Gloria Parendi. Dagboeken van Willem Frederik, stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, 1643-1649, 1651-1654


auteur: Willem Frederik


editeur: J. Visser en G.N. van der Plaat


bron: Willem Frederik, Gloria parendi. Dagboeken van Willem Frederik, stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, 1643-1649, 1651-1654 (ed. J. Visser en G.N. van der Plaat). Nederlands Historisch Genootschap, Den Haag 1995  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 767]

Index van persoonsnamen en instellingen*

Aa, Maurits van der (Vandere); lid van de vroedschap van Leiden, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: VII 295
Aachen, Hans von (Hans van Aaken) (1552-1615); Duits schilder: I 115
Abbe Frerickx; klerk van Hessel Bootsma: VII 123
Abram, vader: I 1, V 128
Accoste, Madeleine d' (ambassadrise van Spagnien, vrau de Bruin) († 1653); echtgenote van Antoine Brun: VII 235, 241
Acronius, Abraham (± 1618-1656); predikant te Birdaard: V 284
Adam: VI 334
Adelen, Rienck van; kapitein der infanterie in het Staatse leger: I 3, 119
Admiraliteit te Amsterdam: V 32, VI 191, VII 41, IX 35
Admiraliteit te Dokkum, later te Harlingen: I 3, 7, III 29, 30, 32, 57, IV 52, V 57, 58, 296, VI 17, 31, 45, 59, 65, 335, VII 44, 47, 79, 108, 342, 358
Admiraliteit te Hoorn en Enkhuizen: III 32, VI 43
Admiraliteit te Middelburg: II 40, V 75
Admiraliteit te Rotterdam: V 63, 296, VII 51, 70
Adrianus VI († 1523); paus [1522-1523]: V 28
Aebinga, Van (Ebinga, Eebinga, Eebingha); geslacht: V 277
Aebinga, Jeltje van; V 277, 281, VI 64
Aebinga, juffer van: IV 53, 66, V 110
Aebinga, Schelte van (1588-1666): III 13, 64, IV 55, 238, V 71, 107, 277, VI 64, 71, 77, 91, 109, VII 25, 39
Aebinga van Humalda: IV 40, V 297, 298, 300, 352, VI 31, 39
Aebinga van Humalda genaamd Sternsee, Luts Mary (Steerenseel, Steernseel, Sterensel) († 1673): IV 23, V 67, 71
Aebinga van Humalda genaamd Sternsee, Sjuck († 1679): IV 58, VI 58, 96, 100, 103, 111, 113, 344, VII 28, 124
Aeetsma, Aeitsma, zie Aitzema
Aelst, Maria van († tussen 1661 en 1680); echtgenote van Anthony van Diemen: V 36
Aenhalt, Aenholt, zie Anhalt
Aernem, zie Arnhem
Aerssen, Cornelis van, heer van Sommelsdijk en Spijk (Somerdijck, Somersdijck, Sommerdijck, Spijck) (1600-1662); lid van de ridderschap van Holland, kolonel der cavalerie in het Staatse leger: I 85, 94, II 28, 29, 40, 74, 75, 90, 95, III 72, 94, 95, 110, 121, 122, 125, 138, 176-178, IV 84, 90-92, 135, 142, 145, 165, 168, 169, 172, 181, 198, 213, 214, 220, 234-236, V 80, 81, 83-85, 92, 110, 143-145, 151, 160, 163, 170, 186, 194, 235, 237, 307, VI 86, 135, 136, 139, 142, 143, 151, 175, 193, 194, 215, 216, 218-222, 227-231, 249, 250, 268-275, 281-285, 289, 290, 296, 298, 299, 303-305, 311-313, 322, 324, 326, 336, 343, VII 204, 231, 234, 239, 242, 252, 253, 289, 298, 309, 315, 317-319, 322, IX 34, 35
Aerssen, François baron van, heer van Sommelsdijk (heer van Somersdijck) (1572-1641); lid van de ridderschap van Holland; ambassadeur van de Republiek: IV 236, VI 273, 299, 306, 311, VII 204, 242
Aerssen, Jacobus van (Somerdijcks soontjen) († 1646): IV 84
Aert; kamerdienaar: I 15
Aertsen (van Breda): VI 150
Aetsma, zie Aitzema
Aisma, zie Aysma
Aitzema, Van (Aeetsma, Aeitsma, Aetsma, Aitsma): IV 24, 40, V 63, 66, 76, 83
Aitzema, Lieuwe van (1600-1669); resident der Hanzesteden te 's-Gravenhage, geschiedschrijver: IV 83, 211, V 32, 308
Aitzema, Schelte Julius van; secretaris en volmacht namens Weststellingwerf in de Staten van Friesland: V 56, 99
Alart, Pieter: VI 253, VII 228
Alart, zie ook Hallart
Alberartsweert, zie Bye, De
Alberda op 't Landt, Reint (1586/1587-1653); lid van de Hoofdmannenkamer, lid van de Ommelander landdag, curator van de universiteit van Groningen: V 119
Alberdur, zie Dürer, Albrecht
[p. 768]
Albert, Honoré d', hertog van Chaulnes (marechal De Schaune) († 1649); maarschalk in het Franse leger: IV 126
Albert d'Ailly, Henri-Louis d', vidame van Amiens (Vidasme) (1620-1653); kolonel in het Franse leger: II 34, 37
Alberti, Johannes († 1666); predikant te Burum: IV 42
Albertus Hermani (Hermanus) († 1652); lid der gezworen gemeente en lid van de vroedschap van Harlingen: IV 264, V 26
Albuquerque, Matthias de (Alburquercke) († 1646); Portugees generaal: I 86
Alckemade, heer van, zie Wassenaer, Albrecht van
Alckemade, vrau van, zie Bruyn van Buytewech
Aldegrever, Heinrich (Oltegraf) (± 1502-na 1560); Duits kopergraveur, goudsmid en schilder: I 115
Aldringa; Gronings regent: VI 266, IX 87
Aldringa, Wigbold (1604-1644); gedeputeerde van Groningen ter Staten-Generaal: I 89, 91, II 27
Aleff Saeckes; kapitein in het Staatse leger: III 54
Alenson, zie Valois, François-Hercule van
Alewijn, Jan van; bewindhebber van de WIC: IV 43, 49
Alfonso, zie Alphonse
Allart, zie Hallart
Almaville, zie Beringhen
Almeran: III 95, 139
Alonne, Charles d' (Dalone, Dalonne); kapitein in het Staatse leger: IV 150, V 151, VII 232
Alphonse (Alfonso, Alphonso): II 43, 44, III 88, VI 186, 202, 203, 207, 232, 321, VII 80, 202
Althan, Elisabeth gravin van (juffer, vrau Aylva) (1597-1663); echtgenote van Hessel Meckema van Aylva: III 182, 186, IV 143, 149, 242, V 34
Alua, Aluva, Aluve, Alva, zie Aylva
Amama, Michiel (Ammema, Hammema) (1611-1670); schepen en burgemeester van Leeuwarden, compagnieschrijver: V 30, VII 343
Amama, Gerrit van († 1677); kapitein in het Staatse leger: VI 85, 91, 99, 101, VII 28, 49, 127
Amboise, Marguerite d' (erfdochter van Tuars) († 1475); echtgenote van Louis I de la Trémouïlle: II 73
Ambrosious Martini; commies voor de ammunitie: III 164, IV 175
Ameyden van Rotterdam, zie Meyden, Johan van der
Ameilleray, Ameillrai, Ameillerei, Amelleray, L', zie Porte
Amelant, heer van, zie Cammingha, Valerius Francisci van
Ameli, zie Brederode, Amalia Margaretha van
Amelleray, L', zie Porte
Amerongen, zie Reede, Godard Adriaan van
Ammelie, zie Brederode, Amalia Margaretha van
Ammema, zie Amama
Andla, Anchises van (Andala, Andela); volmacht namens Franekeradeel in de Staten van Friesland, lid van de Raad van State, lid van de Generaliteitsrekenkamer, 's lands medicus (Friesland): I 97, II 109, 113, III 12, 17, 19, 31, 32, 34, 36, 38, 41, 47, 55, 56, 62, 193, IV 7, 11, 16, 17, 24, 26, 34, 35, 37, 40-42, 44, 51, 52, 54, 56, 90-92, 246, 253, 264, V 26, 28, 29, 54, 57, 60, 61, 63-65, 69, 139, 157, 163, 171, 277-279, 281, 285, 295, 298, 301, 313, 317, VI 16, 20-22, 24, 26, 33-35, 37, 39, 44, 47, 51, 55, 56, 58, 83, 95, 109, 127, 138, 227, 229, 232, 234, 268, 332, 342, 344, VII 19, 24, 25, 28, 40, 41, 43, 52, 57, 58, 72, 74-76, 86, 97, 102, 157, 199, 288, 355
Andrade Leitāo, Francisco de († 1655); ambassadeur van Portugal in de Republiek: I 77
Andreae, vrau, zie 1) Burmania, Rints van; 2) Vervou, Saepck van
Andreae, Van (André, Andree): VII 29, 69, 181, 183, IX 13, X 248, 249
Andreae, Henningh Georg van (André) (1610-1656); volmacht namens Idaarderadeel in de Staten van Friesland, lid van het Hof van Friesland: II 48, IV 17, 24, 36, 38, 39, 41-43, 238, 247, V 37, 62, 107, 281, 303, VI 16, 17, 112, 333, VII 47, 54, 84, 123, 155, 179, 180, 339, 341
Andreae, Joachim van (André) (1586-1655); President van het Hof van Friesland, gedeputeerde van Friesland ter Staten-Generaal, curator van de Academie te Franeker. I 3, II 29, III 18, 189, 190, 194, 195, IV 9, 11, 13, 17, 23, 24, 29, 32, 34, 36, 38, 39, 41-44, 49, 58, 66, 81, 83, 91, 93, 94, 107-113, 115-117, 120, 121, 124, 130, 131, 134, 139, 200, 209, 211, 212, 214, 218, 219, 223-226, 233, 248, 249, 250, V 37, 47, 48, 53, 70, 75, 76, 81, 83, 85, 86, 90, 99, 110, 112, 124, 126, 130, 141, 143-145, 150, 159-162, 164-168, 170-177, 259, 261, 262, 274-276, 286, 288, 317, VI 13, 19, 47, 79, 80, 83-86, 93-95, 116, 118, 120, 121, 137, 140, 141, 216, 231, 236, 239, 242, 282, 285, 288, 289, 294, 298, 300, 304, 312, 332, 336, VII 39, 42, 45, 47, 49, 52, 78, 84, 125, 159, 190, 231, 238, 240, 242, 320, 337, 350, 354-356, 359, IX 13, 171
Andreae, Poppe Martijn van (André) († 1645); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 55-57, 59, 63
Andriess Simens; boer te Stiens: I 117
Andringa, Regnerus van (1612-1671); grietman van Utingeradeel en volmacht namens Utingeradeel in de Staten van Friesland: I 96, III 194, 195, IV 9, 15, 27, 33, 245, V 60, 111, 154, 168, 231, 251, 254, 257, 258, VI 73, 76, 77, 80, 343, VII 341
Andringa, Tjaerdt van (1620-1674); vaandrig in
[p. 769]
het Staatse leger: III 57
Angennes Charles d', heer van Le Fargis, graaf van La Rochepot (Dufargy); kolonel in het Franse leger: II 37
Angoulesme, zie Valois, Charles van
Anguign(s), Anguin, Anguyn(s), zie Bourbon, Louis II van
Anhalt (Aenhalt, Aenholt), prins van: III 176, IX 235
Anhalt (Aenholt), hertog van: III 42, IV 58
Anhalt (Anholt), hertogen van: V 192
Anna, zie 1) Merode; 2) Crato
Anne Herckes (Anne Herckess, Heress); Bolswarder regent: VII 25, 62
Ansta, Gerbrandus; 's lands medicus (Friesland): VII 86
Antigonus: IV 270, V 348
Antonio; kardinaal: IV 167
Aquilius, Tieleman; agent der Staten-Generaal bij het Franse leger: II 34, IV 126, 127, 135, V 81, VI 135
Arambure (Rambure); kolonel in het Franse leger: II 37, IV 130
Arent; dienaar van Willem Frederik: III 21, 52, 58
Argyl, zie Campbell
Armav(e)ille, zie Beringhen
Arnhem (Aernheim, Arnheim); bediende van de keurvorst van Brandenburg: V 215, 218, VII 173
Arnhem, Gerrit van (Aernem) (1598-1648); lid van de ridderschap van de Veluwe, gedeputeerde van Gelderland ter Staten-Generaal: II 29, V 140, VII 27
Arnhem († 1645): III 186
Arnhem, vrau: III 185, 187, VII 27
Askyn, zie Erskine
Asperen, zie Boetzelaer, Philips Jacob van
Asperen: V 186
Asperen, vrau van, zie Noot, Genoveva van der
Atsma, Gossuinus; secretaris van Baarderadeel en volmacht namens Baarderadeel in de Staten van Friesland: I 0, 52, 99
Attila († 453); koning der Hunnen: V 123
Aubepine, François de l', heer van Hauterive (Haulterive, Hauterive); Frans kolonel der infanterie in het Staatse leger: I 61, II 29, 30, 43, 48, 52, 55, 58, 60, 62, 63, 73, 76, 83, III 72, 79, 81, 85-87, 94, 115, 135-138, 146, 157, 158, 160, 179, 180, 182, 205, IV 83, 88-90, 107, 109, 111-113, 127, 144, 156, 168, 171, 173, 183, 184, 195, 198, V 138, 143, 145, 150, 155, 194, VI 148, 149, 208, 297, VII 206, 208, 242, IX 31
Audorp, zie Hogendorp
Aumâle, Charles d', heer van Hautcourt (Haucourt, Haukourt, Houcourt) († 1654); Frans ritmeester in het Staatse leger: I 94, 96, II 25, 42, 73, 74, 79, 80, 88, 94, IV 133, 134, 212, 213, 215, V 310, VI 127, VII 240, 295, 324
Avau, Avau(l)x, (D'), zie Mesmes, Claude de
Axma, Petrus; volmacht namens Wonseradeel in de Staten van Friesland, ontvanger-generaal van Friesland: IV 23, 27, 28, 31, 41, 42, 59, V 63, 239, 295, 296, 315, VI 21, 27, 33, 34, 36, 37, 39, 41, 44, 46-49, 51-53, 58, 60, 64, 73, 81, 103, 198, 330, 331, 336, 341, 342, VII 41, 45, 47, 158, 161, 173, 184, 188, 342, 351, 354, IX 36
Aylva, Van (Alua, Aluva, Aluvaas, Aluvae, Aluvani, Aluve, Alvani, Alva, Aylvani); geslacht: IV 12, 16, 25, 26, 29, 50, 53, 56, 115, 238, 243, V 34, 61-64, 93, 94, 96, 97, 106, 107, 119, VI 50, 198, VII 99
Aylva, Van: I 5, III 70, IV 25, V 51, 74, VII 106, 124, 132, IX 14, 21, 29
Aylva, juffer, vrau, Van: IV 32, 65, 66, V 53, 74, 79, 99, 130, VI 27, 342, 343, VII 24, 26, 27, 50, 106; zie ook 1) Althan, Elisabeth van; 2) Lijcklama, Hijlck van
Aylva, Dorothea van (± 1626-1646): V 303, VII 86
Aylva, Douwe van (1579-1638); grietman van Westdongeradeel: III 137, V 124, VI 72
Aylva, Douwe van (Dau, Dauw, Dauwe, Douve) (1610-1665); grietman en volmacht namens Westdongeradeel: II 111, III 9, 189, IV 11, 16, 24, 27, 31, 33, 35, 40, 52, 56, 57, 241, V 34, 51, 52, 54, 57, 61, 62, 68, 75, 77, 78, 94, 99, 106, 109, 168, 174, 239, 240, 252, 253, 263, 274, 286, 288, 296-300, 302, 308, 309, 311, 312, 316, VI 11, 17, 18, 31, 35, 45, 49-51, 53, 57, 58, 62, 77, 81, 84, 85, 96, 103, 104, 116, 118, 130, 135, 198, 331-335, 337-340, 343, VII 16, 27, 42, 43, 47-50, 53, 56-58, 63, 67, 69, 71, 73, 76, 79, 80, 85-87, 96, 97, 108, 132, 153, 155, 178-181, 338, 340, 346, 351, IX 16, 32, 82
Aylva, Epe van (Ipe) (1612-1645); lid van het Hof van Friesland: III 22
Aylva, Ernst van († 1665); sergeant-majoor der infanterie in het Staatse leger: IV 52, V 49, 51, 59, 70, VI 91, 98, 101, 335, 336, VII 22, 80
Aylva, Hans Willem des H.R. Rijksbaron van (1633-1691); III 137, 159, IV 25, V 34, VI 99, 103, VII 48
Aylva, Hessel Meckema baron van (colnel, collonel, cornel Aylva) (1608-1660); kolonel der infanterie in het Staatse leger, gouverneur van Emden: I 84, III 41, 51, 52, 54, 77, 94, 137, 149, 161, 162, 164, IV 16, 25-27, 29, 31-33, 35, 52, 83, 184, 187, 242, 250, V 47, 49, 51, 53, 54, 57, 59, 61, 68, 77, 78, 93, 94, 98, 99, 252-254, 256, 262, VI 17, 18, 31, 33, 34, 39, 45, 57, 65, 72, 80, 83-85, 98, 99, 103, 111, 113, 116-118, 336, 338-340, 343, 364, VII 13, 15, 17, 22, 25, 29, 30, 39, 44, 47,
[p. 770]
48, 81, 82
Aylva, His van (Heeske) († 1675); echtgenote van Gerrit van Loo: III 190, IV 246, VI 118, VII 25
Aylva, Hobbe van (Obbe) (1582-1645); lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland, curator van de Academie te Franeker: III 32, 35, 36, 63, 65, 136, 137, IV 13, 51, V 124, 264
Aylva, Johan van (Jan) († 1660); grietman van Hemelumer Oldeferd en volmacht namens Hemelumer Oldeferd, lid van de Rekenkamer van Friesland: II 108, III 32, 34, 191, IV 11, 14, 26, 27, 36, 40, 51, 52, 238, V 34, 56, 69, 104, 105, 256, 259, 274, 278, 283, 285, 295, 303, VI 24, 27, 32, 33, 39, 40, 43-45, 48, 50, 51, 53, 57, 59, 63, 65, 69, 80, 84, 92-94, 103, 104, 117, 118, 135, 198, 330-332, 334-336, 338-341, 343, VII 20, 27, 29, 42, 43, 46, 48, 49, 72, 85-87, 96, 97, 98, 121, 129, 153, 173, 176, 178-182, 184, 191, 341-344, 350-352, IX 20, 27, 30, 33, 82
Aylva, Sipke Meckema van, heer van Tammingaborg, Hornhuizen en Kloosterburen († 1669); kapitein in het Staatse leger: VI 331, VII 87
Aylva, Sjoert van (Sjourt) (1616-1679): IV 31, 56, 237, V 28, 47, 57, 259, 283, VI 31, 45, 58, 257, VII 18, 337
Aylva, Tjaert van (Tjeerd, Tjerd) († 1647); grietman van Wonseradeel en volmacht namens Wonseradeel in de Staten van Friesland, curator van de Academie te Franeker: III 191, IV 11, 23, 27, 35, 51, 52, 240, 251, V 34, 63, 66, 69, 70, 78, 96, 98, 103-105, 107, 110, VI 43, 65
Aylva, Tjaert van († 1652); volmacht namens Kollumerland in de Staten van Friesland: V 47, 57, 78, 93, 239, 253, 295, 352, VI 80, 331, VII 48, 54, 76, 132, 340
Aylva, Tjepke van: V 125
Aylva, Ulbe van (Ulb) (1617-1652); grietman van Baarderadeel en Wonseradeel en volmacht namens Baarderadeel en Wonseradeel in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: III 17, 34, 137, 182, 189-193, 195, 196, IV 7, 9-14, 23-29, 31, 33-35, 38, 39, 51-54, 56, 60, 65, 112, 115, 238-245, 250, 251, 253, V 28, 29, 34-36, 38, 47, 50, 55, 56, 63, 65, 66, 68-70, 76, 78, 93-99, 103-110, 119, 122, 124, 126, 129, 168, 174, 178, 231, 239, 240, 251, 252, 254-258, 263-265, 273, 280-286, 295, 297, 299, 300, 305, 307-311, VI 12, 13, 17-21, 25, 27, 28, 31-36, 38, 39, 41, 42, 57, 59, 91, 92, 103, 111, 113, 198, 330, 331, 336, 341, VII 15, 16, 27, 41, 43, 44, 47, 53, 54, 74, 77, 81, 84, 85, 95, 106, 161, 177, 188, 192, 339, 342, 343, 350-352
Aysma, Van (Aisma); geslacht: VI 22
Aysma, Albert van (1576-1648); volmacht namens Ferwerderadeel in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: I 12, III 30, IV 17, 31, 253, V 29, 54, 57, 62, 67, 231, 251, 254, 255, 257, 258, 279, 307, VI 11, 31, 62
Aysma, Focke van (Focke-oom) († 1651); secretaris van Ferwerderadeel en volmacht namens Ferwerderadeel in de Staten van Friesland: IV 17, 237, 241, VI 333, 340, VII 39, 47-50, 54, 56, 57, 63, 67, 69, 72, 76, 77, 79, 151
Aysma, Hothje van (* 1628): V 320, VI 11
Aysma, Lolck Alberts van; echtgenote van 1) Claes Epes van Aesgema; 2) Gozewijn Wijdefelt: V 280
Aysma, Lolck Hothjes van (vrau Nauta) (± 1597-1646); echtgenote van Gajus Nauta: IV 35
Aysma, Lolck Scheltes van (Jolcke, Lolcke) (* 1617): IV 263, 264, V 25, 26, 54, 93, 320
Aysma, Schelte van (± 1578-1637); kolonel der infanterie in het Staatse leger: V 104
Baalen, Margarethe von der; echtgenote van Efferen: VI 225
Baard, zie Baerdt
Baardorf, zie Baersdorp
Back, Paul de; gouverneur van Moerspui: III 177
Backer, Willem (1595-1652); lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: II 39, VII 295
Bacx, Willem Maurits (Bax); ritmeester in het Staatse leger: I 85, VI 284, 294
Baden-Durlach, Anna markgravin van (gravin van Culemburch, Waldeck) (1587-1649); weduwe van Wolrad IV van Waldeck: I 87, II 26, 28, III 95, IV 69, V 156
Baens, zie Beens
Baerdt, Van (Baard, Baerde, Baerden, Baerdta, Baert); geslacht: III 195, V 110, VI 343
Baerdt, Dirck van (1619-1673); grietman van Weststellingwerf en volmacht namens Weststellingwerf in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: I 12, 96, III 22, 57, IV 14, 27, 32, 61, 245, V 56, 99, 278, VI 73, VII 40, 72, 107, 236
Baerdt, Egbert van (1627-1669); grietman van Haskerland: VI 79, 80
Baerdt, Hobbe Jans (Obbe de Menist, de Menist mit de baerdt); koopman te Leeuwarden: IV 62, 249, V 56, 126, VI 96, 332, 334, VII 19, 358
Baerdt, Hobbe van (1591-1655); grietman van Haskerland en volmacht namens Haskerland in de Staten van Friesland: I 53, 56, 96, II 110, III 33, 45, 55, 57, 125, 126, 136-138, 182, 190, 193-195, IV 9, 10, 14, 15, 17, 23, 27, 28, 33, 37, 43, 52, 53, 56, 239-241, 245, V 59, 63, 64, 73, 75, 77, 78, 94, 95, 110, 231, 238-240, 251, 252, 254, 257, 258,
[p. 771]
278, 287, 298, VI 18, 21, 46, 48, 49, 62, 63, 73, 78-80, 116, 329, 364, VII 40, 43, 50, 67, 70, 73, 174, 236, 340, 341
Baerler, zie Barels
Baersdorp, Clement van (Baardorf) († 1645); lid van de vroedschap van Leiden, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: III 76, 186
Baert, zie Baerdt
Baes, de, zie 1) Frederik Hendrik; 2) Willem II
Bagnola, graaf (Bangnola); Napolitaans generaal in het Spaanse leger: II 83
Bahr, Herman van; officier in het Staatse leger: III 205
Balfour, Sir Philip (Balfourt); Schots kolonel in het Staatse leger: II 29, III 158
Balvisay; kolonel in het Franse leger: II 52
Banck, Laurentius (1617-1662); Zweed; hoogleraar in de rechten te Franeker: V 65
Baner, Johan (Bannier, Bannir) (1596-1641); veldmaarschalk in het Zweedse leger: II 98, III 43
Bangnola, zie Bagnola
Barbier, Louis, genaamd l'Abbé de la Rivière († 1670); bisschop van Langres, aalmoezenier van de hertog van Orléans: II 32
Barels, Albertus (Baerler); advocaat bij het Hof van Friesland: IV 239, 246, V 37, 38
Barnevelt, zie Oldenbarnevelt
Bartel; burgemeester van Luik: V 211, VII 226
Bartolotti, Guillielmo (Bartalotti) (1602-1658); Amsterdams bankier: V 139
Bass, zie 1) Frederik Hendrik; 2) Willem II
Bassompierre, François baron de (Bassompiere) (1579-1646); maarschalk in het Franse leger: IV 126
Batilly, Antoine Lebey de, heer van Montoy (Battilly) (1601-1645); kolonel in het Franse leger: II 37
Bawyr, Johan van, heer van Franckenberg (Franckenburch); ritmeester in het Staatse leger: III 178, V 233
Bax, zie Bacx
Beaumont, Herbert van (1607-1679); secretaris van de Staten van Holland: II 102, III 76, 186, V 175, VII 295, X 248, 249
Bec-Crespin, Renée (mademoisell de Guebriant) († 1659); echtgenote van Jean Baptiste Budé, graaf van Guébriant: III 188
Beck, Johann baron van (Beeck) (1588-1648); generaal in het keizerlijke leger: I 70, II 39, III 94, 145, 153, 157, 161, 176, IV 121, 131, 151, 155, 161, 163, 164, 184
Beemen, Behmen, koningin van, zie Stuart, Elisabeth
Beens, Diederik (Baens); ritmeester in het Staatse leger: I 85, IV 130, 132, 195
Beer, Hendrick; kapitein in het Staatse leger: III 54
Beieren, zie ook Wittelsbach
Beieren, Willem van, heer van Schagen (1604-1660): V 161
Beilanus, Nicolaus (Bellanus) († 1669); pensionaris van Leeuwarden: I 0, III 23, IV 59, 60, 238, 242, 253, V 30-33, 108, 302, VI 21, 59, 86, VII 21, 86, 98, 107, 109, 131, 160
Beima, zie Beyma
Belckum, Gerard van (Belkum); ingenieur: II 31, III 160, V 120
Belida, Olphardus († 1671); rector van de Latijnse school te Harlingen: VII 324, 339
Belinkhoven, heer van (Belckhooven, Belinckhooven): II 29, V 231
Bellanus, zie Beilanus
Bemmelen, Cornelis van (Bemmelen); wachtmeester van de schutterij te Utrecht: V 152, VII 237
Benardi, Benardus, zie Brugbron
Benn: III 182
Bentheim, graaf van (Benthem): VI 138, 166, 201, IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Bentheim, Magdalena van: V 231
Benthuysen, zie Wijngaerden
Bentinck, Eusebius Borchart (Benting); majoor der cavalerie in het Staatse leger: I 71, 75, 83
Berch: VI 273
Berch, zie ook Bergh
Berchum: III 72, 185, IV 84
Berchum; juffer: IV 223
Berck, Matthijs (Bercke, Berckel) († 1655); lid van de vroedschap en pensionaris van Dordrecht: VI 296, VII 230, 233, 236, 287
Berck, Caspar van; officier in het Staatse leger: IV 132
Berckel: II 89
Berckel, zie ook Berck
Berckhout, Cornelia Teding van (des admiraels vrau) († 1680); echtgenote van Maarten Harpertszoon Tromp: II 39
Berendrecht, zie Ouseel, Pieter
Berentrou: V 229
Berentrou; juffer: V 229
Bergaigne, Hendrik de (Borgagne, Borgaigne) († 1666); ritmeester in het Staatse leger, hoogschout der Meierij van Den Bosch: V 186, VI 229, 316
Bergerac (De Bergera); kapitein in het Franse leger: IV 125, 126
Bergerole: IV 149, 151
Bergh, Hendrik graaf van den (Berch) (1573-1638); generaal in het Spaanse en Staatse leger: V 238
Bergh, Herman Frederik van den, heer van Goor en Stevensweert (Hermen) (± 1600-1669); kolonel der cavalerie in het Staatse leger: I 114, III 157, IV 135, 170, 190, V 188, VI 148, 250, 251, VII 226
[p. 772]
Bergh, Maria Isabella gravin van den, markiezin van Bergen op Zoom (± 1613-1671); echtgenote van Eitel Friedrich vorst van Hohenzollern: V 185, VI 134, 246, 286, VII 193, 199, 227, 228, 233, 238, 239, 241
Bergh, gravin van den, zie Löwenstein-Wertheim-Rochefort, Josina Walburga van
Beringhen, De (Beringam, Beringan); geslacht: VI 258
Beringhen, Henri de (1603-1692); opperstalmeester van Lodewijk XIV: V 163, VI 97, 98, 117, 118, 127, 133, 137, 148, 159, 199, 217, 222, 258, 308, 323, VII 14, 82, 241, 251, 259, IX 14, 19, 24, 28, 31, 34, 171, X 17, 248, 249, XI 1, XII 3
Beringhen, Maximilien de, heer van Arminvilliers (Almaville, Armaveille, Armaville, Armeveille); Frans sergeant-majoor in het Staatse leger: I 94, II 25, III 96, IV 165, 201, V 92, 141, 161, 178, VI 96-98, 113, 127, 133, 136-138, 141, 146, 150, 151, 169-171, 186, 193, 217, 218, 226, 258, 269, 308, 323, 364, VII 84, 204, 234, 251
Berlaymont, Marie Marguerite gravin van, barones van Lens en Hierges (gravin van Egmond) († 1654); echtgenote van 1) Antoine de Lalaing, graaf van Hoogstraten en Montigny; 2) Lodewijk graaf van Egmond, prins van Gavere: V 190, 192, 211, 212, 216
Berleben: IV 175
Bernardi, Bernardus, zie Brugbron
Bernevelt, zie Oldenbarnevelt
Besançon de Bazoches, Charles baron de († 1669); officier in het Franse leger: III 205
Bette, Guillaume de, markies van Lede (marquys de Leude) († 1658); Vlaams kolonel der infanterie in het Spaanse leger, gouverneur van Duinkerken: IV 162
Beumer, baron de, zie Boeymer
Beussy Elmort; officier in het Franse leger: II 37
Bever(s)weert, zie Nassau, Lodewijk van
Bever(s)weert, vrau van, zie Hornes, Isabella van
Beveren, Cornelis van, heer van Strevelshoek (1591-1663); lid van de vroedschap en burgemeester van Dordrecht, rentmeester-generaal van Zuid-Holland, gedeputeerde van Holland ter Staten-Generaal, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: IV 228, 233, V 83, 85, 92, 146, 149, 155, 156, 161, 172, 231, VI 139, 144, 209, 260, 261, 264, 269, 270, 273, 285, 286, 289-291, 294, 296, 299, 302-304, VII 230, 231, 233, 235, 236, 254, 255, 257, 258, 287, 293, 294, 307
Beveren, Van; zoon van Cornelis van Beveren: V 83, 85, 92, 149
Beverijn: VI 293
Beverningk, Hieronymus van (Beverling) (1614-1690); lid van de vroedschap en burgemeester van Gouda: VI 319
Beverom: III 95
Beyeren, zie Wittelsbach
Beyma, vrau van (Beima, Bijma, Bima): V 257, IX 31
Beyma, Balthasar van; luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger; gouverneur van Coevorden: II 49-51, III 154
Beyma, Conradus van; vaandrig in het Staatse leger: VII 86
Beyma, Johannes van († 1647); schepen van Leeuwarden en volmacht namens Leeuwarden in de Staten van Friesland: II 107, 108, IV 17, 28, 263, V 25, 33, 104
Beyma, Julius van (1620-1645); volmacht namens Oostdongeradeel: III 32
Beyma, Lambert van (1590-1658); secretaris van de Staten van Friesland: I 53, III 60, 65, 191, V 34, 278, VI 26, 118, 334, VII 85-87, 104, 109, 151, 158, 160, 184, 337, 341
Bicker, Andries (1586-1652); lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland, gedeputeerde van Holland in de Staten-Generaal: II 29, 39, 42, III 71, IV 67, 71, 82, 92, 94, 107, 108, 111-113, 115, 116, 121, 123, 148, 196, 223, 225, 248, V 85, 100, 146, 148, 153, 154, 160-162, 164-166, 171-173, 279, VI 9, 77, 79, 80, 121, 147, 164, 216, 217, 226, 239, 242, 246, 253, 255, 256, 258, 260, 267, 269, 289, 294, 303, 312, 319, 326, VII 103, 132, 236, 254, 258, 297, 309-312, 314, 320, 322, 338, 341, 355, IX 35
Bicker, Cornelis, heer van Swieten (Suyten, Switen, Swyten) (1592-1654); lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: IV 67-69, 82, V 165, 173, VI 79, 80, 294, VII 254, 258, IX 35
Bicker, Gerard (1622-1666); drost van Muiden: VII 103
Bicker, Jacob (1612-1676); kapitein-majoor van het garnizoen te Amsterdam: IV 69
Bicker; geslacht: VI 216, 283, 292, VII 22, 311
Bie, De, zie Bye, De
Bielcke, Henrick; Deens kapitein in het Staatse leger: V 178
Bijekorf, Jan Everts (Evertz) († 1663); volmacht, lid van de vroedschap en burgemeester van Harlingen, monstercommissaris: V 51, 53, 55, 57, 58, VII 127
Bijma, zie Beyma
Bilandt, zie Bylant
Bilderbeeck, Hendrik van (Bilderbeck) († 1653); agent der Staten-Generaal te Keulen: III 51, 79
Billeke: VI 147
[p. 773]
Bima, zie Beyma
Binnerts, Maaicke Pieters (* ± 1588); echtgenote van Tjerck van Boelens: IX 85
Binsfeld, heer van (Binsfeldt): VI 183
Blesjesgraaf, zie Mijle, Adriaan van der
Block, Hugo († 1661); lid van het Hof van Holland: VI 230
Blumenthal, Joachim Friedrich von (Bloemendael) (1607-1657); Brandenburgs staatsman: V 232, 236
Bobbert, vrau: V 233
Bockama, Sybrant van (Bockema); lid der gezworen gemeente van IJlst en volmacht namens IJlst in de Staten van Friesland: III 49, 55, 59, 61, IV 62, V 32, 99, 282, 310
Bockhoven, Frans van (Boeckhoven); commies van de artillerie in het Staatse leger: III 164
Bockingam, zie Villiers, George
Boeckhoven, zie Bockhoven
Boelema, Teotardus (Boulema); assessor van het krijgsgerecht van Friesland: V 278, VI 11, VII 29, 39, 106
Boelens, Lieuwe van (jonge Boelens, Boelens' soon, Boelens' kindtskindt) (1630-1653); grietman van Achtkarspelen, monstercommissaris, lid van de Generaliteitsrekenkamer: VI 49, 81, 84, 335, VII 23, 71, 72, 76, IX 82
Boelens, Taecke († 1648); kapitein der infanterie in het Staatse leger: VI 98
Boelens, Tjerck van (Boulens) (± 1583-1651); grietman van Achtkarspelen en volmacht namens Achtkarspelen in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: I 5, 54, IV 34, 54, 251, 253, V 29, 51, 54, 57, 62, 107, 124, 240, 296, 302, VI 49, 72, 77, 81, 84, 103, 332, 333, VII 47-49, 56, 57, 69, 71-73, 76, 80
Boertjen: V 238
Boetzelaer, Van den: II 59
Boetzelaer, Anna van den (1584-1650); weduwe van Godard van Reede van Amerongen: V 155
Boetzelaer, Assuerus van den, heer van Leeuwen (Leewen, Lewen) († 1676); kolonel der infanterie in het Staatse leger, gouverneur van Gennep: IV 199
Boetzelaer, Ernestina van den (vrau Haersholdt) (± 1620-1684); echtgenote van 1) Adolf van Reede; 2) Anthony van Haersolte: IV 157
Boetzelaer, Philips Jacob baron van den, heer van Asperen (Aspren, Boetzeler) (± 1601-1652); lid van de Raad van State: I 88, II 43, III 72, 75, 81, 140, 161, 182, 185, 186, IV 81, 215, 221, V 154, 161, 237, VI 115, 141, 232, 233, 245, 253, 257, 260, 261, 264, 268, 286, 290, 297, 299, 308, 313, 314, 340, VII 295, 296, 309
Boeymer, Frans Willem vrijheer van (Beumer, Boyema); kapitein in het Spaanse leger: VII 129, 130, 147, 148, 153, 156
Bohemen, koningin van, zie Stuart, Elizabeth van
Bohemen, prinses Sophia van, zie Wittelsbach, Sophia van
Bolleman, Passchier Hendricks (Boolmans) († 1652/1657): VII 79
Bolsuyn, heer van: VI 183
Bonema, zie Bonnema
Boner, Hylck († 1656); echtgenote van Johannes Sjoerds Saeckma: VII 131
Boniface, Gaspar; kolonel in het Spaanse leger: III 97
Bonnema, Fedde Feddes (Bonema) († 1655); lid van de vroedschap en burgemeester van Harlingen: IV 43
Boolmans, zie Bolleman
Booreel, zie Boreel
Booswel, zie Boswell
Boote, zie Bothe
Bootsma, Hessel van († 1674): V 259, 298, VI 329, VII 19, 21, 55, 72, 98, 99, 101, 102, 106-108, 110, 124, 125, 161, 177, 180, 183
Bootsma, Johan van († 1637); ontvanger-generaal van Friesland: V 302, VI 17, VII 123
Borckxdorf, zie Burgsdorff
Boreel, Jacob (1593-1644); lid van de vroedschap en burgemeester van Middelburg: II 64, 68
Boreel, Johan (1617/1621-1673) (jonge Boreel van Middelburch); lid van de vroedschap en burgemeester van Middelburg: III 163
Boreel, Willem (Booreel) (1591-1668); pensionaris van Amsterdam, gezant van de Republiek: II 89, III 73, V 85, 165, 179, 180, VII 298, 300
Borga(i)gne, zie Bergaigne
Borgia, Juan de (Jan de Borgia, Bourg); luitenant-generaal der cavalerie in het Spaanse leger: I 85, 86, IV 141
Boritius, zie Bouricius
Bormania, zie Burmania
Borneva(e)l, vrau zie Zuylen van Nyeveld, Machteld van
Bornius, Henricus (± 1617-1675); hoogleraar in de ethica en logica aan de Illustre School te Breda: IV 159
Borre, Petronella (1578-1653); echtgenote van François van Aerssen: V 80, VI 285, 306, VII 318
Borxdorf, zie Burgsdorff
Bosch, Everhardus van den; vaandrig in het Staatse leger: IV 50
Boshuysen, Philips van (Boschuysen, Boschhuysen, Boschuisen, Boshuysen) (1584-1652); grietman van Het Bildt en volmacht namens Het Bildt in de Staten van Friesland, gedeputeerde van Friesland ter Staten-Generaal: II 107, 108, III 19,
[p. 774]
29, 32, 36, 40, 138, 191, IV 11, 15, 31, 33, 39-42, 54, 55, 57, 59, 60, 81, 94, 155, 157, 161, 163, 209, 223, 239, 253, V 30, 37, 49, 50, 58, 61, 63, 66, 81, 83-85, 90, 94, 98, 119, 124, 146, 240, 251, 262, 265, 276, 277, 283, 295, 298, 299, 311, VI 15, 19, 20, 59, 70, 242, VII 28, 85, 338, IX 32
Boschuysen, vrau, zie Eisinga, Anna van
