De werken van Vondel. Deel 5. 1645-1656


auteur: Joost van den Vondel


editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, B.H. Molkenboer, J.F.M. Sterck, L.C. Michels, C.G.N. de Vooys, C.C. van de Graft en A.A. Verdenius


bron: J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn., L. Simons, C.C. van de Graft, L.C. Michels en A.A. Verdenius (eds), De werken van Vondel. Vijfde deel 1645-1656. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1931  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 373]

I.V. Vondels
Salomon. Treurspel.aant.

Quantum mutatus ab illo!

t'Amsterdam, Gedruckt by Jacob Lescaille.

Voor Abraham de Wees, Boeckverkooper op den Middeldam, in 't Nieuwe Testament, in 't Vredejaer 1648.



illustratie

[p. 374]

VAN 1648. AFGEDRUKT NAAR DE TEKST VAN DE eerste uitgave (t'Amsterdam, Gedruckt by Jacob Lescaille. Voor Abraham de Wees, Boeckverkooper op den Middeldam, in 't Nieuwe Testament, in 't Vredejaer 1648), waarvan 't titelblad hiervoor typografies is nagevolgd. Unger: Bibliographie, nr. 458. Het Latijnse motto is ontleend aan Aeneïs II, vs. 273, en betekent: Hoezeer is hij veranderd!

[p. 375]

Den Heere Iustus Baeck.*

1 Ick brenge nu Koning Salomon op het heiligh tooneel; niet gelijck hy 2 den beloofden Messias in zijne heerlijckheit uitbeelde, maer uit zijnen ge-vs. 2 3 luckigen staet in den poel der afgoderye komt te verzincken. In dit treur- 4 spel wort geen bloet, maer die groote ziel gestort, door wiens heiloozen4 5 voorgangk sedert zoo vele duizent zielen omquamen, en in haer bloet ver-5-6 6 smoorden, en het gescheurde Koningkrijck, Samarie, en Ierusalem, met 7 den tempel en godtsdienst endelijck verdelght, en d'overgebleve stammen 8 in ballingschap weghgevoert werden. Het misbruick van Godts overvloe-8-14 9 dige gaven, de wellust, en begeerte tot verbode schoonheden teelen zulck9-11 10 eenen oegst van schrickelijcke jammeren, en leveren stof om dit treurtoo- 11 neel te stichten op dien deerlijcken afval des allergezegensten Konings, 12 die naulix Godts tempel volbouwt en geheilight hebbende, zich zelven 13 door het bewieroocken der afgoden, en d'allergruwzaemste offerhanden 14 zoo lasterlijck ontheilighde. De Koningin van 't Zuiden quam te voren van14 15 het einde der weerelt, om te hooren de wijsheit van dit Goddelijck Orakel, 16 wiens dwaesheit namaels de gantsche weerelt ten spiegel diende, om door 17 Salomons onstantvastigheit tot stantvastigheit in den wettigen godtsdienst17 18 opgeweckt te worden. De Personaedjen en toestel, tot dit treurspel ver-18 19 eischt, zijn gepast naer den yver van het Iodendom en Heidendom, de19 20 gelegentheit van zaecke, tijt, plaetse, en andere omstandigheden. Uwe E. 21 onder de Kunstbeminners gerekent, zal met den zijnen, die lust in dusda- 22 nige stoffe plaghten te scheppen, dit niet ongerijmt vinden, en gelieven22 23 t'ontfangen met zulck een genegenheit als het u opgedragen wort, tot een 24 blijck, dat ick blijve

25 Uwe E. dienstwillige

26 JOOST VAN DEN VONDEL.

[p. 376]

Inhoudt.

1 Koning Salomon, Davids zoon, die allerwijste Profeet, en gezegenstevs. 1 2 Vredevorst, hoogh op zijn dagen, en door voorspoet en weelde verydelt,2 3 schepte, tegens Godts en Moses uitgedruckte wet, zijnen wellust in duizent3 4 Heidensche Vorstinnen en schoonheden; en verslingerde al te jammerlijck4-5 5 op Koning Hirams dochter, hier Sidonia genoemt, zulcks dat hy, tot razens 6 toe van hare minnetreken betovert, en vervoert, buiten Ierusalem den tempel6 7 aller Goden stichte, op den bergh, sedert den bergh des aenstoots ge- 8 heeten. Ten leste nochte Sanhedrin, nochte Wetgeleerde, nochte Aerts-8 9 priester Sadock aenziende, bewieroockte hy Astarthe, een Sidonische9 10 afgodinne, en andere afgoden, zijne Koninginnen en Gemalinnen ten ge-10-11 11 valle; waer over Godt met een onweder van gramschap tegens hem uitborst, 12 en door Profeet Nathan hem en den rijcke met plagen en uitheemsche,12 13 zijnen zoon en nazaet met inheemsche oorlogen, en een deerlijcke scheu- 14 ringe dreighde, en allen Hebreen en den naburigen Rijcken een gruwelijcke 15 verwoestinge en ellende voorspelde.

16 Het tooneel wort buiten Ierusalem gebouwt. De Rey bestaet uit Ieru-16 17 salemmers. Het treurspel begint met den dagh, en eindight in den avont.17 18 Een Wetgeleerde is de Voorredenaer.18