracht. Maar ook omgekeerd, dat in het Vlaamse land geen enkel
vraagpunt van economischen of socialen aard geheel onafhankelijk van
de taalkwestie mag heten.
De opstellen die de Raet in het
tijdschrift
Vlaanderen
schreef, over Vlaamsche Captains of Industry,
Vlaanderen's economische ontwikkeling, Vlaanderen's Landbouw,
Vlaanderen's Zeevisscherij (1905), Volkswelvaart en
Stambelang (1906), zijn afzonderlijk
verschenen stuk over Een economisch programma voor de Vlaamsche
Beweging (1906): het zijn als zovele
daden, waardoor hij de werking van een Vlaamse elite, op een
onafzienbaar arbeidsveld, richting en macht tot handelen gaf.
Maar van den beginne aan moest hij inzien, dat de omzetting
der Vlaamse volkskracht in werkzame technische en zedelijke waarden
eerst in ruime mate kon geschieden, als we over het onontbeerlijk
‘orgaan’ van ons hoger verstandelijk leven beschikken - de Vlaamse
Hogeschool. Deze was het eerste vereiste, - het middenpunt dat
veroverd moest: anders zou geen poging ooit afdoende gevolgen
hebben.
Dank aan het helder inzicht en het doorzettingsvermogen van
prof. MacLeod was de Vlaamse
hoogeschool het hoofdartikel van het flamingants programma geworden.
Door hem werd het verslag der eerste hogeschool-commissie
ontworpen (1897). MacLeod's plan
kunnen we aldus samenvatten: de hogeschool van Gent moet vervlaamst
worden, en wel trapswijs, door iederen nieuwen leraar bij zijn
benoeming de verplichting op te leggen, in het Nederlands te
doceren; deze maatregel zou echter voorlopig op de Technische
Scholen niet toegepast worden.
L. de Raet, dien zijn studies telkens weer leiden moesten
tot dat centrale vraagstuk, ontdekte weldra dat het stelsel van
MacLeod grote bezwaren opleverde, en waagde het, een radicaler
oplossing voor te dragen: 1o
De gehele hogeschool, met inbegrip der Technische Scholen,
moest vervlaamst worden; 2o
het bestaande moest niet alleen vervlaamst, maar merkelijk
uitgebreid, door toevoeging ener faculteit voor sociale- en
handelswetenschappen, en ener faculteit voor landbouw en
veeartsenijkunde.
Die nieuwe zienswijze werd door L. de Raet uitvoerig
toegelicht
| | | |
in het lijvig boekdeel:
Over Vlaamsche Volkskracht: De Vervlaamsching der Hoogescholen
van Gent (1906). Nog nooit
had men de hogeschool-kwestie aan zulk een diepgaande studie
onderworpen. Er kwam beroering, in de intellectuele kringen drong
het besef door, dat het verslag der eerste commissie moest herzien
worden. En zo werd de stoot gegeven tot de vorming ener tweede
Hogeschool-Commissie, die nog eens de vraag in al haren omvang
geduldig onderzocht, de nieuwe gezichtspunten van de Raet bijtrad, en het ontwerp van MacLeod nog ingrijpender veranderingen liet
ondergaan, in dien zin, dat de wijze van vervlaamsing, door MacLeod
voorgesteld, minder doelmatig werd bevonden dan een geleidelijke,
maar op de gehele lijn doorgedreven vervlaamsing per
studiejaar.
Van die tweede Hogeschool-Commissie, die den strijd
behoorlijk organiseerde, was L. de Raet de verslaggever, en zijn
uitgebreide memorie van toelichting (1910)
zal wel, meen ik, de grondslag blijven van alle verdere
uiteenzettingen. Hiermede toonde hij zich echter nog niet tevreden:
daar een tweede uitgave van zijn boek van 1906 gewenst was, vatte
hij in 1913 al zijn studies omtrent de Vlaamse Hogeschool samen in
Over Vlaamsche Volkskracht: Vlaanderens Kultuurwaarden
(XVI, 686 blz.), bij verre het
voornaamste monument der jongere Vlaamse Beweging. - Een tweede
boekdeel ligt in handschrift gereed en zal, naar ik verneem, zodra
mogelijk verschijnen.
