auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, B.H. Molkenboer, J.F.M. Sterck, L.C. Michels, C.G.N. de Vooys, C.C. van de Graft en A.A. Verdenius
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn., L. Simons, C.C. van de Graft, L.C. Michels en A.A. Verdenius (eds), De werken van Vondel. Vijfde deel 1645-1656. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1931
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
Regelnummers proza laten
vervallen | |
| | | |
I.V. Vondels
Salomon. Treurspel.aant.
Quantum mutatus ab illo!
t'Amsterdam, Gedruckt by Jacob Lescaille.
Voor Abraham de Wees, Boeckverkooper op den Middeldam, in 't Nieuwe Testament, in 't Vredejaer 1648.

| | | |
VAN 1648. AFGEDRUKT NAAR DE TEKST VAN DE eerste uitgave (t'Amsterdam, Gedruckt by Jacob Lescaille. Voor Abraham de Wees, Boeckverkooper op den Middeldam, in 't Nieuwe Testament, in 't Vredejaer 1648), waarvan 't titelblad hiervoor typografies is nagevolgd. Unger: Bibliographie, nr. 458. Het Latijnse motto is ontleend aan Aeneïs II, vs. 273, en betekent: Hoezeer is hij veranderd!
| | | |
| |
Den Heere Iustus Baeck.*
1 Ick brenge nu Koning Salomon op het heiligh tooneel; niet gelijck hy 2 den beloofden Messias in zijne heerlijckheit uitbeelde, maer uit zijnen ge-vs. 2 3 luckigen staet in den poel der afgoderye komt te verzincken. In dit treur- 4 spel wort geen bloet, maer die groote ziel gestort, door wiens heiloozen4 5 voorgangk sedert zoo vele duizent zielen omquamen, en in haer bloet ver-5-6 6 smoorden, en het gescheurde Koningkrijck, Samarie, en Ierusalem, met 7 den tempel en godtsdienst endelijck verdelght, en d'overgebleve stammen 8 in ballingschap weghgevoert werden. Het misbruick van Godts overvloe-8-14 9 dige gaven, de wellust, en begeerte tot verbode schoonheden teelen zulck9-11 10 eenen oegst van schrickelijcke jammeren, en leveren stof om dit treurtoo- 11 neel te stichten op dien deerlijcken afval des allergezegensten Konings, 12 die naulix Godts tempel volbouwt en geheilight hebbende, zich zelven 13 door het bewieroocken der afgoden, en d'allergruwzaemste offerhanden 14 zoo lasterlijck ontheilighde. De Koningin van 't Zuiden quam te voren van14 15 het einde der weerelt, om te hooren de wijsheit van dit Goddelijck Orakel, 16 wiens dwaesheit namaels de gantsche weerelt ten spiegel diende, om door 17 Salomons onstantvastigheit tot stantvastigheit in den wettigen godtsdienst17 18 opgeweckt te worden. De Personaedjen en toestel, tot dit treurspel ver-18 19 eischt, zijn gepast naer den yver van het Iodendom en Heidendom, de19 20 gelegentheit van zaecke, tijt, plaetse, en andere omstandigheden. Uwe E. 21 onder de Kunstbeminners gerekent, zal met den zijnen, die lust in dusda- 22 nige stoffe plaghten te scheppen, dit niet ongerijmt vinden, en gelieven22 23 t'ontfangen met zulck een genegenheit als het u opgedragen wort, tot een 24 blijck, dat ick blijve
25 Uwe E. dienstwillige
26 JOOST VAN DEN VONDEL.
| | | |
| |
Inhoudt.