Boshuysen, Willem van (Boschuysen) († 1654/1657); luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger: III 94, 113, 205
Boswell, William (Booswel) († 1650); resident van Engeland te 's-Gravenhage: III 108, 111, IV 70
Bothe, Frederick (Fredrick Boote, Bote); volmacht namens Bolsward in de Staten van Friesland: V 51, 55, 57, VI 339, 341
Botizon, Antonio; kolonel der infanterie in het Spaanse leger: III 161
Botnia, Van; geslacht: VII 109
Botnia, Dominicus Justus van (Bottinga, Bottnia) († 1660); grietman van Baarderadeel en volmacht namens Baarderadeel in de Staten van Friesland, monstercommissaris: IV 27, 28, 31, 52, V 67, 93-96, 99, 104-106, 109, 119, 168, 174, 239, 252, 253, 257, 263, 285, 286, 297-300, 305, 307, VI 12, 13, 17, 18, 21, 28, 31, 33-37, 39, 42-45, 47, 50-55, 58, 59, 63, 67, 111, 115, 119, 198, 330, 335, VII 29, 39, 41-45, 106, 154, 183, 337-339, 349, 350, 352, 354, IX 82
Botnia, Foockel van († 1673); echtgenote van Julius van Eisinga: VII 337
Bottaket: VII 125
Botter, Gijsbrecht; lid van de vroedschap van Schoonhoven, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: III 76, 186
Botterwech, Hans (Botterwecht); notaris, majoor der burgerwacht van Leeuwarden: IV 244, 263, V 25, 60, 254, 278, 295, VI 32, 41, 42, 48, 71, 100, VII 29, 180
Bottinga, Bottnia, zie Botnia
Bouat, zie Culan
Bouchorst, Amelis van den, heer van Wimmenum (Wimenum, Wimmenum, Wymenum) († 1669); lid van de ridderschap van Holland, gedeputeerde van Holland ter Staten-Generaal, gezant van de Republiek te Munster: III 72, 80, 86, 122, 124, 155, 186, IV 55, 58, 68, 70, 107, 117, 143, 151, 157, VI 146, 253, 264, 323, 324, VII 289, 310
Bouckingam, zie Villiers, George
Boudaen, Balthasar (Boudan) († 1642); lid van de Raad van Brabant: I 93
Boulema, zie Boelema
Boulens, zie Boelens
Boullion, hertog van, zie Tour d'Auvergne, Frédéric Maurice de la
Bouquoy, zie Longueval
Bourbon, César van, hertog van Vendôme (Vandosme) (1594-1665): VI 274
Bourbon, Gaston van, hertog van Orléans (Monsieur) (1608-1660); luitenant-generaal in het Franse leger: II 29, 30, 32-35, 37, 39, 40, 44, 48, III 27, 95, 96, 101, 107, 137, 138, 187, IV 105, 109, 110, 126-129, V 165
Bourbon, Henri I van, prins van Condé (1552-1588); Frans staatsman: VI 274
Bourbon, Henri II van, prins van Condé (1588-1646); Frans staatsman en officier in het Franse leger: IV 105, 212, VI 273, 274, VII 147
Bourbon, Henriette Marie van (1609-1669); echtgenote van Karel I van Engeland: I 77, 79, 91, II 88, III 150, IV 70, 105, 115, 117, 118, 164, 201, 247, V 156, 163, 186, VI 141, 157, 207, 227, VII 80, 81, 122
Bourbon, Louis II van, prins van Condé, hertog van Enghien (Anguin, Anguyn, Anguyns) (1621-1686); maarschalk in het Franse leger: I 78, 80, II 73, III 27, 110, 121, 138, IV 127-129, 133, 150, 151, 157, 160, 162, 165, 167, 212, V 70, VI 208, 211, 215, VII 240
Bourbon, Louis van, graaf van Soissons (1604-1641) (Soisons): VI 102
Bourbon, Philippe prins van, hertog van Anjou (1640-1701): VI 321, VII 297
Bourdeille, Claude de, graaf van Montrésor (1606-1663); jagermeester van de hertog van Orléans: III 122
Bourg, zie Borgia
Bourgondiën, zie Habsburg; geslacht
Bouricius (Boritius, Bouritius): I 8, III 62
Bouricius, Gellius († 1653); luitenant in het Staatse leger: VI 332
Bouricius, Johannes (jonge Bouritius d'advocaet) († 1671); advocaat, volmacht namens Menaldumadeel in de Staten van Friesland: V 55, VI 19, 52, 53, 55, 59, 63, 82, 103, 115, 117, 340, VII 132, 177, 180, 185, 187, IX 14, 15
Bournaux († 1645); gouverneur van Hulst: III 70
Bourom, Bourum, zie Burum
Bouthillier, Léon, graaf van Chavigny (De Chavingny) (1608-1652); Frans staatsman: IV 106
Bouwe, Lieuwes (Bouwe Liewess): VI 345
Bouwes, Lieuwe (Bouwe Lieuwes, Lieuwe Bouwe); schepen van Leeuwarden: V 320, 321, 331
Boyema, zie Boeymer
Brabant, Raad van (Brabantschen Raedt): IV 217, VII 227, 228
Bracamont y Gusman, Gaspar de, graaf van Peñaranda (Pegneranda, Pigneranda, Pygneranda, Pynjeranda); ambassadeur van Spanje te Munster: V 88, 123, 297, VI 66, 197, 235, 236, 244, 251, 333, VII 176, 211
[p. 775]
Braeckel, zie Brakell
Brahe, Tycho (Tiche Bray) (1546-1601); Deens astronoom: IV 229
Brakell († 1647): V 179, 266
Brakell (Braeckel, Brakel), vrau: V 156, 266
Brame (Breme); Frans edelman in dienst van Mazarin: IV 107, 116
Branckert, zie Pancras
Brandenburg, zie Frederik Willem, Georg Wilhelm en zie ook Hohenzollern
Brandenburg, keurvorstin van, zie Wittelsbach, Elisabeth Charlotte
Brandenburg, Stenden van: IV 211
Brandijn (Brandyn); advocaat: I 91, II 98, 99, IV 89, VII 1
Brants à Boelens, Auckje; echtgenote van Epeus Meynsma: VII 80
Braremont; officier in het Franse leger: II 37
Brasser, Govert (Brassart, Brassert) (1589-1654); thesaurier-generaal van de Unie: II 100, IV 49, 50, 52, 54, 55, 57, 217, VI 56, 58, 62, 63, 65, 71, 74, 75, 82, 251, 290, VII 131, 147-149, 155-157, 235
Brasset, Henri (1591-na 1654); secretaris van de gezant van Frankrijk, resident van Frankrijk in de Republiek: I 95, III 185, IV 166, 212-224, V 159, VI 127, 222, 235, 323, VII 240, 257, 322, 359
Brasset; zoon van Henri Brasset: V 159
Brauwert, zie Brouart
Bray, Salomon de (Van Bree) (1597-1664); schilder, bouwmeester en minnedichter: VI 328
Breda, Illustre School te: IV 114, 157-159
Brederode, (me)vrau van, zie Solms-Braunfels, Louise Christina van
Brederode, Amalia Margaretha van (Ammali, Ammelie, vrau Slabata, Slavata) († 1663); echtgenote van Albrecht Hendrik van Slavata: III 82, 85, 125, 178, VI 147, 209
Brederode, Florentina van (Florentine) (1624-1698); echtgenote van Moritz van Solms-Hungen: II 42, 43, III 82, 85, 178, IV 150, V 186, 188, VI 147, 206, 208, 210, VII 202-204
Brederode, Hedwig Agnes van (Hedwich Agnis) (1643-1684): I 86
Brederode, Helena van (vrau van Podelits, Potlits) († 1666); weduwe van Stephan Gans, vrijheer van Potlitz: II 42, V 237, VI 189, 192, 209, 211, VII 200, 208
Brederode, Johan Wolfert van (Brederod, Bredrode, Brederodd, Brederodde, Brederoot) (1599-1655); lid van de ridderschap van Holland, veldmaarschalk in het Staatse leger: I 62, 63, 67, 71, 75, 76, 78, 80, 84, 86, 87, 91, 94, 95, II 25, 27-31, 39, 41, 42, 47, 49-56, 61-63, 65-68, 71, 72, 74-80, 85, 98, 100, 101, III 69, 81, 82, 85-88, 93, 94, 96, 99, 100, 107-116, 122-126, 135, 136, 138, 139, 141, 143-146, 149-155, 158, 160-163, 173-175, 179, 182, 185, 187, IV 69, 85, 86, 90, 106, 108, 110, 112, 113, 116, 119, 121, 124, 126, 129-132, 139-142, 144, 145, 148, 150, 161, 164, 168-170, 172, 174, 183, 185, 186, 190, 192, 194, 195, 197, 198, 217, 225, 228, 229, 236, V 80, 84, 130-132, 137, 139, 140, 145, 146, 151, 154, 155, 161, 164, 168, 170, 171, 173, 174, 178-180, 185, 187, 189, 191-196, 207, 208, 211-213, 215-218, 229, 230, 234, 236, 237, VI 80, 122, 127, 143, 147-150, 152, 159, 167, 168, 170, 175, 183, 188-190, 192-194, 197, 199-206, 208-211, 226, 232, 235-237, 242, 294, 296, 297, 301, 303, 308, 314-316, 319, 320, 324, 327, 336, VII 199, 200-205, 207-209, 211, 225-228, 231, 237, 239, 253, 292, 344, IX 34
Brederode, Juliana van (freule Julian) (± 1621-1678): V 186, 188, 237, VI 206, 208, 210, VII 202-204
Brederode, Margaretha van (Marchau, Marchaut, Manchau, Manschau) (± 1595-1634/1656); echtgenote van François de la Place: 177, II 68, 71, 73, 85, 96, III 75, 125, 141, 157, 187, IV 144, 145, 148, 150, 164, V 137, VI 166, 167, 174, 190
Brederode, Sofia Theodora van (Sophi, Sophie, Phijcken, vrau van Donau de jonge, Sophia de vrau van Donau) (1620-1678); echtgenote van Christian Albrecht van Dohna: I 94, II 27, 42, 79, III 182, IV 105, V 170, 237, VI 212
Brederode, Wolfert van: VII 292
Bredt, De, zie Barton, Jean
Bree, zie Bray
Breme, monsieur du, zie Brame
Brese, Breze, zie Maillé
Brichanteau, François de, markies van Nangis (Nangy) (1618-1644); kolonel in het Franse leger: II 37
Brienne, zie Lomenie
Brissac, zie Cossé
Brochum: VI 286
Broeck, Van den; vaandrig in het Staatse leger: III 95
Broeckhuysen, Willem van; sergeant-majoor der cavalerie in het Staatse leger: IV 197, VI 284, 294, 310
Broer, Heres; burgemeester van IJlst: V 58, VII 17
Broers, Ipe: V 295
Broersma, Taco (Broesma, Broursma); sergeant-majoor der infanterie in het Staatse leger: III 126, 167, 177, IV 83, 132, 161, 174, V 146
Bronckhorst, Andrea Lucia van (vrau Ebinga) († 1666); echtgenote van Schelte van Aebinga: VII 124
Bronckhorst, Cornelis van; gedeputeerde van Gelderland ter Staten-Generaal: I 83
[p. 776]
Bronckhorst: VI 323
Brosterhuisen, Johan (± 1596-1650); hoogleraar in de plantkunde en het Grieks aan de Illustre School te Breda: IV 159
Brouart, Thomas (Brauwert); thesaurier van Frederik Hendrik: IV 84
Broursma; Groninger regent: IX 88
Broursma, zie ook Broersma
Brugbron, Matthaeus Bernardi (Bernardus, Mathias Bernhardi) (± 1595-1670); predikant te Bolsward: III 20, 41, 47, 48, 54, 55, 59, IV 42
Bruin, De, zie Brun
Bruinsma, Bruisma, zie Bruinsma
Bruinsma, Cyprianus (Siprianus); advocaat bij het Hof van Friesland: III 20
Bruinsma, Homerus: V 285, 299, 303, 305
Bruinsma, Regnerus Joannis (Bruisma, Bruynsma, Bruysma); lid van de vroedschap van Bolsward, secretaris van Hennaarderadeel, volmacht namens Wonseradeel in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: II 110, III 32, 34-36, 39, 189-191, 193, 196, IV 7, 10, 13, 23, 26, 28, 29, 33, 35, 36, 38, 53, 57, 238, 240, 242-244, 250, 253, V 29, 34, 35, 37, 38, 47, 54, 58, 60, 75, 94, 95, 97, 98, 107, 124, 168, 231, 239, 251, 258, 263, 280, 281, 284-286, 295, 299-301, 303, 309, VI 14, 15, 26, 39, 44, 59, 103, 330, VII 21, 23, 62, 74, 75, 87, 97, 157, 183, 188, 342
Bruinsma, Suffridus Joannes; secretaris van Hennaarderadeel: III 28
Bruinsma; zoon van Regnerus Joannis: V 75
Brun, Antoine (De Bruin, Bruyn) (1599-1654); ambassadeur van Spanje te Munster en in de Republiek: V 124, 216, VI 158, 333, VII 177, 186, 187, 190, 194, 199, 237, 253, 257, 259, 287-293, 296, 313, 337, 338, 348
Brunsvelt (Brunsveltz): VII 17
Brunswijk-Lüneburg, Christian Ludwig hertog van (Brunswijck, Lunenburch) (1622-1665): III 180, IV 92, 93, 155, 157, 169, 221, 234, V 192
Brunswijk-Lüneburg, Friedrich hertog van (Fridrich, Lunenburch) (1574-1648): IV 114, 155, V 195, 196, 283, VI 48, VII 22
Brunswijk-Lüneburg, Georg Wilhelm hertog van (Lunenburch) (1624-1705): IV 93, V 196
Brunswijk-Lüneburg; geslacht: V 192, 195, 196, VII 22
Brunswijk-Wolfenbüttel, August hertog van (Augustus) (1579-1666): IV 155, V 196, VI 142, 143, 157, 160, 166, 171, 176, 182, 188, 201, 301
Brunswijk-Wolfenbüttel, Rudolf August hertog van (tweden hertoch van Brunswijck) (1627-1704): VI 319
Brunswijk-Wolfenbüttel, Sofia Hedwig hertogin van (hertogin van Pommeren) (1561-1631): V 196
Brunswijk-Wolfenbüttel, Sophie Hedwig hertogin van (1592-1642); moeder van Willem Frederik: I 11, II 98, V 154, 215
Bruyn van Buytewech, Hester Cornelia (vrau van Alckemade); echtgenote van Albrecht van Wassenaer: IV 150
Bruynsma (Bruysma), zie Bruinsma
Bua(d)t, zie Culan, Fleury de
Budé, Jean Baptiste, graaf van Guébriant (Gebrian, Guebrian) (1602-1643); maarschalk in het Franse leger: V 217, VI 136
Bünau, Helena van: VI 343
Bullion, hertog van, zie Tour d'Auvergne, Frédéric Maurice de la
Burch, Hendrik van der; agent van de Staten-Generaal: VI 322, 323
Burch, Pieter van der (Verburch van Middelburg) († 1643); pensionaris van Middelburg: I 51, 91
Burch, Van der: V 120
Burckstorf, zie Burgsdorff
Burgh, Albert Coenraetsz (Conradus) (1592-1647); lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam, lid van de Raad van State, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland en lid van de Admiraliteit van Amsterdam: II 42
Burgh, Rompt Jacobs ter; schepen van Leeuwarden: V 295, VII 81, 160
Burghorst, Jan ter; kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 54
Burgsdorff, Konrad Alexander Magnus van (Borcksdorf, Borckxdorf, Borgdorf, Borgstorf, Borgxsorf, Borxdorf, Burcksdorf, Burckstorf, Burckxdorf, Burgsdorf, Burgstorf, Burgxdorf, Burxdorf) (1595-1652); Brandenburgs staatsman: IV 201-203, 212, 216, 218, 221-223, 226, 248, V 81, 132, 137, 140, 142, 144, 145, 150, 152, 179, 209, 217, 230, 234, 236, VI 159, 163, 164, 167, 170-174, 180, 184, 185, 188, 194, 203-206, 237, 324, 339, VII 100, 205, 260
Burlamachi, Philippe (Kirlamachi) († 1645); koopman te Londen: IV 54
Burmania, Van (Bormania, Buermania, Burmanie); geslacht: III 25, V 55, 68, VI 22, 334
Burmania, Doecke Martena van (Ducce, Ducke) (1627-1692): IV 24, 65, 240, V 32, 36-38, 47, 49, 50, 58
Burmania, Doedt van (Dude): III 57, 194, IV 8, 38, 66, 241, 264, V 26, 47, 110, 296, 318, VI 9, 16, 56, 99
Burmania, Feye van (1626-1679); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 63, VI 99, 117, 118
Burmania, Gemme Laes van (1626-1671); houtvester van Friesland, volmacht namens Ferwer-
[p. 777]
deradeel in de Staten van Friesland: III 33-35, 37, IV 65, 246, V 287, 288, VI 15, 22, 52, VII 99, 154
Burmania, Idzart van (* 1594): V 122
Burmania, Jarich Idzarts van (jonge Burmania) († 1661): V 122, VI 343, VII 20, 21, 25
Burmania, Laes van (1638-1691): IV 65, 241, 242
Burmania, Magdalena Sybrants van († 1692); echtgenote van Hero van Ockinga: V 308, VI 95, 105, 282
Burmania, Poppe van (Bormania Oostenda) (1603-1676); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 51, VII 78, 79, 84
Burmania, Rienck van (Rynick, Rynyck) († 1645); grietman van Leeuwarderadeel, volmacht namens Ferwerderadeel in de Staten van Friesland, curator van de Academie te Franeker: II 112, III 10, 23, 43, 45, VII 97
Burmania, Rints van (1619-1676); echtgenote van 1) Poppe Martijn van Andreae; 2) Frederick van Grovestins: III 57, VI 86
Burmania, Sipke (Sippke) van: V 111
Burmania, Sjuck van (Schiouck, Sjouck, Syuck) (1597-1650); grietman van Wymbritseradeel en volmacht namens Wymbritseradeel in de Staten van Friesland: I 1, 97, 113, II 96, III 25, 30, 33-35, 37, 41, 56, 191, 194-196, IV 8-11, 13, 17, 23, 24, 27, 30, 31, 34-37, 40, 51-55, 57, 60, 65, 115, 239-242, 244, 246, 247, 251, 252, 263, V 26, 32, 36-38, 50, 51, 54, 55, 58, 66-69, 96, 97, 104-106, 110, 122, 174, 239, 254, 258, 276, 282-285, 288, 298, 299, 301, 303, 317, VI 18, 22, 24, 33, 35, 38, 39, 41-43, 52, 66, 69, 71, 72, 75, 76, 78, 81, 82, 86, 87, 115, 331, 337, 341, 343, 364, VII 15, 16, 20, 21, 28, 30, 45, 49, 52, 72, 74, 83, 126, 127, 173, 178, 337
Burmania, Susanna Idzarts van († 1691); echtgenote van Pieter van Harinxma thoe Slooten: V 122, VII 124
Burmania, Upcke van; lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: VII 84
Burum, Alle Jans van (Bourom, Bourum) (1599-1668); burgemeester van Leeuwarden, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: I 1, 5, 7, 11-13, II 88, 107-110, 112, III 11, 15, 18, 19, 21, 23, 24, 27, 29, 34, 36, 39, 46, 49, 50, 52-55, 61, 63, 189, 191-195, IV 7-9, 12, 13, 16, 17, 23, 24, 28, 37, 52, 60, 238, 242, 243, 248, 249, V 26, 31, 33, 38, 51, 55, 57, 58, 62-64, 73, 94, 100, 103, 106, 108, 111, 120, 127, 239, 252, 256, 257, 259, 273-276, 279-281, 283, 284, 286, 297, 298, 300, 302-304, 306, 307, 312, 315-317, 319-321, 331, 332, VI 12-14, 21, 23, 24, 36, 48, 49, 63, 77, 80, 100, 121, 333, 334, 337, 340, 342, 345, VII 13, 16, 19, 29, 42, 44, 46, 48, 50, 55, 57, 58, 63, 69, 70, 74-76, 83, 97, 100, 132, 149, 153-156, 158, 160, 174, 176, 190-192, 339-344, 350, 351, 354, 358, IX 13, 14, 16, 17, 20, 29, 33
Burum, Tjetscke Allarts van (1623-1661); weduwe van Godefridus Jorritsma: V 302, VI 23
Burxdorf, zie Burgsdorff
Busdorf: IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Buselins, baron van: V 208
Buseroy, zie Buysero
Buttinga, Cornelis van (Buttingha) (± 1603-1645); secretaris van Weststellingwerf, lid van het Hof van Friesland: III 32, 45, 49, 50, 53, 55
Buttinga, Jacobus van; secretaris van Tietjerksteradeel en volmacht namens Tietjerksteradeel in de Staten van Friesland: III 30, 62, 64, IV 26, 27, 42, 54, V 53-55, 264
Buttinga, Pieter van († 1670); wijnkoper te Amsterdam, bewindhebber van de VOC: IV 42, V 56
Buysero, Laurens (Buseroy, Buyseroy) († 1674); griffier van Frederik Hendrik: III 30, IV 160, 167, 192, VI 133, 313, VII 212, 227, 234, 288, 289
Bye, Abraham de, heer van Albrandswaard (Alberartsweert, De Bie) († 1644); luitenant-kolonel in het Staatse leger: I 62, II 51, 90
Bye, Nicolaes de († 1665); resident van Polen in de Republiek: VI 136
Bye, De (Deby): VI 323
Bylant (Bilandt): V 236, VI 181
Bylant; geslacht: V 236
Cabauterte, Cabauterti, zie Solms-Braunfels, Johann Albert II van
Cabeljau, Johan Willem (Cabillau); kapitein der infanterie in het Staatse leger, commandant van Liefkenshoek: III 45, 48, 205
Cabrero, Josepho; officier in het Spaanse leger: III 96
Caesar, Gajus Julius (Caesar) (100-44 v.C.); Romeins veldheer en staatsman: II 26, VI 328
Caire, madamoiselle: V 165
Callenfels, Hartman Godfried van Stein (Stein Calevels, Stein Calevelts, Kalevelts, Steincalefelt, Steinckaleveldt) († 1667); kolonel der infanterie in het Staatse leger, commandant van Maastricht: II 101, V 167, 168, 188, VI 129, 266, 295
Caluard († 1644); kapitein in het Staatse leger: II 90
Camer, Johan van der (Ter Cameren, Van de Cameren, Van der Cameren) († 1669); lid van de vroedschap van Haarlem, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland, gedeputeerde van Holland ter Staten-Generaal, gedeputeerde te velde: I 76, II 47, III 72, 76, 186
Cammerarius, Joachim (1602/1603-1687); geheimraad van Zweden en de Palts, gezant van de Palts te Munster: VI 46
Cammingha, Catharina van; echtgenote van
[p. 778]
Homme van Harinxma thoe Slooten: V 275, 296, 304
Cammingha, Hijlck van; moeder van Jeltje van Aebinga: V 277
Cammingha, Taecke van († 1668); grietman van Wonseradeel en volmacht namens Wonseradeel in de Staten van Friesland: VI 103, 330, VII 22-24, 47, 188
Cammingha, Valerius Francisci van, heer van Ameland (1603-1668): IV 246, V 67, 254, 262, 275, 286, VI 9, 11, 28, 31, 95, VII 73, 128, 189
Cammingha, Watze van († 1686); lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: V 124, VII 18
Cammingha, Wijtze van (jonge Camminga): VI 345, VII 18, 103, 123
Camp, zie Kann
Camp, Hendrik Jansz; kapitein op de Staatse vloot: II 38, III 61
Campbell, Archibald, graaf van Argyll (Argyl) (1598-1661); Schots staatsman: VII 291
Campen, Jacob van (1595-1657); schilder, bouwmeester: V 150
Campigni: III 178
Camstra, gebroeders van (Kamstra): III 53, 57, 59, 61, IV 15, 36-39, 42, 66, 264, V 27, 37, 94, 102, 103, 107, 109, 178, VI 83, 96, VII 176
Camstra, Goffe van († 1663): III 19, 40, 56, V 33, 79, VI 32, 51, 53, VII 77, 176
Camstra, Homme van (Hommo) († 1652): III 19, 40, 56, V 33, 79, 109, 111
Camstra, Tjallingh van (Tjalling) († 1664): I 3, III 19, 40, 56, IV 238, 240, 264, V 27, 33, 68, 79
Camstra, vrau: VII 24
Candael, zie Nogaret
Canilla y Toledo, Luis Benavides de, markies Caracena (Carasena, Carassena, Carassene, Carazeno, Corazena) († 1668); generaal in het Spaanse leger, gouverneur van Milaan: II 74, 77, IV 132, 150, 155
Cant, zie Kann
Cantelmo, Andrea (Kantelmo) (1598-1645); officier in het Spaanse leger, gouverneur van Brugge: I 61, 62, 67, 70, 71, 73, 75-79, 84, 85, III 114
Capel, zie Cardouillacq
Capellen, Alexander van der, heer van Aartsbergen, Boedelhof en Mervelt (Capel) (1592-1656); lid van de ridderschap van Zutphen, gedeputeerde van Gelderland ter Staten-Generaal: III 186, IV 70, V 153, VI 150, 168, 169, 217, 247, 302, 304, VII 204, 240
Caracalla, Marcus Aurelius Severus Antonius, bijgenaamd (Caracalla) (186-217); Romeins keizer [211-217]: IV 173
Caraffa, gravin van: VI 188
Carancy, markies van: V 207
Carasena, Carassena, Carassene, Carazeno, zie Canilla y Toledo
Cardouillacq, François de, heer van La Capelle (Lacapel, Lacapell, Lacapelle, Lakapel, Laquapelle); Frans kolonel der infanterie in het Staatse leger: II 49, 50, 59, 87, III 146, 148, 175
Carel, Sibylle (juffer Sibil, Sibill, Sibille, Sibilleke); kamenier van Amalia van Solms-Braunfels: I 88, IV 94, 112, 124, V 209, VI 310
Carleton, Dudley († 1651); resident van Engeland in de Republiek: I 83
Caron, François (± 1600-1673); lid van de Raad van Indië, gouverneur van Formosa, directeur-generaal van de handel in Oost-Indië: VII 177
Carracci, Annibale (Carrazzi) (1560-1609); Italiaans schilder en graveur: I 115
Cartou, Geert Joostes (Cartau) († 1662); lid van de vroedschap en burgemeester van Harlingen en volmacht namens Harlingen in de Staten van Friesland: IV 252
Casembroot (Casembroodt, Casembrot, Kasembroot): I 5, III 181, IV 83, 87, 89, 107, 201, 203, 229, 236, V 98-100, 103, 142, 168, 171, 173, 177, 179, 180, VI 0, 22, 141, 144, 226, 243, 253, 292, 296, 323, VII 192, 311, 320, 323
Casembroot, Johan; commissaris-generaal der schepen: I 84, VII 51
Casembroot, Leonard: VII 1
Casembroot, Reinier de (± 1575-na 1650); commies van de generaliteitsfinanciën: II 98, 99
Casembroot († 1649): VII 153
Casimir, prins, zie Jan II Casimir Wasa
Cassendra: IV 123
Cassiopijn, Dominicus van (Cassopijn) († 1651); luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger, gouverneur van Geertruidenberg: III 162, V 214
Castelby, George; kolonel in het Spaanse leger: III 97
Castelrodrigo, zie Mouray Cortereal
Castillego (Castyliego, Castyllego): VI 234, VII 1
Catrine, madame (madamoisel Catrijn): IV 120, 145
Cats, Jacob (Catz, Katz) (1577-1660); raadpensionaris, dichter: I 84, 92, 93, II 90, 98, 99, 101, III 110, IV 111, 112, V 137, 159, 176, 233, VI 254, 271, 291, 293, 320, 324, VII 295, 299, 300
Caumont, De; geslacht: VII 82
Caumont, Anne de (mademoiselle La Force): VI 96-98, 120, 122, 159, 193, 201, 207, 222, 267, 269, 299, 327, VII 77-79, 81, 95, 128-130, 202, 204, 241, 259
Caumont, Jacques Nompar de, markies van La Force (1558-1652); maarschalk in het Franse leger: IV 126
[p. 779]
Caumont, Philippe de, markies van La Force (Laforce); Frans kolonel der cavalerie in het Staatse leger: II 29, 49, 51, 71, 77, 83, 89, 100, III 125, VII 83
Cave, Josua de la (Lacave) (± 1596-1661); predikant te Culemborg: II 109
Chabot, Henri de, hertog van Rohan (1616-1655) (Schabott): III 75
Chamaer (Schamaer); burgemeester van Luik: V 211, VII 226
Chambre mi-parti: V 275, VI 137, VII 78, 147, 150, 155, 161, 174
Charlot, zie Hessen-Kassel, Charlotte van
Charnasté: VI 256
Chastillion, Chastillon, Chastilon, zie Coligny
Chatelet, markies van Frichâteau, Erard († 1648); Frans staatsman: VI 135
Chavingny, De, zie Bouthillier
Chèvre, zie Potier
Chevreuse, hertogin van, zie Rohan
Choiseul, César de, graaf van Plessis-Praslin (Plessis-Prallyn) (1598-1675); maarschalk in het Franse leger: IV 126
Christiaan II, koning van Denemarken, Zweden en Noorwegen [1513-1523] (1481-1559): VII 239
Christiaan IV, koning van Denemarken en Noorwegen [1588-1648] (1577-1648): II 25, 101, III 25, 80, 81, IV 229, V 147, VI 142, VII 83, 176, 234
Christina Augusta, koningin van Zweden [1632-1654] (1626-1689): II 98, III 79, IV 112, 216, V 49, 68, 236, VI 169
Cierckxsma, zie Siersma
Cijtses, zie Sijtses
Cillegray, zie Killegrew
Cingema, zie Kingma
Cirksena, Enno III, graaf van Oost-Friesland (1563-1625): IV 243
Cirksena, Enno Ludwig, graaf van Oost-Friesland (1632-1660): IV 65, VI 308
Cirksena, Ulrich II, graaf van Oost-Friesland (graaf van Embden) (1605-1648): II 48, 96, III 51, 52, 54, 185-187, IV 65, 91, 93, 114, V 104, 297, VI 209
Cirpatrickx, zie Kirckpatrick
Claes Pieters; schepen van Leeuwarden: VI 345
Clant (Klandt, Klant); Gronings regent: VI 287, IX 34, 86, 87
Clant, vrau, zie Tamminga van Bellingeweer
Clant van Stedum, Adriaen (Clandt, Clant, Klandt, Klant) (1600-1665); Gedeputeerde van Groningen ter Staten-Generaal, gevolmachtigde van de Republiek te Munster: I 76, 84, 91, 92, II 86
Clarembeeck, zie Huygens, Rutger
Clenck, Johannes (Klinck) (1620-1672); hoogleraar in de rechten te Leiden en in de filosofie aan het Athenaeum Illustre te Amsterdam: IV 67, 70, V 179, VII 177
Cleon, zie Kleon
Clermont-Tonnerre, Charles de, prins van Ligny († 1674): IV 187, 191, 193, 197
Clinchamp, Charles baron van (Klinschan) († 1652): II 52
Clingbijl, Johannes (Klinckebijl) († 1649); secretaris van Barradeel, lid der gezworen gemeente en vroedschap en burgemeester van Harlingen: IV 37, 40, 49, 55, 56, V 62, 63, 104, VI 13, 14
Cloppenburgh, Johannes (Cloppenburch) (1592-1652); hoogleraar in de theologie te Franeker: VII 186, IX 31
Cnoop, Isac (meester Isac); chirurgijn: III 56
Cnuyt, zie Knuyt
Coalin; officier der cavalerie in het Franse leger: II 37
Coccejus, burgemeester van Bremen: IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Cock, Frans Banningh, heer van Purmerland en Ilpendam (heer van de Purmer, Purmerlandt) (1605-1655); lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam: V 165, VI 10
Codde (Code): X 17, 248, 249, XI 1, XII 3
Coehoorn: VII 49
Coeller: IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Coenders van Helpen, Berend (1601-1678); gedeputeerde van Groningen ter Staten-Generaal, lid van de Raad van State, gezant: V 81, VI 53, 80, 227, 266, VII 82
Coerlandt, zie Kettler
Coignet de la Thuillerie, Gaspard, graaf van Courson (Latuillerie, La Tulleri, Latullerie, Latuylerie, Tuillerie) (1597-1653); ambassadeur van Frankrijk in de Republiek: I 71, 78, 83, 94, 95, IV 72, 73, 81, 83, 84, 117, 119-121, 123, 125-129, 212, 213, V 157, 180, 185, 131, 132, 158, 160, 256
Coligny, Gaspar III de, hertog van Châtillon-sur-Loing (Chastillion) (1584-1646); maarschalk in het Franse leger: II 40
Coligny, Gaspar IV de, markies d'Andelot (1620-1649); Frans kolonel in het Staatse leger: II 55, 58, 62, 65, 70, 75, 77, 78, 88, IV 135
Coligny, Louise de (princess saeliger) (1555-1620); echtgenote van Willem van Oranje: V 84, VI 321
Coligny, Maurice de (1618-1644); Frans kolonel in het Staatse leger: I 83, II 29
Collegray, zie Killegrew
Colligny, zie Coligny
Comandeur: IV 107
Commanderij van de Duitse Orde te Utrecht: IV 61, 69, V 185
Condé, prinses van, zie Montmorency, Charlotte
[p. 780]
Marguerite de
Condé, zie Bourbon, Henri II van
Conflans, Michel de, markies de Saint Remy: V 196, 207
Coningmarck, Coningsmarckx, Connincksmarck, zie Köningsmarck
Conradus, zie Burgh, Albert Coenraetsz
Cool, Pyrius; ingenieur, kwartiermeester-generaal der infanterie in het Staatse leger: III 167
Copal, Antonie (Coopal, Coopall) (± 1600-1672); lid van de vroedschap van Vlissingen, geheim agent: IV 91, 93, 108, 109, 111, 113, 116, 120, VII 174
Copius, Arnoldus; volmacht namens Hennaarderadeel in de Staten van Friesland: II 108, 111, III 9, V 57, 64, 78, VI 70, 80, 82, 116, VII 110
Cops, Henrico († 1647); Nederlands zaakgelastigde te Constantinopel: I 92
Corazena, zie Canilla y Toledo
Cornelis, Arjens; generale ontvanger van Het Bildt, dorpsrechter en notaris te Sint Annaparochie: I 3, 7
Cornput; officier in het Staatse leger: III 147
Correggio, Antonio Allegri genaamd (Correge) (1489-1534); Italiaans schilder: I 115
Cossé, Louis de, hertog van Brissac (1625-1661); Frans hoveling en staatsman: IV 127
Costerus, Petrus; secretaris van Hindeloopen: III 29
Cotera de Gusman, Pedro de la; gouverneur van Antwerpen: IV 91, 108, 109, 113, 116, 131
Couvielle; militair in het Franse leger: IV 131
Crack, Johannes van (Krack) (1600-1652); grietman van Engwirden en volmacht namens Engwirden in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: I 43, 93, 96, 97, II 112, III 11, 29, 35, 36, 41, 46, 54, 57, 59, 61, 70, 126, 138, 182, 189-191, 193-196, IV 7-15, 23, 27-29, 31, 32, 35, 38, 39, 51, 53, 56, 58-61, 66, 112, 239, 241, 243-247, 250, 251, V 28-30, 34-38, 47, 52, 63, 77, 78, 94-96, 98, 107, 109-112, 123, 124, 127, 129, 154, 238, 264, VI 48, 78, 329, VII 54, 104, 156, 159, 174, 233, 236-238, IX 19
Craft (Crafts): VI 265, VII 305
Crato, Anna Louise van, prinses van Portugal (Anne) (1605-1669): II 95, 97, IV 70, 83, 228, V 111, 164, 165, 167, 170, 172, 174, VI 298
Crato, Eleonora Mauritia van, prinses van Portugal (Eleonora, Maucken, Maucquen, Mauquen, Maurits, Mauritz, Moritz, M.M.) (1609-1674); echtgenote van Georg Friedrich van Nassau-Siegen: II 25, 27, 40, 41, 43, 89, 93-101, III 79, 81, 82, 84, 85, 121, 122, 150, 182, 183, 185, IV 58, 70, 84, 87-89, 92, 106, 116, 124, 159, 160, 162-164, 168, 200, 213, 216, 219, 225, V 90, 146, 161, 165, 172, 173, 176, 195, 212, 234, VI 196, 246, 271, 298
Crato, Emanuel Antony van, prins van Portugal (1600-1666); kapitein der infanterie in het Staatse leger: I 78, II 90, 95, III 188, IV 225, 227, V 150, VI 57, 298
Crato, Emilia Louise van, prinses van Portugal (± 1603-1670): V 165, VI 298
Crato, Guillaume Christophe Louis van, prins van Portugal (1601-1660): II 95, VI 298
Crato, Juliana Catharina van, prinses van Portugal (Juliaen, Juliaene, Juliane) (1607-1680): II 95, IV 72, 85, 165, VI 298, VII 202, 205, 207
Crato, Maria Belgica van, prinses van Portugal (± 1598-1647): V 165, VI 298
Crato, Sabina Delphica van, prinses van Portugal (1612-1670): V 165, VI 298
Craven, William baron van (Grevin, Greving) (1606-1697); Engels kolonel in het Staatse leger: II 29, 53, 58, 59, 61, 65, 70, 76, III 115, 146, 149, 153, 158, 159, IV 118, 189, 190, V 150, 164, VI 215
Crévant, Louis de, markies van Humières (d'Humiere) (1628-1694); officier in het Franse leger: IV 139
Crocq, Anthony (Crock, Krock); majoor der cavalerie in het Staatse leger: I 84, 85, II 94, III 83, 85, 156, IV 109, 115, 118, 131, 135, 157, VI 187, 188, VII 230
Crocq, juffer, vrau: IV 115, 157
Croddebosch, Leonard Cornelis († 1660); lid van de vroedschap van Harlingen: VII 354
Crofts; ambassadeur van de Republiek in Polen: VII 259
Croix, Johannes de la (De la Croy, Crucius) (1598-1666); predikant te Zaandam en Haarlem: V 194
Crol, Fredrick Wigbolts († 1650); burgemeester van Harlingen en volmacht namens Harlingen in de Staten van Friesland: V 280, VI 38, 45
Croll (Grol); geslacht: VI 298
Croll, Johann Theodor von (Grol): VI 298
Cromwell, John (Crommel, Krommel); Engels kolonel in het Staatse leger: II 29, 55, 58, 63, III 152, 153
Cromwell, Oliver (1599-1658); lord-protector van Engeland: VII 121
Croseck: VI 169, 173
Croy, De la, zie Croix, De la
Croy, Filips van, hertog van Arenberg en Aerschot (1625-1674) (hertoch van Aerschot): VI 324
Croy, graaf van: VI 167
Croy, madame de (De Kroy): V 216
Croy, madamoiselle de (De Kroy): V 191, 194, 196, 207, 211, 214-216
Croy, Philippe-François de, hertog van Havré (†
[p. 781]
1650); gouverneur van Luxemburg: IV 130
Croy-Crèques, Albert-François de, graaf van Megen (Meghen) († 1674); gouverneur van Namen van Spanje: II 65, 66, VI 232, 293
