auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, B.H. Molkenboer, J.F.M. Sterck, L.C. Michels, C.G.N. de Vooys, C.C. van de Graft, J.D. Meerwaldt en A.A. Verdenius
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn., L. Simons, C.C. van de Graft, L.C. Michels, J.D. Meerwaldt en A.A. Verdenius (eds), De werken van Vondel. Tiende deel 1663-1674. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1937
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| |
| | | |
Op den heer Kornelis de Witaant.*
Dus leefde Ruart WIT, zoo zwart als een Moorjaen
Misverft, en met de schroef gepynight op de scheenen, 1-2
Om valsche logentaal, in damp en rook verdweenen.
Van zyne trou gewaeght de Teems en Oceaen. 4
|
*Van 1672. - Volgens de tekst in het Aanhanghsel op Vondel's Poëzy 1682, blz. 14.
Opschrift: Cornelis de Wit (1623-72), in 1654 door de Staten van Holland benoemd tot Ruwaard van Putten, in 1666 en 67 burgemeester van Dordt, in 1665 en 1668 gedeputeerde te velde.
1-2Op de valse beschuldiging van Willem Tichelaer dat de ruwaard hem tot een aanslag op de Prins had willen overhalen, werden Corn. de Wit op de pijnbank de scheenschroeven aangezet.
4De Nederlandse vloot die in Juni 1667 de ketting van de Theems stukzeilde, de Royal Charles veroverde en de hoger liggende schepen verbrandde, stond onder De Ruyter en Cornelis de Wit.
|
|