auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, B.H. Molkenboer, J.F.M. Sterck, L.C. Michels, C.G.N. de Vooys, C.C. van de Graft, J.D. Meerwaldt en A.A. Verdenius
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn., L. Simons, C.C. van de Graft, L.C. Michels, J.D. Meerwaldt en A.A. Verdenius (eds), De werken van Vondel. Tiende deel 1663-1674. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1937
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| |
Kersliedt.aant.*
Den vaderen belooft te voren,
5
Toen Gabriël de Maeght ontvoude 5
De boodtschap, die hem Godt betroude, 7
Aenhoorde deze bloem der Joodtschap 9
Verbaest voor zulk een blijde boodtschap 11
15
Den vaderen belooft te voren,
Godts dienstmaeght eene poos verslagen,
Bestemde strax het hoogh behagen 19
20
Ootmoedigh met haer' wil.
De kracht des alderhooghsten daelde
Hier op vernam deze overstraelde 23
| | | |
Den vaderen belooft te voren,
Het Woort viel, als de daeu by droppen
En ongerepte roozeknoppen,
De Godtheit troost den heilverlanger: 33
35
Uit Jesses stam, ging zedert zwanger
Den vaderen belooft te voren,
Maria, maeght en teffens moeder,
Baert haeren lieven Zoon,
Der volken Heilant en Behoeder,
45
Zijn rijk, bepaelt van grens noch muuren, 45
Der aerdtsche Koningen verduuren 47
Den vaderen belooft te voren,
Het licht van 't licht ontbeert zijn' luijster. 53
55
De Herders wekt, en wijst by duijster
Al d'Englen eer den Hooghsten wenschen, 57
Een' goeden wil aen alle menschen
| | | |
Den vaderen belooft te voren,
65
Dry Koningen den Heer der Heeren,
Aenbidden, en met wierook eeren
En myrrhe en gouden schat.
En Simeon, van Godt gedreven, 69
Hy vaert hier op naer 't ander leven 71
|
*Van ? - Volgens de tekst in Vondel's Poëzy 1682 II, blz. 492.
5ontvoude: openbaarde, mededeelde.
6gebedecel: bidvertrek. Men denke aan de voorstelling van de Middeleeuwse schilderkunst. Vgl. ook de Opdraght aen de H. Maegt, vs. 62 (dl. 4, blz. 432).
7betroude: toevertrouwde.
9Joodtschap: het Joodse volk.
11Verbaest: ontsteld (vgl. verslagen in vs. 17); voor: bij.
19Bestemde het hoogh behagen: stemde in met wat God behaagde over haar te beschikken; strax: onmiddellik.
24de nederdaling van de Heilige Geest (vgl. vs. 29).
33den heilverlanger: de mensheid, die op de verlossing wachtte.
45bepaelt van: beperkt door.
47verduuren: duurzamer zijn dan.
53Het licht van 't licht: woorden uit het Credo der Mis, waarvan de derde zin luidt: ‘En uit den Vader geboren voor alle eeuwen [Christus nl.]. God van God, Licht van 't Licht ( lumen de lumine).’
57eer wenschen: eer brengen aan.
72Gesterkt in het vertrouwen op God ( Ned. Wdb. IV, 1853).
|
|