1 Koning Salomon, Davids zoon, die allerwijste Profeet, en gezegenstevs. 1 2 Vredevorst, hoogh op zijn dagen, en door voorspoet en weelde verydelt,2 3 schepte, tegens Godts en Moses uitgedruckte wet, zijnen wellust in duizent3 4 Heidensche Vorstinnen en schoonheden; en verslingerde al te jammerlijck4-5 5 op Koning Hirams dochter, hier Sidonia genoemt, zulcks dat hy, tot razens 6 toe van hare minnetreken betovert, en vervoert, buiten Ierusalem den tempel6 7 aller Goden stichte, op den bergh, sedert den bergh des aenstoots ge- 8 heeten. Ten leste nochte Sanhedrin, nochte Wetgeleerde, nochte Aerts-8 9 priester Sadock aenziende, bewieroockte hy Astarthe, een Sidonische9 10 afgodinne, en andere afgoden, zijne Koninginnen en Gemalinnen ten ge-10-11 11 valle; waer over Godt met een onweder van gramschap tegens hem uitborst, 12 en door Profeet Nathan hem en den rijcke met plagen en uitheemsche,12 13 zijnen zoon en nazaet met inheemsche oorlogen, en een deerlijcke scheu- 14 ringe dreighde, en allen Hebreen en den naburigen Rijcken een gruwelijcke 15 verwoestinge en ellende voorspelde.
16 Het tooneel wort buiten Ierusalem gebouwt. De Rey bestaet uit Ieru-16 17 salemmers. Het treurspel begint met den dagh, en eindight in den avont.17 18 Een Wetgeleerde is de Voorredenaer.18
|
*In 't opschrift: Iustus Baeck: zie Deel 2, blz. 430.
vs. 2uitbeelde: als oud-Testamenties prototype van de Messias.
4gestort: woordspelend verbonden met bloet en met ziel (ten val gebracht); heiloozen: spelling voor heilloozen.
5-6in haer bloet versmoorden: ten gevolge van de godsdienstoorlogen; het gescheurde Koningkrijck: bij Salomon's dood erkenden alleen Juda en Benjamin met de hoofstad Jerusalem zijn zoon Rehabeam; Israël met de hoofdstad Samaria koos een andere vorst. Later werd Israël door de Assyriërs, Juda door de Babyloniërs onderworpen, die velen in ballingschap meevoerden.
8-14Zie 1 Koningen 11, 1-13.
9-11schoonheden: schone vrouwen; teelen zulck eenen oegst (met oe-klank): brengen te weeg; dit treurtooneel te stichten op: dit drama te wijden aan.
14lasterlijck: schandelik, misdadig; De Koningin van 't Zuiden: van Scheba.
17wettigen: door de wet voorgeschreven, de ware.
18toestel: toneelinrichting.
19gepast naer: in overeenstemming gebracht met; yver: geloofsijver, godsdienstige gebruiken.
22dit: slaat op r. 19-20.
vs. 1Salomon: koning van Israël (993-53 v. Chr.).
2hoogh op zijn dagen: hoogbejaard; verydelt: tot ijdelheid (ijdele genoegens) vervallen.
3uitgedruckte: nadrukkelike.
4-5verslingerde op: werd verliefd op; al te: zeer; Sidonia: deze naam, die in het bijbelverhaal niet voorkomt, werd door Vondel bedacht. Evenmin wordt daar vermeld dat zij een dochter van koning Hiram van Tyrus (969-36 v. Chr.) was; zulcks dat: zodat.
6minnetreken: liefdelisten; vervoert: meegesleept, verleid.
8Sanhedrin: de hoge Raad, het hoogste regeringslichaam bij de Joden.
9Sadock: hogepriester onder Salomon.
10-11ten gevalle: ten gerieve van, om te behagen aan; waer over: ten gevolge waarvan, als straf waarvoor.
12den rijcke: Datief van: het rijk; plagen: rampen; uitheemsche (oorlogen).
16gebouwt: opgericht, d.w.z. het drama speelt buiten Jerusalem.
17Het voldoet dus aan de klassieke eis van eenheid van tijd.
18Voorredenaer: d.w.z. hij opent het eerste bedrijf.
|
|