Cueva, Alphonsus de la († 1655); kardinaal, ambassadeur van Spanje te Brussel: VII 257
Culan, Henri de Fleury, heer van Buat (Bouat, Buadt) († 1666); Frans ritmeester der cavallerie in het Staatse leger: V 212, 310, VI 281, 282, 299, VII 103
Culemburch, graaf van, zie 1) Pallandt, Floris II van; 2) Waldeck-Wildungen, Philipp Theodor van
Culemburch, gravin van, zie 1) Baden-Durlach, Anna van; 2) Nassau-Siegen, Maria Magdalena van
Curetten, Anneke (weduwe Flaming): V 107
Cuyck van Meteren, Adriaen; luitenant-kolonel in het Staatse leger: I 95, IV 190, 194, IX 36
Cuypijf, zie Kupijff
Cyrpatrickx, zie Kirckpatrick
Dalen, Lambert van (± 1583-1651); zijdekramer, schrijver van ritmeester Willem van Haren: IV 60
Dalen, Van (Van Daelen, Vandalen); commandant van Loevestein en Woudrichem: III 37, 45, 52, 54, 61, 62
Dalon(n)e, zie Alonne, Charles d'
Dancke(n), Dancker, zie Tancke
Dannoy, Gustav de (Denoy, Donoy); stalmeester van de koningin van Zweden: III 79, IV 107
Dauber, Johann Henryk (1600-1672); hoogleraar in de rechten aan de Illustere School te Breda: IV 158
Dauma, zie Doma; Douma
Daumans, Dauwema, zie Douma
Deby, zie Bye, De
Dechand(s), Dechandt, Dechans, zie Plessis
Decker; officier in het Spaanse leger: V 83, 85
Decker; officier in het Staatse leger: III 205
Dekema, Van; geslacht: VI 112
Dekema, Luts Sickes van († 1652); echtgenote van 1) Tjallingh Tjallinghs van Eisinga; 2) Juw Feyes van Meckema: V 274, VI 112
Dekema, Sicke van († vóór 1648); lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: V 297, VI 112
Delimares; Portugees kolonel in het Spaanse leger: III 97
Deloge(s), zie Rechignevoisin
Denemarken, Stenden van: IV 229, VII 83, 234
Denemarken en Noorwegen, zie Christiaan II, Christiaan IV en Frederik III en zie ook Oldenburg
Denoy, zie Dannoy
Depyn († 1644); militair in het Staatse leger: II 62
Desand(s), Deschand(s), zie Plessis
Desloge(s), zie Rechignevoisin
Destrade(s), Destraede, zie Estrades
Destre, zie Estrées, Jean d'
Devereux, Robert, graaf van Essex (Exsex) (1591-1646); generaal in het leger van het Engelse parlement: I 77, 84
Dibbedts, Henricus (± 1601-1673); predikant te Den Briel en Dordrecht: VI 234
Diefholt; juffer: VI 56
Diemen, Anthony van (Van Dymen) (1593-1645); gouverneur-generaal van Nederlands-Indië: V 36
Dijckman, Harmen; notaris, volmacht namens Weststellingwerf in de Staten van Friesland: III 45
Dillemburch, zie Nassau-Dillenburg
Dinant: VI 157
Dionisi(us), Pieter, zie Loomaars
Dirck Jurjens; lakei: III 52, 181
Dirck Claesen; lid van de vroedschap van Hindeloopen en volmacht namens Hindeloopen in de Staten van Friesland: VI 38
Dirck Claessen: V 32, VII 191
Dirck Jansen: VI 345
Dirckslandt, Dirckxlandt, Dircxlandt, zie Gruyter
Dixtra, zie Dyxtra
Dögen, Matthias († ± 1672); agent van Brandenburg te Amsterdam: VI 128, 130, 304, VII 148
Does, Simon Willemsz van der (1584-1652); lid van de vroedschap van Amsterdam, bewindhebber van de WIC: III 205
Does, Wigbold van der, heer van Noordwijk (Noordtwijck, Noortwijck) (1611-1669); lid van de ridderschap van Holland: I 83, 84, 94, II 29, 49-51, 102, III 138, IV 57, 93, 210, V 141, 148, 165, 166, 168, 176, 177, 207, VI 142, 266, 270, VII 233, 240, 297
Dohna (Dona, Donau, Donaw, Donnau), heer, baron, vicomte van: I 75, 76, 79, 80, 83, 87, 92, 96, II 43, 53, 56, 68, 71, 79, 87, III 68, 79, 99, 108, 121, 122, 125, 126, 136, 155, 157, 187, IV 106, 108, 143, 148, 157, 159, 164, 167, 181, 226, V 132, 145, 151, 156, 163, 210, 235, 236, 310, VI 164, 194, 202, 205, 206, 209, 210, 215, 227, 232, 301, VII 204, 211, X 248, 249
Dohna (Dona, Donau, Donaw, Donnau); geslacht: IV 225, V 132, VI 179, 180, 225, 311
Dohna, Agatius baron van (1581-1647): VI 324
Dohna, Christian Albrecht burggraaf van (1621-1677); ritmeester in het Staatse leger: I 94, II 25, 72, 101, III 86, 96, 115, IV 115, VII 200
Dohna, Elisabeth Charlotte burggravin van (freule van Donau) (1625-1691); echtgenote van Otto van Limburg en Bronckhorst: I 45, II 87
[p. 782]
Dohna, freule van: X 249
Dohna, Friedrich burggraaf van (1621-1688); Duits kolonel der infanterie in het Staatse leger: III 96, IV 115, V 80, IX 35
Dohna, Heinrich burggraaf van (Henrick) (1623-1648): I 77, 96
Dohna, Henriette Amalie burggravin van (1626-1655): II 87
Dohna, Katharine burggravin van (1627-1697): II 87
Dohna, Louise burggravin van (1633-1690): II 87
Dohna, vrau, zie 1) Brederode, Sofia Theodora van; 2) Solms-Braunfels, Ursula van
Dolman, Thomas (Doolman); luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger: III 70
Doma, Pibo van (Dauma, Domans) (1614-1675); lid van de Rekenkamer van Friesland, volmacht namens Kollumerland in de Staten van Friesland: III 57, 196, IV 11, 24, 32, 33, 34, 36, 40, 41, 42, V 53, 265, VI 31, 45, 47, IX 36
Dona, Donau, Donaw, zie Dohna
Donckel; kolonel der cavalerie in het Spaanse leger: III 161
Donia, zie Harinxma van Donia
Donia, juffer, vrau, zie Heucklum, Helena van
Donnau, zie Dohna
Donoy, zie Dannoy
Dooitje Robijns (Doitje, Dooitje Roubijns); burgemeester van Workum en volmacht namens Workum in de Staten van Friesland: V 28, 35, 36
Doolman, zie Dolman
Dorp: III 94, IV 91
Dorp, Philips van (1587-1652); luitenant-admiraal van Holland, lid van de ridderschap van Holland, lid van de Admiraliteit van Rotterdam en Zeeland: VII 122
Dorp, Van; geslacht: VI 297
Dort, heer van: II 88, III 182, VI 135
Doteil, viconte; officier der cavalerie in het Franse leger: II 37
Douchand(s), Douchant(s), zie Plessis
Douglas, George; Schots kapitein in het Staatse leger: V 33, 37
Douglas, James graaf (1617-1645); Engels kolonel in het Franse leger: II 37
Douma, Aeltje van; echtgenote van Lieuwe van Boelens: VI 335, VII 23, 72, 76
Douma, Bartholt van (jonge Douma) († 1678); grietman van Ferwerderadeel: VI 335, VII 23, 47, 48, 50, 72, 74, 77, 85, 86, 96, 99, 107, 123
Douma, Cnier van († 1651); moeder van Sjuck van Burmania: V 122, VII 20, 21
Douma, Epe van (Ipe Dauma, Daumans, Dauwema) († 1650); grietman van Ferwerderadeel en volmacht namens Ferwerderadeel in de Staten van Friesland: I 0, 5, 8, 13, IV 237, 240, 241, V 47, 55, 58, 62, 106, 255, 296, 297, VI 39, 253, 335, 338, VII 23, 47, 48, 50, 53, 56, 63, 71, 72, 74, 76, 79, 85, 86, 97, 99, 106, 107
Douma, Erasmus van: VII 71
Douma, Frouck van; echtgenote van Tjepke van Aylva: V 125
Douwe Simons (Dauwe Simens, Simes, Simons); lid van de vroedschap en burgemeester van Stavoren en volmacht namens Stavoren in de Staten van Friesland: II 110, III 22, IV 33, 238, 250, V 55, 57, 70, 253, VI 42, 46, 48, 99, 118, VII 41, 71, 160, 183
Doux, Alexandre de, zie Zoete de Lake, Alexander de
Doyem, Orck van (Doyen, Doyum) († 1647); lid van het Hof van Friesland: III 33-35, 50, 53, IV 27
Drummond, William, graaf van Roxburgh (Drommont, Tromont); Schots kolonel in het Staatse leger, opperstalmeester van Maria Stuart: II 27, IV 239, 240
Dubret: IV 197
Dudley, Sir Robert, graaf van Warwick (Warwyck) (1574-1649): VI 200, 213, 319
Dürer, Albrecht (Alberdur) (1471-1528); Duits schilder en graficus: I 115
Dufargy, zie Angennes, Charles d'
Duis(t), zie Duyst
Duitse Rijk, Rijksdag van: VI 248
Dukenburg, heer van (Duyckkenburch): V 185
Dunay († 1645); militair in het Staatse leger: III 94
Duivenvoorde, zie Wassenaar
Duvett, zie Veth
Duyckkenburch, zie Dukenburg
Duyst van Voorhout, Johan (Duis van Voorhout, Duist van Voorhaut) († 1666); lid van de vroedschap en burgemeester van Delft, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: III 76, VII 295
Duyvenvoorde, zie Wassenaar
Dyxtra, Seerp van (Dixtra) († 1669): V 281
Eberstein (Everstein): VI 194
Eberstein, Ernst Albrecht graaf van (Everstein, Eeverstein) († 1644); luitenant-generaal in het Hessische leger: II 48, 89
Ebinga, Ebingha zie Aebinga
Ecama, Rincke Mircks (Ryntje Merckx); ontvanger en volmacht namens IJlst in de Staten van Friesland: V 51, 53, VII 41, 46
Echten, Roelof van Echten tot Echten (1592-1643); drost van Coevorden, lid van de Gedeputeerde Staten van Drenthe: I 83
Eck tot Medler en Harselo, Hendrik van († 1655); schout van Zutphen, opperjagermeester van Gel-
[p. 783]
derland, gedeputeerde van Gelderland ter Staten-Generaal: V 82, 238, 239, 251-255, 261, VI 150
Eck, Lubbert van (1598-1667); majoor der infanterie in het Staatse leger, vice-commandant van Emmerik: III 175, 176
Eding, Johannes Wilhelm († 1651); secretaris van Corfitz Ulfeldt: VII 233
Eduard, prins, zie Wittelsbach, Eduard van
Eebinga, Eebingha, zie Aebinga
Eerentruyter, zie Erentreyter
Eeringa, zie Eringa
Eetsma, zie Aitzema
Eeverstein, zie Eberstein
Efferen genaamd Hall, Agnes von; echtgenote van Eppelmann: VI 247
Egmond, Lodewijk van, prins van Gavre (prins van Gaveren, Gavren) (1600-1654); kamerheer van Filips III van Spanje: V 191, 214
Egmond van den Nijenburg, Thomas van (Nieuburch, Nuyburch) (1599-1657); lid van de vroedschap en burgemeester van Alkmaar, gedeputeerde van Holland ter Staten-Generaal en lid van de Raad van State: VI 56, 58, 62, 65, 71, 74, 75, 82
Egmont, gravin van, zie Berlaymont
Ehrentruyter, zie Erentreyter
Eiben, zie Eyben
Eisinga, Van (Eisingani, Eissinga, Eissingani); geslacht: III 40, IV 12, 26, 56, 115, 238, 241, 246, V 34, 61, 62, 96, 97, 106, 239, 240, 263, 265, 273, 303, VI 12, 35, 50, 72, 335, VII 20, 47, 48, 63, 99
Eisinga, Van: III 28, IV 215, V 306, 352, VII 23, 340, 353, IX 29
Eisinga, Aede van: VI 76, 82
Eisinga, Aede Ritskes van: VI 112
Eisinga, Aeltje van (1622-na 1673); echtgenote van Frans van Eisinga van Jousma: V 111, 319, VI 37, 56, 77, 109, VII 23, 85
Eisinga, Anna van (1594-1655); echtgenote van 1) Here Upckes van Burmania; 2) Filips van Boshuysen: V 262, 273, 274, VI 70, VII 85
Eisinga, Foeck van († 1686): VI 335, VII 48
Eisinga, Frans van († 1603); lid van het Hof van Friesland: VI 112
Eisinga, Frans van (1594-1661); grietman van Tietjerksteradeel en volmacht namens Tietjerksteradeel in de Staten van Friesland, gedeputeerde van Friesland ter Staten-Generaal: III 32, 40, 62, 64, IV 16, 42, 238, 241, V 57, 68, 73, 74, 274, 279, 296, 297, 303, VI 31, 35, 39, 51, 72, 96, 105, 112, 224, 230, 235, 335, VII 15, 23, 47, 48, 62, 76, 78, 80, 82, 108, 109, 152, 154, 156, 157, 173-182, 187, 337, 340, 342, IX 82, X 4
Eisinga, Hessel Roorda van (Roorda, Roorde van Eissinga) († 1654); grietman van Leeuwarderadeel en volmacht namens Leeuwarderadeel in de Staten van Friesland: III 47, 55, 56, 59, 195, IV 9, 11, 30, 52, 56, 57, 59, 240, V 33, 62-64, 75, 77, 78, 94-97, 108, 119, 124, 127, 128, 239, 262, 296, 299, 312, VI 12, 31, 33, 39, 70, 72, 335, 344, VII 53, 57, 58, 62, 71, 85, 97, 99, 174, 175, 353
Eisinga, Hylck van († 1652); echtgenote van Tjaert Douwes van Aylva: VII 48
Eisinga, Hylck van (1600-1668); echtgenote van Menne Houwerda van Meckema: VII 85
Eisinga, Julius van (Juw) (± 1564-1631); luitenant-kolonel in het Staatse leger: VI 35
Eisinga, Julius van (Juw) (1623-1647); student: V 281
Eisinga, Julius van (Juw) († 1649); volmacht namens Barradeel in de Staten van Friesland: I 5, III 19, 29, 31, IV 16, 240, V 68, 74, 239, 251, VII 15, 28, 53, 150, 337
Eisinga, Lisck van († 1665); echtgenote van Sippe Meckema van Aylva: VII 48
Eisinga, Pieter van (Piter) (1564-1645); lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: III 17
Eisinga, Pieter van: V 124, 240
Eisinga, Ritscke van († 1573): VI 112
Eisinga, Ritscke van (1603-1652); grietman van Kollumerland en volmacht namens Kollumerland in de Staten van Friesland: I 5, III 25, 40, IV 16, 17, 25-28, 31, V 51, 53, 54, VI 65, 72, 80, VII 107, 154, 175, 176
Eisinga, Sjuck van: VII 338
Eisinga, Tjallingh van († 1572): VI 112, VII 85
Eisinga, Tjallingh van (Tjalling, van Marssum, Menaldum) (1596-1653); grietman van Menaldumadeel en volmacht namens Menaldumadeel in de Staten van Friesland: I 0, 7, 8, 13, 52, II 47, 108, III 27, 30, 191, IV 11, 14, 25-27, 31, 36, 51, 52, 54, V 67, 69, 78, 105, 106, 109, 119, 240, 258, 282, 284, 285, 295, 303, VI 27, 32, 33, 35, 39, 44, 45, 47, 50, 51, 59, 63, 69, 70, 83, 100-102, 109, 119, 121, 198, 331, 335, 338, 339, 343, VII 16, 18, 20, 21, 23, 24, 50, 53, 55, 58-61, 67, 72, 74, 78, 85, 96, 97, 99, 106, 107, 123, 154-156, 174, 176-178, 336-339, 341, 349, 354, 355, IX 27, 36, 82
Eisinga, Tjallingh van (Tjalling, van Rauwerd) (1603-1658); grietman van Rauwerderhem en volmacht namens Rauwerderhem in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: I 113, II 47, 107, 110, III 12, 29, 31, 33-35, 38, 39, 41, 46, 54-56, 59, 64, 135, 136, 182, 189-196, IV 7-13, 15, 16, 23-30, 32-35, 37-39, 42, 49-51, 53-56, 66, 240-244, 246, 247, 250-252, V 32-34, 36-38, 47, 52, 55, 56, 66, 68, 76, 78, 95-97, 106, 107, 110, 119, 126, 168, 174, 239, 240, 251, 257-259, 262, 263, 265, 278, 282-285, 296, 297, 299, 300, 302, 303, 307, 311, 312, 319, VI 13, 14, 17, 20, 23, 31, 33, 39, 58, 59, 65, 66, 69, 70, 72,
[p. 784]
93, 335, 344, VII 15, 16, 18, 24, 28, 47, 53, 62, 63, 67, 71, 77, 79, 85, 174, 342, 344
Eisinga, Tjallingh van: IV 44, 59, V 93, VI 110, 111, 113, 114
Eisinga jr., Tjallingh van (* 1620); zoon van Tjallingh van Eisinga van Marssum: III 27, VI 27, 35, 51, 102, VII 20
Eisinga van Jousma, Frans van (1621-1673): III 182, IV 11, VII 97, 99, 161
Eisma, Tymen Fransen (Timen); burgemeester van Bolsward en volmacht namens Bolsward in de Staten van Friesland: III 28
Eissinga, Pieter (1594-1658); lid van de vroedschap en burgemeester van Groningen: V 30, 48, 51, VI 80, VII 338, IX 17, 86
Elbeuf, d', zie Lotharingen, Charles II
Elcke Fettjes; volmacht namens Workum in de Staten van Friesland: V 36
Elderen: VI 181
Eldersich, zie Heilersieg
Eleonora, zie 1) Leonora; 2) Crato
Elgersma, Franciscus Jacobi (± 1627-1712); predikant te Oudkerk: VII 337
Elisabet, madamoiselle, zie Wittelsbach, Elisabeth van
Elisabeth I, koningin van Engeland (1533-1603): VI 234
Ellersich, zie Heilersieg
Ellery; secretaris: IX 35
Elmort, Beussy; officier in het Franse leger: II 37
Embden, graaf van, zie Cirksena, Ulrich II van
Eminga, Van (Imminga): III 37, 64, IV 239, V 260, VI 13, 71, VII 29, 87, 158
Eminga, Albert Sybrant van (van Goutum) († 1662): III 191, IV 62, V 239, 251, 296, 300, VI 16, 45, 60, 81, 83, 95, 109, 111, 113, 198, 331, 341, VII 15, 39, 44, 352
Eminga, Frans van (± 1574-1653): VI 2
Eminga, Hessel van (± 1542-1605); lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: VI 20
Eminga, Petrus van (van Bolsward); advocaat voor het Hof van Friesland, burgemeester en raad van Bolsward en volmacht namens Bolsward in de Staten van Friesland: IV 249, VI 43, VII 54, 75, 97
Engeland, Schotland en Ierland, zie Elisabeth I; Jacobus I; Jacobus II; Karel I en II en zie ook Stuart
Engeland, koningin van, zie Bourbon, Henriette Marie van
Engeland, Parlement van: I 43, 84, II 88, IV 68, 69, 87, 94, 105, 115, 117, 196, V 70, 85, 165, VI 213, 215, 226, VII 83, 103, 121, 200, 209, 237, 289, 315
Entens, Berent (Entes); majoor der cavalerie in het Staatse leger: II 94
Entens, Catharina (Catrijntje, Catrina, Catrine Entes, Trijntje-moy) († 1660); echtgenote van Sjuck van Burmania: IV 23, V 50, 55, 58, 67, 68, 105, 110, VI 22, 87
Epema (eenen Ipema): III 195, IV 9
Epema (Jepema); lid van de Admiraliteit van Rotterdam: V 63
Epema, Hector van (Jepema, Ipema); secretaris van Leeuwarderadeel en volmacht namens Leeuwarderadeel in de Staten van Friesland: V 128, VII 17
Epema, juffer van: V 108
Epema, Seerp (Ipema, Jepema); volmacht namens Hemelumer Oldeferd in de Staten van Friesland: VII 27, 72
Eppelmann (Melander, graaf van Holzappel): VI 246, VII 97, 128
Eppelmann, Peter (Melander, graaf van Holzappel) (1585-1648); generaal in het Venetiaanse, Hessische en keizerlijke leger: VI 188, 244, VII 97
Erbach, Christine gravin van (gravin van Nassau) (1596-1646); weduwe van Wilhelm van Nassau-Siegen: I 0, 1, 87, II 26, 28, 63, 87, 93, 94, 100, 106, III 22, 69, 77, 81, 83, IV 69, 85, 91, 92, 94, 105, 161
Erentreyter sr., Ernhart (vaer van collonel Eerentruyter); Duits kapitein der infanterie in het Staatse leger, commandant van Emden: III 51
Erentreyter jr., Ernhart (Eerentruyter, Erentruyter, Ehrentruyter); Duits kolonel der infanterie in het Staatse leger, commandant van Emden: I 63, 83, 114, II 29-31, 96, 101, III 51, 108, 115, 116, 136, 137, 146, 148, 157, IV 131, 183, 186-188, V 153, 155, 252, VI 17, 266, 268, VII 159, 160, 162, 176, 252
Erentreyter von Hofreit, Barbara (vrau Hemmema) († 1673); echtgenote van Doecke van Hemmema: IV 66, VI 95, 103, 112, VII 39, 50, 129, 131, 148, 157, 159
Eringa, Focke Fockens (Eeringa, Ehringa, Ering, Eringh); secretaris van Smallingerland en volmacht namens Smallingerland in de Staten van Friesland: I 11, 54, IV 237, 242, 265, V 27, 54, 55, 59, 75, 78, 119, VI 34, 52, 97
Ernst Casimir graaf van Nassau-Dietz (mijn vader, vaeder, graef Eernst) (1573-1632); stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, veldmaarschalk in het Staatse leger: I 11, II 44, 84, III 125, IV 17, 123, 217, 220, 249, 250, V 84, 141, 155, 170, 179, 239, 253, 322, VI 263, VII 47, 107, 203
Erskine, James (Askyn) († 1655); Schots kolonel in het Staatse leger: II 29, 50, III 152, IV 190
Espelbach, Anna: V 277
Espenon, Espernon, (D'), zie Nogaret, Bernard de
[p. 785]
Essex, zie Devereux
Estrades, Louis Godefroy graaf van (Destrade, Destrades, Destraede, d'Estrad, d'Estrade) (1607-1686); gezant van Frankrijk in de Republiek, kolonel in het Staatse leger: II 29, 53, 54, 58, 61, 65, 70, 73, 75, III 27, 84, 86, 96, 98, 99, 108, 122, 153, 154, IV 50, 58, 70, 82, 107, 109, 112, 117, 119, 120, 123, 127, 128, 141, 160, 164, 166, V 120, 121, 157
Estrées, François-Annibal I hertog van (Estre) (1573-1670); maarschalk in het Franse leger: IV 126
Estrées, Gabrielle d' (belle Gabrielle) (1571-1599): VI 273, 274
Estrées, Jean graaf van (Destre) (1624-1707); kolonel in het Franse leger: II 37
Etampes, Jacques d', markies van La Ferté-Imbault (la Ferte-Imbo) (1590-1668); kolonel in het Franse leger: I 83, II 37
Everstein, zie Eberstein
Evert Taekes (Taekess); burgemeester van Dokkum: V 313
Evertsen, Johan (1600-1666); vice-admiraal van Zeeland: IV 136
Evertz, Jan, zie Bijekorf
Exsex, zie Devereux
Eyben, Hieronymus (Eiben) (1602/1603-1648); raadsheer van Groningen, gedeputeerde van Groningen ter Generaliteit, lid van de admiraliteit van Friesland: IV 225, 229, V 139, 172
Eyberghen; secretaris: VI 299, 300
Eyerschael van Orsoy; kanonnier in het Staatse leger: I 92
Faber van Sedan, zie Fabert
Faber, Timaeus; advocaat voor het Hof van Friesland: III 51, 54
Fabert, Abraham de (Faber van Sedan) (1599-1662); maarschalk in het Franse leger, gouverneur van Sedan: IV 130
Fairfax van Cameron, Thomas baron van (Ferfax) (1612-1671); generaal in het leger van het Engelse parlement: I 77, VI 313, VII 121
Falckenhaen, Erasmus van (Valckenhaen); kapitein der infanterie in het Staatse leger, commandant van Breda: VII 230
Falckenhaen, vrau: IV 107
Falkenstein, Anna Elisabeth gravin van († 1706); echtgenote van Johan Albert II van Solms: I 88, 96, II 100, III 70, 113, 135, 136, 138-141, V 130, 141, 143, 144, 186, 192, 194, 207, 210, 212, 214, VI 248, VII 49, 160, 201, 204
Fallade, La, zie La Feuillade
Famas, Famars, zie Levin, Philips de
Farcx, Taekle Thomas; burgemeester van Sneek en volmacht namens Sneek in de Staten van Friesland: III 41
Feitsma, Feitzma, zie Feytsma
Feitsma, Bocke van (jonge Feitzma); kapitein der infanterie in het Staatse leger: VI 79, 103, 104, 111, 310, VII 154
Feitsma, Jelger van (Feitsma); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 54
Feitsma, Ruurt van (Feitzma); kapitein der infanterie in het Staatse leger: VI 79, 103, 104, 111
Ferdinand III, keizer [1636/1637-1657] (1608-1657): I 78, 96, 99, II 47, 48, III 42, 94, 109, 143, 186, IV 143, 155, V 122, 169, 187, 195, 209, 218, 230, 234, 275, VI 130, 138, 143, 179, 180, 192, 248, 253, VII 160, 189, 226, 229, 288
Feree, vrau: VI 328
Ferentz, Enno (Feren, Ferens, Ferents, Fierentz); Duits kolonel der infanterie in het Staatse leger: I 114, II 26, 29, 51, III 112, 149, 160, 163, IV 87, 196, 197, 213, V 164, VI 129
Ferentz, Thomas; Duits kolonel der infanterie in het Staatse leger, gouverneur van Sas van Gent: I 63, 70, 83, 114, II 29, 40, 53, 55, 58, 60, 63, 67, 74, 76, 79, III 88, 96, 97, 123, 139, 166, 167, 182, IV 131, 145, 184, 186, 215, V 83, 86, 146, 149, 164, 165, 168, 175, 176, VI 128, 129, 253, 266, 268
Ferfax, zie Fairfax
Ferie, zie Ferrier
Fermersum, Fermesum, vrau, zie Rengers, Anna Margaretha
Ferrara, graaf van; officier in het Spaanse leger: I 86
Ferrier, François de, heer van Morsant (Ferie) († 1647); ritmeester in het Staatse leger: IV 107, 121
Ferté Pont St. Pierre, baron de la (Laferte); Frans ritmeester in het Staatse leger: III 96, 121
Ferte-Imbo, la, zie Etampes
Feuillade, François graaf van La (Fallade, Feullade, La Feullade) (1625-1691); kolonel in het Franse leger: II 37, III 143
Feullade, zie La Feuillade
Feycke, meester; chirurgijn: III 20, 21, 24, 27, 31
Fierentz, zie Ferentz
Filips II, koning van Spanje [1556-1598] (1527-1598): V 296, VI 19, 20, 252, VII 44
Filips III, koning van Spanje [1598-1621] (1578-1621): V 296
Filips IV, koning van Spanje [1621-1665] (1605-1665): I 86, 89, II 40, 74, III 162, IV 196, 204, V 86, 120, 122, 191, 214, 276, VI 66, 134, 246, 324, VII 25, 83, 130, 211, 228, 259, 287, 288, 296, 297, IX 30
Flaming, Jasper († 1647): V 107
Flaming, weduwe, zie Curetten, Anneke
Flodorf, Adriaan Balthasar graaf van; kolonel in
[p. 786]
het Staatse leger: V 154, 155
Florentina, Florentine zie Brederode
Flut; kapitein in het Staatse leger: III 67, 68
Focke Jacobs: VII 158, 160, 162
Fockens, Margaretha: VI 113
Fockens, Martinus (1565-1635); grietman van Opsterland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: IV 251, VI 19
Fockens, Martinus (1630-1692); grietman van Opsterland: VI 54, VII 86, 150, 346
Fockens, Saco van (Focken) (1599-1652); grietman van Opsterland en volmacht namens Opsterland in de Staten van Friesland: I 93, 96, II 88, III 33, 41, 65, 69, 77, 126, 136, 182, 190, 194, IV 9, 27, 32, 33, 37, 43, 56, 57, 61, 239, 241, 242, 245, 247, 251, V 28, 29, 34, 47, 59, 62, 64, 96, 112, 119, 124, 127, 168, 178, 231, 238-240, 251, 254, 258, 263, 264, 278-280, 282, 284-287, 299, 300, 305, 307-311, 313, VI 13, 18, 19, 31, 36, 37, 49, 51, 53, 54, 74, 76-78, 92, 104, 117, 118, 332, 335, 343, VII 24, 43, 44, 46, 86, 150, 181, 182, 341, 346
Fogelsangh, Wyger Rommerts; volmacht namens Baarderadeel in de Staten van Friesland, mederechter van Baarderadeel: VII 349
Fontaine, Claude (Fontaine) (1597-1654); boekdrukker der Staten van Friesland: VII 149, IX 20
Fontaine, Paul Bernard graaf de, heer van Gomery (1576-1643); generaal in het Spaanse leger: IV 198
Fontein, Jurjen Scheltes (Jurgien Scheltiss) (± 1647); burgemeester van Harlingen: V 263
Force, La, zie Caumont, Jacques Nompar de
Foreest, Nanning van (1578-1668); lid van de vroedschap van Alkmaar, raad en rekenmeester der domeinen van Holland, lid van de Rekenkamer van Holland: III 76
Fox; onderstalmeester van Willem II: VI 151
Francelides, zie Frencelius
Francisca, zie Merode
Franciscus: IV 85
Franckenburch, zie Bawyr
Franeker, Universiteit van: I 0, III 12, IV 246, V 65, 297, 303, VI 75, VII 26, 50, 55, 78, 81, 82, 130, 149
Frankrijk, Parlement van: III 138, IV 166, VII 22, 25
Frankrijk, zie Frans I; Hendrik IV; Lodewijk XI, XII, XIII en XIV en zie ook Bourbon, Orléans en Valois
Frans I, koning van Frankrijk [1515-1547] (1494-1547): V 117
Frans Dircks (Frans Dircksen) († 1662); burgemeester van Harlingen: VII 15
Frans Melliss († 1650); boer te Cornjum: I 118
Fransen, Timen, zie Eysma
Fredrick; kamerling van Willem II: VI 146
Frederik Hendrik, prins van Oranje, graaf van Nassau (Sijn Hocheit, Hoocheit, de Baes, de groote corprael, onsen general, het hooft, Mijnheer, de Prins, de Smit, O.V.P., O.V.P.D.J.) (1584-1647); stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Groningen en Drenthe: passim
Frederik III, koning van Denemarken en Noorwegen [1648-1670] (1609-1670): VI 228
Frederik Willem, keurvorst van Brandenburg [1640-1688] (courvorst, kourvorst, Sijn Durchlaucht, Sijn Courvorstelijkce Durchlaucht) (1620-1688): I 91, II 86, 93, III 42, 121, 123, 136, 180, 186, 187, IV 72, 89, 92, 93, 105, 106, 145, 164, 174, 199-204, 209-223, 225-229, 233-236, 248, 264, V 26, 52, 79, 81, 90, 132, 137, 140, 142, 144, 145, 148-150, 152, 155, 156, 164, 179, 190, 194, 209, 215, 217, 218, 229-236, 318, VI 128, 136, 137, 143, 157, 159-171, 173, 174, 176, 179, 180, 182, 184-190, 219, 226, 230, 233, 236, 237, 288, 300-302, 304, 320, 324, VII 25, 52, 85, 100, 126, 148, 157, 205, 226, 251, 252, 260, 287, X 34
Frencelius, Joachim (Francelides) (1611-1669); hoogleraar in de geneeskunde te Franeker: IX 30
Frenck: I 8
Frentz (Frens, Frents); luitenant der garde van Willem Frederik: II 34, 50, 94, 98, 99, III 22, 28, 125, 159, 167, IV 85, V 98, 237, 239, 253, 265, VI 11, 55, 79, 94, 194, 238, VII 105, 149, 174, 189-191, 351
Fries, De, zie Vries, De
Friesendorff, Johann Friedrich; raadsheer der stad Lüneburg: VI 49, 60
Friesland, Gedeputeerde Staten van: I 2-4, 12, 13, 15, 51, 97, II 3, 13, 100, 107, 112, III 3, 4, 11, 12, 30-33, 35, 37-40, 52, 57, 60-62, 79, 135, 136, 182, 189-191, 193-196, IV 1, 2, 7-10, 13, 16, 25-29, 32, 33, 35, 57, 58, 60, 61, 237, 238, 242, 243, 248, V 1, 2, 28, 33-38, 47, 53-60, 62, 64, 67, 68, 75-77, 97, 98, 105-107, 109, 124, 168, 178, 231, 238, 251, 253, 254, 256-259, 275, 279, 280, 284, 285, 296, 299, 302, 303, 311, 312, 352, VI 1, 2, 12, 14, 19, 31, 34, 36-45, 50-54, 57, 58, 62, 63, 69, 73, 79, 84, 85, 92, 103, 104, 111, 113, 117, 118, 120, 130, 198, 329, 331, 332, 337, 339, VII 2, 3, 17, 30, 40, 41, 44, 48, 50, 51, 71, 72, 76, 79, 86, 87, 99, 107, 109, 121, 129, 152-154, 158, 162, 173, 176, 177, 179-187, 192, 193, 236-339, 341, 344, 351, 361, IX 20-23, 27, 30, 31, 233, X 3, 236, XI 128, XII 12
Friesland, Hof van: I 2, 12, 14, 97, II 3, 107, 108, III 4, 12, 21, 30, 32-34, 36, 39, 46, 49, 51, 57, 58, 61,
[p. 787]
63, 189, 190, 193, 195, IV 2, 8, 9, 11, 13, 16, 25, 42, 66, 237, 238, 241, V 2, 28, 31, 33, 49, 51, 94, 99, 100, 103, 107, 109, 238, 252, 265, 274, 275, 279, 281, 286, 297, 302, 320, 321, VI 2, 67, 72, 98, 100, 102, 112, 113, 115, 121, 329, 331, 339, 344, VII 3, 28, 54, 70, 73, 74, 77, 84, 98, 101, 106-108, 110, 123, 131, 149, 152, 154, 156, 157, 160-162, 175-182, 184, 185, 187, 191-193, 338-340, 351, 358, IX 13, 20-23, 27, 32, 85, 233, X 3, 236, XI 128, XII 12
Friesland, Krijgsgerecht van: V 107, 109, 120, 122, 275, VI 116, 117, VII 28, 29, 30, 39, 105, 106
Friesland, Rekenkamer van: I 6, 12, 97, II 107, III 30, 32, 33, 41, 43, 64, 189, 190, 193, IV 7, 11, 23, 24, 33, 34, 36, 37, 40, 42, 49, 58, 237, 245, V 53, 58, 238, 265, 296, VI 31, 329, 332, VII 52, 339, 341, IX 32
Friesland, Staten van: I 1, 2, 7, 12, 13, 15, 16, 51-55, 93, 94, 97, II 3, 13, 99, 100, 107, 109-112, III 3, 9-11, 13, 19, 20, 22, 23, 27, 30, 35, 36, 40, 41, 45, 47, 49-51, 53-55, 57-60, 108, 189, 191, 192, 195, 196, IV 1, 9, 10, 13, 15, 16, 24, 25, 29, 42, 43, 50, 54, 55, 57, 60, 200, 237, 244, 250, 253, V 1, 29, 33-35, 48, 49, 52, 53, 55, 57, 62-65, 69, 73-75, 86, 87, 94, 95, 97, 98, 103, 108, 111, 115, 117, 121-123, 125-129, 142, 144, 153, 170, 173, 174, 177, 231, 238, 251, 254-259, 262, 285, 352, VI 1, 12, 23, 36, 38, 42, 54, 64, 67, 69, 74, 79-82, 103, 120, 137, 224, 331, 336, 337, 339, 368, VII 2, 21, 26, 40, 42-44, 50-53, 55, 60-62, 67, 69-71, 73-75, 84, 107, 128, 129, 131, 150, 152, 154, 156-158, 173-175, 177, 189, 190, 338-340, 342, 344, 346, IX 15, 34, 62, 63, 82, 88, 233, X 4, 236, XI 128, XII 12
Fungeri, Baudiur; klerk: III 52
Fusille; officier in het Franse leger: II 37
Gabbema, Abbe Frerickx († 1651); klerk: VII 123
Gabbema, Menzo (Gabama, Gabbama, Gammema) († 1652/1653); advocaat voor het Hof van Friesland, lid van de vroedschap, schepen en secretaris van Leeuwarden: III 190, IV 42, 252, 263, V 25, 30, 32, 257, 259, 298, 300, 302, 307, 312, 316, VI 11, 13, 15, 21, 23, 54, 55, 82, VII 105, 173
Gabrielle, belle, zie Estrées, Gabrielle d'
Gachet, Bertrant († 1683); gouverneur van het stadhouderlijk hof te Leeuwarden: I 8, 91, IV 58, VI 71
Gaesbeeck: V 207
Galis(s), prins de, zie Karel II
Galla de Salamanca, Antonio, heer van Noirmont; Spaans diplomaat: V 86, 191
Gallas, Matthias graaf van, hertog van Lucera (1584-1647); generaal in het keizerlijk leger: II 97, III 42
Gallus, amicus, zie Frankrijk
Galtje Jans; lid van de vroedschap van Stavoren: II 110
Gammema, zie Gabbema, Menzo
Gans; vertegenwoordiger van de heer van Brederode: I 91
Gans van Potlitz (die van Potlitz); geslacht: VI 225
Garcia II, koning van Kongo († 1661): I 71
Garcia, conte de; kolonel in het Spaanse leger: III 97
Gassion, Jean de (1609-1648); maarschalk in het Franse leger: I 80, II 29, 32, 34, 35, 37, 38, 42, 44, 48, III 84, 96, 99, 111, 140-145, 179, IV 126, 127, 151, 155, V 90, VI 148, 230
Gauma, Tjeerd (1593-1647/1648); apotheker, burgemeester van Dokkum en volmacht namens Dokkum in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: V 49, 53-59, 62, 63, 65, 100, 231, 259, 279, 280, 299, 313, VI 63
Gauma, Wilhelmus (* 1622): V 49
Gautsmit; vaandrig in het Staatse leger: V 273
Gaveren, Gavren, prins van, zie Egmond, Lodewijk van
Gavre, Jan Rogier de (Jan Reinir, Jan Rogir, Rogiers de Gavere) († 1653); burgemeester van Harlingen: V 275, 278, VI 15, 74, VII 97, 108
Gebrian, zie Budé
Gedeputeerden te velde: I 61, 62, 64, 68, 71, 75, II 32, 42, 47, 53, 68, 72, 74, 78, 84, III 46, 84, 86, 96, 99, 123, 125, 141, 142, 144, 146, 155, 156, 167, 176, IV 107-109, 111-113, 116-118, 120, 121, 123, 125, 126, 131, 139, 141, 142, 144, 145, 150, 155, 160, 162, 163, 165, 169, 185, 193, 196, 197, V 157
Geelvinck, Jan Cornelis (Gelvinck, Gheelvinck) (1579-1651); lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam, lid van de Admiraliteit van Amsterdam: II 42, V 165, 166, 172
Geer, Lodewijk de (Luys de Guerre) (1587-1652); wapenhandelaar en -fabrikant: III 77
Geerridt Willems; schepen van Leeuwarden: VI 345
Geersema, Bruyn Gijsberts (Bruin, Gijsbertz, Gisbert, Gisbertz, Gyses) († 1656); burgemeester van Harlingen: VI 9, 17, 21, VII 17, 19, 44, 45, 55, 75, 76
Geest, Wybrand Symons de (1592-na 1660); kunstschilder: V 125, VI 9
Gelderland, Hof van: V 152-154, VI 166, VII 69, X 238, XI 130, XII 17
Gelderland, Rekenkamer van: VII 69
Gelderland, Staten van: V 152-154, 185, VI 157, VII 126
[p. 788]
