auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, B.H. Molkenboer, J.F.M. Sterck, L.C. Michels, C.G.N. de Vooys, C.C. van de Graft en A.A. Verdenius
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn., L. Simons, C.C. van de Graft, L.C. Michels en A.A. Verdenius (eds), De werken van Vondel. Vijfde deel 1645-1656. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1931
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
Regelnummers proza laten
vervallen | |
Noodigh Berecht*
over de nieuwe Nederduitsche misspellinge.
1 Sedert eenige jaren herwaert had Nederduitschlant het geluck dat ver-r. 1 2 nuftige Schryvers en Letterkunstenaers loflyck hunnen yver besteedden2 3 in onze Spraeck te verrycken, te schuimen, te zuiveren, en te regelen,3
| | | |
4 door schriften, of letterkunstigh onderwys; waerover wy tegenwoordigh4 5 niet voornemen ons inzicht, onder verbeteringe van letterwyzen, te melden,5 6 dan alleen wat de misspellinge belangt, in het verdubbelen der klincklet-6-7 7 teren, by weinigen begonnen in te voeren: gelyck [om een voorbeeld te 8 te stellen] voor Vader, Vaader; voor vrede, vreede; voor Koning, Kooning, 9 en diergelycke walgende verdubbelingen van klinckletteren meer; quansuis9 10 om de langkheit van den klanck der syllabe of lettergrepe uit te drucken, 11 en niet te lezen Vadér, vredé, Koning: welcke verdubbelinge ick, gelyck 12 oock eertyts van wylen den hooghgeleerden Heere Vossius zelf, oordeele12 13 een gansch ongerymde en overtollige misspellinge te wezen, tegens den 14 voorgang van Hebreen, Griecken, Latynen, Italianen, Spanjaerden, Fran-14-15 15 schen, Hooghduitschen, en andere tongen: en schoon men dezen voet van15 16 verdubbelen al volghde, noch blyft evenwel de twyfelachtigheit der langk- 17 heit of kortheit des klancks der syllabe of lettergrepe, in een ongelyck 18 grooter getal van andere woorden, daer de klanck lang valt, op d'eerste of 19 tweede of derde lettergreep, gelyck by deze voorbeelden blyckt, namelyck 20 op d'eerste, in áfgaen; op de tweede, in beerín; op de derde, in koopvaerdy: 21 het welck ick noodigh vondt aen te wyzen, om den inbreuck van deze21 22 wilde woestheit te stuiten, de Nederlantsche pennen voor d'aenstootelycke22 23 klippe dezer misselycke misspellinge te waerschuwen, en zulck een inck- 24 vlack uit onze boecken te wisschen.
25 HORATIUS:+
Leef lang: vaer wel. of slaet ghy beter gelt als dit,
Zoo deel het rustigh me: zoo niet, bestem myn wit. 27
|
*Van 1654. Afgedrukt volgens den tekst op blz. 78 en 79 achter de eerste uitgave van Lucifer. - Dit weinig malsche stukje spellingstrijd vult vreemd de laatste pagina's van den verheven Lucifer van 1654. Het is gericht tegen den Amsterdamschen predikant P. Leupen (Petrus Leupenius), die de door Vondel gewraakte ‘misspellinge’ had aanbevolen in zijn Aanmerkingen op de Nederduitsche taale van 1653. De aangevallene verweerde zich nóg heftiger in zijn Naaberecht gedaan op J.v. Vondelens Noodigh Berecht over de Nieuwe Nederduitsche Misspellinge, dat in 1654 bij Hendrik Donker verscheen en bij Unger is afgedrukt in 1654-55, blz. 259-77 (vgl. Bibliographie v. Vondels werken, no. 864). - Nederduitsche: van Germania Inferior, Nederlandsche.
r. 1herwaert: tot op onzen tijd.
2Letterkunstenaers: beoefenaars van de spraakkunst.
3schuimen: van bastaardwoorden zuiveren.
4letterkunstigh: grammaticaal; tegenwoordigh: op 't oogenblik.
5voornemen: van plan zijn; letterwyzen: taalkundigen; te melden: bekend te maken.
6-7klinckletteren: klinkers; by weinigen: door enkelen (Hooft o.a. in zijn Historien).
9walgende: walgelijke, tegenstaande; quansuis: zoogenaamd.
12van wylen: wijlen; Vossius: Gerardus Vossius (1577-1649), hoogleeraar in de geschiedenis aan het Athenaeum Illustre te Amsterdam en een van Vondels meest vereerde vrienden en autoriteiten. Merkwaardig is hier 't beroep op den humanist, van wien vele Latijnsche boeken, maar geen enkel Nederlandsch bekend is.
14-15Op grond van deze indrukwekkende verzekering over zeven en nog andere tongen (talen), waaronder, volgens de Voorrede van Palamedes ook het Deensch behoort, moeten we aannemen, dat Vondel de vergelijkende taalwetenschap tot zekere hoogte beoefend heeft.
15dezen voet: deze manier.
21den inbreuck: het doordringen.
22wilde woestheit: verwarring, vgl. Lucifer, vs. 1973.
+Horatius: Vertaling van Epist. I, 6, 88: ‘Si quid novisti rectius istis Candidus imperti; Si non, his utere mecum’.
27bestem myn wit: stem in met mijn bedoeling.
|
|