L. de Raet had niets van den volksleider-redenaar, die de
menigte opzweept: hij was de man der wetenschap, de stille werker.
Ik kan niet beter zeggen dan de Brusselse correspondent van de
Nieuwe Rotterdamse Courant: “Deze tengere was de
best-gewapende, deze schuchtere was de minst-verschrokkene, deze
bescheidene was de meest-beslagene”. Achter zijn bedeesde zachtheid
voelde men het vuur van zijn innige overtuiging; hij groef zijn vore
tot het einde toe, zonder zich ooit te laten afleiden, - zonder één
zwakheid. Hij had het geloof en de kennis, en de onverbreekbare
trouw aan wat hij als waarheid erkend had, en den taaien wil...
Den taaien wil... Ineens ligt alles neergeveld, we kijken
elkaar aan als ware 't niet mogelijk: de Raet is dood!
... We mogen niet staan treuren: meer dan ooit hebben we
behoefte aan hoop, voor de dagen die komen. Gelukkig die, als de
Raet, door den blinden dood getroffen, zulk een werk mag
achterlaten!’
| |
| | | |
blz. 773: Alberik Deswarte
Geb. te Nieuwpoort, 28 Juli 1875 advokaat; overl. te Brussel, 19 Juni
1928.
Toespraak voor de Senaat in naam van de B(elgische) W(erklieden) P(artij)
(Ann. Parl. 19-6-1928; blz. 958) na de Voorzitter
E.L. Tibbaut en de Minister van Justitie, Paul Janson.
Gedeeltelijk verschenen in
Ontwikkeling
, maandschrift uitgeg. onder bescherming van de B.W.P., 19 Juni
1928.
blz. 776 r. 1-2: OEuvres Complètes. II, Sagesse 5.
| |
blz. 776: La manifestation Pirenne
Tekst verschenen in Le Flambeau; revue
belge des questions politiques et littéraires (dir. H. Grégoire
et O. Grosjean), avril 1932, no 4, blz. 412: ‘M.
Henri Pirenne ayant publié le tome septième et dernier de l'Histoire de Belgique, Le Flambeau a convié les admirateurs et
les amis du maître à le fêter dans une manifestation qui a eu lieu à
Bruxelles, le lundi 14 mars.’ A.V. spreekt in naam van de Universiteit
van Gent.
H. Pirenne: Verviers 1862-Ukkel 1935.
blz. 776 r. 19: A.V. heeft ettelijke keren H. Pirenne tegengesproken. Cf.
dl. III, blz. 157 en dl. IV, blz. 521.
blz. 778 r. 4: A.V. doelt o.a. op de professoren J. Ganshof, H.
van Werveke, op dr. V. Fris, enz.
blz. 779 r. 10: Cf. dl. III, blz. 797.
| |
blz. 779: Manifestation Léon Leclère
Onder het voorzitterschap van Staatsminister Paul Hymans richtte de Cercle d'histoire de l'Université de Bruxelles een
huldezitting in, op 23 Mei 1936, om de ‘ancien recteur’, de ‘ancien
Ministre des Sciences et des Arts’, het lid van de Kon. Academie van
België en de ‘Président de la Commission Nationale Belge des Sciences
historiques’ te eren. Aldaar spraken: M. Gilissen, A. Dustin (rector),
G. Smets (voorz. van de Faculteit), G. de Leener, T. Jonckheere, Augusta
Violon.
Een plaket werd uitgegeven; deze tekst, in naam van de oudleerlingen
uitgesproken, figureert aldaar op blz. 20-21.