Geldorpius, Wibrandus († 1659); procureur-generaal bij het Hof van Friesland: I 0, 13, II 108, IV 36, V 56, VI 21, 42, 91, 120, VII 22, 182, 183
Gelvinck, zie Geelvinck
Gemenich, zie Ghemmenich
Gendt, zie Gent
Generaliteitsrekenkamer: I 1, III 32, 82, IV 56, 217, V 296, VI 31
Gent, Barthold van, heer van Loenen en Meinerswijk (Meinderswijck, Meinerswijck, Menderswijck, Mengerswijck, Meynerswijck) († 1650); lid van het Hof van Gelderland, lid van de Rekenkamer van Gelderland, gedeputeerde van Gelderland ter Staten-Generaal, ambassadeur van de Republiek te Munster: IV 133, 134, V 83, 153, 218, VI 16, 59, 60, 66, 251, 333, VII 323
Gent, bisschop van, zie Triest
Gent, Johan van, heer van Oosterwedde (Gendt) (± 1605-1679); Gedeputeerde van Gelderland ter Staten-Generaal: II 96, III 70, 72, IV 82, 90, 221, V 170, 232, 234, VI 239, 243, 251-253, 258, 304, 311, 322, IX 36
Gent, Margaretha van († 1652); weduwe van Floris van Merode: II 86, III 85, 124, 187, IV 70-73, 85, 121, 124, 174, 202, 216, 221
Gent, Walraven baron van, heer van Oyen (Gendt) († 1644); kolonel der infanterie in het Staatse leger: I 114
Gentillot, Elie de; sergeant-majoor in het Staatse leger: IV 69, VII 259
Georg Wilhelm, keurvorst van Brandenburg [1619-1640] (1595-1640): III 121, VI 185, 194
Gerbren Jacobs; lid van de vroedschap van Stavoren: II 110
Gercoma, Gerco Johannes († 1682); predikant te Ee: III 48, 49
Germein, Germyn, zie Jermyn
Gerrit Ates (Gerridt Atiss); boer te Wirdum: I 117
Gerroltsma, Menelaus van (1610-1651); secretaris van Achtkarspelen en volmacht namens Achtkarspelen in de Staten van Friesland: I 54
Geusau, Levin van (Gesau); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 138
Gevershaen, Willem van (Gevershan) († 1645); majoor der cavalerie in het Staatse leger: III 94
Gheelvinck, zie Geelvinck
Ghemmenich, Cornelius van (Gemenich, Gemmenich, Gemmich, Gemmnich, Gemnich) († 1666); burgemeester van Franeker en volmacht namens Franeker in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: III 28, 29, 32, 33, 55, 58, 61, 62, 64, 191, 196, IV 10, 35, 37, 44, 56, 59-61, 65, 66, 243, 246, 249, V 28, 54, 59, 64, 95, 231, 238, 252, 263, 279, 280, 303, 305, VI 18, 33, 34, 43, 104, VII 52
Ghemmenich, Jacobus; advocaat voor het Hof van Friesland, secretaris van Franeker: III 58
Gijsels van Lier, Aert (Gijssels van Delft) (± 1593-1676); geheimraad van de keurvorst van Brandenburg: VI 71, 72, 160
Giorgio da Castelfranco (Jargion, Jorgion) (1478-1510); Venetiaans schilder: I 115
Girardyn; kolonel in het Spaanse leger: III 164
Giviscourt; kolonel in het Franse leger: II 52
Gleen, graaf (heer Gleen): VI 128, 129
Gleser, George (Gleeser) († 1652); kolonel in het Staatse leger: I 68, 76, 83, 92, 95, II 31, 42, 53, 56, 58, 59, 61, 64, 65, 68, 70, 86, 96, III 81, 144, 145, 150-152, 154, 161, IV 113, 136, 144, 200, 202, 215, 226, V 168, VI 135, 142, 300, VII 290, 307, IX 35
Glins, Van: VI 11, 104, 330, VII 24, 28, 106
Glins, Laes van (± 1580-1652); generale ontvanger van Menaldumadeel, volmacht namens Het Bildt in de Staten van Friesland: II 108, III 27, IV 43, VII 100
Glins, Sjoucke van (Suffridus) (± 1621-1677); hofjonker, vaandrig der garde van Willem Frederik: VII 87, 100
Glins, Taecke van († 1660); officier in het Staatse leger: VI 332
Glinstra, Van: IV 264, V 64, 284, 308, VI 42, VII 23, 110, 343
Glinstra, Eelco van (1608-1667); volmacht namens Menaldumadeel in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: III 30, IV 27, V 282, 283, 303, 304, VI 12, 17, 21, 27, 33, 41, 43-45, 52, 53, 55, 59, 63, 72, 118, 335, 339, 340, 342, 344, VII 51, 72, 130, 158, 337, 352-355, IX 13, 27, 28, 30
Glinstra, Epeus van (1605-1677); griffier van het Hof van Friesland: I 11, III 19, 34, 49, 57, V 95, 103, VI 12, 43, 59, 67, VII 98, 101, 102, 156, 161, 183, 341, IX 14, 19
Glinstra, Johannes van (1612-1678); schepen van Leeuwarden, raadsheer in het Hof van Friesland: III 56, 70, 125, IV 238, 242, 245, V 62, 98, 107, 275, 303, 306, 321, VI 17, 78, 93, 112, VII 161, IX 14
Glinstra, vrau van: VII 124
Goethals, Johannes (Goedthals) (1611-1673); hofpredikant: II 89, 95, III 85, 112, 140, 149, IV 91, 129, 162, 168, V 84, 157, 172, 178, 185, 188, 191, 211, 215, 216, VI 144, VII 304, 306, 311-313
Goltstein, Joachim von (Goldstein, Golsstein, Golstein); Duits luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger: II 51, 55, III 140, V 229, 230
Gomarra, Stephan; kolonel in het Spaanse leger: III 97
Gondi, Pierre de, hertog van Retz, graaf van Joigny
[p. 789]
(1602-1676); officier in het Franse leger: IV 127
Goring, George baron (1608-1657); luitenant-generaal der cavalerie in het Engelse leger: II 29, III 113
Goring, George baron, graaf van Norwich (1583-1663); ambassadeur van Engeland in Frankrijk: I 91, 94, IV 105, 118, 162, 163, 181, 196, 201, V 185, 195
Gorp, Gerryt Aerts; burgemeester van Sneek: VI 337, VII 350
Goyer, Dirck de (1569-1648); lid van de vroedschap en burgemeester van Utrecht: IV 69
Goyer, Den; predikant te Liesveld: II 94, VI 141, 208-210, 249
Graeff, Cornelis de, vrijheer van Zuid-Polsbroek (De Graef, Graf) (1599-1664); lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland, bewindhebber van de VOC: II 42, III 76, 186, IV 218, V 165, 175, VI 9, VII 295
Graham, James, markies van Montrose (Montroos) (1612-1650); generaal in het leger van de Engelse koning: V 86, VII 291
Gramberringen, J. van (Grandperin, Grandperyn, Groteperyn); baljuw van Liesveld, kapitein in het Staatse leger: I 88, II 90, 93, 94, III 205, IV 121, VII 79, 80
Grammont, Antoine III hertog van (Gramondt, Gramont) (1604-1678); maarschalk in het Franse leger: IV 125-132, 134, 135, 139, 141-144, 149-151, 158, 160-171, VI 148
Grammont; kolonel der cavalerie in het Spaanse leger: III 161
Grancay, Gancey, zie Rouxel
Grandperin, Gran(d)peryn, zie 1) Gramberringen; 2) Soutelande
Granvelle; militair in het Staatse leger: III 124
Granzay, zie Rouxel
Graswinckel, Dirck (1602-1666); advocaat-fiscaal van de grafelijkheids domeinen van Holland, secretaris van het gezantschap van de Republiek naar Munster, griffier der Chambre-mi-partie te Mechelen: VI 147, 148, VII 323
Gratinga, Rinthje Rienckdr van (Grettinga): VI 35
Gravius; ammunitiemeester-generaal in het Staatse leger: I 119
Gravius, Marten († 1644); grietman van Het Bildt: II 47, IV 13, V 124
Gravius, Oene († 1646); majoor der burgerwacht te Leeuwarden: IV 12
Gravius, Regnerus; volmacht namens Wymbritseradeel in de Staten van Friesland: I 97, IV 60, V 53, 56, 256, 264, 278, 283, 295, VI 81, VII 74, 149
Grebber, Pieter Fransz de (± 1600-1652/1653); kunstschilder: VI 328
Grettinga, Harmanus; compagnieschrijver: IV 242, V 35, 258, 262, 263, 279, 306
Grettinga, Reinerdt Oetses (Reinert Oetjes Grettingha) († 1653); lid van de gezworen gemeente en de vroedschap, burgemeester van Harlingen en volmacht namens Harlingen in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: II 107, III 30, 34, 39, 46, 54, 59, 189, 191, 195, 196, IV 10, 13, 25, 34, 35, 37, 39, 44, 56, 59, 60, 66, 237, 242-244, 246, V 28, 34, 35, 52, 53, 56, 57, 60, 63, 64, 75, 78, 274, 306, VI 40, 93, VII 15, 77, 95, 150, 339, 359, IX 32
Grettinga, zie ook Gratinga
Grevin(g), zie Craven
Grimbergen, Honorata gravin van (hertogin van Guise) († 1679); echtgenote van Henri van Guise: I 96
Grison, Nicolaes († 1647); kapitein der infanterie in het Staatse leger: IV 71, 169
Groenlandse Compagnie (Gronlantze Compagnie): VII 155, 359, IX 32
Groestein, Groestin, zie Grovestins
Grol, zie Croll
Groningen, Universiteit van: IX 86
Gronsfeld, freules van (Gronsfelt): VI 174
Gronsfeld, Joost Maximiliaan graaf van († 1660); kolonel in het leger van de Ligue: VI 188
Groot, De: VI 169
Groot, Hugo de (Grotius) (1583-1645); rechtsgeleerde: VII 104
Groot(e)peryn, zie Gramberringen, Soutelande
Grootvelt, Willem Jansz († 1652); lid van de vroedschap van Gorinchem, lid van de Gecommitteerde Raden
Groperyn, Groteperyn, zie Gramberringen, Soutelande
Grotperyn, zie Gramberringen, Soutelande
Grotius, zie Groot, Hugo de
Grovestins, Van: III 17, 65, IV 12, 62, 115, V 106, 296, VI 92, VII 16, 25, 26, 29, 40, 106, 161, 178, IX 34
Grovestins, Van (Groestein, Groestin, Grovestein, Grovesteins, Grovesten); geslacht: V 64, 65, VI 57, VII 77
Grovestins, Foppe van (tot Engelum) († 1658); majoor der infanterie in het Staatse leger: I 118, III 173, 177, 180, IV 32, 34, 52, 53, 239, V 67, VI 95, 117, VII 73, 188
Grovestins, Frederick van († 1669); ontvanger-generaal van de floreenrente: I 52, 53, III 12, 22, 37, 62, 64, IV 12, 40, 55, 61, 237, V 62, 63, 65, 66, 76, 129, 252, VI 73, 86, 92, 95, 103, 344, VII 28, 52, 84, 85, 121
Grovestins, Hector van (1606-1643); lid van het Hof van Friesland: I 52
[p. 790]
Grovestins, Laes van (1634-1667): IV 65, VII 73
Grovestins, Oene van (Une, Uno); kapitein der infanterie in het Staatse leger, grietman van Hennaarderadeel en volmacht namens Hennaarderadeel in de Staten van Friesland: I 52, IV 52, 61, 65, 240, 246, V 47, 104, 111, 129, 256, 282-285, 295, 299, VI 17, 24, 25, 27, 32, 33, 36, 37, 39, 44, 63, 82, 198, 331, 342, VII 21, 22, 43, 47, 57, 58, 69, 74, 77, 154, 177, 337, 338, 349, 350, 354, IX 30, 82
Grovestins, Sicke van († 1665); grietman van Hennaarderadeel en volmacht namens Hennaarderadeel in de Staten van Friesland, lid van het Hof van Friesland: I 12, 52, 53, II 108, 110, 111, III 9, 18, 28, 46, 191, IV 11-13, 25-27, 36, 40, 44, 51, 52, 54, 61, 65, 239, 246, V 57, 62-64, 67, 69, 96, 104, 105, 122, 129, 240, 264, 283, 295, 298, 299, 306, VI 14, 18, 20-22, 24, 27, 35, 39, 41, 43, 44, 48, 57, 70, 73, 80, 96, 115, 331, 343, VII 20, 21, 54, 69, 72-74, 108, 121, 178, 339, 341, 344
Gruys, Johan (1614-1678); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 157
Gruys; lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: III 186
Gruyter, Filips de, heer van Dirksland (Dirckslandt, Dirckxlandt, Dircxlandt) († 1647); luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger, commandant van Brielle: III 147, 149
Gualtheri, Gualtherus Henrici (Henricides, Walteri, Wolteri) (1592-1652); lid van het Hof van Friesland: I 0, III 22, 41, 43, IV 15, 23, 25, 43, 54, 238, 242, 248, V 79, 99, 100, 109, 110, 275, 280, 303, 304, 307, 312, VI 17, 19, 41, 46, 56, 112, VII 17, 109, 122, 196, 342-344, 350, 360, IX 17, 36
Gualtheri, Johannes Henrici; volmacht namens Leeuwarderadeel in de Staten van Friesland: V 302, 312, 315, 316, 320, VI 13, 339, VII 132, 162, 340, IX 15
Guasco, Octavio; kolonel in het Spaanse leger: II 77
Guebrian, zie Budé
Guebriant, mademoisell de, zie Bec-Crespin
Günther, Frederik (1581-1655); Deens diplomaat: II 25
Guerre, zie Geer
Guicciardini, Lodovico (Guichardijn) (1521-1589); Italiaans geschiedschrijver: V 81
Guise, zie Lotharingen
Guise, hertogin van, zie Grimbergen
Gulsing, zie Julsing
Guntroy: V 192
Gussignies-Ternicourt, Anna de; echtgenote van Jacques van Haynin: III 146
Gustaaf II Adolf, koning van Zweden [1611-1632] (1594-1632): III 137, IV 229, V 193
Gysemburch, zie Hardenbroek
Habsburg; geslacht (Bourgondiën, Burgundiën): I 76, 96
Habsburg, Anna van, aartshertogin van Oostenrijk, infante van Spanje (Raine-Maire) (1601-1666); weduwe van Lodewijk XIII, regentes van Frankrijk: II 34, 42, 85, 86, III 187, IV 105, 117, 158, 164, V 82, 169, 170, VI 194, 321, VII 79, 314
Habsburg, Isabella Clara Eugenia van, aartshertogin van Oostenrijk, infante van Spanje (1566-1633); echtgenote van Albertus van Oostenrijk, vorstin [1598-1621], landvoogdes van de Zuidelijke Nederlanden [1621-1633]: I 91
Habsburg, Leopold van, aartshertog van (artzhertoch Leopoldus) (1614-1662); generaal in het keizerlijk leger, landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden [1647-1656]: V 169, VI 135, 138, 157, 158, 188, 194, 208, 215, 253, VII 130, 173, 229, 287, 357
Habsburg, Maria Anna van, aartshertogin van Oostenrijk (1635-1696); echtgenote van Filips IV: VII 288
Habsburg, Maria Theresia van, aartshertogin van Oostenrijk, infante van Spanje (1638-1683): V 128, VII 209, 297
Hachtingius, Arnoldus († 1657); predikant te Dokkum: III 57
Hachtingius, Frederick; belastingpachter: VI 334, 339, VII 19
Hacket (Haket); kolonel in het Staatse leger: VI 246
Haeck; kolonel in het Staatse leger: VI 170
Haen, Woudter de; bode: IX 171
Haen; officier in het Staatse leger: III 205
Haercourt, zie Lotharingen, François Louis van
Haeren, zie Haren
Haerensma, juffer, zie Botnia, Tieth van
Haeringsma, zie Harinxma thoe Slooten
Haerma, zie Haersma
Haershol(d)t, zie Haersolte
Haersma, Van (Haerma, Harsma): VI 52, 112, 113
Haersma, Annius Jacobi van; secretaris van Hemelumer Oldeferd en volmacht namens Hemelumer Oldeferd in de Staten van Friesland: III 59, V 56, VI 43, 44, 92, 94, VII 46, 76
Haersma, Arent van († na 1640); grietman van Smallingerland en volmacht namens Smallingerland in de Staten van Friesland: VI 72
Haersma, Aulus van (± 1611-1669); grietman van Smallingerland en volmacht namens Smallingerland in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: I 11, 54, III 29, 35, 46, 53, 62, 136, 137, 182, 189-191, 193, 196, IV 7, 10, 13, 28, 29, 31, 51, 53, 56, 237, 238, 243,
[p. 791]
251, 253, V 28, 29, 34, 47, 51, 54, 57, 62, 106, 107, 119, 124, 127, 168, 238-240, 255, 258, 280, 284-286, 296, 300, 301, 303, 305, 308-311, 313, VI 19, 31, 34, 97, 333, VII 47, 51, 76, IX 15, 82
Haersma, Jan Jacobs; secretaris van Stavoren: II 111, III 9, 59
Haersolte, Van: I 92, II 43, 102, V 84, 170, 207, 260, 261, IX 36
Haersolte, Van (Haersholdt, Haersholt, Haersoldt, Haersolt); geslacht: V 138
Haersolte, Anthony van (± 1609-1670); kolonel der cavalerie in het Staatse leger, lid van de ridderschap van Overijssel, luitenant-stadhouder van Overijssel: I 85, II 29, 31, 51, 73, III 82, 139, IV 135, 157, 170
Haersolte, Rutger van (1608-1674); lid van de ridderschap van Overijssel, drost van Lingen, lid van de Raad van State: IV 49, 50, 52, 54, 55
Haersolte, vrau, zie Boetzelaer, Ernestina van
Haersolte, Willem van († 1646); kapitein der infanterie in het Staatse leger, drost van Bredevoort: III 205, IV 132
Haestrecht: VII 108
Haga, Cornelis (Hagha) (1578-1654); president van de Hoge Raad van Holland en Zeeland: III 71, 124, IV 93, V 69, VI 176, 182, 232, VII 128, 209, 317, 355, 359, IX 34, X 248
Hagedoren, zie Ram
Hagha, zie Haga
Hagius, Adrianus (Haghius); commies van de financiën van de Rekenkamer van Friesland: IV 73, 126, V 155, 177, 264, 265, 275, 279-281, 283, VI 74, VII 202
Hagius, zie ook Hasius
Hallart, Maurice de (Alart, Allart); Frans luitenant-kolonel in het Staatse leger: I 75, 77, 78, IV 170
Hamel, Gisbert van; lid van de vroedschap van 's-Hertogenbosch: VII 70
Hammema, zie Amama
Hanau, vrau, gravin, zie Nassau, Catharina Belgica van Oranje-
Hanau-Münzenberg, Amalie Elisabeth gravin van (landgravin van Hessen) (1602-1651); weduwe van Wilhelm V van Hessen-Kassel: I 83, III 52, 53, 72, IV 107, 112, V 90, 192, 213, VI 130, 169, 208, 338
Hanau-Münzenberg, Charlotte Luise gravin van (Scharlotte): II 93, 97, III 77, 181, IV 71, 83, 228, 229, VI 224, 225, 324
Hanau-Münzenberg, Johanna gravin van (princess van Portugal) († 1673); echtgenote van 1) Wolfgang Friedrich Rijngraaf van Salm; 2) Emanuel Antony prins van Portugal: IV 200
Hanenburg, Jelle Hendricks (Hanenburch, Hanneburch, Hannenburch) (* 1610); kamerbode en klerk van de Gedeputeerde Staten van Friesland, commies van de financiën van de Rekenkamer van Friesland: V 265, 279, 280, VII 49, 51
Hania, juffer van (Hannia) († 1648): IV 37, 49, 66, V 47, 48, 61, 110-112, 308, VI 15, 21, 39, 56, 83
Hania, Van; officier: VI 48
Hanneburch, zie Hanenburg
Hannema, Laess Laessen († 1654); burgemeester van Harlingen: VII 339
Hannenburch, zie Hanenburg
Hanniwoud, zie Honeywood
Hans Jacobs (1626-1649); dienaar van Willem Frederik: VII 225
Hansma, Folpert Riencks (Folperus); burgemeester van Bolsward en volmacht namens Bolsward in de Staten van Friesland: III 20, IV 248, VI 103, 338, VII 25, 29, 62, 183
Harcourt, Sir Simon (Cimon) (1603-1642); Engels sergeant-majoor in het Staatse leger, gouverneur van Dublin: I 94
Harcourt, zie Lotharingen, François Louis van
Hardenbroek, Gijsbert van, heer van Giesenburg (Gysemburch, Hardenbroeck) († 1658); majoor der infanterie in het Staatse leger: IV 155, VI 157, 296, 314
Hardenbroek, Gijsbert Johan van: VI 314
Haren, Ernst van (jonge Haeren) (1623-1701); ritmeester in het Staatse leger: III 122, 125, IV 40, 49, 58, 62, 143, 263, V 25, 27, 34, 38, 47, 49, 61, 66, 71, 78, 83, 94, 100, 110-112, 129, 264, 265, 281, 285, 311, 313, 317, VI 9, 14, 20, 28, 53, 55, 58, 67, 74, 83-85, 91, 94, 96, 98-101, 110, 111, 114-118, 120, 230, 249, 286, 327, VII 78, 79, 85, 96, 106, 110, 129, 154, 159, 187, 189, 191, 192, 323, 351, 359, IX 14, 19-21
Haren, Margrieth van (Jongstals frau, juffer Jungstal); echtgenote van Allart Pieter van Jongestall: III 194, IV 8, V 58, 111, 308, VI 11, 58, 83, 94, 103, 112, 118, 326, VII 50, 64, 81, 105, 124, 129, 148, IX 15, 19, 21, 28
Haren, Sophie van (Phijcke, Pijck, Pijcke, Py-moy, Pye-moy, Sophijcke, Sophike) († 1649); echtgenote van Willem van Vosbergen: IV 44, 150, V 62, 78, 99, 109, 129, 130, 256, 316, VI 11, 16, 26-28, 34, 39, 43, 58, 65, 72, 74, 76, 81, 84, 92, 94, 105, 109, 116, 129, 198, 225, 228, 234, 236-238, 245, 246, 259, 264, 265, 267, 271, 274, 282, 285, 289, 304, 307, 310, 314, 316, 320, 324, 326, 327, 330, VII 14, 85, 86, 128-131, 148, 150, 289, 293, 297, 299, 323
Haren, vrau, zie Vierssen, Magdalena van: III 190
Haren, Willem van (Haeren) (1581-1649); ritmeester in het Staatse leger, gedeputeerde van Friesland ter Generaliteit: II 47, III 15, 28, 56, 57, 107, 109, 122, 138, IV 24, 238, 263, V 25, 30, 35, 37,
[p. 792]
50, 58, 63, 65, 77-79, 124, 129, 130, 239, 240, 251, 254, 262, 277, 283, 306, 308, 316, 352, VI 14-16, 19, 23, 26, 35, 38, 47, 51, 64, 65, 71, 76, 78, 81, 82, 105, 109, 127-130, 217, 224, 225, 232, 235, 236, 238, 243-246, 248-250, 252-254, 258, 259, 264, 267, 271, 285, 286, 289, 292, 293, 297, 298, 300, 302, 304, 306, 308, 314-316, 320, 323, 326-328, 331, 341, VII 51, 76, 83, 99, 127-131, 150, 155, 156, 162, 177, 181, 186, 190, 193, 194, 199, 207, 208, 232, 234, 235, 239, 240, 257, 259, 288-293, 297-299, 301, 305, 307, 313, 320, 345
Haren, Willem van (jonge Haeren) (1626-1708); volmacht namens Het Bildt in de Staten van Friesland: VII 338
Harinxma (Haerensma), juffer van: IV 57
Harinxma thoe Heeg, Haringh van (1604-1669); kapitein in het Staatse leger: VI 24, 115, VII 49, 59, 79, 342
Harinxma thoe Slooten, Homme van (1607-1663): V 275, 296, 304
Harinxma thoe Slooten, Julius van (Haringsma); lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland, volmacht namens Barradeel in de Staten van Friesland: IV 60, 67, 265, V 320
Harinxma thoe Slooten, Pieter van (Haeringsma, Haringa, Haringsma) (1610-1669); lid van het Hof van Friesland: II 109, III 50, 64, 79, 190, IV 49, 60, 237, 238, 250, 252, V 27, 50, 51, 54, 62, 99, 107, 265, 274-276, 280, 286, 297, 301, 303, 304, 306, 307, 311, 313-315, 317, 319-321, VI 11-13, 17, 18, 21, 22, 28, 38, 40, 42-44, 48, 49, 51, 56-58, 60, 63, 64, 66, 70-73, 80, 82, 83, 91-94, 96, 100, 103, 105, 114, 115, 331, 335, VII 15, 20, 21, 25-27, 29, 41, 42, 49, 53, 54, 74, 79, 110, 124, 132, 149, 178, 183-185, 339, 340, 342, IX 14, 21, 27, 29
Harinxma van Donia, Frans van (1580-1651); gedeputeerde van Friesland ter Staten-Generaal: III 27, 34-36, 40, 47, 63, 181, 182, V 54, 69-71, 73, 74, 94, 105, 124-126, 252, 259, 297, 316, 317, VI 26, 59, 60, 65, 66, 75, 78, 82, 94, 95, 236, 246, 285, 293, 294, 297, 298, 300, 302, 308, 332, 338, 339, VII 39, 47, 78, 124, 147, 150, 151, 155, 158, 161, 162, 173, 186, 187, 210, 340, IX 36
Harinxma van Donia, Keimpo van (Cempe) (1593-1660); lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: I 6, 11, 12, 99, V 69, 275, VI 115, 117, VII 55, 78
Harinxma van Donia, Rixt van (juffer Donia) (1620-1681); echtgenote van Valerius van Cammingha: V 275, 296
Harpagon, d': VI 15
Harsma, zie Haersma
Hart: V 306
Hartain, zie Hertaing
Hartevelt: VI 162
Hartingshausen: V 215
Hasius, Adrianus (Hagius, Hasyus) (1601-1650); predikant te Kralingen, Poortugaal, Den Briel en Leeuwarden: III 16, 60, IV 16, 24, 264, V 27, 33, 52, 56, 103, 125, 129, 255, 274, 306, VI 70, 73, 75, 82, 83, 85, 86, 92, 114, 120, 234, 296, 303, VII 20, 24, 42, 46, 73, 78, 82, 98, 102, 107, 130, 157, 162
Hasius, Anna; dochter van Adrianus Hasius: VII 157, IX 31
Hasselaer, Pieter Pietersz (1583-1651); lid van de vroedschap en burgemeester, hoofdschout van Amsterdam, bewindhebber van de VOC: II 39, 42, IV 68
Hasyus, zie Hasius
Haubois, Cornelis (Hobois) († 1670); burgemeester van Sneek en volmacht namens Sneek in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland en de Rekenkamer van Friesland: I 5, 6, 12, 97, III 20, 22, 24, 29, 32, 33, 35-41, 47, 51, 55, 65, 189, 196, IV 10-12, 14, 15, 23, 25, 26, 29, 31, 32, 34, 37-39, 42-44, 50, 53-57, 65, 242, 247, 250, V 28, 29, 33, 52, 53, 55-60, 62, 69, 110, 119, 120, 126, 127, 137, 177-180, 185, 262, 277-279, 307, 312, 313, VI 34, 45, 46, 61, 74, 76, 81, 86, 87, 111, 130, 136-138, 147, 152, 337, 339, 364, VII 30, 45, 49, 52, 55, 58, 70, 72, 74, 75, 77, 83, 125, 193, 196, 199, 339, 342, 344, 350, 360, IX 20, 27
Haucourt, zie Aumâle
Haudorp, zie Hogendorp
Hauerda, zie Meckema, Menno Houwerda van
Haulterive, vrau, zie Volvire
Haulterive, zie Aubepine
Haultyn, zie Zoete de Lake, Alexander de
Hauma: VI 18
Hauren: I 79
Hausman (Haussman): VI 136, 297
Hausman, Jan Jacob (Haussman); lid van de vroedschap van Breda, secretaris van de Illustre School te Breda: IV 158, V 172
Hautain, zie Zoete de Lake, Alexander de
Hautemont de Larguier; Frans kapitein in het Staatse leger: II 84
Hauterive, zie Aubepine
Hautyn, zie Zoete
Hauuerda, Hauwerda, zie Meckema, Menno Houwerda van
Havre, Du, zie Croy, Philippe-François de
Haynin (Henin, d'Henyn), madame: V 193, 211, 214, 216
Haynin, Jacques graaf van (d'Henyn); Vlaams kolonel in het Spaanse leger, gouverneur van Hulst: I 67, II 53, 54, 77, III 146, 157, 162, 163
Hedwich Agnis, zie Brederode
[p. 793]
Heemstede, heer van, zie Pauw
Heemstra, Focke Piers (Hijmstra, Himstra) († 1662); lid van de vroedschap van Harlingen, commissaris-generaal der convooien: III 30, 37, IV 252, 264, V 26-28, 275, VI 227, 246, VII 19, 48, 324, 339, 342
Heenvliet, heer van, zie Polyander
Heerema, Heerma, zie Herema
Heermans, Cornelis (Heerman); burgemeester van Dokkum en volmacht namens Dokkum in de Staten van Friesland: VI 42, 43
Hees, Anthonis van; bouwmeester van Leeuwarden: V 33
Heilersich, J.; tweede secretaris van Willem II (Eldersich, Ellersich): VI 145, 276, VII 307, X 248
Heimans, Eise Pieters; kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 54
Heimbach, Christian von; agent van Brandenburg in de Republiek: IV 89
Heinsius, Jodocus (1599-1665); syndicus der Ommelanden: IX 86-88
Hel(l)ema, zie Heloma
Hellendoorn, Melchior Dircks (Hellendoren); burgemeester van Sneek: V 306
Helm, zie Wrangel
Helmitz, Wolbertus; kapitein in het Staatse leger: III 54
Heloma, Tjaerd van (Helema, Hellema); volmacht namens Schoterland in de Staten van Friesland: V 111, 112, 119, VI 48, 77, 78, 92
Hemmema, Doecke van (1603-1698); kapitein in het Staatse leger: III 159, 167, IV 66, 243, 252, 253, V 74, 103, 104, 110, 120, 130, 239, 257, 265, 275, 281, 298, 303, 309, VI 14, 19, 26, 38, 40, 49, 50, 53, 57, 62, 72, 75, 84, 85, 91, 94-98, 100, 101, 103, 104, 112, 114, 118, 121, VII 14, 18, 21, 22, 24, 28, 39, 49, 51, 55, 79, 81, 102, 105, 122, 123, 128-131, 148-150, 152, 157-159, 162, 173, 185-187, 189, 192, 338, 342, 358, IX 13-15, 19, 20, 29
Hemmema, Sicke van († 1664): VI 97, IX 31
Hemmema, vrau, zie Erentreyter von Hofreit
Hendema, zie Hindema
Henderson (Hindershum, Hindersum); Engelse officier in het Staatse leger: II 31, 44, V 192, 260
Henderson, Anne; echtgenote van Hartman Godfried van Stein Callenfels: V 168, VI 129
Henderson, Jane; echtgenote van Thomas Ferentz: VI 129, 269
Henderson, juffer (Hindersum): I 94
Hendrick: VII 358
Hendrick; medicus: IV 110
Hendrick Harmens (Hermens): I 11, IV 15, V 252, 253, 260, IX 13
Hendrik Casimir graaf van Nassau-Dietz (mijn broeder, graef Hendrick) (1612-1640); stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe: I 7, 52, 68, 95, II 101, III 75, 85, 86, 122, 125, 138, IV 17, 118, 236, 249, 250, V 170, 232, 276, 298, 322, VI 11, 57, 72, 224, 247, 305, 328, VII 47, 107, 204
Hendrik IV, koning van Frankrijk [1589-1610] (1553-1610): III 18, 76, V 296, VI 273, 274, 306
Henin, zie Haynin
Henrici, Edo; secretaris van het krijgsgerecht in Friesland: VII 30, 39
Henricides (Henricidess van Dokkum): VII 105
Henricides, zie ook Gualtheri
Hentema, zie Hindema
Henyn, d', zie Haynin
Herbert, François (Herberts, Herbertz) († 1661); lid van de vroedschap van Gouda, gedeputeerde van Holland ter Staten-Generaal, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: III 76, 186, IV 117, 131, 143, VI 226, 310
Herbert, Henry (Herberts) († 1644); Engels kolonel in het Staatse leger: I 63, 94, II 29, 47, 53, 56, 58, 64, 70, 80
Herbert, Philip, graaf van Pembroke (Pembroeck) (1584-1658): VII 12
Herborn, Universiteit van: III 61, VII 99, 105
Herema, Van: IV 238, V 79, 262, VI 16, 60, 103, 262, VII 19, 25, 47, 106, 188, 192, 350
Herema, Jarich Tjercks van (Heerma, Heerema) (1609-1661); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 49-51, 157, IV 59
Herema, Johan van (Jan) (* ± 1604); kapitein der infanterie in het Staatse leger: V 38, 47, 49, 67, 71, 75, 98-100, 108, 111, 120, 239, 258, 264, 265, 273, 281, 285, 288, 303, 305, 311, 317, VI 9, 20, 26, 34, 53, 57, 66, 67, 69, 71, 74, 83-87, 91, 96, 98, 103, 110, 114, 115, 118, 120, 330, 344, VII 15, 21, 22, 24, 28, 76, 85, 96, 105, 152, 157, 159, 160, 174, 181, 187, 189, 338, 359, IX 20, 32
Herema, Otto van: V 297, VI 35, 55
Herema, Tjerck van (± 1574-1655); grietman van Menaldumadeel, houtvester van Friesland: III 37, VII 78, 176
Herema, juffer van: III 37
Heress, zie Herckes
Heringa, Trijn van; moeder van Tjerck van Herema: VII 19
Heringa, Womck van († 1596); moeder van Tjalling van Eisinga (van Marssum): VII 85
Herman, Hermen, zie Bergh
Hermanus, zie Albertus Hermani
Hermanus Feyckens; assessor van het krijgsgerecht in Friesland: VII 29, 102
Hermen Herckes (Heress, Herckens) († 1673); burgemeester en bouwmeester van Leeuwarden en volmacht namens Leeuwarden in de Staten van
[p. 794]
Friesland: V 273, 320, 321, 331, VI 24, 345, VII 13, 186, IX 15, 21
Hermens, zie Harmens
Hertaing, Daniël de, heer van Marquette († 1626) (Marquet): IV 148, V 155, VI 149
Hertaing, Maximilien de, heer van Marquette (Hartain, Marquet); ritmeester in het Staatse leger: III 205, IV 13, 44, 84, VI 122
Hertoghe van Orsmael, Margaretha de (juffer Osmael): I 94, II 93, VII 226
Hessel Huyghis, (Huygens): VII 188
Hessen, landgravin van, zie Hanau, Amalie Elisabeth van
Hessen-Darmstadt, Georg I landgraaf van (1547-1596): V 192
Hessen-Darmstadt, Juliane landgravin van († 1659); echtgenote van Ulrich II Cirksena: II 96, III 51, VI 319, VII 82
Hessen-Eschwege, Friedrich landgraaf van (1617-1655); generaal-majoor in het Zweedse leger: VI 266
Hessen-Kassel, Charlotte landgravin van (Charlot) (1627-1686); echtgenote van Karl Ludwig van Wittelsbach: II 28, V 213, VI 338
Hessen-Kassel, Elisabeth landgravin van (1634-1688): V 172, 174, 212, 213, VI 338
Hessen-Kassel, Emilie landgravin van (1626-1693); echtgenote van Henri Charles de la Trémouïlle: IV 107, 114, 216, V 213, VI 194, 231, VII 201, 231
Hessen-Kassel, Wilhelm IV landgraaf van (1532-1592): V 192
Hessen-Kassel, Wilhelm VI landgraaf van (1629-1663): I 77, IV 228, V 235
Hessen-Marburg, Ludwig III landgraaf van (1537-1604): V 192
Hettinga, Van: IV 53
Hettinga, Hans van; kapitein in het Staatse leger: VI 332, 339
Hettinga, Homme van (Hettingha) (1563-1649); kolonel der infanterie in het Staatse leger, burgemeester van IJlst: III 32, 48, 167, IV 14, 29, 31-34, 52, 54, 55, 59, 108, V 53, 74, 174, 281, 282, VI 42, 332, 334-339, VII 78, 84, 86
Hettinga, Sybrant van; advocaat, volmacht namens Oostdongeradeel in de Staten van Friesland: V 178, VII 29
Heucklum, Assuerus van (* ± 1621); hofjonker van Frederik Hendrik, luitenant in het Staatse leger: V 35, 79, 237, 318, VI 55, 91, 99, 100, 110, 111, 334, 335, 338, 339, VII 153
Heucklum, Helena van (juffer Donia); echtgenote van Frans van Donia: V 71, VI 65, 74, 94, 236, VII 106, 151
Heucklum, vrau: II 98
Heuenfelder, zie Hohenfeld
Heumen; gedeputeerde te velde: II 22, III 176, IV 116, 117, 120, 196, 198
Heydoma, Feye Tjercks (Feye Tjerck); volmacht namens Gaasterland in de Staten van Friesland: V 301
Heyman: V 234
Hiddema, Van: V 67
Hiddema, Van (jonge Hiddema): VI 51, VII 20
Hiddema, juffer van: IV 44, 62
Hijmstra, zie Heemstra
Hilarius, Livius († 1656); predikant te Bolsward en Leeuwarden: V 309, VI 22
Hilarius, Sibrandus († 1647/1648); 's lands medicus (Friesland): II 109, III 61, IV 252
Hillama, Arent van (Hillema); volmacht namens Tietjerksteradeel in de Staten van Friesland: III 29, IV 24, 42, V 54, 55, 274, 298, VI 19, 115, VII 19, 47, 48, 56, 57, 69, 71, 109, 176, 180, 185, 340, IX 14
Hilebrantz, Hillebrands, Hillebrandz, Hillebrant, zie Jacobus Hillebrandts
Hillema, zie Hillama
Himstra, zie Heemstra
Hindema, Olpherdus (Hendema, Hentema); lid der gezworen gemeente van Franeker en volmacht namens Franeker in de Staten van Friesland, generale ontvanger van Wonseradeel: V 252, VI 43, VII 95, 132
Hindershum, Hindersum, zie Henderson
Hobois, zie Haubois
Hocquincourt, zie Monchy
Hodorp, zie Hogendorp
Hoeckgeest; ingenieur in het Franse leger: II 35
Hoënstein (Hoonsteen, Hoonstein): I 83, III 67, 68, IV 223
Hoef, juffer van der: IV 67
Hoeff, Van; koopman: VII 76
Hoen, F. († 1649); kapitein in het Staatse leger: III 165, 166, 205, IV 140, VII 313
Hoendorp, zie Hogendorp
Hoern, zie Hornes
Hoeven, Van der: VII 306
Hoffmans, Mattheus; Pools student: I 3, 5
Hoge Raad: IV 81, 217, VI 261
Hogendorp, Daniël van (Hoendorp, Hoodorp, Hooendorp) († 1673); lid van de vroedschap van Rotterdam, baljuw en dijkgraaf van Schieland, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland, gedeputeerde van Holland ter Staten-Generaal: II 108, 113, III 12, 13, 122-124, 186
Hogendorp, Diederik van (1625-1702) (Audorp, Haudorp, Hodorp, Hoodorp, Odorp): V 273, 277, 281, 297, VI 112, 115, VII 102, 103
Hogenhoep (Hooghenhoup): I 95, VII 27, IX 85
[p. 795]
Hogenhuys; commies: III 40