L. Leclèrc beantwoordde de woorden van A.V. als volgt: | | | | ‘Merci à M. Vermeylen. Ses paroles amicales
m'ont reporté à cette année 1891 où, jeune professeur de 24 ans, j'eus
en même temps comme élèves, en candidature, Auguste Vermeylen, en
doctorat, Charles Van Lerberghe et Fernand Séverin, c'est-à-dire les
futurs auteurs du
Wandelende Jood
, de la Chanson d'Eve et de Don
d'enfance, les jeunes gens qui allaient brillamment se placer
au premier rang dans notre mouvement littéraire.’
blz. 781 r. 2-3: Toespeling op de slotregel van een fabel van
Jean de la Fontaine; Le vieillard et l'âne: Notre
ennemi est notre maître. (Fables VI, 8).
| |
blz. 781: Auguste Michot
In memoriam. Uit een brief aan de uitgever van La vie et
l'oeuvre de Auguste Michot, 1866-1921; témoignages de ses amis
recueillis par Georges Rency, Bruxelles, 1921. Bijdragen van M.
Seligman, M. de Backer, M. de Craene, J. van Gils, V. de Ghistelles.
| |
blz. 783: In memoriam Fr. Franck
Bijdrage voor
Stemmen over Frans Franck
, het herdenkingsalbum, dat in 1933 verscheen met een biografie
van Arthur H. Cornette. De tekst van A.V.
sluit de vijftien stemmen af, waaronder E. de
Bom, C. Buysse, J. Ensor, A. Gide,
Lugné Poe, M. Sabbe, Stijn Streuvels, Walter Vaes.
Frans Franck (Antwerpen 1872-Oostende 1932), hoofd van een huis voor kunstmeubelen;
begiftigde het Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen met een zaal
19e-eeuwse en moderne meesters (Verhaert, Linnig, Stobbaerts, Smits,
Ensor, Wouters).
blz. 783 r. 14: Cf. in
Lode Baekelmans ter eere
de bijdragen van V. Resseler I, 42 en A.J.J. Delen II, 144. /
r. 16: ‘Maatschappij der Nieuwe Concerten’ = ‘Société des Nouveaux
Concerts’; gesticht op 31 Oct. 1903 door Ernest van Dijck (Bayreuther
tenor), Frans Franck en Dr. de Keersmaeker. Dirigent Lode Mortelmans.
Uit De Kapel ontstaan (zie bij r. 14). Succes zo
doorslaand, dat Frans Franck ook actie voor schilderkunst inzette.
‘Kunst van Heden’ = ‘Art Contemporain’; gesticht in 1905. Willy Koninckx (1901-1954).
Dertig jaar in den dienst van de
| | | |
Kunst
(1935) en R. Avermaete (1893):
Herinneringen uit het kunstleven
, I en II (1952-53).
| |
blz. 784: Hommage à Emile Francqui
Als Vice-voorzitter van de Universitaire Stichting brengt A.V. de
dodenhulde aan Voorzitter van de U.S., Staatsminister, in de
buitengewone zitting van de Raad van Beheer van 22 Nov. 1935; opgenomen
in Quinzième Rapport van de Fondation
Universitaire 1934-1935, Bruxelles, blz. 11-13.
E. Francqui: Brussel 1863-Overijsse 1935.
blz. 784 r. 26: E.F. maakte er kennis met de latere President van de
U.S.A., C. Hoover. Tijdens de eerste wereldoorlog overtuigde E.F., C.
Hoover er van de nood in België te helpen lenigen; aldus kwam de Commission for relief in Belgium tot stand, geleid
door C. Hoover (Amerika); van Vollenhoven (Nederland) en Markies de
Villalobar (Spanje).
Op het laatste ogenblik kwam nog een tekst te voorschijn, die Pro-Rector
A.V. voor Z.M. Leopold III uitsprak als ‘hommage des Universités et des
Académies (met M. Cassier, Mgr. P. Ladeuze en Luit. Gen. Nyssens).
Opgenomen in “In Memoriam”; Hommage de “l'Illustration
congolaise” au grand Belge, au grand Colonial E.F. (Niet in
Roemans, Bibl. van A.V.).
| |
blz. 786: Toespraak huldebetoging J.F.