Hohenfeld, Achatius baron von (Heuenfelder, Hooenfelden); hofmeester te Dietz: I 119, V 216, 217, VI 217, 344, VII 14, 52
Hohenzollern, Hedwig Sophie van, markgravin van Brandenburg (1623-1683): II 86, V 235, 236
Hohenzollern, Louise Charlotte van, markgravin van Brandenburg (1617-1676); echtgenote van Jakob van Koerland: II 86, III 121, V 236
Hohenzollern, Wilhelm Heinrich van, prins van Brandenburg (1648-1649): VI 157, 159, 164, 167, VII 205, 252, 257-259
Hohenzollern; geslacht: IV 217
Holack, Holeck, zie Hoolck
Holbein, Hans (Holbeen) (1497-1543); Duits schilder: I 115
Holdinga, Doed van (weduwe en vrau van Schwartzenburch) (1569-1646); echtgenote van 1) Kempe van Harinxma à Donia; 2) Georg Wolfgang thoe Schwartzenberg: I 0
Hollac(k), zie Hoolck
Hollae, graaf van: VI 132
Hollae, Holleck, zie Hoolck
Holland, Gecommitteerde Raden van: III 72, 76, 181, 186, IV 121, 217, 218, 227, V 308, VI 79, 146, 147, 164, 231, 254, 271, 289, 303, 304, VII 236, 255-257, 260, 293, 295, 296, 299, IX 35
Holland, Hof van: V 180, VI 147, 219, 297, VII 254, 297, 301, 317
Holland, Rekenkamer van: III 75, 76, 79, 81, IV 81, VI 293
Holland, Staten van: I 87, 88, 93, 94, II 47, 86, 90, 101, III 25, 45, 46, 76, 110, 111, 121, 126, 140, 185, 187, IV 55, 57, 59, 81, 82, 85, 93, 152, 171, 222, V 51, 55, 62, 76, 85, 86, 88, 100, 120-123, 125, 129, 131, 132, 137, 139-141, 144, 147-149, 157, 159-161, 165, 166, 169, 178, 180, 185, 233, 259, VI 25, 134, 137, 142-144, 209, 219, 231, 237, 247, 253, 260, 267, 287, 288, 290, 295, 297, 303, 319, 320, VII 80, 100, 132, 148, 192, 232, 255, 256, 259, 260, 290, 291, 293-295, 299-301, 306, 341, IX 34
Holle Piers; burgemeester van Stavoren en volmacht namens Stavoren in de Staten van Friesland: III 22, VI 42, 48, 76
Holstein, hertog van, zie Oldenburg, August Philipp van
Holzappel, zie Eppelmann
Homay, zie Oseros
Honeywood, Robert (Hanniwoud) (1601-1686); ritmeester in het Staatse leger: VI 141
Honthorst, Gerard van (Hondhorst) (1590-1656); schilder: VI 139, 235
Hoochstraet, Hoochstraten, zie Hoogstraten
Hoochwou (Hoochwau): II 73, IV 156
Hoodorp, Hooendorp, zie Hogendorp
Hooenfelden, zie Hohenfeld
Hoofdmannenkamer: IX 86, 88
Hooghenhoup, zie Hogenhoep
Hoogstraten, gravin van (Hoochstraet, Hoochstraten): V 192, 193
Hoolck, Gijsbert van der (Van der Holack, Holeck, Hollac, Hollach, Hollae, Holleck, Van der Horst) (1597-1680); lid van de vroedschap en burgemeester van Utrecht, gedeputeerde van Utrecht ter Staten-Generaal: II 27, 29, 42, III 121, 186, IV 65, 152, 209, V 70, VI 132, 133, 134, 147, 209, 226, 239, 246, 254, 255, 296, 297, 300, 306
Hoon, zie Hoyngh
Hoonsteen, Hoonstein, zie Hoënstein
Hoorn, zie Horn; Hornes
Hooyen, zie Hoyngh
Hoptilla, Johan; volmacht namens Bolsward in de Staten van Friesland: IV 24
Horeloge, zie Rechignevoisin
Horn van Björneborg, Gustaf graaf (Hoorn) (1592-1657); veldmaarschalk in het Zweedse leger: II 98
Horn, Philipp von; gezant van Brandenburg in de Republiek: VI 128-130, 304
Hornes, Isabella gravin van (vrau van Beversweert, Beverweert) († 1664); echtgenote van Lodewijk van Nassau-Beverweert: I 87, II 95, III 86, 179, IV 170, V 81, 139, VI 128, 228
Hornes, Johan graaf van (Hoern, Hoorn); kolonel der infanterie in het Staatse leger, gouveneur van Grave: II 29, 58, 61, 62, 65, 67, 70, III 139, 149, 160, IV 174, 194, VI 169, 170, 236, 245
Horologe, zie Rechignevoisin
Hospital, François de L', graaf van Rosnay (Lospital) (1583-1660); maarschalk in het Franse leger: IV 126
Hottinga, Douwe van (Dauwe) († 1662); grietman van Barradeel en volmacht namens Barradeel in de Staten van Friesland, lid van de Admiraliteit van Harlingen: I 99, 113, II 110, III 19, 32-34, 36, 41, 43, 47, 55, 58, 61, 189, 195, IV 9, 11, 12, 25-27, 30, 31, 33-36, 39-42, 44, 49, 51-55, 57, 59, 60, 65, 67, 238, 240-242, 252, 265, V 27, 57, 62-64, 66, 68, 69, 73, 75-77, 93, 95, 103-105, 108, 112, 119, 127, 129, 174, 239, 240, 251-253, 256, 262, 274, 276, 282, 300, 301, 303, 305, VI 13, 16, 17, 28, 33, 38, 39, 41-43, 45, 47, 59, 60, 66, 69, 71, 72, 75, 76, 78, 81-83, 86, 87, 95, 109, 115, 119, 198, 247, 330, 331, 341, 364, VII 15, 43, 44, 53, 76, 79, 82, 106, 108, 155, 177, 337, 343, 349, 352
Hottinga, Gerbrandt van; 's lands bouwmeester (Friesland): VII 130
Hottinga, Jarich van; kapitein der infanterie in het Staatse leger: VI 230, VII 43
[p. 796]
Hottinga, juffer van: V 58
Houcourt, zie Aumâl
Hous; militair in het Franse leger: II 52
Hoyngh, Jacob Gerritsz (Hoon, Hooyen) (1555-1625); lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam: VI 56, 283
Hulten, Lucas (1602-1652); raadsheer van Groningen, lid van de Raad van State, curator van de Universiteit van Groningen: IX 86
Hum, zie Hume
Humalda, zie Aebinga van Humalda
Hume, George (Hum, Humm, Humme); Schots ritmeester in het Staatse leger: I 8, IV 60, V 80, 273, 278, VI 135, VII 103, 126, 150, IX 34
Hume, vrau: VI 135, VII 103
Humiere, d', zie Crevant
Humm(e), zie Hume
Huninga; militair der cavalerie in het Staatse leger: II 53
Huygens, zie Hessel Huyghis
Huygens, Constantijn, heer van Zuilichem (Sulekum, Suylekum, Zulekum, Zuylekum) (1596-1687); raad en secretaris van Frederik Hendrik: I 76, 80, 84, 91, 93, II 26, 27, 71, 88, 106, III 70, 73, 93, 96, 98, 115, 123, 137, 153, 155, 181, 186, IV 83, 85, 90, 107-109, 112, 117, 127, 143, 158, 164, 167, 204, V 52, 53, 131, 147, 149, 152, 154, 164, 168, 279, VI 128, 145, 149, 229, 256, 290, 333, VII 51, 174, 194, 239, 291, 292, 303, 323, IX 35
Huygens, Dirck (1615-1646); sergeant-majoor in het Staatse leger: II 61, 65, 67, 68, III 123, 135, 140, 166, 205, IV 136, 139, 140
Huygens, Rutger, heer van Klarenbeek (heer van Claerembeeck), gedeputeerde van Gelderland ter Staten-Generaal: VI 159
Huygens, Steven; kapitein in het Staatse leger: V 131
Ibrahim (1615-1648); sultan van Turkije [1640-1648]: V 278
Ids Tjarnes; lid van de vroedschap van Stavoren: II 110
Idsinga, Siricus Zachaei; secretaris van Baarderadeel: VII 39
Idzaerda, Homme van (Itsaerda); grietman van Weststellingwerf: V 254, 259
Ietsma, zie Itsma
IJslandt, bisschop van, zie Ussher, James
IJsselsteyn, Vincent van (IJselstein, IJsselstein, Iselstein, Isselstein); kolonel der cavalerie in het Staatse leger: I 75-78, II 100, III 108, V 80, 84, 146, 148,218
IJtsma, zie Itsma
Immega, Imminga, zie Eminga
Inn en Kniphausen, Rudolf Willem, heer van Lutsborg (Lutzburch) († 1666); luitenant van de Hoofdmannenkamer: IX 86
Innema, Paulus Jansen († 1656); lid van de vroedschap en burgemeester van Harlingen: IV 37, VII 14, 354
Innocentius X (1574-1655); paus [1644-1655]: IV 166, V 120, 181
Inthiema, Frederick van (Intema, Inthema) († 1652); burgemeester van Workum en volmacht namens Workum in de Staten van Friesland, gedeputeerde van Friesland ter Staten-Generaal: I 45, 92, IV 23, 24, 29, 32, 33, 36, 42-44, 57, 237, 242, V 33, 35, 37, 56, 65, 110, 251, 261, VI 44, 76, 330, VII 46, 72-76, 158, 160, 173, IX 15
Inthiema, Reynolt van (Regnolt) († vóór 1649); lid van de vroedschap van Workum en volmacht namens Workum in de Staten van Friesland: III 16, 30, 65, IV 24, VII 196
Ipema, zie Epema
Irootieriere: VI 227
Iselmuyden, zie Isselmuiden
Iselstein, zie IJsselsteyn
Isenburg-Grenzau, Ernst graaf van (Isemburch) (1584-1664); Duits militair in het Spaanse leger, gouverneur van Namen: II 41, 67, 74
Isselmuiden, Johan van (Iselmuyden, Isselmuyden) (± 1610-1671); drost van Vollenhove: VI 255, VII 307
Isselstein, zie IJsselsteyn
Ite Wibes (Itte); volmacht namens IJlst in de Staten van Friesland: IV 23, V 51, 70
Itsaerda, zie Idzaerda
Itskema, Egbert Annes (Eckbert, Egbert Anes, Anness); lid der gezworen gemeente van Dokkum en volmacht namens Dokkum in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: VI 40, 46, 104, 117, 118, 332-335, 340, VII 153, 181, 190, 192, 342, 347, IX 16
Itsma, Wibrandus (Ietsma, Jytsma, Yeetsma, Yetsma, Yijtsma, Yitsma, Ytsma) († 1653); schepen en burgemeester van Leeuwarden en volmacht namens Leeuwarden in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: I 1, 7, III 191, IV 11, 17, 24-26, 30, 31, 51, 57, 59-61, 66, 243, 244, 248, 252, 253, 263, 264, V 25-27, 30, 31, 34, 35, 52, 57, 62, 70, 76-78, 95, 119, 231, 252, 256, 257, 265, 275, 279, 280, 286, 288, 298, 300, 303, 304, 306, 307, 309, 315-317, 319-321, 331, VI 11-15, 20, 21, 23, 24, 31, 32, 34, 36, 54, 59, 61, 63, 70, 74, 79, 85, 99, 115, 130, 135, 331-335, 337, 342, 344, 345, VII 13, 16, 17, 24-26, 29, 44, 71, 81, 84, 96, 97, 105, 107-110, 122, 340, 358, IX 21
Ittersum, Ernst van († 1681); luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger: III 164, 166, 167
[p. 797]
Jacob Sivers; boer te Leeuwarden: I 117
Jacob Stevens (1604-1660); lakenkoper, burgemeester van Leeuwarden en volmacht namens Leeuwarden in de Staten van Friesland: II 88, 108, 110, III 27, 46, 190-193, IV 26, 36, 66, 243, 244, 246, 252, 263, V 25, 30, 257, 273, 275, 279, 295, 302, 303, 306, 307, 312, 316, 320, 332, VI 38, 42, 75, VII 70, 107, 160, 339, 345, 358, 359
Jacobi, zie Hillebrandts
Jacobus, zie Hillebrandts
Jacobus Hillebrandts (Hilebrantz, Hillebrands, Hillebrandz, Hillebrant, dr Jacobi, dr Jacobus) († 1665); lid van de vroedschap, burgemeester van Harlingen en volmacht namens Harlingen in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: I 6, II 112, III 10, 29, 31, 34, 40, 41, 43, 45, 55, 56, IV 24, 25, 29, 32, 38, 42, 54, 57, 66, 241, 264, V 27, 33, 69, 70, 253, 283, VI 39, 45, 54, 59, 76, 77, 79, 119, VII 17, 71, 108, 125, 191, 344, IX 32
Jacobus I, koning van Engeland, Schotland en Ierland [1578/1603-1625] (1566-1625): VII 81, 103, 289
Jacobus II, koning van Engeland, Schotland en Ierland [1685-1689] (Jorck) (1633-1701): V 86, VI 128, 139, 157, 201, 207, 227, 229, 290, 297, 322, 369, VII 24, IX 36
Jaeckx (Jaetz), barones van: V 191-193
Jaeckx, baron van: V 190
Jaenequenelle, zie Jannequenel
Jaersma, juffrouw: VII 161
Jaetz, zie Jaeckx
Jameson (docter Jamson): VI 251
Jamet(z), zie Jannette
Jan II Casimir Wasa, koning van Polen [1648-1668] (prins Casimir) (1609-1672): VI 136
Jan Clasen: V 265
Jan Gabbes; boer te Leeuwarden: I 117
Jan Geerts; volmacht namens Dokkum in de Staten van Friesland: V 49, 53
Jan Gerckes; Dokkumer regent: V 66, 278
Jan Hendrickx; lid der gezworen gemeente van Dokkum: IV 252
Jan Merks (Janne Merckx): VII 28
Jan Sijtses (Jan Cijtses) († 1668); lakenkoper te Leeuwarden: VII 108
Jan Simons; lid van de vroedschap van Stavoren: II 110
Janeton, juffer: III 72
Jannequenel (Jaenequenelle, Janekenelle, Janequenel): IV 72, 87, 91, 93
Jannette, juffer (Jamet, Jametz, Janette, Jenette): VII 77-79, 82
Janville, zie Jonvillier
Jargion, zie Giorgio da Castelfranco
Jarich; chirurgijn: III 29
Jaspers, Sibrant: VII 354
Jeanv(e)ille, zie Jonvillier
Jelis, zie Jellis
Jellis de Bruxellis (Jelis); minderbroeder: I 5, 12
Jelte Arjens; kapitein der timmerlieden: II 59, III 15
Jeltinga, Juliana van: VI 129
Jeltinga, Schelte van (Yeltinga); gedeputeerde van Friesland ter Staten-Generaal: V 252, 306, VI 37, 41, 80, 129, 137, 152, 218, 236, 297, 298, 322, VII 19, 186, 194, 199, 359
Jenette, zie Jannette
Jepema, Hartesius (Yepema) (1611-1666); lid van het Hof van Friesland: III 194, IV 9, 61, 238, 242, 245, V 62, 98, 107, 303, VI 17, 93, 100, 112, VII 123, 125
Jermyn van Saint-Edmundsbury, Henry baron (Germein, Germyn) (1604-1684); Engels kamerheer, gouverneur van Jersey: II 88, IV 115, VII 81
Jeronniss, Meille († 1652); boer te Cornjum: I 118
Jeye Oenes; lid van de gezworen gemeente van Hindeloopen en volmacht namens Hindeloopen in de Staten van Friesland: VI 38
Jochem Wybes; burgemeester van Stavoren: II 111, III 9
Joeckema, zie Juckema
Johan IV, koning van Portugal [1640-1656] (1604-1656): I 95, III 71, VII 131
Johan Stevens; lid van de vroedschap van Steenbergen: VII 70
Jongema: VII 108
Jongestall, frau, zie Haren, Margriet van
Jongestall, Gellius († 1641); lid van het Hof van Friesland: III 61, VI 149, VII 82
Jongestall, Joost; lid van de vroedschap van Stavoren en volmacht namens Stavoren in de Staten van Friesland, lid van de Admiraliteit van Friesland: III 13, 29, 30, 32, IV 43, 247, 250, V 57, 58, 70
Jongestall, Simon; kapitein der infanterie in het Staatse leger, lid van de vroedschap van Stavoren: II 50, III 61, IV 11, 66, VII 181
Jongestall, Van (Jongstal, Jongstall, Jungstal); geslacht: VII 82
Jongestall, Allart Pieter van (1612-1679); lid van het Hof van Friesland: II 108, 109, III 13, 21, 24, 28-32, 36, 37, 41, 45, 50, 53, 54, 56, 57, 61, 65, 193, 194, IV 8, 12, 13, 15-17, 24, 25, 30, 32, 36, 39, 41, 44, 49, 53, 54, 58, 61, 238, 240, 250, V 28, 30, 31, 49, 52, 56-58, 61-63, 65-67, 70, 74, 76, 79, 83, 94, 99, 107, 109, 110, 124, 125, 129, 130, 239, 240, 252-256, 258, 262, 265, 266, 273-277, 279, 280, 283, 285, 295, 297, 298, 303, 306-308, 311, 321, 331, 352, VI 9, 11-13, 15, 17, 19, 24, 26, 28, 32, 34, 37-39, 41, 45, 46, 49, 56, 60-62, 64, 67, 71,
[p. 798]
72, 75-77, 80, 82, 83, 91, 94, 96, 97, 103, 105, 111, 112, 115, 116, 118, 127, 198, 199, 253, 327, 330, 340, 341, VII 24, 25, 28, 29, 39, 40, 42, 45, 50, 51, 61, 63, 64, 72, 76-79, 81, 82, 84, 87, 95, 98, 102, 104-106, 110, 122-125, 128-130, 147, 149, 157, 159, 160, 173, 176-178, 181, 185, 193, 194, 207, 208, 231, 233, 235, 238-241, 323, 338, 341, 342, 345, 347, 349-352, 354, 355, 358, IX 13, 30, 33, 35, 36, 82
Jonvillier (Janville, Jeanveille, Jeanville) († 1645); kapitein der infanterie in het Staatse leger: II 30-32, 84, III 82, 94
Joost; kapitein in dienst van de WIC: V 277, 280
Jorck, zie Jacobus II
Jorgion, zie Giorgio da Castelfranco
Jorritsma, François (1644-1713); kleinzoon van Allart van Burum: VI 23, 36
Jorritsma, Godefridus († 1647); advocaat voor het Hof van Friesland, pensionaris en secretaris van Leeuwarden: I 5, V 297, 298, 303
Jouckema, zie Juckema
Juchem, Maerten van (Marten van Juchen); kapitein der infanterie in het Staatse leger, vice-commandant van Wezel: II 101
Juckema, Edwert van († 1682); echtgenote van Doecke Martena van Burmania: IV 34, 57, 61, 62, 66, 89, V 28, 37, 38, 47, 49, 50, 55, 58, 67, 254, VI 16, 58, 344
Juckema, Gerrolt van (Joeckema, Jukema): III 57, 61, 64, IV 61, 238, V 36-38, 47, 49-54, 58, 67, 68, 95, 110, 254, 303, VI 72, 343, VII 18, 50, 52, 72, 74, 77
Juckema, Werp van (Jouckema): V 28
Jukema, zie Juckema
Julian, freule, zie Brederode
Julsing, Berend (Gulsing) (1583-1647); burgemeester van Groningen, curator van de universiteit van Groningen: V 30, VII 27, 127
Jungstal, zie Jongestall
Junius, Jacob († 1645); secretaris van Frederik Hendrik: II 102, III 101, 108
Junius, Juliana; dochter van Jacob Junius: II 102
Jurgen, klerk: VI 334
Juwinga, Juw Tiercx, mederechter en volmacht namens Hennaarderadeel in de Staten van Friesland: VII 21, 74
Juwsma, Lisck van; moeder van Juw van Eisinga: VI 35
Jytsma, zie Itsma
Kamstra, zie Camstra
Kann, Claes (Camps, Cant) († 1679); stadschirurgijn en schepen van Leeuwarden: IV 244, VI 342, VII 13
Kantelmo, zie Cantelmo
Karel de Grote (keiser Caerel) (742-814); koning der Franken [768-814], keizer [800-814]: V 215
Karel I, koning van Engeland, Schotland en Ierland [1625-1649] (1600-1649): I 77, 79, 84, 94, III 100, 108, IV 69, 87, 89, 94, 105, 106, 115, 117, 118, 162, 196, V 32, 37, 70, 85, 86, 165, 172, 177, 186, VI 58, 60, 208, 226, 265, 296, 313, VII 21, 22, 24, 45, 51, 52, 80, 81, 83, 121, 122, 202, 295
Karel I Gonzaga [1630-1637], hertog van Mantua (1580-1637): V 181
Karel II, koning van Engeland, Schotland en Ierland [1660-1685] (prins van Galiss, Walliss) (1630-1685): I 94, III 136, IV 72, 93, 105, 106, 112, 115, 117, 118, 164, 201, 203, 221, 228, 234, 247, V 86, 163, 164, 167, 171, 194, 209, 232-234, VI 139, 142, 143, 157, 160, 191, 200, 202-205, 207, 213, 215-217, 223, 225-229, 234, 237, 246, 252, 263, 290, 297, 311, 313, 319, 322, VII 24, 81, 98, 122, 127, 147, 148, 200-203, 239
Karel V, keizer [1530-1556], koning van Spanje [1516-1556], heer der Nederlanden (1500-1558): II 101, V 117
Kasembroot, zie Casembroot
Katz, zie Cats
Kelffken, Johan (Kelfken, Kelfsen) († ± 1665); lid van de vroedschap van Nijmegen, substituutmomber van Gelderland: V 152, VII 241, 320
Keth, Gerrit Dircx († 1655); lid der gezworen gemeente, burgemeester van Harlingen en volmacht namens Harlingen in de Staten van Friesland: III 29, 41, IV 24, 37, 253, VI 15, 333, 341, VII 17, 19, 191, 194, 196, 342, IX 32
Kethel, Jancke; weduwe van Tjaerd Gauma: VI 63
Ketting de Jongh, Willem; thesaurier en rentmeester-generaal der domeinen: II 9
Kettler, Jacob von, hertog van Koerland (1610-1682): III 121, VI 169
Kettler, Louise Elisabeth von (1646-1690): V 236
Keyser, Nanning (1611-1655) (Caiser, Kaizer, Keiser, Keizer, Kayser); lid van de vroedschap en burgemeester en pensionaris van Hoorn, lid van de Admiraliteit van Hoorn en Enkhuizen: I 51, V 85-90, 92, 105, 120-123, 126-129, 137, 142, 148, 160-163, 168-171, 175, 176, 179, VI 136, 139, 145, 147, 256, 265, 267, 269, 276, 287, 293, 303, 307, 319, 322, 324, VII 76, 236, 237, 254, 258, 312, 314, 341, IX 15
Khevenhueller-Frankenburg, Franz Christof graaf van (1634-1684): II 47
Khevenhueller-Frankenburg, Franz Christof I graaf van (Kievenhuller) (1588-1650); ambassadeur van de keizer te Munster: II 47
Kien, Nicolaas (Kijn); commies van de levensmiddelen in het Staatse leger: I 79
Kievenhuller, zie Khevenhueller-Frankenburg
[p. 799]
Kijn, zie Kien
Killegrew, William (Cillegray); Engels luitenant-kolonel in het Staatse leger: III 149, V 86
Kingema, zie Kingma; Kinnema
Kingma, Ignatius Saeckles van (Cingema, Kingema) (± 1622-1700); kornet in het Staatse leger: V 59-61, 297, VI 112, 116, 330, VII 28, 162, IX 19
Kingma, Saeckle (Kingema) (1584/1585-1652); lid van de Rekenkamer van Friesland: VI 83, 109, 115-117, 198, 330, 341, 342, 344, VII 40, 52
Kinnema, Cornelius (Kingema) (1587-1644); lid van het Hof van Friesland: III 50, 126
Kinnema, Martha van (1624-1708); dochter van Cornelius Kinnema, echtgenote van Daniël de Blocq van Scheltinga: III 126
Kirckpatrick, John (Cirpatrix, Cyrpatrickx, Kirpaetrik, Kyrpaticks, Kyrpatrickx, Kyrpatricx, Kyrpatrix); Schots kolonel in het Staatse leger: II 29, 41, III 156, 157, IV 194, 195, VI 272, VII 303, 307, 319
Kirlamachi, zie Burlamachi
Klaes(s)en, zie Clasen
Klaes, zie Sanders, Claes
Klaes Lewess; boer te Leeuwarden: I 117
Klan(d)t, zie Clant
Kleef, Abraham van; lid van de vroedschap van Schiedam, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: VII 295
Kleef, Krijgsgerecht van: VI 176, 179
Kleef, Stenden van: V 236, VII 251, 260
Kleist, Ewald von (Kleis, Kleise, Kleiss); Brandenburgs diplomaat: IV 105, 106, 212, 221, 248, V 218
Kleon (Cleon) († 422 v.C.); Atheens staatsman: IV 270, V 348
Klinck, zie Clenck
Klinckebijl, zie Clingbijl
Klinschan, zie Clinchamp
Knightly, Ferdinand (Knichtelay, Knichtelley, Kinchtelly); Engels kolonel in het Staatse leger: III 155, IV 212
Knuyt, Johan de (Cnuyt) (1587-1654); representant van de Eerste Edele in de Staten van Zeeland, gevolmachtigde van de Republiek te Munster: I 77, 80, II 28, 68, III 72, 75, 80, IV 50, 133, 134, 140, 144, 148, 151, 156, 163, 181, 204, 212, V 69, 83, 92, 117, 143, 147, 180, 181, 207, 259, VI 59, 60, 66, 127-129, 131-134, 144, 145, 158, 165, 197, 226, 251, 254, 256, 269, 270, 324, 326, 333, VII 19, 203, 209-212, 225-230, 233, 234, 290, 294, 310, 311
Knuyt, Margriet de: III 75, VI 132
Kock, Jan: I 7
Koels: VI 245
Köningsmarck, Hans Christopher graaf von (Coningmarck, Coningsmarckx, Connincksmarck, Konincksmarck, Koningsmarck) (1600-1663); generaal in het Zweedse leger: III 42, V 90, 192, VI 138, 179
Koerland, zie Kettler
Koimann (Koimans): VI 121
Kongo, zie Garcia II
Korck: VI 15
Korck, vrau: IV 149, 225, V 81, 83
Krack, zie Crack
Krock, zie Crocq
Krommel, zie Cromwell
Kroy, (De), zie Croy
Kuin, Johan (Kuyn) († 1648/1649); luitenant-generaal der artillerie in het Staatse leger: II 87, III 70, 79, 86, 95, 166, IV 69, 141, 149, 163, 168, 176, 190, 192, 202, 203, 211, 214, 218-221, 227, 264, V 26, 52, 79-81, 84, 124, 139, 149, 151, 164, 171, 196, 208-212, 229, 233, 234, 237, 238, 261, 283, 311, 313, VI 75-80, 82-85, 109, 122, 143, 144, 146, 151, 199, 229, 261, 264, 265, 285, 290, 297, 311, 321, 327, 341, VII 14
Kupijff (Cuypijf); predikant: VII 209, 225
Kuyck († 1647 of eerder): V 110
Kuyn, zie Kuin
Kyper, Albertus († 1655); hoogleraar in de natuuren geneeskunde aan de Illustre School te Breda en aan de universiteit te Leiden, lijfarts van Frederik Hendrik: IV 158
Kyrpaetrik, Kyrpaticks, Kyrpatric(k)x, Kyrpatrix, zie Kirckpatrick
Lacapel(l), Lacapelle, zie Cardouillacq
Lacave, zie Cave, De la
Laeder; kapitein in het Staatse leger: VII 81
Laer, Johan François (Van der Laen) (1617-1664); kleinzoon van Jarich van Liauckama, tresaurier en burgemeester van Mechelen: VII 126
Laferte, zie Ferté Pont St. Pierre
Laforce, zie Caumont, Phillippe de Lagarde; kamenier van Maria Stuart: VI 157, VII 239
Lakapel, zie Cardouillacq
Lambert, Jean de, markies van Saint-Bris (1584-1665); kolonel in het Franse leger: II 37
Lamboy, Guillaume de († 1659); veldmaarschalk in het keizerlijke leger: III 179, V 217, 252, VI 128, 159
Lameillerai, Lameilleray, zie Porte
Lamot, Godefridus (na 1613-1674); predikant te Westzaandam, Edam, Rotterdam en 's-Gravenhage: VI 296
Lamottri, zie Lannoy, Philippe van
Landas, juffer: VI 267
Landtskroon: II 89
Langen, Rudolf van (De Lange, De Langhen); lid
[p. 800]
van de vroedschap en burgemeester van Kampen, gedeputeerde van Overijssel ter Staten-Generaal: V 231, 238, 239, 251-255, 261, VI 311
Lanier, Nicholas (Lener, Lenier, Lenir van Constantinopelen) (1588-1665); Engels componist: V 68, 273, 283, 297, 298, 307, VII 336, 338
Lannoy, Charles de (Lanoy); kamerdienaar van Frederik Hendrik: II 76, 78, VI 264
Lannoy van la Moterie, Philippe graaf van (Lamottri) († 1658); kolonel in het Spaanse leger: III 164
Laprière: V 211
Laquapelle, zie Cardouillacq
Latremoille, zie Trémouïlle
Latu(i)llerie, Latuylerie, zie Coignet de la Thuillerie
Lauckema, zie Liauckama
Laurenssoon, Minne: I 5
Lauta, Taco († 1652); burgemeester van Harlingen: IX 32
Lavacquerie (Lavaiqueri); officier in het Staatse leger: III 205, VII 287
Lavalet(t), Lavalette, zie Nogaret
Laverne; gouverneur van Nieuwpoort: V 208
Leben: VI 169, 171
Lee, François van der (Van der Ley); klerk en rekenmeester van Frederik Hendrik: V 52
Leeuwarden (Lewarden, Lewaerden, Liwarden); dienaar van Willem Frederik: VI 81, 94, 245
Leewen, zie Boetzelaer, Assuerus van; Lewe
Lendenar, zie Lindener
Lener, Lenier, Lenir van Constantinopelen, zie Lanier
Lenox, zie Villiers
Leon, Rodrigo Ponde de, hertog van Arcos; onderkoning van Napels: V 61, 120
Leonore (madame, vrau Eleonore, Leonora): IV 210, 214, 216
Leopoldus, zie Habsburg, Leopold van
Lepiné (Lepinez, Lespine); geslacht: III 96
Lepiné († 1646): III 96, IV 108, V 235
Leps: VI 339
Leroy, zie Roy, Le
Leslie, Alexander, graaf van Leven (Lesle) (1580-1661); generaal in het Schotse leger: IV 162
Lespine, zie Lepiné
Leude, zie Bette
Leuwe, zie Lewe
Leveston, zie Livingstone
Levin, Philips de, heer van Famars (Famas); kolonel van het Waalse regiment: III 205, VII 303
Lewa(e)rden, zie Leeuwarden
Lewe (Leewen, Leuwen, Lewen, Lieuwe, Liewe); geslacht: VI 53
Lewe, Abe (Abe Liewe): VI 53
Lewe, Evert († 1641) (Liewe): VI 53
Lewe; Gronings regent: V 48, 119, VI 80, 266, VII 27, IX 86, 87
Lewe; ritmeester in het Staatse leger: V 232, 234
Lewen, zie 1) Boetzelaer, Assuerus van; 2) Lewe
Lewe(n)stein, zie Löwenstein
Ley, Van der, zie ook Lee, Van der
Ley, Jurjen van der († 1657); secretaris van Dantumadeel en volmacht namens Dantumadeel in de Staten van Friesland: I 0, 3, 7, 8, IV 26, 27, VI 257
Lezaen, Ida van; weduwe van Sabinus van Wissema: III 23
Liauckama, Gerlant van; weduwe van Schelte Aebinga (oude vrau Ebinga): VI 11
Liauckama, Jarich van (Liaukema) (1558-1642); kolonel in het Spaanse leger, gouverneur van Zutphen: IV 40
Liauckama, Jel van (Lauckema, Liauckema, Lyauckema, Martena) (1585-1650); weduwe van Eraert van Pipenpoy: III 53, 59, IV 15, 36-38, 40, 42, 55, 66, 264, V 27, 33, 37, 67, 94, 102, 103, 107-110, VI 39, 43, 67, 71, 72, 87, 121, 345, VII 106, 121, 185
Lichtenberch; hofmeesteres: V 230
Lichtmar, vrau: VI 176
Lier; officier in het Staatse leger: II 79
Liere, Willem van, heer van Oisterwijk (Lier) (1588-1649); ambassadeur van de Republiek te Venetië en Frankrijk: IV 68, VI 304
Lieuwe, zie Lewe
Liewe Wybess; boer te Leeuwarden: I 118
Ligne, Ernestina Yolanda prinses van (1594-1663); echtgenote van Johann VIII de Jongste van Nassau-Siegen: V 189-193, 196, 207, 212, 214
Ligny, zie Clermont-Tonnerre
Lijcklama à Nijeholt, Van (Lijckelma); geslacht: V 55
Lijcklama à Nijeholt, Augustinus (1603-1670); secretaris van Ooststellingwerf: IV 239, 248, V 29, 30, 34, 38, 47, 55, 57, 59, 60
Lijcklama à Nijeholt, Suffridus (1599-1645); grietman van Ooststellingwerf en volmacht namens Ooststellingwerf in de Staten van Friesland: II 88, III 70
Lijcklama, Hans van († 1659); grietman van Gaasterland en volmacht namens Gaasterland in de Staten van Friesland: I 96, II 96, III 40, 47, 182, IV 27, 33, 241, 242, 245, 247, 251, V 28, 29, 34, 47, 57, 96, 111, 112, 119, 238, 255, 257, 258, 263, 264, 279, 282, 287, 295, 298-301, 303, 306, 308, 311, VI 19, 32, 34, 37, 43, 48, 60, 73, 78, 104, 117, 118, 335, VII 40, 54, 87, 153, 154, 199, 341, 342, IX 34
Lijcklama, Hijlck van; echtgenote van Ulbe van Aylva: V 265
Lijcklama, Jeepcke van; echtgenote van Johannes
[p. 801]
van Glinstra: V 308
Lijn, Cornelis van der (± 1608-1679); gouverneur-generaal van Nederlands-Indië: VII 177
Limburg en Bronckhorst, Herman Otto graaf van (Stirum) (1592-1644); commies-generaal der cavalerie in het Staatse leger, luitenant-stadhouder van Overijssel, gouverneur van Wezel: I 59, 85, II 29, 41, 67, 77, 80, 82, 84, 85
Limburg en Bronckhorst, Jurgen Ernst graaf van (Stirum) (1593-1661); sergeant-majoor der infanterie in het Staatse leger: I 75, 80, II 71, III 85, 95, 157, IV 143, V 132, 138, 231, VI 182
Limburg en Bronckhorst, Maria Magdalena gravin van (Stirum) (± 1632-1707); echtgenote van Heinrich van Nassau-Siegen: I 75, 80, 92, III 77, 86, 95, 96, 121, IV 130, 155, V 152, 154, 231, VI 288
Limburg en Bronckhorst, Otto graaf van (Stirum) († 1679); ritmeester in het Staatse leger: I 45, II 75, VI 166, 288
Limburg en Bronckhorst, graaf van: VII 160
Lindanus, predikant: VI 303
Linden, Johannes Antonides van der (Vanderlinde) (1609-1664); hoogleraar in de geneeskunde te Franeker en Leiden: VII 26, 177
Lindener, Harmen Joost; vaandrig in het Staatse leger: III 191
Lindener, Johan (Lendenar, Lindenaer) († 1646); majoor der cavalerie in het Staatse leger: II 94, III 176, 191, IV 156, 211, V 76
Lintelo, Willem van (Lintlo, Lintloo) († 1658): III 70, 151, 157, 158, 160, V 154, VI 128
Lipping, Jan: VI 0, 22
Lipsius, Justus (1547-1606); filoloog, filosoof: VI 235, VII 190
Lisebet, freule, zie Wittelsbach, Elisabeth van
Livingstone, Thomas (Leveston); Engels sergeant-majoor der infanterie in het Staatse leger: III 157
Liwarden, zie Leeuwarden
Lixem, zie Lotharingen
Lockhorst, Catharina van (vrau van Market, Marquet, Marquette); echtgenote van Maximiliaan de Hertaing: IV 89, 91, V 146, VI 121, 122, 130, 137, 146, 151
Lodewijk XI, koning van Frankrijk [1461-1483] (Louys 11) (1423-1483): II 73
Lodewijk XII, koning van Frankrijk [1498-1515] (Louys 12) (1462-1515): II 73
Lodewijk XIII, koning van Frankrijk [1610-1643] (1601-1643): VII 151
Lodewijk XIV, koning van Frankrijk [1643-1715] (1638-1715): I 94, II 33, 34, III 84, 122, 138, 187, IV 142, 155, 166, V 86, 122, 149, VI 26, 222, 265, 315, 321, 365, 368, VII 22, 25, 79, 147, 297
Löwenstein-Wertheim-Rochefort, Ferdinand Karl graaf van (Lewenstein) (1616-1672): II 89, VI 296
Löwenstein-Wertheim-Rochefort, Josina Walburga gravin van (gravin van den Berch) (1615-1683); echtgenote van Herman Frederik van den Bergh: III 138, V 230, 231
Lomenie, Henri Auguste de, graaf de Brienne (1595-1666); secretaris van staat van Frankrijk voor buitenlandse zaken: V 171
Longeval, zie Longueval
Longeville, zie Valois, Henri II van
Longueval, Charles-Albert de, graaf van Bucquoy (Bouquoy, Longeval); gouverneur van Henegouwen; generaal in het Spaanse leger: I 86, III 161, IV 132
Longville, zie Valois, Henri II van
Loo, Van: I 8, II 43, IV 241, V 275, VI 24, 47, 83, 330, VII 102, 358
Loo, Van (De Loon); geslacht: III 38, IV 52
Loo jr. (jonge Loo): VII 97
Loo, Albert van; lid van de Raad van State: I 94, II 85, III 25, 32, 38, 40, 46, 70, 72, 79, IV 17, V 51, 60, 65, 137, 159, VI 25, 26, 93, VII 147, 338, IX 32
Loo, Albert van; advocaat: VII 45
Loo, Damas van (Damus); luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger: II 94, III 30, 37, 39-41, 45, 52, 54, 55, 61-63, 176, IV 25, 29, 52, 246, V 35, 67, 280, 298, VI 16, 46, 99, 103, 117, 120, 337, 342, VII 52, 79, 84, 87, 104, 105, 161, 187, 337
Loo, Gerrit van (Gerredt, Gerridt, Gerrit) († 1645); luitenant-kolonel in het Staatse leger: I 95, II 98, 99, III 23, 32, 39, 136, 137, 150, 151, 182, 190, IV 26, 37
Loo, Jacob van (± 1614-1670); kunstschilder: VI 328
Loo, Jacomina van (Jaeckemijn) († 1669); echtgenote van Ernst van Aylva: III 194, IV 8, 238, V 79
Loo, Jan van († 1647); kapitein in het Staatse leger: V 125, 131, 137, VII 87
Loo, Johan Claasz van († 1660); lid van de vroedschap van Haarlem, gedeputeerde van Holland ter Staten-Generaal: VII 293
Loo, Maria van (Mari): III 38
Loo, juffer van: IV 150, VII 102
Loo, vrau van: VI 28, VII 102, 159
Loo, vrau van; echtgenote van Damas van Loo: IV 25, 246
Loomaers, Pyter Dionysius (Piter Dionisius); volmacht namens Dokkum in de Staten van Friesland: III 40, 47, V 313, VI 17
Loon, De, zie Loo, Van; geslacht
Lootius, Eleazar (Lotius) (1595-1668); predikant te 's-Gravenhage: III 185, VI 258
[p. 802]
Loraine, zie Lotharingen
Lorains, juffrouw: I 75
Lorraine, zie Lotharingen
Lospital, zie Hospital, L'
Lot: VI 282
Lotharingen, Charles II van, hertog van Elbeuf (1596-1657); gouverneur van Picardië: II 33
Lotharingen, Charles III hertog van (Loraine, Lorainen, Lorraine, Lotteringen, Lotteringhen) (1604-1675): II 52, III 96, 97, 100, 101, 108, 109, 137, IV 105, 107, 126, 127, 131-133, 155, 161, 163, 184, 185, V 214, VII 207, 227, 348, 353, 355-357
Lotharingen, François Louis van, prins van Harcourt (Haercourt) (1623-1694): II 33, 42, III 101
Lotharingen, Henri van, hertog van Guise (1550-1588): IV 192
Lotharingen, Henri van, hertog van Guise (1614-1664): II 33, VI 135