Heymans
Toespraak door A.V., als rector van de Gentse Universiteit, voor de
‘Huldebetooging - Manifestation J.F. Heymans’, 7 Juni 1931, blz. 19.
J.F. Heymans (Gooik 1859-Middelkerke 1932) pharmacoloog. Niet te
verwarren met Prof. Dr. C. Heymans, geneeskunde, Nobelprijs 1938.
blz. 787 r. 10: H. was rector toen in 1923 een gedeeltelijke
vervlaamsing te Gent werd doorgevoerd, naar het ontwerp van Minister
Nolf. De universiteit werd toen smalend ‘Nolf-barak’ genoemd. H.
betitelde de onderneming als ‘schoenlapperswerk’.
| |
blz. 788: Camiel Huysmans-hulde
Toespraak gehouden ter gelegenheid van de hulde Camiel Huys- | | | | mans gebracht bij 't einde van zijn minister-mandaat in 1928.
Driehonderd vijftig vlaamse intellectuelen uit alle partijen waren
aanwezig. Spraken aldaar ook Frans van
Cauwelaert, Edward Anseele (die C.H.
‘een ijsbreker’ heette, die de koelte tussen intellectuelen en arbeiders
verjoeg), M. Defrêcheux, Hein Boeken en Herman Teirlinck. Cf. De
Volksgazet, 12 Februari 1928.
Camille Huysmans werd geboren te Bilzen op 26
Mei 1871.
blz. 788 r. 4: zie dl. III, blz. 734 / r. 7: Publiciteitsfirma. / r. 12:
Isidoor Opsomer (Lier 19 Feb. 1878). Zie L.
Zielens:
Opsomer
, 1943, waarin enkele reproducties van Huysmans-portretten van
I. Opsomer voorkomen. (Zie Plaat 16) Albert van Dijck (Turnhout 1902-Antwerpen 1951), gevoelig schilder en etser.
blz. 790 r. 13: ‘Gezond verstand’: een leitmotiv van Huysmans'
oordeelvellingen, en criteria.
blz. 792 r. 8: Een superlatief van de studentikoze
drink-formule: Hij leve, hij groeie, hij bloeie, geluk en gezondheid,
dat alles in de hoogste mate.
| |
blz. 792: Frans Daels
Toespraak tot het 8e Wetenschappelijk Congres te Gent op 3 April 1932.
Frans Daels werd geboren te Antwerpen op 7 Jan.
1882. Bekend gynecoloog en kankerspecialist (Le problème du
cancer, Genève, 1950); Vlaams strijder en extremistisch
nationalist. Behoort tot de IJzer-generatie. In de loopgraven 1914-18
ontwierp hij zijn Moeder en Zuigeling, 19509.
blz. 792 r. 23: Felix Daels, geb. Diest 1877. /
r. 24: De activiteit van de verschillende soorten van wetenschappelijke
congressen wordt steeds beschouwd als het meest tastbare bewijs van de
opgang van de Vlaamse cultuur. Tot 1912 werden - van 1841 af -
taalkundige congressen gehouden; reeds vóór 1914 werd de reeks met
geschiedkundige en geneeskundige dito uitgebreid; van 1921 af werden de
congressen (van allerlei disciplines) gegroepeerd onder de stimulans van
o.a. Prof. Daels en Dr. Peremans.
blz. 793 r. 17: Zie ook blz. 776, r. 4.
| | | |
| |
blz. 794: H.D. van Broekhuizen
Dr. Herman D. van Broekhuizen (Nederland 1872-Pretoria 1953): gezant te
Brussel van de Unie van Zuid-Afrika van 1933 tot 1939. Had een groot
aandeel in de oprichting van de Belgische Zuid-Afrikaanse Vereniging (17
Nov. 1936), die ook de culturele betrekkingen met Kongo in haar
programma opnam. Voerde in vele plaatsen het woord over Zuid-Afrika en
betoonde bij elke gelegenheid zijn belangstelling voor het Vlaams
cultuurleven.
blz. 794 r. 7: Cf. Dom. A. Smits:
Betrekkingen tussen Vlaanderen en Zuid-Afrika
, Brugge, Suid-Afrika reeks, 3, 1943. / r. 14: Jan François
Elias Celliers (Wamakersvlei-Wellington 1865-1940). Zie over hem in
verband met G. Gezelle: R. Antonissen: Schets van den
ontwikkelingsgang der Zuid-Afrikaansche Letterkunde, 1947, I,
blz. 107 en vlg. / Jakob Daniël du Toit (Totius), (Die Paarl 1877-1953),
zie Antonissen, op. cit. 115 e.v. / Daniël François
Malherbe (Daljosafat-Die Paarl 1881), id. 127. / r. 26: zie onder
Celliers.
blz. 795 r. 12: Christiaan Maurits van den
Heever (Narvalspont, concentratiekamp 1902), dr. in de
Neerlandistiek, lector te Londen (na studies te Bloemfontein en
Utrecht); in 1933 prof. te Johannesburg; voornaamste romancier van
Z.-Afrika.
| | | |
blz. 799: Isidoor Teirlinck
Bijdrage voor het Isidoor Teirlinck Album; verzamelde opstellen opgedragen aan I.T. ter
gelegenheid van zijn 8osten verjaardag, 2 Jan.
1931, Leuven, 1931, blz. 66.
Isidoor Teirlinck: Zegelsem 1851-Brussel 29
Juni 1934.
blz. 799 r. 4: Toespeling op studies gewijd aan de
‘Reinaert’, bijv.
De toponymie van den Reinaert
, Gent, 1910-1912.
| |
blz. 799: Aan Willem Kloos.
Bijdrage tot het Kroonjaar Willem Kloos, 6 Mei 1859-1929, in
De Nieuwe Gids
, XLIVe Jrg. Mede nieuwe serie van ‘De 20e eeuw’ en
Het Tweemaandelijksch tijdschrift
, Mei 1929, blz. 572.
| | | |
Willem Kloos (Amsterdam 1859-'s-Gravenhage
1938).
Typisch is wel, dat W. Kloos nooit of dan zeker uiterst zeldzaam in nauw
contact gestaan heeft met Zuid-Nederland (Zie blz. 798).
| |
blz. 800: Lodewijk van Deyssel
Drie groeten aan Karel Lodewijk Alberdingk
Thym (zoon van de ultramontaan Jozef Alberdingk Thym): a) in de
Nieuwe Rotterdamse Courant
, Avondblad A, 20 Sept. 1924, ter gelegenheid van zijn zestigste
verjaardag; b) in
De Nieuwe Gids
, XLIX Jrg., Sept. 1934, p. 228, tien jaar later; c) in De Nieuwe Gids, LIV Jrg., Nov. 1939, p. 715, nog eens
vijf jaar later.
Karel Joan Lodewijk van Deyssel (Hilversum
1862-Haarlem 1952).
blz. 800 r. 9: zie blz. 801 / r. 14:
Verzameld Werk, De Kunst van Rembrandt
, V, 3e druk, 1920, blz. 311: Over het ‘Joodse Bruidje’
blz. 801 r. 4.: Cf. blz. 910 bij blz. 745.
blz. 802 r. 14: Cf. blz. 799.
| |
blz. 803: Hugo Verriest
Toespraak voor de Verriest-hulde te Ingooigem op
17 Aug. 1913. Secretaris F.V. Toussaint,
Halle; kasmeesters Stijn Streuvels en Maurits Sabbe, voorzitter Aug. Vermeylen, ondervoorzitter Rafaël
Verhulst.
Hugo Verriest: (Dl. I, blz. 15; Deerlijk 25
Nov. 1840-Ingooigem 27 Oct. 1922). Cf. dl. II, blz. 471.
blz. 803 r. 11: Het is wel typisch, dat A.V.'s eerste woorden ‘de
schoonheid’ gelden, een thema dat bevruchtend op hem heeft ingewerkt.