Lotharingen, hertogin van, prinses van Lixheim (prinses van Lixem): VII 205
Lotharingen, Marguerite van (1615-1672); tweede echtgenote van Gaston van Orléans: III 187
Lotharingen, Roger van (chevalier de Guise) (1624-1653): IV 127
Lotius, zie Lootius
Lotten, heer van: VI 184
Lottering(h)en, zie Lotharingen
Louterbach; chirurgijn: IV 24
Louterne, graaf van; gouverneur van Limburg: V 189, 208
Louterne, gravin van: V 189, 215
Louys, zie Lodewijk
Louyse, Mademoiselle, zie Wittelsbach, Louise van
Lucanus, Marcus Annaeus (Lucanus) (39-65); Romeins dichter: VI 234
Lucas: VI 129, 268
Lune(n)burch, zie Brunswijk
Luttjen; chirurgijn: VI 105, VII 346
Lutzburch, zie Inn en Kniphausen
Lyauckema, zie Liauckama
Mabuse, zie Maubus
Macdowell, William (Magduel) (1590-± 1667); president van de krijgsraad in Groningen en Friesland: III 195, IV 9, 35, V 51, VII 98, 161, 174, IX 88
Madalena, Madaleintjen, Madeleine, zie Merode, Magdalena van
Magalotti; maarschalk in het Franse leger: II 37
Magduel, zie Macdowell
Mailfer; kolonel in het Franse leger: II 52
Maillé, Urbain de, markies van Brezé (Brese) (1597-1650); maarschalk in het Franse leger: II 37, IV 126
Mainsma, zie Meynsma
Mal, du (monsieur du Mal): V 143, 144
Malet, Robert, heer van Saint-Martin (Sainct-Martyn): I 84, VII 228
Mamminga, Bartel (Manninga) († 1671); schepen van Leeuwarden: IV 263, V 25
Manasse; luitenant in het Staatse leger: III 154
Manchau(t), Manchaux, zie Brederode, Margaretha van; Place, François de la
Manderschiet: IV 91
Manisckan; officier in het Franse leger: II 37
Manninga, Luist (Menninga) (1624-1668); gedeputeerde van de Ommelanden ter Staten-Generaal: V 67, 140, IX 28
Manninga, zie ook Mamminga
Mansart, zie Maulde
Manschau(t), zie Brederode, Margaretha van; Place, François de la
Mantua, zie Karel I Gonzaga
Marcelis Goverts (Marceliss Gouvert, Govertz) († 1660); bouwmeester en lid van de vroedschap van Leeuwarden: IV 60, V 66, 313, VI 15, 24, 25, 198, VII 107, 354, IX 13
Marchau(t), zie Brederode, Margatha van; Place, François de la
Marcheville, graaf van; officier in het Franse leger: IV 126
Marez, Gillis (Jelis, Jellis Maré, Maree); vaandrig der infanterie in het Staatse leger: II 77, 79, III 16, 17, 33, 196, IV 11, 49, 143, 175, 218, 243, V 28, 32, 47-49, 62, 107, 108, 125, 251, 255-257, 259, 262-266, 273-278, 281, 282, 288, 295, 306, VI 9, 10, 12, 14, 15, 17, 20, 22, 24, 28, 32, 33, 36, 37, 44, 46-48, 52, 59, 61, 73, 74, 78, 85-87, 91, 92, 94-96, 99, 100, 102-104, 109, 111, 112, 114, 115, 119, 120, VII 18, 22, 23, 28-30, 40-44, 47-49, 52-54, 62, 63, 70-73, 75-77, 82, 84, 86, 97, 98, 101-103, 105, 110, 121, 122, 124, 127, 128, 131, 147, 149, 153, 160-162, 173, 174, 181, 184, 186, 188, 189, 345, 353, 359, IX 14-20, 22, 28-31
Marlot, David van, heer van Bavois (Marlott) († 1660); majoor der cavalerie in het Staatse leger: I 76, II 25, 77, III 186, VI 269, VII 295
Marquardus, Johannes; ridder, lid van de raad van Lübeck: IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Marquet, zie Hertaing; Lockhorst
Marsum, Jan van; Bolswarder regent: VII 87
Marsum, T., zie Eisinga (van Marssum), Tjallingh van
Marten Jelles; schoolmeester te Birdaard: VI 53
Martena, Bauck van; moeder van Catrijn Entes: V 68
Martena, vrau, zie Liauckama, Jel van
Marwitz, kapitein in het Staatse leger: VI 181
[p. 803]
Marwitz, majoor in het Staatse leger: VI 160, 181
Mathenesse, Johan van (Matenes) (1596-1653); lid van de ridderschap van Holland, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: III 72, 76, 186, V 85, 142, 161, 177, VI 16, 59, 322, VII 257, 295
Mathey: V 214
Mathias Harings (± 1593-± 1665); schepen van Leeuwarden, kunstschilder: IV 60, 62
Mathias Jellis (Matias); kapitein op de Staatse vloot: II 39, 40
Mathon, Petrus (Maton); predikant te Rijnsaterwoude: VI 303
Maubus, Anna de (Mabuse); kasteleine van Breda: III 180
Maubeuse; commandant te Maastricht: III 205
Maucken, Maucquen, zie Crato, Eleonora Mauritia van
Mauderick, Haye Hendrick van (Mauric, Maurick, Mauryck); kornet in het Staatse leger: V 110, 258, 259, 279, 283, 298, VII 110, 125-127, 129, 161, 184, 186, 189, 191, IX 19
Mauderick (Mauweryck); juffer: VII 121
Maulde de Mansart, Louis de (Mansart) († 1663); sergeant-majoor in het Staatse leger: III 205, V 151
Mauriac, zie Tailleter
Mauric, Maurick, zie Mauderick
Maurits graaf van Nassau, prins van Oranje (prins Maurits, Mauritz, N.D.M.P.) (1567-1625); stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Overijssel, Gelderland, Drenthe en Groningen: I 72, 87, 95, II 26, 44, 97, III 71, 124, IV 82, 113, 114, 148, 194, 217, 220, 222, 224, 235, 248, 249, V 84, 85, 100, 126, 131, 138, 141, 151, 155, 160, 179, 180, 257, 318, VI 56, 131, 132, 137, 139, 142, 149, 150, 158, 224, 263, 286, 298, 302, 306, 315, 320, 325, VII 25, 81, 129, 206, 211, 226, 227, 238, 239, 241, 242, 258, 315, 319
Maurits, Mauritz, zie Crato, Eleonora Mauritia van
Mauritz, prins, zie Wittelsbach, Moritz van
Mauryck, Mauweryck, zie Mauderick
Mazarin, Jules (Cardinael, Raimondo, Mazarini, Mazaryn) (1602-1661); kardinaal, eerste minister van Frankrijk: II 88, 90, IV 105, 107, V 143, 165, 169, 170, VI 194, 222, 227, 321, 323, VII 22, 25, 79, 314, IX 31
Meckema, Van; geslacht: IV 16
Meckema, Ebel van (1588-1662); weduwe van Frans Aebinga van Humalda: III 48
Meckema, Luts van (1584-1630); echtgenote van Douwe van Aylva sr.: IV 16
Meckema, Menno Houwerda van (Hauerda, Hauuerda, Hauwerda) († 1668); majoor der infanterie in het Staatse leger: III 37, 39-41, 45, 48, 49, 51, 52, 54-56, 61, 62, V 74, 178, 277, 280, VI 79, 111, VII 14, 23, 122, 338, IX 13, 17, 27, 30, 32, 33
Meer, Van der, zie Meerman
Meerenholts: III 95
Meerman, Frans (Meermans, Van der Meer) (1590-1657); lid van de vroedschap van Delft, gedeputeerde van Holland ter Staten-Generaal, gedeputeerde te velde: IV 152, 197, 209, V 238, 239, 251-255, 261, VI 132, 146, VII 259
Megen, Meghen, zie Croy, Albert-François de
Meinderswijck, zie Gent, Barthold van
Meine, Marie de; echtgenote van Meynert Pieters Tissinck: IV 58, 65
Mein(n)erswijck, zie Gent, Barthold van
Meinsma, Meintzma, zie Meynsma
Meinsma, Epeus (± 1621-1660); secretaris van Achtkarspelen: VII 80
Meinsma, Horatius (Mainsma, Meinsma, Meintzma); advocaat, volmacht namens Franeker in de Staten van Friesland: III 39, 41, 45, 61, IV 51, V 65, 252, VI 43, 45, 54, 76, 77, 79, VII 25, 49, 67, 191, 342, 344
Meinsma; juffer: VII 106
Melagius; te Anhalt: IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Melander, zie Eppelmann
Melcy, zie Meltzi; Mercy
Mellema, Sybe Piers (1604-1662); rentmeester, schepen van Leeuwarden: VII 358
Mellinga, Abraham Isbrandi († 1648); scholtus van het krijgsgerecht van Friesland: III 28, 33-35, 37, 39, 40, 45, IV 61, 239, 245, V 107, 108, 122, 278, 288, 295, VI 53, 60, 70
Melo de Castro, Francisco, markies van Tor de Laguna (1597-1651); generaal in het Spaanse leger, landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden: 164, 67, 69, 70, 77-79, 84, II 41, 52, 78, V 120, 191
Meltzi, abt van (Melcy, Meltcy): V 213-215, VI 157, 165, 194
Mengerswijck, zie Gent, Barthold van
Menninga: zie Manninga
Mercader, Balthasar; kolonel in het Spaanse leger: III 97
Merckx, Ryntje, zie Ecama
Mercy, Franz baron van (Melcy, Mery) (± 1590-1645); maarschalk in het Beierse leger: III 79, 109, VI 129
Merode, zie Gent, Margaretha van
Merode, Anna van (Anne): III 181, 183, 185-188, IV 87
Merode, Francisca van: II 28, III 183, 185, 186, 188, IV 71, 87, 89, 92, 93, 226, V 160, 164, 207, VI 77
Merode, Johan van, heer van half Rummen († 1666); majoor der cavalerie in het Staatse leger, gouverneur van Ravestein: II 71, 77, III 72, 93,
[p. 804]
94, IV 89, 120, 121, V 79, 82, 216, 218
Merode, mademoiselle: II 30
Merode, Magdalena van (Madalena, Madaleintjen, Madeleine de Rummen, M.M.D.R.); hofdame van Amalia van Solms: II 26, 77, 86
Merode, Willemine van (Willemijntjen Merod); hofdame van Elisabeth van de Palts: II 28, 43, III 85, 95, 96, 164, 178, IV 87, 150, 163, V 156, 160, 164, 207, 212, 213, VI 147, 274, 282
Mery, zie Mercy
Mesilli; Frans edelman in dienst van Gaston van Bourbon, hertog van Orléans: II 40
Mesmes, Claude de, graaf van Avaux (Avaulx, Avaux, D'Avau) (1595-1650); gevolmachtigde van Frankrijk te Munster: I 95, 96, V 234, VII 210
Mesonneuf(ve), Mesonneuve, zie Perponcher
Meteren, zie Cuyck van Meteren
Meulen, Van der (Vandermeulen): I 5, III 126, IV 143, 149, 151, 185, 204
Meyden, Johan van der (± 1609-1677); lid van de vroedschap en burgemeester van Rotterdam, lid van de Rekenkamer van Holland, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland, bewindhebber van de VOC: III 186, V 172, 173, 175
Meyer, Coenraad; lid van de Raad van State: VI 314
Meynerswijck, zie Gent, Barthold van
Michel; lakei: V 231, VII 204
Mierop, van (Myroop); lid van de Rekenkamer van Holland: III 75, 76
Mierop, Joachim van; ontvanger-generaal van Holland: III 75
Mierop, Otto van (Mirop); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 75
Mierseville: II 44
Mijle, Adriaan van der, heer van Bleskensgraaf (Blesjesgraaf, Van der Mijlen, Vandermylen) (± 1604-1665); lid van de ridderschap van Holland, gouverneur van Willemstad: IV 113, V 85, VI 284, VII 14, 17, 290
Milet, Estienne de (monsieur Milett); luitenant in het Staatse leger: IV 162, 165, 212
Miloslavskij, Ilja Danilovic: V 179
Mindergetal: I 52, 53, 97, III 35, 38, 40, 41, 58, 62, IV 31, 33, 37, 38, 40, 42, 43, 50, 52, 54-56, 237, 239-242, V 35, 58, 63-65, 75, 76, 97, 98, 105, 120, 122, 126-129, 239, 254, 296, VI 31, 49, 54, 62, 63, 71, 75, VII 50, 51, 53, 55, 59, 60, 70, 71, 74, 75, 82, 103, 153-156, 158, 173, 340
Minne Hillebrands; secretaris van Wonseradeel: V 119
Mirop, zie Mierop
Moedersbach, zie Mudersbach
Mol, Hanso (Moll); burgemeester van Sneek en volmacht namens Sneek in de Staten van Friesland: III 20, IV 31, 249, V 313, VI 338, VII 19
Mol, zie ook Moll
Molandyn; officier in het Franse leger: II 37
Moll, Christiaen (Mol) († na 1661); raad van keurvorst Frederik Willem van Brandenburg, resident, envoyé van Brandenburg in de Republiek: V 82, VI 149, 236
Moll, Petrus (Mol) (1596-1669); hoogleraar in het Grieks te Franeker: V 65
Moll, zie ook Mol
Mom van Swartstein, Bernard; ritmeester in het Staatse leger: II 79
Momba, zie Barton
Mommercenir; kolonel der cavalerie in het Franse leger: II 52
Monchy, Charles de, markies van Hocguincourt (1599-1658); kolonel in het Franse leger: II 37
Moncron (Monckron); kolonel in het Spaanse leger: III 164
Mondevy: IV 89
Mondragon, Cristobal de; kolonel der cavalerie in het Franse leger: II 52
Monsieur, zie Bourbon, Gaston van
Monsma, Ecce; burgemeester van Dokkum: V 253
Monstreul, zie Montreuil
Montagu, Walter (Montegu) (1603-1677); attaché van Engeland in Frankrijk, abt van Saint-Martin: I 94
Montbas, Jean Barton de Bret markies van (De Bredt, Momba) (1623-1696); majoor der cavalerie in het Staatse leger: V 310, VI 311
Montmorency, Charlotte Marguerite de (1594-1650); echtgenote van Henri II van Bourbon: IV 106, VI 273
Montresor, zie Bourdeille
Montreuil, Jean de (Monstreul) (1613-1651); Frans diplomaat: III 96
Montroos, zie Graham
More; page: V 237
Morgan; kapitein in het Staatse leger: VII 121
Moriac, zie Tailleter
Moritz, zie Crato, Eleonora Mauritia van
Mornau: VII 290, 299, 307, 310, 311
Morray, zie Murray
Mortaigne, Johan Bertram de (Mortagne) († na 1689); hofmeester der Staten-Generaal: IV 242, V 165
Mothe-Houdancourt, Philippe de la, hertog van Cardone (La Motte) (1605-1657); maarschalk in het Franse leger: II 52
Moudersbach, zie Mudersbach
Moulert, zie Mulert
Mouray Cortereal, Manuel de la, markies van Castel Rodrigo (Castelrodrigo) († 1652); landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden: III 97, IV 106, 188,
[p. 805]
196, V 191, 195, 207, 216
Mourtzen: VII 231
Mudersbach, Frederick (Moedersbach, Moudersbach); beheerder en pachter van Spiegelberg: VII 149, 150, 152, 157, 159, 160, 253
Mulert, Dirk (Moulert); kolonel der cavalerie in het Franse leger: IV 131, VI 133, 287
Murray, Jean (Morray) (* ± 1628); page van Willem Frederik: VI 110
Musch; geslacht: III 71
Musch, Cornelis (Muss) (1592/1593-1650); griffier der Staten-Generaal: I 43, 44, 91, 92, 93, 95, 96, 119, II 90, 98, 102, III 71, 80, IV 87, 91, 94, 107, 110, 112, 152, 171, 191, 192, 228, V 146, 147, 161, 162, 166, 172, 179, 231, VI 55, 130-132, 145, 243, 244, 249, 251, 252, 286, 289-291, 296, 305, 314, 316, 322-324, VII 207, 210, 231, 235, 236, 298
Myroop, zie Mierop, van
Nangy, zie Brichanteau
Nassau, Adolf graaf van (oom van prins Willem) (1540-1568): IV 191
Nassau, Albertina Agnes prinses van Oranje- (Albertine, madamoisel d'Orange, tweede dochter, 2de vrau, A.M., Lessal) (1634-1696): passim
Nassau, Catharina Belgica prinses van Oranje- (vrau, gravin, van Hanau) (1578-1648); weduwe van Philipp Ludwig II van Hanau, regentes van het graafschap: II 93, III 181, 182, 187, IV 91-93, 112, 199, 219, 229, V 80, 92, 160
Nassau, Elisabeth prinses van Oranje- (1577-1642); echtgenote van Henri de la Tour d'Auvergne, hertog van Bouillon: VI 298
Nassau, Emilia prinses van Oranje-(1569-1629); echtgenote van Emanuel van Crato, prins van Portugal: VI 298
Nassau, Engelbert I graaf van (± 1370-1442): VI 223
Nassau, Frederik van, heer van Zuijlenstein (heer van Sulestein, Zulestein) († 1672); luitenant-kolonel in het Staatse leger: II 26, 53, 68, 85, III 82, 96, 107, 110, 162, 181, 205, IV 92, 106, 143, 195, V 235, VI 99, 311, VII 295
Nassau, gravin van (gravin X van Nassau): IV 150
Nassau, gravin van, zie 1) Erbach, Christine van; 2) Ligne, Ernestina Yolanda van
Nassau, Hendrik graaf van (oom van prins Willem) (1550-1574): IV 191
Nassau, Henriette Catharina prinses van Oranje- (Henriette) (1637-1708): I 44, III 69, 72, 81, 82, 182, 185, IV 58, 86, 91-93, 110, 164, 169, 174, 181, 200, 217, 233, 236, V 76, 80, 84, 130, 139, 151, 167, VI 131, 159, 161, 188, 204, 206, 211, 225, 235, 257, 263, 264, 266, 272, 285, 299, 307, 308, 310, 327, 333, VII 205, 207-209, 225, 229, 231, 234, 252, 258, 288, 290, 291, 296, 305, 313, 322, X 0, XI 0, XII 2
Nassau, Justinus van (1559-1631); gouverneur van Breda: II 30
Nassau, Lodewijk graaf van (oom van prins Willem) (1538-1574): IV 191, VI 112, VII 85
Nassau, Lodewijk van, heer van Beverweert (heer van Beversweert, Beverweert) (± 1602-1665); generaal-majoor in het Staatse leger; gouverneur van Bergen op Zoom: I 63, 70, 76, 80, 84, 86, 95, 114, II 29, 42, 51, 76, 78, 84, 85, III 82, 88, 95, 109, 115, 116, 139-141, 145, 153, 155, 179, IV 69, 84, 93, 108, 113, 126, 143, 158, 164, 168, 170, 172, 173, 198, V 139, 151, 163, 176, 186, VI 128, 161, 174, 175, 210, 211, 215, 224, 231, 263, VII 240, 242, 253, 294, 298, 322
Nassau, Louise Henriette prinses van Oranje- (1627-1667) (auste madamoisel, Haer Hoocheit, Les, Less, Lessjen, lieve dame, Louise, madamoiselle d'Orange, mijn mattresse, Sel, Sell, Selletjen, soetert, soutert, cuhrvorstin, courvorstin, L., L.M., M.O.N.D., O.dM., O. de M.); echtgenote van Frederik Willem keurvorst van Brandenburg: passim
Nassau, Maria prinses van Oranje- (Mari, Marijcken, Marike, Mariquen) (1642-1688): I 44, III 69, 72, 82, 182, 185, IV 91, 92, 110, 169, 181, 200, 217, 233, 236, V 76, 84, 130, 139, 151, VI 131, 159, 161, 188, 206, 211, 225, 235, 257, 263, 264, 272, 285, 293, 299, 307, 310, 327, VII 207-209, 225, 229, 231, 234, 252, 258, 288, 290, 291, 296, 305, 313, 322, X 0, XI 0, XII 2
Nassau, Oranje-, zie Frederik Hendrik; Maurits; Willem I en II
Nassau, Philips Willem graaf van, prins van Oranje (prins Philips Wilhelm) (1554-1618): V 85, 179, VI 320, VII 239, 241
Nassau, Willem Adriaan van, heer van Odijk (joncker Willem) (± 1632-1705): I 76, IV 156, V 130, VII 294
Nassau, Willem van (± 1601-1627); luitenant-admiraal van Holland: VI 210, 263
Nassau-Dietz, zie Ernst-Casimir; Hendrik Casimir; Willem Frederik
Nassau-Dillenburg, Georg Ludwig graaf van (vedder Jurgen) (1618-1656): I 77, X 248
Nassau-Dillenburg, Ludwig Heinrich graaf van (graf van Dillemburch, mijn neef, vetter, van Dillemburch) (1594-1662); generaal in het keizerlijke leger: III 25, 45, 190, 191, 192
Nassau-Hadamar, Johann Ludwig graaf van (graf Hans, Ludtwich, Ludwich, mijn oom) (1590-1653); gevolmachtigde van de keizer te Munster: IV 71, 82, 114, 238, VII 78, 96, 97
[p. 806]
Nassau, Katzenelnbogen en Dietz, Jan VI de Oude graaf van (graaf Jan) (1536-1606): V 239, IX 32
Nassau-Siegen, Adolf graaf van (1586-1608); ritmeester in het Staatse leger: III 52, VI 274
Nassau-Siegen, Elisabeth Charlotte gravin van (1626-1694); echtgenote van Georg Friedrich van Waldeck: V 215
Nassau-Siegen, Ernestina Charlotte gravin van (freulen van Nassau) (1623-1668): V 189, 193, 215, 216, VI 314
Nassau-Siegen, Georg Friedrich graaf van (graf Fritz) (1606-1674); kolonel der cavalerie in het Staatse leger: I 5, 79, II 29, 31, 71, III 97, 99, 138, 178, IV 108, 134, 159, 164, 170, 193, 195, V 132, 148, 171, 172, 176, VI 151, 160, 196, 258, 261, 265, 271
Nassau-Siegen, Heinrich graaf van (graf Hendrick, Hendryck, cousin, vetter Hendrick, H.G.) (1611-1652); luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger, gouverneur van Hulst: I 0, 75, 77, 87, 92, 95, II 25-27, 29, 31, 53, 55, 61, 68, 73, 77, 78, 80, 85, 87, 98, III 77, 79, 81, 83, 84, 86, 94, 95, 99, 110, 113, 121, 122, 138, 149, 165, 182, IV 69, 111, 113, 115, 121, 123, 124, 127, 129, 130, 140, 143-145, 151, 155, 157, 233, 236, V 79, 81, 83, 84, 86, 132, 137, 140, 142, 152, 186, 231, 232, VI 59, 131, 135, 136, 138, 150, 152, 170, 171, 243, 264-266, 288, 294, 308, VII 203, IX 34, 35
Nassau-Siegen, Jan VII graaf van (graaf Jan) (1561-1623): VI 131, 263
Nassau-Siegen, Jan VIII de Jongste graaf van (graaf Jan) (1583-1638); veldmaarschalk in het keizerlijke leger: V 196, 207
Nassau-Siegen, Johann Franz Desideratus graaf van (1627-1699): V 207, 214
Nassau-Siegen, Johan Maurits de Braziliaan graaf van (graf Maurits, Mauritz, Moritz, M.G.) (1604-1679); gouverneur van Brazilië, luitenant-generaal der cavalerie in het Staatse leger, commandant van Wezel, stadhouder van Kleef, Mark en Ravensberg: I 79, 96, II 73-76, 78-80, 83, 85-89, 97, 99, 100, 106, III 72, 73, 81, 82, 86, 94, 97, 100, 111, 113, 115, 121, 122, 141, 158, 176, 182, IV 71, 82, 91-93, 105, 108, 112-114, 123, 124, 139, 144, 169, 170, 219, 233, 248, V 76, 79, 131, 132, 140, 142, 145, 146, 149, 151, 155, 160, 171, 173, 179, 186, 210, 218, 233, 234, 238, 253, 322, VI 122, 163, 180, 183, 189, 192-194, 205, 218, 227, 243, VII 202, 230, IX 17, 31, 35
Nassau-Siegen, Maria Magdalena gravin van (1622-1647); weduwe van Philipp Theodor van Waldeck: II 63, V 79, 80, 156, 185, 194, 196, 207-216, 235
Nassau-Siegen, Sofia Margaretha gravin van (Grietje, Grietjen, Gritje, freulen Margriet, freule van Nassau) (1610-1665): IV 72, 130, 143, 151, V 154, 231, VII 203, 260
Nassau-Siegen, Wilhelm graaf van (graf Wilhelm) (1592-1642); veldmaarschalk in het Staatse leger, gouverneur van Sluis: IV 144, V 230
Nassau-Weilburg, Ernst Casimir graaf van (graf van Nassau-Sarbruck) (1607-1655); kolonel der infanterie in het Staatse leger: IV 132
Nassau; geslacht (die van Nassau, huys en stamme van Nassau, Nassauw, ons huys, Sijn Hoocheits Huys): I 72, 96, II 26, 74, 87, 88, III 37, 179, 183, IV 49, 82, 91, 114, 156, 161, 192, 203, 212, 217-222, 225, 227, 228, 233, 236, 246, 248, 249, V 31, 32, 66, 76, 82, 83, 108, 112, 113, 124, 125, 127, 138, 179, 186, 318, VI 73, 82, 83, 131, 132, 140, 150, 158, 161, 165, 168, 184, 187, 190, 195, 201, 202, 218, 219, 223, 230, 232, 233, 239, 247, 250, 268, 272, 276, 301, 307, 311, 316, 328, VII 77, 95, 102, 202, 206, 211, 234, 254, 318, IX 10, 16, 32
Nauta, vrau, zie Aysma, Lolck van
Nauta, Gajus († 1645); lid van het Hof van Friesland: I 12, II 96, 108, 109, III 24, 32, 38, 43, 50, 53, IV 35, V 28, VI 93
Nauta, Johannes († 1658): VII 173
Navander, Jacob (Vaenander) (1606-1661); lid van de vroedschap en burgemeester van Rotterdam, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: VII 259
Nederhorst, zie Reede, Godard van
Nelson (Neltzon); juffer: III 125
Nelson, Eduard (Nelzon); Engels kapitein in het Staatse leger: III 67
Nero, Claudius Drusus Germanicus Caesar (37-68); Romeins keizer [54-68]: III 38
Nevers, Anne van († 1684); echtgenote van Eduard van de Palts: III 75
Nevers, Marie-Louise van (1611-1667); tweede echtgenote van Wladyslaw VII van Polen: III 75, 187, 188, IV 85, VI 136
Nicolai: IX 19
Niepoort, zie Nieupoort
Nieuburch, zie 1) Wittelsbach, Wolfgang Wilhelm van; 2) Egmond, Thomas van
Nieupoort, Willem (Niepoort) (1607-1678); rentmeester-generaal der domeinen in Noord-Holland, secretaris van de Rekenkamer van Holland: III 75, 76, 79, VI 326
Nieuwenaer, juffer: III 181
Nijeveen (Nieveen, Niveen); Gronings regent: VII 27, 127
Nijs, juffer: VI 26, 32, 39
Nijs, Anna; echtgenote van Simon Simonides: V 54
Nijs, Catharina: V 54
Nijs, Johannes († 1649); lid van het Hof van Fries-
[p. 807]
land, curator van de Academie te Franeker: I 0, 6, 12, II 96, 108-111, III 10, 16, 28-30, 50, 53-55, 65, 125, 126, 135, IV 29, 39, 66, 239, 240, 244, 246, 248, 251, V 32, 37, 38, 49, 51, 52, 54, 56, 62, 65, 94, 99, 103, 107, 125, 130, 252, 286, 297, 302-304, 306, 307, 309, 315-317, 319-321, VI 12, 14, 34, 45, 97, 105, 112, 116, 121, 337, 342, 345, VII 15, 18, 28, 53, 72, 74, 75, 78, 81, 84, 95, 104, 131, 181, 192, 344
Nijs, Petrus (1617-1660); lid van het Hof van Friesland: II 108, III 16, 19, 28-30, 34, 53, 59, IV 29, 244, 263, V 26, 32, 49, 51, 54, 56, VI 26, 32, 45, 342, 345, VII 28, 53, 72, 74, 75, 78, 84, 104, 106, 108, 109, 121-123, 125, 131, 152, 158, 177, 181-183, 189, 192, 338, 340-342, 344, 352, 359, IX 13, 14, 27, 30, 33
Nijssen, Nijssens, zie Nisse, Van der
Nijsten, Johannes à; assessor van het krijgsgerecht van Friesland: V 278, VI 93, VII 102
Nisener, Johannes; predikant te Hallum: III 45, 48, 49
Nisse, Gerard van der (1602-1669) (Nijssen, Nijssens); lid van de vroedschap en burgemeester van Goes, gedeputeerde van Zeeland ter Staten-Generaal, gedeputeerde te velde: IV 151, 157
Niveen, zie Nijeveen
Nogaret de la Valette, Bernard de, hertog van Epernon (D'Espernon, Lavalett, Lavalette) (1592-1662); gouverneur van Bourgondië: II 33, 63-65
Nogaret de Foix, Louis Charles Gaston de, hertog van Candalle (Candael) (1627-1658); officier in het Franse leger: IV 127
Noirmont, zie Galla de Salamanca
Noirmoutier; officier in het Franse leger: IV 130
Noor(d)twijck, zie Does, Wigbold van der
Noot, Carel van der, heer van Hoogwoud en Aartswoud († 1614); gouverneur van Oostende en Sluis: II 44
Noot, Genoveva Maria van der (± 1600-± 1675); echtgenote van Philip Jacob van den Boetzelaer: III 182, IV 92, 213, V 164, VI 293
Noot, Lamoraal van der, heer van Risoires (Risoir, Rysoir) († 1644); kolonel der cavalerie in het Staatse leger: I 71, 80, II 71-73, 80, 82, 90, 92, 93
Norman; Duinkerker kaper: II 32
Noté, Samuel; kwartiermeester-generaal der cavalerie in het Staatse leger: II 39, 40
Nuyburch, zie Egmond, Thomas van
Nyvien: IV 145
Obbe Jansen: VI 105
Obdam, zie Wassenaar, Jacob van
Obdam, vrau, zie Renesse, Agnes van
Oberheim, Christoffel Carell van: II 47
Ockinga, Van (Ockema): V 38, 74, 78, 252, 253, 313, VI 13, 110, 111, 113, 114, 116, 118, 337, 338, VII 19, 23, 40, 72, 78, 110, 124, 125, 353, IX 32
Ockinga, Hero van († 1682); gerechtsscholtus (Friesland), lid van het Hof van Friesland: II 108, III 15, 33-36, 50, IV 14, 17, 27, 61, 245, 250, V 63, 78, 283, 288, 303, 306-308, VI 20, 22, 37, 38, 42, 48, 56, 57, 76-78, 91, 94-96, 100, 101, 105, 115, 282, 332, 336, VII 20, 24-26, 79, 102, 161, 185, 189, 339, 341, 342, IX 16, 22, 23
Ockinga, Jarich van: VI 105
Ockinga, Lodewijck van († 1673); kapitein der infanterie in het Staatse leger, volmacht namens Wonseradeel in de Staten van Friesland: IV 54, 59, 61, V 78, VI 41, 103, VII 47, 161, 188, 343, 350, 351, 354
Ockinga, vrau, zie Burmania, Magdalena Sybrants van
Odorp, zie Hogendorp
Oedsonius, Feicke Oedses (predikant Feicke, Feycke-oom) († 1670); predikant te Leeuwarden: II 13, V 120, VI 86
Oenema, Van (Oenma, Onema); geslacht: V 110
Oenema, Amelius van (1601-1647); grietman van Schoterland en volmacht namens Schoterland in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: I 56, 96, II 88, III 126, 137, 138, 182, 188-191, 193, 196, IV 7, 8, 10, 12, 15, 24, 32, 35, 39, 41, 51, 53, 54, 56, 58, 61, 237, 243, 244, 246, V 34, 36, 38, 47, 52, 62, 109, VI 72, VII 104, 159
Oenema, Catharina van (± 1629-1679); echtgenote van Ernst van Haren: VI 103, VII 154, 187, 351
Oenema, Jacques van († 1646); kolonel der infanterie in het Staatse leger, grietman van Ooststellingwerf en volmacht namens Ooststellingwerf in de Staten van Friesland: II 29, III 39, 41, 51, 54, 83, 123, 125, 126, 135, 136, 182, 189-191, 195, 196, IV 7, 9, 10, 12, 14, 15, 23, 24, 26, 27, 37, 43, 250, V 29, 47, 104, 106, 110, 251
Oenema, Tiberius van († 1640); grietman van Utingeradeel en volmacht namens Utingeradeel in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: IV 251, V 124
Oenia, zie Unia
Oenma, zie Oenema
Oetgens van Waveren, Anthony (Oetjens, Oetjes, Oetyens, Waeveren) (1585-1658); lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam, gedeputeerde van Holland ter Staten-Generaal, gezant: IV 72, V 207, VI 80, 299, 303, 312, VII 83, 236, 254, 258
Oetjens, Oetjes, zie Grettinga; Oetgens
Oetses, Reinerdt, zie Grettinga
Oetyens, zie Oetgens
[p. 808]
Ogele, zie Ogle
Oginsky, Joannes; Pools student te Franeker: I 3, 5
Oginsky, Symon Carolus (Oghinski, Ogynsky, Oorsintsky); Pools student te Franeker: I 3, 5, III 40, IV 34, 57
Ogle, Utricia (juffer Ogele) († 1674); hofdame van Maria Stuart: II 90
Oldenbarnevelt, Johan van (Barnevelt, Bernevelt) (1547-1619); landsadvocaat van Holland: II 97, IV 113, 114, 124, V 155, 309, VI 132, 139, 147, 149, 150, 158, 271, 283, VII 315, 319
Oldenburg, Anton Günther graaf van (Oldenburch) (1583-1667): IV 114, V 297
Oldenburg, August Philipp van, hertog van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Beck (1612-1675); ritmeester in het Staatse leger: I 68, II 71
Oldenburg, Christiaan van, kroonprins van Denemarken en Noorwegen (1603-1647): III 7
Oldenburg, Christiaan graaf van, prins van Denemarken (vorst Christiaen): VII 205
Oldenburg, Frederik graaf van, prins van Denemarken: V 147
Oldenburg, Leonora Christina van (ambassadrisse van Dennemarcken) (1621-1698); echtgenote van Corfitz Ulfeldt: IV 200, 209, V 177, VII 240
Oldenburg, Margarethe van, hertogin van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg (1583-1658); tweede echtgenote van Johann VII van Nassau-Siegen: IV 91, 92
Oldenburg, graven van: V 147
Olders, ‘Mijn’, zie Brunswijk-Wolfenbüttel, Sophie Hedwig, en Ernst Casimir van Nassau-Dietz
Oltegraf, zie Aldegrever
Ommelanden, Staten van de: IX 86
Onema, zie Oenema
Oorsintsky, zie Oginsky
Oosteim, zie Ostheim
Oosterse, zie Oosterzee
Oostervelt, Jan Melchior (± 1583-1667); waardijn van 's lands munt (Friesland), zilversmid, schepen van Leeuwarden: V 295, 321, 331, VI 17, VII 352
Oosterzee, Epeus (Oosterse, Oosterze); lid van de vroedschap en volmacht namens Sloten in de Staten van Friesland: III 29, 32, 40, 55, IV 24, 25, 29, 30, 43, 55, 57, 201, 238, 241, V 52, 53, 56, 58, 59, 62, 65, 68, 76, 277-279, 282, VI 45-48, 63, 131, 218, 227, 249, VII 44, 46, 54, 55, 59, 121, 129, 174, 184-186, 191, 192, 337-339, 350, 352
Oostheim, Oosteim, zie Ostheim
Oost-Friesland, Stenden van: V 297
Opdam, zie Wassenaar, Jacob van
Opperhuys, zie Solms-Braunfels, Amalia van
Orange, zie Nassau, Albertina Agnes van Oranje-
Oranje-Nassau, zie Nassau
Orion, juffer: VI 18, 84
Orléans, Anne Marie Louise van, prinses van Dombes (d'Orléans, Vranckrijk) (1627-1693): I 94, IV 105
Orléans, zie ook Bourbon
Ornane: III 95
Oseros, François d', heer van Hautmets (Homay) († 1643); majoor der cavalerie in het Staatse leger: I 68
Osinga, Sijds van; grietman van Doniawerstal en volmacht namens Doniawerstal in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: II 13, 88, III 40, 47, 50, IV 12, 40, 58, 59, 238, V 78, 93, 103, 104, 105, 107, 238, 286, 295, VII 56, 157
Osinga, Sybrand van († 1623); grietman van Wonseradeel: V 78
Osmaal, juffer, zie Hertoghe
Ostheim, Bartolt van (Oosteim, Oostheim) (1607-1654); kapitein der infanterie in het Staatse leger, hofmeester van de stadhouder van Friesland: II 43, III 29, 34, 178, IV 35, 44, 55, 57, V 69, 283, 305, 319, VI 59, IX 32
Ostheim, Jel (Jel Oosteim): IV 35
Ostheim, juffer (Oostheim): IX 30
Ouma, zie Uma
Ounia, zie Unia
Ouseel, Pieter, heer van Berendrecht: VI 261, 263, 264, 273, 286, 294, 296, 302-304, 309, 316, VII 236, 293, 294, 296, 299-301
Overijssel, Staten van: V 151
Oxenstierna, Axel Gustafsson baron (Oxenstern) (1583-1654); rijkskanselier van Zweden: III 39, 122, 194, IV 91, V 49
Oxenstierna, Johan Axelsson graaf (1611-1657); rijksraad van Zweden: III 111, 122, IV 9
Oxfort, zie Vere
Padestecher (Padenstecher, Paedestecher); kanselier van de graaf van Bentheim: IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Paemer, juffer: VI 234
Paffenrode, Ida Catharina of Ymck (Paffenroy, Pafferaet) († 1674): V 47, VI 39, VII 28
Paffenrode, Rudolph van; lid van de Admiraliteit van Rotterdam: VII 51, 70
Paffenrode, Schelte van (Paffenroodt, Paffenroy) († 1648): III 64, IV 238, V 107, VI 85
Paffenrode, Ymck van (juffer Paffenroy, Pafferaet, vrau Steerenzeel); echtgenote van Sjuck Aebinga van Humalda genaamd Sternsee: V 47, VII 28
Paffenrode: VI 39
Pagestecher, Alexander Gisbert († 1681); resident van de keurvorst van Brandenburg aan het hof van
[p. 809]
de hertog van Neuburg te Düsseldorf: VI 130
Pallandt, Adolf Werner van, baanderheer van Baer en Lathum (Palant) († 1656); lid van de ridderschap van Overijssel: V 191
Pallandt, Floris II van, graaf van Culemborg (graf van Culemburch) (1578-1639); gedeputeerde van Gelderland ter Staten-Generaal: V 207
Pal(l)otti, zie Pollotti
Pals, cuhrvorst, zie Wittelsbach, Karl Ludwig van
Pancras, Gerbrand Claesz (Branckert of Pankras) (1591-1649); lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam: II 42, VI 80, VII 83
Pardo, Francisco de; commissaris-generaal in het Spaanse leger: I 86
Patimo: VI 281
Pau, zie Pauw
Paul; ingenieur: III 156, V 99
Paul; vaandrig in het Staatse leger: IV 50
Paulus III (1468-1549); paus [1534-1549]: V 117
Paulus: VII 104
Paulus Jansen, zie Innema
Pauw; geslacht: I 96, II 102, VI 56, VII 103, 311