Zie dl. III op ontelbare plaatsen. / r. 21: H.
Conscience, zie dl. III, blz. 766.
blz. 804 r. 14: A.V. en H.V. spraken samen bij Rodenbachs
standbeeld te Roeselare, 22 Aug. 1909. Zie blz.
709.
blz. 805 r. 2: Toespelingen op René de Clercq's poëzie. / r.
20: K. van de Woestijne:
De Gulden Schaduw
;
Het huis van den Dichter
, Verz. W. I, blz. 242. / r. 26: Brons van
Jules Lagae (Roeselare 1862-Brugge 1931).
| |
blz. 806: Bij het overlijden van Pol de
Mont
| | | |
De Volksgazet
gaf op 1 Juli 1931 ‘enkele stemmen’. Zie dl. III, blz. 612 en
daarbij horende aantekeningen.
Pol de Mont (Wambeke
1857-Berlijn 1931).
| |
blz. 806: Emile Verhaeren.
Toespraak te Brussel gehouden op 28 November
1926 (Conservatorium), met Albert Mockel en Francis Viélé-Griffin (zie
blz. 563), ter gelegenheid van de herdenking van E.V. tien jaar na zijn
overlijden te Rouen als slachtoffer van een spoorongeluk. Tekst
overgenomen uit Le Thyrse, revue d'art et de
littérature, IVe sàrie, 28e année, no 39, 5 déc.
1926.
Emile Verhaeren (St. Amands aan de
Schelde 1855-Rouen 1916). Thans begraven te St.
Amands-aan-de-Schelde, in een indrukwekkende omgeving, Ontwerp: Arch.
van der Swaelmen.
blz. 807 r. 7: Cf. Verz. Werk, dl. IV, 1950, blz. 9. / r. 10:
Titel van verzenbundel: Toute la Flandre, 1904.
blz. 808 r. 11: Gent 1861-Brussel 1907. / Cf. dl. III, blz. 298 en 618; dl.
IV, blz. 574; Karel van de Woestijne:
Verzameld Werk
, 1950, VI, 192. Chanson d'Eve, eerste verzen
in Durandal, Dec. 1903. - Voll. in Mercure de France, Lente, 1904.
blz. 809 r. 2: zie blz. 659 en dl. III, blz. 896. / r. 28: Het
thema van dit gesprek slaat terug op een leitmotiv in Verhaerens
poëtiek: la folie. Les soirs (1887), Les
débâcles (1888) en Les flambeaux noirs
(1887-90). Tweede uitg. van alle drie: 1896. Les multiples
splendeurs (1906).
| |
blz. 811: Maurits Sabbe †
Tekst geschreven voor
De Vlaamse Gids
, XXVI, Feb. 1938, blz. 204
A.V. sprak ook voor de Franse Radio, op 18 Feb., een In Memoriam uit,
waarin hij, voor ‘les cendres de celui qui fut toute simplicité’, het
curriculum vitae van M.S. schetste en hem vooral huldigde als humanist,
‘car humaniste il le fut dans le sens le plus complet et le plus élevé
du mot’. ‘Un humour indulgent et spirituel’, ‘une supérieure
distinction’, kenmerkten M.S.
| |
blz. 812: R.A. Schröder
Bijdrage tot Festschrift für Rudolf Alexander Schröder zum
60. Ge-
| | | |
burtstage am 26. Januar 1938,
herausgegeben von E.L. Hauswedell und K. Ihlenfeld, Berlin u. Hamburg
1938. Onder de 26 medewerkers worden aangetroffen: Hans Carossa, Anton
Kippenberg (Insel-Verlag), Stijn Streuvels, Felix Timmermans, F. Toussaint.
Schröder (Bremen): dichter en bibliofiel. Stichtte met A.W. Heymel en
Otto Julius Bierbaum Die Insel (1899-1902), waaruit
Die Insel-Bücherei ontstond. Vertaler van
opmerkelijke kwaliteit: Homeros, Virgilius, Horatius, Cicero, Racine,
Molière, Shakespeare, T.S. Eliot en de Vlamingen G.
Gezelle, St. Streuvels, H. Teirlinck; de Nederlander G. Gossaert. Gesammelte
Werke, 1952-53.
| |
blz. 813: Nico van Suchtelen
Amsterdam 1878-Ermelo
1949.
Op 29 Oct. 1938 werd de opvolger van L. Simons (zie blz. 769) als
directeur (1925) van de Wereldbibliotheek, ter gelegenheid van zijn
zestigste verjaardag te Amsterdam gehuldigd. A.V. denkt hier aan de
veelzijdige en veelomvattende auteur, de all-round sociaal-culturele
werker; de schrijver van het wijsgerige Quia absurdum
(1906), de begrijpende kritiek op van Eedens
‘Walden’, en van het pacifistische
De stille lach
(1916) in samenwerking geschreven met Annie
Salomons (zie 10e uitg.).
| |
blz. 814: Paul Claudel
Toespraak te Brussel op 2 Dec. 1933 bij zijn
ontvangst.
Paul Claudel (Villeneuve sur Fère (Aisne)
1868).
Bewerker van het ‘renouveau catholique’; moeilijk toegankelijke lyriek;
diplomaat in het Verre Oosten en elders (1893-1935); auteur o.a. van Le soulier de satin en Le pire n'est pas
toujours sâr.
blz. 815 r. 16: Best bekend in 3e versie, 1912 (eerste La jeune fille Violaine, 1892), opgevoerd door het
‘Vlaams Volkstoneel’ in vertaling. Protée, 1914. / r.
23: 1906. ‘A Philippe et Hélène Berthelot; en témoignage de ma grande
affection je dédie ce livre’. Zoon van de beroemde wetenschappelijke
vorser, stond in de Franse politiek, zoals Poincaré ze nastreefde. A.V.
was bevriend met de filosoof René B. (Zie blz. 600). / r. 2 v.o.: zie
blz. 574.
| |
| | | |
August Vermeylen over zichzelf
| |
blz. 819: Ere-doctoraat
Op 15 Nov. 1937 werd ter gelegenheid van de Vondel-herdenking (1587-1937)
A.V. het doctoraat honoris causa toegekend door de Universiteit van
Amsterdam, samen met Georges Duhamel, Prof. Th. Frings
en Dr. du Toit. Plaat bij blz. 25 in Dl. I.
blz. 819 r 4: Prof. Dr. Nicolaas Anthonie
Donkersloot (=Anthonie Donker), Rotterdam 1902. / r. 7: zie blz.
593.
| |
blz. 821: Dankwoord 15 April 1923
A.V. werd op 15 April 1923 te Brussel (‘Trois
Suisses’) gehuldigd, na heel wat verdachtmakingen naar aanleiding van de
hernomen strijd voor de integrale vervlaamsing van Gent (zie dl. III, blz. 791 en blz. 829). De gedeeltelijke
vervlaamsing - Nolf, zie blz. 919 - kwam op
het einde van 1923 tot stand. Juist waren dertig jaren heen over de
verschijning van het eerste nummer van ‘
V.N. en Str.
’ Van de manifestatie verscheen een verslag o.m. in
Het Laatste Nieuws
, 16 April 1923. Het woord werd gevoerd door: F.V. Toussaint van
Boelaere, H. Teirlinck, H. Boeken, L. Franck, E. Anseele, J. de Meester,
F. van Cauwelaert.
blz. 821 r. 16: Een wel zeer juiste karakterisering van zichzelf. Zie de
vele aantekeningen met verwijzingen in dl. III en IV.
blz. 822 r. 4: Zeer delicate schotel, zo men het Gentse en het
Brusselse dialect recht moet laten gelden. / r. 5: Botokoedo. uit 't
Frans: botte au c...: iemand die een schop in zijn zitvlak verdient. /
r. 16: Dirk Coster (Delft 1887). Gold in deze jaren als het geweten en
het orakel van de Noord-Nederlandse literaire kritiek.