Pauw, Adriaan, heer van Heemstede (Pau) (1585-1653); raadpensionaris van Holland, raad en rekenmeester der domeinen van Holland, gevolmachtigde van de Republiek te Munster: I 96, II 98, 102, III 76, 186, IV 50, 133, 134, V 69, 83, 88, 94, 112, 117, 120-123, 159, 163, 169, 171, 176, 181, 259, VI 16, 56, 59, 60, 66, 77, 129, 131, 227, 228, 271, 292, 315, 332, 333, VII 103, 202, 236, 254, 258, 289, 293, 295, 311, 338
Pauw, Reynier (olden Pau) (1564-1636); lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam: VI 56, 283
Peculheiring, zie Pekelharing
Pedro: I 86
Peeckema, Cyprianus; volmacht namens Doniawerstal in de Staten van Friesland: IX 15
Pegneranda, zie Bracamont y Gusman
Pekelharing (Peculheiring): V 236
Pell, John (± 1610-1685); hoogleraar in de wiskunde aan de Illustre School te Breda: IV 159
Pelnitz, zie Pöllnitz
Pembroeck, zie Herbert, Philip
Peñeranda, zie Bracamont y Gusman
Percheval, Pieter de (Perceval, Perseval); kwartiermeester-generaal in het Staatse leger: II 35, 40, 53, 63-65, III 93, 94
Perlips; hofdame van Amalia van Solms: V 311
Peronneau (Peronnau): V 79
Perponcher, Ferdinand ridder de, graaf van Sedlnitsky (Sidnitsky) (1610-1684): V 283
Perponcher, Isaäc ridder de, heer van Maisonneuve (Mesonneuf, Mesonneufve, Mesonneuve) (1571-1656); Frans kolonel der infanterie in het Staatse leger: I 75, II 29, 53, 55, 56, 58, 63
Perseval, zie Percheval
Pet(t)ertille, Hidde (Piter, Pitertilla); compagnieschrijver: V 75, 76, 78, 119
Phijck(e), zie Haren, Sophie van
Phijcken, zie Brederode, Sofia Theodora van
Philemon, Johannes; hoogleraar in de geschiedenis aan de Illustre School te Breda: IV 159
Philips, prins: VI 306; zie ook Wittelsbach, Philipp van
Philips (Wilhelm), prins, zie Nassau, Philips Willem van Oranje-
Piccolomini, Ottavio vorst van, hertog van Amalfi (Picolomini) (1599-1656); generaal in het keizerlijke leger, landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden: I 64, III 94, 96, 99, IV 121, 124, 126, 131, 141, 161, 163, VII 208
Pichel(a)er, Pichler, zie Püchler
Picolomini († 1644): II 89
Piebe Oetses (Pybe): VII 358
Pier Oepkes (Pier Upkes); apotheker: III 13, 15, IV 244
Pieter Greolts (Greolds, Greols, Greolt, Greoltz); volmacht namens IJlst in de Staten van Friesland: III 29, 31, V 51, 52, 59, 70, 105, 310
Pigneranda, zie Bracamont y Gusman
Pijck(e), zie Haren, Sophie van
Pipenpoy, Sophia Anna van; echtgenote van Wijtze van Cammingha: V 27, VII 123, 124
Pieter Annes (Anniss) († 1669); boer te Cornjum: I 117
Pieter († 1645); ingenieur: III 156
Pit(t)ertilla, zie Pet(t)ertille
Pitman: VI 281
Place, François de la, burggraaf van Machault (Manchau, Manchaux, Manschau); Frans kolonel der cavalerie in het Staatse leger: I 75, 77, 78, II 28, 29, 43, 68, 72, 74, 76, 77, 87, III 82, 94, 99, 100, 138, 143, 164, 167, 185, IV 90, 148, 155, 156, 159, 181, V 52, 92, 143, 144, VI 166, 174, 180, IX 35
Plassburch; vaandrig in het Staatse leger: V 264
Plato (428/427-348/347 v.C.); Grieks wijsgeer: V 122
Plecker, Wibrand Davids; burgemeester van Sneek: IV 61, 247, 248
Plessis, Armand Jean kardinaal du, hertog van Richelieu (cardinal Richelieus) (1585-1642); eerste minister van Frankrijk: III 39, VI 271, VII 151
Plessis, Louis du, heer van Douchant (Dechand, Dechands, Dechandts, Dechans, Dechants, Deschand, Deschands, Deschantz, Deshans, Dochands, Douchand, Douchands, Douchant, Douchants); Frans kolonel der infanterie in het Staatse
[p. 810]
leger: II 29, 31, 43, 48, 56, 58, 63, 64, 70, 74, 79, 85, 87, 89, III 72, 81, 82, 96, 121, 122, 149, 153, 159, 180, 187, IV 69, 71, 83, 87, 111, 118, 164, 165, 186, 189, 197, V 142, 157, 163, 170, 211, VI 137, 141, 151, 186, 268, 281, 310
Plessis-Prallyn, zie Choiseul
Pleuren; commandant van Geldern: V 80, 232, 235
Ploos van Amstel, Adriaan, heer van Oudegein en Tienhoven (Plois, Ploos, Ploys) (1585-1639); gedeputeerde van Utrecht ter Staten-Generaal: II 25, 102, V 170, 207
Ploos van Amstel, Gerard, heer van Oudegein (1617-1695); kapitein in het Staatse leger: II 67
Ploos van Amstel, Willem (1608-1668); lid van het Hof van Utrecht: IV 69
Plumioen, Folckert Jansen († 1654); geweldigeprovoost: III 21, VI 15, 99, VII 49, 62
Podelits, vrau van, zie Brederode, Helena van
Poelgeest: VI 269
Pöllnitz, Gerard Bernard vrijheer van (Pelnitz, Polnitz) (1617-1676); Duits ritmeester in het Staatse leger: II 35, 77, III 161, IV 140, 141
Pointz; generaal: VI 121, 122
Polanen, Johanna van (1392-1445): VI 223
Polen, zie 1) Jan II Casimir; 2) Wladyslaw VII
Polen, koningin van, zie Nevers, Marie Louise van
Polen, Staten van: VI 136
Pollotti, Alphonse (Alphonso Pallotti, Palotti, Polotti) († 1660); kolonel in het Staatse leger, commandant van fort Sint-Anna: III 77, 205, VI 184
Polman: VI 80, 83, VII 79, 315
Polman, Johan; luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger: VI 266
Polnitz, zie Pöllnitz
Polotti, zie Pollotti
Polyander van Kerckhoven, Johannes, heer van Heenvliet (1594-1660); opperhoutvester van Holland: I 94, II 25, 28, 31, 64, 83, IV 92, 158, 160, 168, 171, VI 322, IX 35
Pommeren, hertogin van, zie Brunswijk-Wolfenbüttel, Sofia Hedwig van
Pompei, Lelio graaf (Pompeo); majoor der cavalerie in het Staatse leger: III 124, IV 183, V 33, 70, 77-79
Popma, Aesge van (Poppema); burgemeester van IJlst en volmacht namens IJlst in de Staten van Friesland: III 49, 55, 61, IV 62, V 53, 55, 58, 70, 126, 310, VI 38-40, 42, VII 28, 41, 157
Popma, juffer († 1646): IV 25
Popma, Sybolt van († 1666); sergeant-majoor der infanterie in het Staatse leger: II 52, III 49, 61, IV 195, V 53, VI 38, VII 79
Porte, Charles de la, hertog van Meilleraye (L'Amelleray, L'Ameillerai, L'Ameilleray, L'Ameillerei, Lameillerai, Lameilleray) (1602-1664); maarschalk in het Franse leger: II 29-34, 37-39, 44, 48, IV 126
Portières; gouverneur van Venlo: IV 183, 188
Portugal, zie Crato
Portugal, zie ook Johan IV
Portugal, prinses van, zie Hanau-Münzenberg, Johanna van
Potier, Louis, markies van Gesvres (marquis de Chevre) (1610-1643); Frans officier in het Staatse leger: I 80
Potier, Louis, graaf van Gesvres (Chevre) († 1670); kolonel in het Franse leger: II 37
Potlits, vrau van, zie Brederode, Helena van
Potlitz, zie Gans van Potlitz
Potter, Michael († 1648); luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger: I 97, III 49, 51, 70, 121, 126, 138, 158, IV 35, 239, 246, 247, V 111, 120, 125, 260, 266, 282, 332, VI 9, 16-18, 21, 31
Potter, Sjoerd Sjoerds († 1673); lid van de vroedschap van Dokkum en volmacht namens Dokkum in de Staten van Friesland: VI 40, VII 75
Prada y Muxica, Andréo de; Spaans gouverneur van Sas van Gent: I 80, II 66
Pressy-Prallin, zie Choiseul
Princess-Royal, zie Stuart, Maria van
Priscus, Elvidius: IV 270, V 348
Pruisen, Stenden van: V 145, VI 324
Püchler, Eustatius (Pichelaer, Picheler, Pichler); Duits kolonel der infanterie in het Staatse leger: I 80, 83, II 29, 49, 50, 54, 55, 58, 62, III 140, 149, 150, 153, 162, 163, IV 141, 195, 196, VI 161
Purmer(landt), heer van, zie Cock
Py-moy, zie Haren, Sophie van
Pybe; dienaar van Willem Frederik: V 161
Pydgion: II 29
Pye-moy, zie Haren, Sophie van
Pygneranda, zie Bracamont y Gusman
Pymoy, Py-moy, zie Haren, Sophie van
Pynjeranda, zie Bracamont y Gusman
Queva, Del; commissaris-generaal in het Spaanse leger: I 86
Raad van State: I 1, 3, 16, 43, 88, 92, 96, II 42, 71, 72, 97, III 32, 53, 71, 181, 187, IV 49, 50, 54-57, 72, 85, 87, 93, 201, 210, 211, 229, V 60, 61, 82, 132, 140, 141, 147, 167, 208, 296, VI 21, 31, 56, 58, 64, 65, 71, 74, 75, 128-131, 135, 137, 141, 142, 144, 146, 150, 229, 231, 232, 234-236, 242-246, 248, 250, 253-257, 260, 261, 263-266, 268, 271, 286, 287, 289-297, 302, 304, 306, 308, 310, 314, 319, 320, VII 41, 43, 49, 72, 74, 232, 235, 255-257, 260, 290-293, 295-301, 306, 313, 322, 324, IX 36
[p. 811]
Rabodus Pieters (Rabodus Piter): VI 85
Radziwill, Boguslaw prins, hertog van Bierze en Dubinsky (Radgevil, Radzeviel, Radzevyl, Radzewiel, Raggevyl, Ragzevil): I 87, III 123, IV 150, 169, VI 182, 323, VII 81
Raephorst: V 161
Raesfelt, Reiner van, heer van Middachten (Raedtsfelt, Raetsvelt, Raetzfelt) († 1650); gedeputeerde van Overijssel ter Staten-Generaal: IV 204, V 80, 83, 124, 139, 145, 149, 153, 168, 252, VI 129, 246, 253, 258, 261, 284, 300, 306, 307, 313-315, VII 24, 301-303, 323
Raffaello Sanzio (Raphael) (1483-1520); Italiaans schilder, tekenaar en architekt: I 115
Raggevyl, zie Radziwill
Ragotsky, zie Rákóczy
Ragzevil, zie Radziwill
Raimonde, zie Mazarin
Rákóczy, György I, vorst van Transylvanië [1630-1648] (Ragotsky) (1593-1648): III 138, VI 299, 311
Rákóczy, György II, vorst van Transylvanië [1648-1660] (Ragotsky) (1621-1660): VI 299
Ram, François de, heer van Hagedoorn (Hagedoren); kapitein der infanterie in het Staatse leger, commandant van Steenbergen: III 205
Ramacq, Jan (Ramae, Ramack); kornet in het Staatse leger: III 124, 159
Rambure, zie Arambure
Randwijck, Rutger van (Randewijck, Randwijck) († 1646); majoor der cavalerie in het Staatse leger: III 107, IV 135, 183, V 35, 50
Rantzau, Josias graaf van (Rantzou) (1609-1650); maarschalk in het Franse leger: II 34, 37, III 95, 110, 141, 142, 144, IV 126, 127
Raphael, zie Sanzio
Ravenhiller; officier in het Franse leger: IV 131
Ravens, Jan Sickes (Ravenss) (± 1567-1647); compagnieschrijver, lid van de vroedschap van Leeuwarden: IV 263, V 25, 32, 307
Rechignevoisin, Charles de, heer van les Loges (Deloge, Deloges, Desloge, Desloges, Horeloge, Horologe); Frans kolonel der infanterie in het Staatse leger: I 62, 76, II 75, 87, 89, III 71, 72, 79, 84, 109, 137, 155, 156, 167, 178, 188, IV 86, 89, 90, 92, 93, 117, 119, 143, 149, 155, 158, 167, 168, 189, 190, 202, 214, 236, V 137, 148, 163, 170, 188, 196, VI 127, 129, 159, 160, 211, 229
Reede, Gerard baron van, heer van Renswoude en Bornewal (Rindswoud, Rinschwau, Rinsdwoud, Rinswaud, Rinswaude, Rinswoud, Rinswoude, Rintswoud, Rintswoude, Rintzwoud) (1617-1666); lid van de ridderschap van Utrecht, lid van de Raad van State: I 94, III 73, 186, IV 65, 81, 82, 107, 112, 126, 145, 161, 193, 194, 224, V 81, 151, 157, 167, 179, VI 147, 238, 244, 246, 251, 254, 300, 305, 315, 322, VII 200, 207
Reede, Godard van, heer van Nederhorst (1588-1648); lid van de ridderschap van Utrecht, gedeputeerde van Utrecht ter Staten-Generaal, gevolmachtigde van de Republiek te Munster, stadhouder der Utrechtse lenen: III 185, V 69, 81, 83, 179, VI 59, 60, 65, 147, VII 209, 211
Reede, Godard Adriaan van, heer van Amerongen (1621-1691); lid van de ridderschap van Utrecht: VI 190, 272, VII 203
Reen, zie Rheen
Regenspurch, Christiaen; afgevaardigde van Oost-Friesland naar het Rijkskamergerecht: II 96, III 52, 54, 55
Regniers, Emmerentiana de († 1627); moeder van François van Aerssen: VI 306
Reichman: V 111
Reijnsma, Schelte Gabbes; mederechter en volmacht namens Wonseradeel in de Staten van Friesland: VII 45
Remond, Lancre de (Remon); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 101, IV 115, 116, 125, 126
Renesse, Lodewijk Gerard van (Reness) (1599-1671); rector magnificus en hoogleraar in de theologie van de Illustre School te Breda: IV 114, 158, 159
Renesse, Maximiliaan van (Renes): VI 272
Renesse van der Aa, Agnes van (1610-1661); echtgenote van Jacob van Wassenaer van Obdam: V 80, 137, 162, 168, IX 36
Rengers, Anna Margaretha (frau van Fermersum, Fermesum, Ripperda van Farmsum); echtgenote van Heco Maurits van Ripperda: VI 342, VII 26, 27
Rengers, Osebrand Johan, heer van Slochteren (1620-1679); leider van de partij der Ommelander jonkers: IX 86-88
Retz, hertog van, zie Pierre de Gondi
Reul, zie Ruyl
Reus, Johan de (Reuz) († 1685); lid van de vroedschap en burgemeester van Rotterdam, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: III 76
Rheen, Albertus Hessels (Reen) (± 1610-± 1675); predikant te Wijnaldum en IJlst: III 47-49, 55, 59, 61
Rheen, Joannes (Reen); secretaris van Oostdongeradeel en volmacht namens Oostdongeradeel in de Staten van Friesland: V 64, 65, 239, 300, VI 47, 127
Rhiengraef, Rhiengraf, zie Salm-Neufville
Richelieu(s), zie Plessis
Riengra(e)f, zie Salm-Neufville
Rietheraedt, zie Ritheraedt
[p. 812]
Rifeler, zie Ruffelaer
Rijngraef, Rijngraf(f), zie Salm-Neufville
Rijngravin, Rijngrevin, zie Tourneboeuf
Rindswoud, zie Reede, Gerard van
Rinia, Hayo van; grietman van Kollumerland: VII 176
Rinschwau, Rinsdwoud, Rinswaud(e), Rinswoud(e), Rintswoud(e), Rintzwoud, zie Reede, Gerard van
Rio, Del; kapitein in het Spaanse leger: III 178
Ripperda, Willem, heer van Hengelo (± 1600-1669); ritmeester in het Staatse leger, gedeputeerde van Overijssel ter Staten-Generaal, gevolmachtigde van de Republiek te Munster: I 43, II 27, 96, III 82, V 83, 85, 138, 144, VI 59, 66, 245, 246, 286, 342, VII 226
Ripperda; Gronings regent: IX 87, 88
Ripperda van Farmsum, vrau, zie Rengers, Anna Margaretha
Risoir, zie Noot, Lamoraal van der
Risoir, vrau van, zie Stakenbroeck, Lucresse van
Rispens, Suffridus van; lid van de gezworen gemeente van IJlst en volmacht namens IJlst in de Staten van Friesland: I 6
Ritheraedt (Rietheraedt); notaris: II 98, 99
Rivet, André (Rivedt, Rivett) (1572-1651); hoogleraar in de theologie te Leiden, gouverneur van Willem II: IV 158, 160
Rivière, juffrouw de: III 143
Rivière, vrau de: III 143, 144
Riviere, zie Barbier
Robicourt: V 209
Robles, Caspar de, heer van Billy en Malepert (1527-1585); stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe: V 207
Robrecht, prins, zie Wittelsbach, Ruprecht van
Rockelore, zie Roquelaure
Rocks, Pedro; kolonel in het Spaanse leger: III 97
Rode, Fritz; pikeur van Willem II: VI 84, 85, 151
Rodingenius, Johannes; arts, burgemeester van Dokkum: II 110
Rognelore, zie Roquelaure
Rohan, Hercule de, hertog van Montbazon (Rohane) (1598-1654): luitenant-generaal van Parijs: IV 127
Rohan, Marguerite de (± 1617-1684); echtgenote van Henri Chabot: III 75
Rohan, Marie de, hertogin van Chevreuse (madame de Schevreuse) (1600-1679); echtgenote van 1) Charles markies d'Albert, hertog van Luynes; 2) Claude van Lotharingen, hertog van Chevreuse: V 218, VI 300
Romerantijn, graaf van; militair in het Staatse leger: III 99, 121, 137, 157
Rommert Sipkes; boer te Engelum: I 118
Rompt Jacobs, zie Burgh, Rompt Jacobs ten
Ronnuet: IV 84
Roorda, Van: V 51, 319, VI 104, 113, 114
Roorda, Van; geslacht: IV 250
Roorda, Abraham van (Abram) (1570-1649); grietman van Idaarderadeel en volmacht namens Idaarderadeel in de Staten van Friesland: I 54, 99, II 109, III 16-18, 28, 30, 34, 37, 39, 40, 46, 50-53, 58, 63, 189, 190, 193, 195, 196, IV 7, 9, 11, 13, 24, 28, 30, 32, 36, 38, 39, 59, 61, 65, 200, 244, 248, V 31, 32, 54, 55, 57, 62, 108, 112, 113, 119, 159, 231, 240, 251, 254, 257-262, 265, 273, 296-298, 300, 302, 303, VI 31, 39, 45, 46, 72, 76, 78, 82, 97, 247, VII 47, 72, 73, 176, 191, 342
Roorda, Binnert van (Bennerdt) († 1667): III 41
Roorda, Frederick van († 1665); grietman van Lemsterland en volmacht namens Lemsterland in de Staten van Friesland: I 96, III 57, IV 27, 56, 57, 245, V 60, VI 73, 74, 343, VII 40, 236, 341
Roorda, Hessel van, zie Eisinga, Hessel Roorda van
Roorda, Johan van (Jan) († 1657); volmacht namens Smallingerland in de Staten van Friesland: I 11, III 62, IV 31, VI 103, VII 154
Roorda, Johan van (Jan) († 1672); luitenant, kapitein der infanterie in het Staatse leger: VI 56, 83, 109, 330, 332, VII 28
Roorda, Karel van (1530-1601); Fries staatsman: IV 248
Roorda, Karel van (1609-1670); grietman van Idaarderadeel, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland, gedeputeerde van Friesland ter Staten-Generaal: II 95, 99, 100, 102, 106, 107, 109, 110, 112, III 11, 34, 46, 69, 70, 73, 77, 82, 86, 94, 108, 111, 123, 181, 182, 186, IV 11, 35, 55, 65, 70, 72, 82, 83, 209, 214, 217, 218, 227, V 32, 33, 54, 55, 79, 83, 85, 90, 108, 124, 131, 143-145, 149, 150, 157, 159, 262, 297, 308, 310, 316, VI 17, 31, 34, 35, 39, 78-80, 103, 118, 130, 132, 133, 209, 328, 333, VII 19, 22, 48, 56, 69-71, 76, 80, 97, 110, 128, 154, 176, 184, 191, 342, IX 82
Roorda, Oene van (Une, Unne) († 1670); kolonel in het Spaanse leger: V 109, VI 34, 53, 87, VII 99
Roorda, Ruurd van († 1652); secretaris van Idaarderadeel: III 189, 193, 196, IV 7, 11, 24, 33, 35, 38, 39, 41, 42, 59, 248
Roorda, Sijds van; volmacht namens Kollumerland in de Staten van Friesland: IV 17, V 53, 54, VI 23
Roorda, Wopke van (Wopque); kapitein der infanterie in het Staatse leger: I 3, 119, III 63
Roorde van Eissinga, zie Eisinga, Hessel Roorda van
Ropertus(s), zie Sixti
Roquelaure, Gaston Jean Baptiste markies van
[p. 813]
(Rockelore, Rognelore) (1614-1683); officier der cavalerie in het Franse leger: IV 141, 149, 161, 162
Rosa, Peter (Rose) († 1673); president van de Raad van State in de Zuidelijke Nederlanden: VII 288, 314
Rosée (Rosaeus), David Anquilla; hoogleraar in de vreemde talen te Franeker: VII 50, 55
Rosel, zie Roussel
Rosema, Jacob Jilderts († 1650); volmacht namens Kollumerland in de Staten van Friesland: III 47, IV 201, V 171, 177, VI 65, VII 42, 106, 107
Rossel, zie Roussel
Rossum, juffer: V 169, VI 207, VII 228
Rotgans, Jacob; commissaris der Westindische Compagnie: V 253, 254, 273
Roubijns, zie Robijns
Rouland; burgemeester van Luik: V 211
Roupha, freule; verloofde van Dolman: III 70
Roussel, Hayo van († 1616); lid van het Hof van Friesland: VII 84
Roussel, Jel van (Rosel, Rossel, Rousel) († 1669): III 23, VI 53, 76, 80
Roux de la Roche des Aubiers, Augustine Le (madame De Servient); echtgenote van Abel de Servien: I 99
Rouxel de Médavi, Jacques, graaf van Grancey (Grancay, Granzay) (1603-1680); kolonel in het Franse leger: II 33, 37, 42, 66
Roy, Philippe le (Philip Leroy); diplomatiek agent van de Zuidelijke Nederlanden in de Republiek: V 82, 88, 145, 148, 159, 163, 308, VI 134, VII 237, 238
Royen, Van: I 91, VI 0, 22, 192, VII 1, 202, 207
Royer († 1644); Nederlands kolonel in het Spaanse leger: II 61, 62, 66
Royer, Justinus; advocaat: VI 18
Rubrecht, prins, zie Wittelsbach, Ruprecht van
Ruffelaer, Jacob (Rifeler, Ryfeler); kapitein in het Staatse leger: VI 115
Ruil, zie Ruyl
Ruis(ch), zie Ruysch
Rum(m)en, zie 1) Gent, Margaretha van; 2) Merode, Magdalena van
Rummetje(n), zie Gent, Margaretha van
Rumph, Christian (Rump, Rumpf) (± 1582-1645); lijfarts van Frederik Hendrik: II 44, 93, 105, III 71, 97
Rumph, Petrus Augustinus (1619-1680): V 196
Runia, Jacob van (1609-1665); ontvanger-generaal der consumptiën in Friesland, volmacht namens Schoterland in de Staten van Friesland: I 96, II 111, III 10, IV 237-242, 245, 246, V 34, 37, 47, 52, 109, 111, 264, VII 20
Ruyl, Albert (Reul, Ruil); pensionaris van Haarlem: VI 122, 133, 146, 319, VII 254, 312, 315, 341
Ruysch, Coenraad Nicolaesz (Ruis, Ruisch, Ruys) (1583-1656); lid van de vroedschap van Dordrecht, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: III 76, IV 117, 197, V 90, 142, 166, 168, 171, 172, 180, VI 133, 134, 139, 164, 254, 256, 263, 264, 267, 273, 303, 316, 319, VII 193, 232, 254, 258, 293, 294, 297, 312, IX 34
Ruysch, Frederik (Ruis van Uytert) († 1677); lid van de vroedschap en burgemeester van Utrecht, gedeputeerde van Utrecht ter Staten-Generaal: VII 130
Ruysch, juffer: VI 228
Ruysch, Nicolaas (jonge Ruis, Ruisch, Ruys) (1607-1670); pensionaris van Dordrecht, griffier van de Staten-Generaal: VI 238, 272, 287, 291, 292, VII 131, 148, 149, 151, 153, 155-157, 293, 341
Ryfeler, zie Ruffelaer
Rysoir, zie Noot, Lamoraal van der
Saeckma; geslacht: V 265, 131
Saeckma (Sackama, Sackema, Saeckama, Sakama): IV 91, 237, V 69, 95, 108, 265, 276, VI 32, VII 161, 173, 181, 189, 344, 354, IX 16
Saeckma, Sjoert (Suffridus) (1607-1655); grietman van Dantumadeel en volmacht namens Dantumadeel in de Staten van Friesland: I 5, 7, 8, 11, III 30, 194, IV 8, 26, 27, 31, 56, 237, 241, V 28, 57, 273, 284, 296, VI 31, 39, 43, 44, 47, 51, 53, 58, 72, 330, VII 17, 18, 47, 48, 49, 62, 63, 76, 130, 152, 155, 175, 183, 184, 337, 342
Saeckma, Theodorus (1610-1666); broer van Sjoert Saeckma, lid van het Hof van Friesland: I 11, III 50, 53, IV 238, V 36, 37, 56, 62, 107, 109, 273, 275, 298, 303, 306, 320, VI 17, 20, 38, 42, 48, 51, 100, 112, VII 123, 124, 177, 184, IX 21-23, 27, 29, 36
Saeke Saekes; Bolswarder regent: VII 352
Sageman: VI 18
Sainct-André, Daniel de; generaal der artillerie in het Staatse leger: II 101
Sainct-Martyn, zie Malet
Saint-Ebar, zie Saint-Ibar
Saint-George, Joachim de, heer van Verneuil (Verneuil, Verneul, Vernuil); kolonel der cavalerie in het Staatse leger: II 53, 54, 73, III 167, 176, IV 109, 118, 135, 139, 183
Saint-Ibar (Sainct-Ibar, Saint-Ebar, Saint-Iber, Saint-Tibar); Frans voluntair in het Staatse leger: I 56, 95, 96, III 81, 124, 180, IV 167, 170, 219, V 147, 155, 157, 174, 177, 213, 214, 216, VI 221, 230, VII 148
Saint-Martyn, zie Malet
Saint-Ravy; jager: VI 275, 281
[p. 814]
Saint-Tibar, zie Saint-Ibar
Sakama, zie Saeckma
Saksen, hertog van (Saxen): II 68
Saksen, Anna hertogin van (1544-1577); echtgenote van Willem van Oranje: VI 263
Saksen-Lauenburg, Frans Karl hertog van (1594-1660) (Caerel, Frans Carel): V 230, 231, 235
Saksen, Johann Georg I keurvorst van (1585-1656): I 84
Saksen, Johann Georg II keurvorst van (1613-1680): I 84
Saksen-Lüneburg, hertogin van: III 187
Saksen-Weimar, Bernard hertog van (hertoch Beernt van Weymer): V 193
Saksen-Weimar, Wilhelm hertog van (1598-1662): VI 249
Salm, graaf van; officier in het Spaanse leger: I 86
Salm, Leopold Philip Karl vorst van († 1663): V 213
Salm-Neufville, Friedrich Magnus wild-en rijngraaf van (Riengraf, Riengraef, Rhiengraf, Rhiengraef, Rijngraef, Rijngraf, Rijngraff) (1607-1673); wachtmeester-generaal der cavalerie in het Staatse leger, gouverneur van Sluis en Maastricht: I 59, 69, 71, 75, 79, 85, II 28, 29, 35, 41, 43, 48, 51, 67, 68, 71, 72, 75, 86, 89, 94, 100, III 69, 70, 82, 84, 99, 115, 122, 138, 142-144, 162, 185, IV 71, 84, 87, 90, 91, 108, 120, 123, 149, 200, 212, 229, 236, V 80, 144, 150, 155, 164, 167, 190, 191, 193, 194, VI 127, 128, 135, 138, 183, 243, 252, 253, 266, 336, IX 35, X 248
Salomon: VI 320
Samstra, zie Sanstra
Sande, Van der: VII 183
Sanders, Carell; inwoner van de stad Utrecht: I 15
Sanders, Claes (Klaes laqauy); lakei: II 31, 48, III 52, IV 83
Sanstra, Jan Ruurds (Samstra, Zamstra) († 1667); burgemeester van Harlingen en volmacht namens Harlingen in de Staten van Friesland: V 263, VII 44, 58, 86
Santen, Gerhardt van; gedeputeerde van Overijssel ter Staten-Generaal, gedeputeerde te velde: III 186, IV 107, 112, 115
Santen, Johan van; sergeant-majoor der infanterie in het Staatse leger: III 164, 167, 175
Sara; hofbediende: IV 93, 107, VI 226
Sas: V 156
Saure, madame de: VI 255
Saveri; kolonel der cavalerie in het Spaanse leger: III 161
Savoye (Zavoy); geslacht: VI 313
Savoye, hertog van: V 84, 181
Savoye, Charles Amedee van, hertog van Nemours (1624-1652): IV 127
Savoye, Thomas prins van, hertog van Carignan (prins Tomass) (1596-1656): V 181
Sayn-Wittgenstein, Johann VIII graaf van (Wittjenstein) (1601-1657); lid van de Geheime Raad van Brandenburg, gevolmachtigde van Brandenburg te Munster: IV 145, VI 163
Schaach; kapitein in het Staatse leger: VI 297
Schabott, zie Chabot
Schaep, Gerard Simonsz, heer van Kortenhoef (Schap) (1598-1666); lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam, lid van de Raad van State: I 51, 91, 92, II 29, 39, 42, 89, IV 67, 68, 69, 214, V 90, 146, 165, VI 79, 80, 316, 324, VII 22, 291, 296, 306, IX 35
Schaffer, Gosen (Schaffert) (1601-1637); gedeputeerde van Groningen ter Staten-Generaal: II 102, VII 255, 315
Schalbroeck, Hendrick; kornet, luitenant der cavalerie in het Staatse leger: V 59
Schama(e)r, zie Chamae
Schap, zie Schaep
Scharlotte, zie Hanau-Münzenberg, Charlotte Luise van
Schaune, marechal De, zie Albert, Honoré d'
Schaveli; kolonel der infanterie in het Spaanse leger: III 161
Schavigus: VI 222
Scheltema: I 53, VI 23
Scheltema, Feye van (jonge Scheltema) († 1666): VI 51
Scheltinga, Cunira van (1630-1657); dochter van Livius van Scheltinga, echtgenote van Willem van Viersen: V 61, 62
Scheltinga, Daniël de Blocq van (1621-1702); ontvanger-generaal der consumptiën, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland en grietman van Schoterland: III 62, 63, 126, 135, 137, IV 33, 34, 38, 55, 58, V 61, 76, 109, 111, 119, 124, 127, 137, 167, 168, 178, 238, 239, 251, 252, 256-258, 263, 264, 282, 295, 298, 299, 301, 305, 311, VI 18, 34, 36, 37, 48, 54, 55, 337, VII 56, 159, 174
Scheltinga, Johannes van (± 1590-1654); lid van het Hof van Friesland: I 12, III 50, 55, IV 12, 238, V 56, 274, 285, 286, 298, 303, 307, 315, 319, VI 20, 34, 37, 41, 47, 73, 75, 93, VII 122-125, 184, 185, 186, IX 14
Scheltinga, Livius van (± 1589-1650); landssecretaris van Friesland, curator van de Academie te Franeker: I 7, 11, 53, 55, II 111, 112, III 9, 10, 35, 45, 49, 54, 57, 64, 137, 191, IV 11, 40, 41, 43, 50, 239, 250, 252, 253, V 37, 61, 62, 65, 67, 78, 95, 108, 109, 111, 167, 252, 255, 256, 259, 264, 275, 282, 295, 305, 308, 313, 319, VI 13, 26, 55, 62, 64, 74, 78, 84, 98, 103, 337, 339, 340, VII 51, 59, 61, 152, 155, 158, 174, 185, 352, 353, 359, X 4
[p. 815]
Scheltinga, Mattheus van (1625-na 1655); luitenant in het Staatse leger: VII 184, 186
Scheltinga, Van (jonge Scheltinga): VII 47
Scheltinga, Van; geslacht: V 297, VI 22
Scheltinga, Van; zoon van Johannes van Scheltinga: V 298, 315, 319
Schenbeeck; kolonel in het Staatse leger: VI 181
Schenck; stadhouder van Brunswijk: V 192, 195, 196
Scherpenzeel, Anna Margaretha van († 1662); echtgenote van Arent van Wassenaar, heer van Duvenvoirde: VI 128
Scheunberg, zie Schönberg
Scheuningen, vorstin van: VI 189
Schevreuse, madame de, zie Rohan, Marie de
Schier, Pieter: VI 103
Schilsma, Douwe Hendrickx (Dauwe Hendrickx, Heindrickx); burgemeester van Stavoren: II 110, 111, III 9, VII 41, 55
Schönberg, Friedrich Hermann baron van (Scheunberch, Schoenenberch, Schoenenburch, Schonberch, Schonberg, Schoneburch, Schoonberch, Schoonenberch, Schoonburch, Schoonburg, Schoonenburch) (1615-1690); Duits ritmeester in het Staatse leger: I 83, II 94, III 93, 94, 139, 156, IV 151, V 146, 212, 235, 310, VI 136, 167, 168, 175, 184, 252, 264, 272, 273, 276, 281, 313, 327, VII 103, 232, 242, 299, IX 36
Schönberg, vrau: V 186, VI 130, 293
Schoenenberch, Schoenenburch, zie Schönberg
Schollenburch (Schollemburch): V 313
Schomberg, Charles de, hertog van Halluin (Schonberg) (1601-1656); maarschalk in het Franse leger: IV 126
Schop: V 233, 279
Schrassert, Otto (1602-1650); lid van de magistraat van Harderwijk, gedeputeerde van Gelderland ter Staten-Generaal: VI 255, 256
Schryckx: VI 44
Schuiringa, Lambertus (1629-1651); predikant te Tjerkgaast, Jelsum en Bolsward: VII 150, 158, 162, 173
Schuurman, Abraham van (Schuirmans, Schuurmans) (1595-na 1650); gedeputeerde van Friesland ter Staten-Generaal: IV 240, V 67, 164, VII 128, 178, IX 15
Schwartzenberg en Hohenlansberg, Thoe: III 56, IV 23, V 65, 92, 316, VI 45, 91, 111, VII 25, 78, 147, 359
Schwartzenberg en Hohenlansberg, Thoe (Swartzemburch, Swartzenburch); geslacht: III 18, V 100, 296, VI 19
Schwartzenberg en Hohenlansberg, weduwe en vrau, zie Holdinga, Doed van
Schwartzenberg en Hohenlansberg, Frederick baron thoe (1580-1640); lid van de Raad van State: II 102
Schwartzenberg en Hohenlansberg, Georg Frederick baron thoe (1607-1679); kolonel der infanterie in het Staatse leger: II 79, III 37, 39, 41, 59, 70, 77, 146, 147, IV 14, 15, 31, 32, 34, 56, 250, V 120, 265, VI 12, 20, 21, 37, 38, 41-43, 82, 104, 109, 117, 198, 336, VII 28, 52, 100
Schwartzenberg en Hohenlansberg, Johan Onuphrius baron thoe (1600-1653); grietman van Oostdongeradeel en volmacht namens Oostdongeradeel in de Staten van Friesland: IV 33, V 54, 57, 61, 62, 75, 120, 296-298, 300, VI 17, 333, VII 47, 76, 80, 337, IX 82
Schwartzenberg en Hohenlansberg, juffer thoe: IX 30
Schwartzenberg en Hohenlansberg, Maria barones thoe: V 296
Schwartzenberg en Hohenlansberg, vrau thoe: VII 106
Schwartzenberg en Hohenlansberg, Wilco Holdinga baron thoe (1598-1668); majoor der cavalerie in het Staatse leger: III 190, V 33, 80, 84, 98, 264, VI 119
Schwartzenberg, graaf van (Swartzemburch): V 209, VI 185, 194
Schwerin, Otto van (Sweryn) (1616-1679); staatsman van Brandenburg: IV 248, VI 169, 170
Sebe(s), zie Sibes
Seer (Seir): II 48, III 82, 136, 185, V 70
Seercul, zie Stakenbroeck, Lucresse van
Seir, zie Seer
Seller, zie Siller
Sems; agent: I 77
Senacherib, zie Sin-achche-eriba
Seneca, Lucius Annaeus (Seneca) (± 4 v. Chr.-65); Romeins filosoof en literator: V 283, VII 124
Septimus Severus, Lucius (146-211); Romeins keizer: IV 173
Servien, Abel de, markies van Sablé (Servient) (1593-1659); gevolmachtigde van Frankrijk te Munster: I 95, 96, IV 252, V 33, 52, 80-85, 88, 98, 115, 125, 126, 139, 141, 143-145, 149, 150, 154, 155, 161, 163-165, 170, 173, 175-181, 185, 234, VI 60, 65-77, 160, 297, VII 210
Servient, madame de, zie Roux
Sevenaer, A. (Sevenar, Zevenaer, Zevenar); hofdame van Amalia van Solms: I 88, II 87, IV 107, 212, 216, 227, V 193, 208, 211, 213, 229, 311, VI 75, 85, 163, 267, 309, 310
Severus, zie Septimus Severus
Sfondrato, Valeriano markies; Italiaans commissaris-generaal in het Spaanse leger, ambassadeur bij de keizer: I 86, II 55
Sibe Sibes (Sibbe Sebe, Sibbes, Sibe) († ± 1651);
[p. 816]
lakenkoper, burgemeester van Leeuwarden en volmacht namens Leeuwarden in de Staten van Friesland: III 13, 29, 41, 43, 55, IV 17, 60, 244, 253, V 32, 69, 70, 307, 312, 315, 316, 319, 320, 331, VI 76
Sibil(l), Sibille(ke), juffer, zie Carel
Sibillike: VI 28
Sible: VI 115
Siccama, Epe Piers; volmacht namens Bolsward in de Staten van Friesland: IV 24
Siccama, Lucia; echtgenote van Saco Fockens: VI 54
Sickinghe (Sickinga); Gronings regent: IX 86
Sickinghe, Feyo (Sickinga) (1610-1666); Gronings regent: V 119
Sicksma, zie Sixma
Sidnistky, zie Perponcher, Ferdinand
Siel, zie Zijl
Sierd Claesen (de backer, mijn backer, Sier, Zier, Zijr, Zir, Klaesen, Klaesem, Klaessen) (± 1590-1664); baker en bouwmeester te Leeuwarden: IV 24, 252, 253, 263, V 25, 32, 300, 302, VI 342, VII 13
Siersma, Gijsbert Sierks (Cierckxma, Sijrcksma, Ziercksma, Ziersma, Zijrsma) (1608-1681); lid van de vroedschap van Bolsward en volmacht namens Bolsward en Hennarderadeel in de Staten van Friesland: II 111, III 9, 18, 28, 30, V 54, 57-59, 253, 309, VI 103, 338, VII 21, 23, 87, IX 16
Siet(s)ma, zie Sixma
Sijrcksma, zie Siersma
Sijtje Gattjes; burgemeester van IJlst: III 45
Sijtzama, Van (Sijtsma): VII 28, 29