Bestuurder-stichter van het tijdschrift
De Stem
, waaraan A.V. in 1921 en 1922 medewerkte (zie Roemans, blz.
463) / r. 20: Johan de Meester (Harderwijk
1860-Utrecht 1931); leidde van 1891 tot 1927 de rubriek ‘Kunst en
Letteren’ van de
Nieuwe Rotterdamse Courant
en bracht aldus K. van de Woestijne,
Em. de Bom en A.
Vermeylen tot de Nederlandse krant van standing. Tijdens de
aanval op Rotterdam in Mei 1940 ging veel van
zijn correspondentie verloren. Zie dl. II, blz. 608. / | | | | r.
26: A.V. doelt op de herrie rond de annexionistische drijverijen in
België om Zeeuws-Vlaanderen in te lijven.
blz. 824 r. 26: In de omgeving van Brussel. Cf. Prosper van Langendonck,
Verzen
.
blz. 825 r. 4: Gabrielle Brouhon, overleden in 1932.
blz. 826 r. 13:
Verzamelde Opstellen
, 2e druk.
In de noten voor de toespraak komen nog een paar passages voor, die A.V.
niet gebruikte. Zo:
‘Voor hetgeen ik wél gedaan heb verdien ik zoveel lof niet;
ik heb nooit gedaan dan wat me genoegen deed, door mijn natuur
gedreven, - en daar heb ik al mijn beloning voor ontvangen: het
geluk, zoveel trouwe vrienden rondom mij te hebben, en het geluk,
gehoond te worden door anderen, die ik liefst op een afstand zie
blijven, omdat ze anders zouden kunnen geloven dat ze mijns gelijken
zijn.
...
Ik ben altijd een man van den plicht geweest, van den
onmiddellijken plicht: mijn werk gedaan zo goed als ik dat kon:
geluk van mijn leven.
Fouten begaan, me vergist, vroegere meningen afgezworen:
nooit uit kleinmoedigheid of lafhartigheid. Tegenover degenen die me
sommige meningen verwijten zeg ik met opgeheven hoofd: noch in zake
literatuur, noch zelfs in zake politiek, waar men zo makkelijk
uitslibbert, heb ik ooit tegen mijn geweten gehandeld: geluk van
mijn leven.
En ten slotte heb ik altijd mijn best gedaan om de mensen
van goeden wil bijeen te houden. In dat opzicht een leider: geen
meningen opgedrongen, maar er voor gezorgd, dat mensen met
verschillende meningen samen konden werken, als er boven die
meningen toch een gezamenlijk ideaal bestond.’
| |
blz. 831: De Taak
Zoals A.V. nog tijdens wereldoorlog I een paar teksten voorbereidde (zie
Verz. W. dl. III) met het inzicht onmiddellijk na
de strijd de Vlaamse draad terug op te nemen, zo was hij, tijdens het
tweede wereldconflict, weer doende ook déze toekomst voor te bereiden.
Mocht de 1 Mei-tekst van 1940 (zie blz. 59) als een boodschap gelden vóor de beproeving, dan wordt
De Taak
als het ware een testament, te meer daar het
Vermeylens laatst gepubliceerde tekst is. Het opstel was bedoeld als programma - verklaring - | | | | eens te meer -
voor het nieuwe tijdschrift, dat Diogenes zou heten.
Het V.-fonds publiceerde
De Taak
in 1947 en vertrouwde de verzorging, onder leiding van Jan
Cantré, toe aan de Nationale Hogere School voor Bouwkunst en Sierkunsten
van Ter Kameren (Brussel).
blz. 831 r. 6: Cf.
Eerste Mei 1940
, blz. 62, r. 14. / r. 20 . Cf.
De intellectuelen en de gemeenschap
, blz. 54 r. 16.
blz. 834 r. 19: Cf.
Vlaanderen in het Kader van België
, blz. 156.
blz. 835 r. 21: zie Vlaanderen in het Kader van
België. blz. 146.
|
|
|