Sijtzama, Christoffel van (Sijtsma) (1624-1665); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 40, 49, VI 103, 110, VII 102
Sijtzama, Douwe van (Dauwe) (Sijtsma) (1620-1672): IV 54, 59, 61, 65, VI 48, 85, 91, 94, 98-101, 103, 104, 109-120, VII 102
Siller (Seller); Duits officier in het Franse leger: II 37, IV 130
Sime(n)s, zie Simons
Simonides, Simon (Simonidess) († 1654); burgemeester van Leeuwarden: V 286, 295, 297, 303, 304, 306, 315-317, 319-321, VI 19, 333, 334, 337, 342, 344, 345, VII 13, 16, 18, 19, 72, IX 27, 33
Sin-achche-eriba (Senacherib): V 123
Siprianus, zie Bruinsma, Cyprianus
Siryckx: III 20
Sixma, Van (Sicksma, Sietma, Sietsma, Sycksma, Syksma): VII 153
Sixma, Douwe van († 1684); grietman van Franekeradeel, volmacht namens Doniawerstal en Wonseradeel in de Staten van Friesland: III 34, 36, 57, IV 51, 67, 69, VI 25, 27, 28, 41, 60, 81, 341, VII 15, 20, 106
Sixma, Tjallingh van († 1671); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 34, 36, 57, 193, 195, 196, IV 7, 10, V 34, 93-95, 104, 109, 168, 174, 178, 238, 240, 251, 252, 256, 258, 263, 273, 278, 282, 285, 286, 299, 305, VI 13, 17, 18, 26, 31, 34, 36, 37, 42, 75, 334, VII 153, 184
Sixti, Rippertus (Ropertus, Ropertuss) (1583-1651); predikant te Leeuwarden: III 31, 41, 57, IV 249, V 33, 54, 62, 255, 264, 274, 298, VI 103, VII 62, IX 13
Sjoerd Daams; volmacht namens Het Bildt in de Staten van Friesland: V 49, 63, 254
Slavata, Albrecht Hendrik baron van (Slabata, Slapata) († 1661); Boheems majoor der cavalerie in het Staatse leger: III 125, IV 143, 197, VI 193
Slavata, vrau, zie Brederode, Amalia Margaretha van
Slijp, Adriaan (Sliep, Slijpe) (1587-1666); luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger: III 59, 135, 164, 166, 167, IV 32, 34, 40, 52, V 256, VI 117, 118, VII 187
Sluysken, Johan; griffier van het Hof van Gelderland: V 152
Sminia, Hessel van (± 1588-1670); volmacht namens Utingeradeel in de Staten van Friesland, gedeputeerde van Friesland ter Staten-Generaal: II 95, 96, 111, III 10, 69, 70, 108, 188, IV 14, V 29, 60, 137, 177, 180, 238, 253, 255, VI 76, 80, VII 67, 77
Snabel, Johan Jacob (Snabell); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 55, 196, IV 11, V 304, VI 15, 57, 117, 118
Snappens: VII 102
Socrates (Sokrates) (469-399 v.C.); Grieks wijsgeer: V 122
Sohnius, Johan Wilhelm (Sonyus); secretaris van de stadhouder van Friesland, president van het Krijgsgerecht van Stad en Lande: III 37, 123, 194, IV 8, V 29, 30, 187, VI 276, VII 127, IX 86
Soisons, zie Bourbon, Louis van
Solcama, Samme (Solckema): IV 55, 56, V 63, 104
Solcama, Ausonius van; secretaris van Wonseradeel: VII 84
Solms, gravin van, zie Falkenstein
Solms-Braunfels, Amalia gravin van (Haer Hoocheit, Mefrau, Mevrau, het opperhuys, de Princess, de superbe, Haere Hoocheiden) (1602-1675); echtgenote van Frederik Hendrik: passim
Solms-Braunfels, Amalie gravin van; echtgenote van Karl von Lottum: III 85, IV 150
Solms-Braunfels, Heinrich Trajectinus graaf van (1637-1693); Duits kolonel der infanterie in het Staatse leger: II 25, IV 108, 112, VI 243, 252, 253
[p. 817]
Solms-Braunfels, Johann Albrecht II graaf van (Cabauterte, Cabauterti) (1599-1648); Duits generaal in het Staatse leger, gouverneur van Maastricht: I 67, 75, 78, 80, 83, 87, II 25, 27, 29, 30, 42, 51, 76, 83-85, III 70, 81, 86, 87, 93, 96, 99, 107, 109-111, 113-116, 123, 137, 139, 159, 161, 179, IV 82, 108, 109, 112, 113, 118-120, 123, 124, 236, V 79, 80, 82, 91, 124, 130, 131, 141, 143, 144, 186-189, 193, 209, 211-214, 218, VI 239, 242, 243, 249, 253
Solms-Braunfels, Konrad Ludwig graaf van (1595-1635): VI 249
Solms-Braunfels, Louise Christina gravin van (1606-1669); echtgenote van Johan Wolfert van Brederode: I 96, II 27, 42, 55, 56, 63, 68, 77, 78, 85, 97, III 69, 113, 122, 153, 155, 161, 163, 164, 181, 185, 186, IV 69, 85, 89, 90, 109-111, 120, 143, 145, 148-150, 157, 161-163, 166, 169, V 84, 92, 131, 142, 145, 150, 161, 164, 165, 167, 173, 185, 186, 188, 191, 193, 194, 196, 207, 208, 210-212, 214, 216-218, 229, 230, 237, 278, VI 80, 109, 122, 127, 159, 167, 168, 189, 193, 194, 197, 201, 202, 204, 205, 209, 210, 232, 235, 236, 242, 294, 301, 303, 324, VII 203, 204, 227, 292, 344, IX 36
Solms-Braunfels, Ursula gravin van (vrau Dona, Donau, suster, swester Ursel) (1594-1657); weduwe van Christoph van Dohna: I 94, 96, II 42, 87, 95, 100, 101, III 72, 81, 185-187, IV 69, 84, 107, 124, 125, 145, 229, V 80, 92, 142, 176, 186, 196, 214, 217, 230, 232, 236, 237, VI 127, 157, 159, 163, 179, 180, 184, 193, 206, 209, 210, 216, 221, 225, 239, 242, 257, 264, 292, 324, 325, VII 27, 202, 204, 205, 260
Solms-Hungen, Moritz graaf van (1622-1678); wachtmeester-generaal in het keizerlijke leger: II 42
Somerdijck, zie Aerssen
Somerdijck, vrau, zie Walta, Lucia van
Someren, Teunis van (Teuness van Someren): VII 158
Somersdijck, zie Aerssen
Somersdijck, vrau, zie Walta, Lucia van
Sonck, Albert (1571-1658); lid van de vroedschap en burgemeester van Hoorn, gezant van de Republiek in Zweden en Denemarken: II 29
Sonne, Cornelis Dingman van der; sergeant-majoor in het Staatse leger: IV 144
Sonnevelt, Josua van († 1648); consul van de Republiek te Venetië: I 92
Sonyus, zie Sohnius
Sophetat: VI 300
Sophi(e), zie Brederode
Sophijcke, Sophike, zie Haren, Sophie van
Sousa Coutinho, Francisco de (1597/1598-1660); ambassadeur van Portugal in de Republiek: III 71, 181, 185, 187, IV 84, 213, V 254
Soutelande, Catharina van (Grandperyn, Granperyn, Grooteperyn, Grootperyn, Groperyn, Groteperyn, Grotperyn) († 1660); echtgenote van J. van Gramberringen: II 96, III 71, 179, IV 86-89, 92, 107, 118, 121, 124, 125, 158, 159, 163, 164, 171, 200, 202, 203, 210, 211, 213, 215, 216, 218, 229, 233, V 81, 86, 139, 140, 149, 163, 186, 190, 194, 209-211, 213, 218, 229, 231-234, 238, 311, VI 128, 199, 200, 203, 204, 207, 209, 212, 251, 266, 267, 309, 310, VII 200, 202-205, 228, 230, 233
Spaen, Jacob van; ritmeester der cavalerie in het Staatse leger: IV 50, V 52, 53, 55, 59-61, 67, 76, VI 160, 162, 169, 176, 181, 183, 184, 186-188, 266
Spanheim, Fridericus (1600-1649); hoogleraar in de theologie te Leiden, Waals predikant: V 177, 178, 185, 191, 215, 216, 230, VI 250, 315, 328, VII 127
Spanje, zie Filips II; Filips III; Filips IV
Spey: VI 169
Spie: VI 15
Spiering Silfvercrona, Johanna († na 1698); echtgenote van Charles d'Alonne: VII 232
Spiering Silfvercrona, Pieter (Spiring) (± 1600-1652); resident van Zweden in de Republiek: II 25, III 69, 79, IV 90, V 86, 90, VII 232
Spiering Silfvercrona, Maria; echtgenote van Gustav de Dannoy: III 79
Spiess van Vrechen en Bodendorff, Anna Margaretha (± 1600-1659); weduwe van Herman Otto van Limburg-Stirum: V 154
Spijck, zie Aerssen
Spinola, Ambrogio, markies van los Balbases (1569-1630); Genuees generaal in het Spaanse leger: II 30, 44, III 124, 145, 179, VI 231, 256, 263, VII 303
Spiring, zie Spiering
Spiritonov, Matwej Nikiforovitsj; ambassadeur van Rusland in de Republiek: IV 218
Spranger, Bartholomeus (1546-1611); Vlaams schilder en graveur: I 115
Sprong, Ulpianus (Spronck); volmacht namens Baarderadeel in de Staten van Friesland: V 256, 283, 295, 296, VI 35, 55, 81, VII 339
Stad en Lande, Gedeputeerde Staten van: I 1, IX 85-88
Stad en Lande, Rekenkamer van: IX 86
Stad en Lande, Staten van: VI 80, 137, IX 11, 17, 30, X 4, 236, XI 129, XII 13
Staeckembrouck, Staeckenbro(e)ck, Staeckenbrouck, Staekenbro(e)ck, Staekenbroek, zie Stakenbroeck
Staekenbroeck, vrau: III 23, 64, V 56, 58; zie ook
[p. 818]
Broucke
Staermond, zie Stermont
Stakenbroeck, Lucresse van (vrau van Risoir, Seercul); echtgenote van Lamoraal van der Noot: I 75, II 73, III 181, 182, IV 213, V 153
Stakenbroeck, Thomas van (Staeckembrouck, Staeckenbroeck, Staeckenbrock, Staekenbroeck, Staekenbrock, Staekenbroek, Staeckenbrouck) (1561-1644); luitenant-generaal der cavalerie in het Staatse leger, gouverneur van Grave: I 59, 69, 75, 76, 78, 85, II 29, 41, 44, 52, 56, 67, 68, 70-73, 83, 84, V 155
Stakenbroeck, Van; zoon van Thomas van Stakenbroeck: V 155
Staten-Generaal: I 16, 43, 71, 79, 88, 91-93, 95, II 27, 29, 32, 71, 73, 74, 85, 86, 88, 90, 96, 98, III 71, 73, 76, 77, 79, 96, 99, 108, 110, 122, 138, 189, 191, IV 40, 50, 58, 68, 70, 81, 87, 94, 116, 119, 120, 125, 133, 142, 144, 148, 157, 158, 163, 164, 166-168, 171, 181, 188, 191, 193, 194, 197, 201, 212-215, 218-224, 226, 227, 233, 235, 236, 244, 248, 249, V 29-32, 37, 50, 52, 55, 58, 60, 62, 63, 65, 76, 77, 82, 83, 88, 91, 125, 127, 131, 132, 137, 141, 145, 149, 160, 162, 164-166, 171, 172, 174, 177, 179, 180, 185, 208, 210, 231, 233, 238, 239, 251-255, 257, 261, 262, 276, 277, 296-298, 300, 308, 318, 322, VI 17, 24, 31, 35, 39, 75, 80, 111, 113, 121, 128-130, 133, 134, 137-141, 143, 146, 152, 158, 160, 161, 168, 169, 173, 179, 197, 209, 217, 219, 226, 229, 231, 239, 242, 244, 248-250, 252-254, 260, 264, 285, 296, 297, 310, 314, 319-321, 323, 336, 337, 339, 346, VII 24, 30, 39, 42, 45, 47, 49, 52, 80, 155, 186, 194, 199, 232, 242, 255-258, 260, 288, 289, 291, 292, 295, 297-301, 324, 337, 338, 341, 349, 350, 354, 355, 360, IX 30
Stavenisse, Cornelis Adriaens van (Stavenes, Staveness) (1595-1649); raadpensionaris van Zeeland: I 77, II 28, 29, IV 212, V 143, VI 131, 134, 150, 168
Steeland, Filips van (Steelandt, Steelant, Stelandt, Stelant); luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger: II 53, 54, 79, III 94, 113, 148, IV 84, 85, 199, V 156, VI 137
Steenhuysen, Ludolf van, heer tot Heumen; majoor der cavalerie in het Staatse leger: III 164, 167, 176, IV 135, 186, VI 232, 322
Steenwijk, Rudolf van (commandeur Steenwijck) (1596-1654); lid van de Staten van Overijssel: V 151
Steer(e)nseel, zie Aebinga van Humalda
Steerenzeel, vrau, zie Paffenrode, Ymck van
Stein Calevel(t)s, Steincalefelt, Steinckaleveldt, zie Callenfels
Stelandt, Stelant, zie Steeland
Stellingwerff, Andries Pieters; equipagemeester: VII 67, 70, 73
Stellingwerff, Nicolaes (Steillingwerf) (1592-1667); lid van de vroedschap en burgemeester en pensionaris van Medemblik: V 90, 120-123, 126-129, 144, 160, 162, 168, 169, 175, 176, VI 136, 269, 276, 287, 293, 294, 307, 319, 322, 324, VII 76, 258, 312, 315, 341, IX 15
Stellingwerff, Phocaeus Joachimi († 1672); predikant te Idaard, Oosterwierum, Workum en Heerenveen: V 33, 35, VII 104
Stennop, zie Wotton
Sterckenborch, Sterckenburch, zie Tjarda van Starckenborch
Stermont, Jacobus (Staermond); predikant te Rotterdam: VI 199, 201, VII 203
Stemsee(l), zie Aebinga van Humalda
Steven Cornelis († 1681); volmacht namens Het Bildt in de Staten van Friesland: III 29, 56, 191, IV 24, 28, 38, 39, V 49
Stirum, zie Limburg en Bronckhorst
Stockmans: VI 323
Stonebrink, Jacobus (1609-na 1677); predikant te Tjummarum en Firdgum: V 252, 253, 262, 274, 300
Stormheim; predikant: VI 296
Straeten, Willem van der (docter Verstrate, Van der Straet) (1593-1681); hoogleraar in de medicijnen te Utrecht, lijfarts van Frederik Hendrik: IV 90, V 213, VI 326
Streso, Casparus (1603-1664); predikant te 's-Gravenhage: II 101, III 181, VI 258
Streuf; officier der cavalerie in het Franse leger: II 37, IV 130, 132
Strickland, Walter († 1660) (Stricklandt, Stricklant); resident van het Engelse Parlement in de Republiek: I 42, 43, III 108, 111, V 85, VII 232, 295
Stuart, Elizabeth, koningin van Bohemen, prinses van Engeland, Schotland en Ierland (koningin van Beemen, Behmen, Bohemen) (1596-1662); weduwe van Frederik V van de Palts: I 5, II 86, 88, 94, 98, 100, 105, III 69-71, 79, 83, 181, 182, 185-188, IV 71, 72, 81, 84, 87, 91-93, 121, 211, 212, 216, 217, 225, 229, 236, V 80, 131, 148, 161, 173, 180, 235, VI 127, 129, 135, 139, 141, 169, 192, 213, 228, 246, 252, VII 24, 67, 70, 71, 208, 209, 233, 235, 291, 305
Stuart, Maria, prinses van Engeland, Schotland en Ierland (Princess Royal, R.P.D.) (1631-1660); echtgenote van Willem II: I 44, 56, 57, 72, 90, 94, 95, II 25, 74, 77, 89, 90, 96, 105, III 69, 70, 79, 80, 82, 83, 85, 86, 181-183, 185-187, IV 72, 73, 84, 88, 89, 93, 113, 201, 202, 209, 234, V 32, 80, 145, 153, 156, 159, 173, 176, 211, 232, 233, 310, VI 128, 139, 157, 160, 187, 213, 216, 229, 234, 244,
[p. 819]
251, 252, 282, 297, 302, 303, 307, 314, 319, 369, VII 24, 80, 148, 205, 234, 239, 240, 294, IX 35, 88
Sulekum, Suylekum, heer van, zie Huygens, Constantijn
Sulestein, Suylestein, heer van, zie Nassau, Frederik van
Suyten, zie Bicker, Cornelis
Swaecus, amicus, zie Zweden
Swaelwe, zie Swalue
Swaen, Wolfgang Wilhelm; ambassadeur van Engeland bij de keizer: VII 226
Swaenswijck: VII 199
Swalue, Otto († 1672) (Swaelwe, Swalwe, Swelve); advocaat voor het Hof van Friesland, lid van de vroedschap, schepen van Leeuwarden en volmacht namens Leeuwarden in de Staten van Friesland: III 21, 40, IV 17, 28, 263, V 25, 33, 298, 305, VI 11, 337, 342, VII 108, 196
Swart; kapitein op de Staatse vloot: II 32, 40
Swartzemburch, zie Schwartzenberg en Hohenlansberg
Swelve, zie Swalue
Sweryn, zie Schwerin
Swilda, Johannes; medicus te Leeuwarden: II 109
Switen, Swieten, Swyten, zie Bicker, Cornelis
Sy(c)ksma, zie Sixma
Sylvius, Bernardus Leuconis († 1683); predikant te Lutkewierum: III 48, 49
Taekess, zie Evert Taekes
Taillefer, Louis de, heer van Mauriac (Moriac); Frans luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger: III 111, 112, VI 230
Talmont, zie Trémouïlle
Tamcouck: VI 227
Tamminga (Scotlo); luitenant van de Hoofdmannenkamer: IX 86, 87
Tamminga van Bellingeweer, Anna (vrau Clant); echtgenote van Adriaan Clant van Stedum: III 185
Tancke, Martinus (Dancke, Dancken, Dancker, Tancken, Tanke) resident van Denemarken in de Republiek: II 25, III 37, 77, 80, 111, 182, 185, IV 49, 58, 89, V 90, 147, VI 139, 142
Techneus, Tobias (Tegneus) († 1668); predikant te Leeuwarden en 's-Gravenhage: III 181, V 179, VI 303, 327, VII 317
Templar, Tiberius (Templaer) († 1653); lid der gezworen gemeente en hopman te Harlingen: V 51, 53, 58
Tepma, Epe Wybes (Teppema); volmacht namens Barradeel in de Staten van Friesland: VI 40, VII 44, 343, IX 27
Tepma, Haentje Wybes; compagnieschrijver en lid van de vroedschap van Sneek: V 262, 263, 307, 308, 313, IX 27
Tepma, Oene Wybes; kapitein der infanterie in het Staatse leger: IV 34, 39, 44, VI 330, 332
Terestein, Cornelis van (Terestein) (1579-1643); lid van de vroedschap en burgemeester van Dordrecht: V 207, VII 233, 235
Teuffenbach, Sidonia von (1623-1657); echtgenote van Friedrich Ludwig van Löwenstein-Wertheim-Virneburg (gravin van Levestein, Lewestein): VI 213, VII 202
Teyens, Saecke († 1650); secretaris van Opsterland en volmacht namens Opsterland in de Staten van Friesland: III 41, 65, 194, IV 9, V 112, 119, 154, 168, 240, 279, VI 19, 49, 54, 74, 77, 78, 80, 116, VII 56, 102
Teyens, Teye Saeckes: VI 54
Theodori, Abelis; burgervaandrig, bouwmeester te Leeuwarden: VII 358
Thibaut, Hendrik (Tibault, Tibold) (1604-1667); lid van de vroedschap en burgemeester van Middelburg, lid van de Gecommitteerde Raden van Zeeland, bewindhebber van de VOC: I 77, II 28, 75, 77, 89, IV 212, V 143, VI 131, 133, 147, 187, 247, 251, 268-270, VII 234, 257, IX 35
Thienen, Filips van (Tienen); luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger: I 78, III 147, IV 120
Thomae, Tiberius (Toma, Tomae, Tome) († 1676); advocaat voor het Hof van Friesland: IV 26, 55, 56, V 33, 63, 104, 295, 304, VI 18, 22, 38, VII 359
Tibault, Tibold, zie Thibaut
Tichebray, zie Brahe
Tienen, zie Thienen
Tijns: V 215
Tijs Jans; bode: V 278, 302
Tijs; luitenant van Willem Frederik: VI 166
Till: IV 222
Till, Van († 1643); luitenant der cavalerie in het Staatse leger: I 68
Timmen Jelbess (Timen Jelbess); boer te Leeuwarden: I 117, 118
Tintel, juffer: IV 72
Tinterret, zie Robusti
Tintoretto (Jacopo Robusti) (Tinterret) (1518-1594); Italiaans schilder en tekenaar: I 115
Tissinck, Meynert Pieters († 1649); brouwer en convooimeester van Sloten: IV 58, 65
Titiaan (Tiziano di Gregorio Vecellio) (± 1477-1576); Italiaans schilder: I 115
Tjaert Johannes (Tjaert, Tjerd, Tjerdt Johanness) († vóór 1673); notaris, secretaris van Menaldumadeel: V 278, 302, VI 100, VII 339
Tjarda van Starckenborch, Aepke (Sterckenborch, Sterckenburch) († 1646); kolonel der infanterie in het Staatse leger, gouverneur van Coevorden: II 29, 50, III 154, 155, IV 132
[p. 820]
Tjarda van Starckenborch; Gronings regent: IX 86, 88
Tjassens; Gronings regent: IX 86, X 248, 249
Tjessens, juffer († vóór 1648): V 332
Toma(e), Tome, zie Thomae
Tomas Michels (Tomass); stalknecht van Willem Frederik: II 113, III 12, V 49, VI 331
Torstenson, Lennart, graaf van Ortala (1603-1651); rijksraad van Zweden en veldmaarschalk in het Zweedse leger: II 97, 98, III 42, 51
Totila: V 123
Tour d'Auvergne, Frédéric-Maurice de la, hertog van Bouillon (Bullion, Boullion) (1605-1652); maarschalk in het Franse leger: IV 240, V 70, 232
Tour d'Auvergne, Henri de la, burggraaf van Turenne (Turaine, Turene) (1611-1675); maarschalk in het Franse leger: II 73, III 27, 79, IV 119, 126, V 90, 141, 149, VI 159, VII 81
Tour d'Auvergne, Marie de la (madame de la Tremouille) (± 1601-1665); echtgenote van Henri de la Trémouïlle: IV 158
Tourneboeuf, Marguerite de (Rhiengrefin, Riengrafin Riengrefin, Rijngrafin, Rijngravin); echtgenote van Friedrich Magnus van Salm: II 28, 68, 71, 73, 74, 95, III 81, 141, 157, 187, IV 92, 93, 161, 214, 216, 225, 236, V 80, 131, 144, 149, 160, 165, 211, 214, 215
Toussaint (Tuischien, Tuysijn); vaandrig in dienst van de WIC: V 277, 280, 281
Traes, freule L. (Traesjen); maîtresse van Willem Frederik: IV 145, V 210, 216, 234, 237, VI 295, VII 156-162, 174, 181, 184-186, 188-190, 195, 199, 206, 207, 213, 233, 288, IX 16
Trebellius (Trebellanus); Romeins consul: I 14
Treffry, weduwe (Treveri); weduwe van Henry Treffry († 1644); kapitein in het Staatse leger: II 9
Trémouïlle, De la (Talmont, Latremouille); geslacht: II 73, IV 83, 158
Trémouïlle, Maria Charlotte de la (1632-1682): VI 174
Trémouïlle, Henri Charles de la, prins van Talmont (1620-1672); Frans kolonel der cavalerie in het Staatse leger: I 44, 83, II 26, 29, 31, 71-75, 77, 79, 80, 88, 90, 100, III 72, 82, 83, 97, 98, 107, 121, 122, 138, 139, 143, 179, 181, 185, 187, IV 71, 72, 83, 85-93, 106, 107, 109, 110, 116, 118, 120, 121, 124, 131, 133, 145, 148, 158, 159, 164-166, 168, 169, 181, 198, 210, 215, 226, 233, V 81, 139, 149, 212, 213, 231, 233, VI 174, 194, 208, 266, VII 201, 231
Trémouïlle, Louis I de la, prins van Talmont († 1483): II 73
Trémouïlle, Louis Maurice de la, graaf van Laval († 1681): IV 158
Tremouille, madame de la, zie Tour d'Auvergne, Marie de la
Treveri, zie Treffry: II 9
Triest, Antonius († 1657); bisschop van Gent: III 137
Trigland, Cornelis (Triglandus) (± 1609-1672); predikant te 's-Gravenhage: III 181, V 167, VI 234, 258
Tromont, zie Drummond
Tromp, Cornelis (1629-1691); kapitein op de Staatse vloot: II 39
Tromp, Maarten Harpertszoon (1598-1653); luitenant-admiraal van Holland: I 87, II 32, 35, 39, III 73, 96, 186, IV 167, V 63, VI 226, 319
Tuars, zie Amboise
Tuilleri, zie Coignet de la Thuillerie
Tuischien, zie Toussaint
Tulck, zie Tulp
Tulleri, La, zie Coignet de la Thuillerie
Tulles, Joannes Vincentius de († 1668); bisschop van Orange: III 188, IV 85
Tulp, Nicolaes (dr Tulck) (1593-1674); hoogleraar in de anatomie aan het Athenaeum Illustre te Amsterdam, lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam: VII 311, 312, 314
Turaine, Turene, zie Tour d'Auvergne, Henri de la
Tuyll van Serooskerken, Reinout van, heer van Stavenisse (Seroskercken) (1618-1652); lid van de ridderschap van Utrecht: V 156
Tuysijn, zie Toussaint
Twijns, Jorryt Seerps; volmacht namens Baarderadeel in de Staten van Friesland: III 190, IV 27, 28
Tzweebruggen, prinses van, zie Wittelsbach, Juliana Magdalena van
Uersel, zie Ursel
Ulfeldt, Corfitz (Ulefeldt, Ulefelt) (1606-1664); extraordinaris ambassadeur van Denemarken in de Republiek en Frankrijk: IV 202, 209, 214, 218, 222, 228, 229, 248, V 168-170, 172, VI 142, VII 83, 176, 233-235, 239, 240
Uma, Wilhelmus (Ouma, Uuma); advocaat: I 0, 3, 5, 7, 8, III 64, IV 253, V 56, 58, VII 42
Unia, Julius Mockema van (Oenia, Ounia) († 1656): I 11, II 108, III 37, 59, 61, IV 17, 49, 54, 66, 72, 240, 246, V 33, 37, 98, 108, 265, 273, 275, 278, 279, 281, 301, 303, 306, 309, 319, VI 11, 13, 15, 16, 18, 58, 59, 71, 82, 84-86, 96, VII 14, 15, 19, 25, 151, 173, 185, 192, 226, 337, 338, 358, IX 30
Upkes, zie Oepkes
Urbanus VIII (1568-1644); paus [1623-1644]: I 95
Urbina, Diego de (Urbijn) († 1554); Spaans schilder: I 115
Ursel, Conrad graaf van (Uersel, Ussel): V 207, 211, 213, 214, 218
[p. 821]
Ursel, gravin van: V 188, 191-194, 207, 208, 212, 216, 217, 229, VII 205
Ussher, James (bischop van IJrlandt) (1581-1656); aartsbisschop van Armagh, primaat van Ierland: IV 242
Utrecht, Gedeputeerde Staten van: IV 69, VI 274
Utrecht, Hof van: V 155
Utrecht, Staten van: V 154, 155, 185, VI 284
Uuma, zie Uma
Uytenhooven, juffer: V 231
Uyttenbogaert, Johannes (Uytenbogert, Uytenboogert) (1557-1644); remonstrants predikant: V 257, VI 64
Vaenander, zie Navander, Jacob
Vaerick, zie Varyck
Valckenhaen, zie Falckenhaen
Valeri († 1645); Italiaans-Engels kapitein in het Staatse leger: III 155
Valois, Charles van, hertog van Angoulème (Angoulesme) (1573-1650); generaal der cavalerie in het Franse leger: II 37
Valois, François-Hercule van, hertog van Anjou en Alençon (Alenson) (1556-1584); landvoogd der Nederlanden: III 87
Valois, Henri II van, hertog van Longueville (Longeville, Longville) (1595-1663): V 70, 83, VII 210
Vandalen, zie Dalen, Van
Vandere, zie Aa, Maurits van der
Vanderlinde, zie Linde, Van der
Vandermeulen, zie Meulen, Van der
Vandermylen, zie Mijle, Adriaan van der
Vandosme, zie Bourbon
Varsvelt, Geertje; moeder van Beilanus: VII 131
Varyck, vrau (vrau Vaerick, Varick, Van Varyck); gouvernante van de dochters van Frederik Hendrik: IV 111, 200, 202, 205, 209, 213, 219, 227, 229, 234, V 81, 142, 188, 193, 195, 208, 213, VI 166, 184, 186, 226, 239, 251, 257, 262, 290, 297, 302, 309, 313, 315, 325, 326, VII 80, 128, 202, 204, IX 171, X 17, 248, 249
Vatimon; officier der cavalerie in het Franse leger: II 37
Vatteville; officier in het Franse leger: II 37
Vechelsand (Vechghelsand, Vegchelsang, Wechelsand): VII 226, 240, 287
Veen; militair in het Staatse leger: V 230
Vegelin van Claerbergen, Philip Ernst (Veglin, Veugelin, Veuglin, Veugling, Veugelyn, Veuglyn) (1613-1693); secretaris van Willem Frederik, baljuw van Hulsterambacht: I 11, 91, II 98, 99, III 16, 21, 37, 38, 50, 136, 151, IV 41, 50, 59, 111, 210, V 29, 122, 210, 231, 232, 264, 283, 317, VI 47, 54, 109, 141, 234, 236, 239, 295, 320, 322, 325, 326, 330, 333, VII 26, 101, 107, 150, 157, 193, 203, 298, 344, 349, IX 15, 29, 30
Vegchelsang, zie Vechelsand
Vehlen, zie Velen
Velen, Alexander II graaf van (Vehlen) († 1675); generaal in het keizerlijke leger: II 96
Velsen, Adriaen van († 1661); burgemeester van Bolsward en volmacht namens Bolsward in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: II 107, III 34, 35, 39, 46, 52, 53, 60, 189-191, 195, 196, IV 7, 10-15, 24, 26, 29, 35, 39, 54, 238, 239, 243, VI 103, VII 21, 23, 62, 183, 352
Velsen, Benedictus van; gerechtsscholtus (Friesland): VII 19, 21, 28, 29, 39, 46, 48, 51, 59, 62, 105, 106, 122, 160, 174
Veltdriel, Joannes Petri (Veltriel, Vertrier, Vertrir) († 1646); volmacht namens Dokkum in de Staten van Friesland: I 43, 44, 80, 96, II 85, 95, 99, 102, III 69, 77, 108, 111, 181, IV 25, 29, 33, 42, 44, 55, 81, 83, 87, V 75
Veltdriel, Petrus (Veltrier); secretaris van Dokkum: IX 13
Veltriel, Veltrier, zie Veltdriel
Veltshoff: V 189
Veno, Johannes († 1662); advocaat te Leeuwarden: VII 102, 103, 155, IX 13
Verbolt, Nicolaes (Verboldt); rekenmeester van Frederik Hendrik: I 91, III 81, IV 152, 211, 233, V 82, 152, 153
Verdisan; militair in het Franse leger: II 52
Vere, Aubrey de, graaf van Oxford (Oxfort) (1626-1703); Engels majoor der cavalerie in het Staatse leger: III 25
Verels: VII 225
Verenigde Oostindische Compagnie: I 87, 92, 93, III 41, 43, IV 42, 93, V 56, 262, 276, 277, VI 71, 79, 268, VII 235, 320
Verheiden: VII 288
Verhulst: VI 310
Vermeer; gedeputeerde te velde: IV 196
Vermees, Cornelius; secretaris van Westdongeradeel en volmacht namens Westdongeradeel in de Staten van Friesland: I 11, III 40
Verneu(i)l, Vernuil, zie Saint-George
Verstraete, zie Straten, Willem van der
Vertri(e)r, zie Veltdriel
Vervoorn, zie Voorda
Vervou, Saepck van (vrau Andre) (± 1613-1671); echtgenote van Joachim van Andreae: III 57, VI 282, 304, 336, VII 29
Veth; geslacht: VI 216
Veth, Adriaen (Duvett, Vet, Vett) († 1663); secretaris en pensionaris van Middelburg, secretaris van de Staten van Zeeland: II 28, 64, 68, 75, 89,
[p. 822]
90, III 186, IV 82, 83, 152, 196, 209, 212, 223, 262, VI 131-133, 147, 209, 216, 217, 247, 265, 296, 297, 306, 314, 315, VII 194
Veugelin, Veugelyn, Veuglin(g), Veuglyn, zie Vegelin van Claerbergen
Veurne: V 172
Vianen: III 185, IV 61, 229, V 156, 163, 185, 265, 266, VI 190, VII 1, 203, 289
Vickefort, zie Wicquefort
Viconte, zie Place
Vicontesse, zie Brederode, Margaretha van
Vidasme, zie Albert d'Ailly, Henri-Louis
Vieleers, zie Zoete de Lake, De
Vierssen, Van: III 193, IV 7, 62, 243, 252, V 110, VI 52, 72, 116, 330, 331, 333, 337, VII 24, 62, 63, 128, 131, 185
Vierssen, Assuerus van (Asswerus van Viersen) († 1662); rentmeester van de domeinen van Friesland, volmacht namens Het Bildt in de Staten van Friesland: I 1, 7, II 47, 107, III 19, 21, 24, 28, 29, 31, 56, IV 34, 247, V 56, 66, 76, 83, 94, 124, 240, 252, 258, 262, 277, VI 9, 15, 32, 38, VII 17, 44, 127, 343, 351
Vierssen, juffer(s) van: VI 105, 111, VII 106, 124, 131, 160
Vierssen, Magdalena van (vrau, juffer Haeren) († 1652); echtgenote van Willem van Haren: III 190, IV 35, 44, V 49, 69, 110, 129, 308, VI 105, 116, 285, 327, VII 128, 131, 181, 194, 288, 323, 345, 352, IX 13, 30, 33
Vierssen, Maria van (vrau Schuirmans) († 1650); echtgenote van Abraham van Schuurman: VI 110
Vierssen, Mathias van (± 1592-1658); lid van het Hof van Friesland: I 12, III 35, 39, 40, 50, IV 23, 29, 36, 39, 58, V 28, 51, 56, 58, 62, 67, 107, 240, 252, 262, 274, 303, VI 37, 41, 47, 58, 77, 110, VII 17, 49, 78, 123, 124, 155, 157, 178-180, 184, 341, 351, IX 16, 19, 28, 32
Vierssen, Matthias Geurdts van; advocaat voor het Hof van Friesland, gedeputeerde van Friesland ter Staten-Generaal, burgemeester van Sneek: I 44, 83, II 31, 40, 42, 85-88, III 47, IV 247, 248, V 28, 313
Vierssen, Willem van (1621-1678); secretaris van de Rekenkamer van Friesland: III 190, IV 23, 24, 30, 32, 33, 35, 36, 39-43, 49, 55, 58, 245, V 61, 62, VII 17, 64, 341, IX 32
Vieuville, Charles markies van († 1676); Frans luitenant-kolonel in het Staatse leger: II 26, 27, III 175, V 163
Vieuville, markies van († 1643): I 77
Viglius Cornelii (Wiglius) (1600-1657); predikant te Leeuwarden: IV 248, 252, V 282, 298, 306, VI 12, 69, 86, VII 41, 49, 102, 103, 147, 158, IX 31
Viglius, Otto (1627-1695); klerk wegens Friesland ter griffie van de Generaliteit: VII 235
Vijch, Joost; luitenant-kolonel in het Staatse leger: V 154, 161, VI 139
Vile(e)rs, zie Zoete de Lake, De
Vilitien, De; gouverneur van Boulogne: IV 127
Villamor, Pedro de: I 86
Ville, markies van; officier der cavalerie in het Franse leger: II 52
Ville, zie Vieuville
Villers, zie Zoete de Lake, De
Villetier, De; officier in het Franse leger: II 37, III 96
Villiers, George, hertog van Buckingham (Bockingam, Bouckingam) (1628-1687): VI 58, 194
Villiers, Mary († 1685); echtgenote van 1) Herbert of Shurland; 2) James Stuart hertog van Lennox: III 178
Vinck; kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 157
Vlijm: IV 201
Volvire, Eleonora de, markiezin van Ruffec (1604-1690); echtgenote van François de l'Aubepine: III 180, VII 230
Vomelius, Johannes (Womelius) († 1656); predikant te Leeuwarden: V 54, VI 86, 103
Vondel, Joost van den (Vondeling) (1587-1679): IX 31
Voorda, Joost de (Vervoorn, Voorde, Voorn) († 1661); lid der gezworen gemeente, volmacht namens Harlingen in de Staten van Friesland, schepen en burgemeester van Harlingen: VI 14, IX 13, 32
Vosbergen, Gaspar van (Vossbergen) († 1649); lid van de Hoge Raad, gedeputeerde van Zeeland ter Staten-Generaal: I 88, 89, II 27, 90, 97, III 108, IV 70, 81, 93, 107, 112, 131, 132, 140, 144, 158, 201, 211, 224, V 69, 70, 80, 82, 131, 141, 146, 155, 166, 171, VI 127, 130, 146, 150, 216, 231, 235, 246, 253, 286, 304, 314
Vosbergen, Willem († 1653); ritmeester in het Staatse leger: IV 211, V 75-79, 84, 92, 94, 95, 97, 98, 105, 131, VI 198, 282, 285, 304, 329, VII 50, 53, 129-131, 241, 305
Voselar; officier in het Staatse leger: III 148
Vranckrijk, zie Orléans
Vrangel, zie Wrangel
Vries, De: VI 311
Vries, Frederik de (De Fries, De Vrijs) (1600-1679); secretaris van Amsterdam, resident van de Republiek in Denemarken: IV 214, 217, 248
Vring(h)er, zie Wringer
Waalkens, Hajo Johannes († 1664); predikant te Franeker: VII 105
Wael, Jan de (1594-1663); lid van de vroedschap
[p. 823]
en burgemeester van Haarlem: VI 269
Waerdenburch: V 165
Waersdorp: V 175
Waeveren, zie Oetgens
Waldeck, gravin van, zie 1) Baden-Durlach, Anna van; 2) Nassau-Siegen, Maria Magdalene van
Waldeck-Wildungen, Georg Friedrich graaf van (1620-1692); Duits majoor der cavalerie in het Staatse leger: IV 81, 131, 156, 157, 161, V 132, 187, 215, 235, VI 164, 266
Waldeck-Wildungen, Jakob graaf van (Jacob) (1621-1645): III 94-96
Waldeck-Wildungen en Culemborg, Philipp Theodor graaf van (Culemburch) (1614-1645); Duits kapitein der infanterie in het Staatse leger: II 25, 42, 43, 55, 63, IV 69
Waller, William (1597-1668); generaal in het leger van het Engelse parlement: I 77, 79
Wallis(s), prins van, zie Karel II
Walrich, Gerardus (Wolrich) († 1669); ontvanger-generaal in Friesland: V 63, 288, 303, 309, VI 21, 22, 36, 41, 46-48, 50, 52-54, 57, 60, 79-81, 103, VII 351, IX 14
Walsdorffer, Arnold (Walsdorp); Zwitsers luitenant der infanterie in het Staatse leger: I 8
Walsweer, Matthias (Walsfehr) (1599-1652); predikant te Franeker: VII 105, 186
Walta, Douwe van (Dauwe): V 239
Walta, Lucia van († 1674); echtgenote van Cornelis van Aerssen: III 70, 83, 187, IV 200, 219, 229, V 80, 92, 131, 164, VI 127, 202, 227, VII 240, 301, IX 36
Walta, Peter Douwesz van (Pieter, Piter); gedeputeerde van Friesland ter Staten-Generaal: I 45, III 47, 50, 190, 194, 195, IV 8, 9, 32, 65, 66, V 35, 37, 51, 52, 55-57, 61, 64, 79, 84, 93-96, 99, 100, 103, 109, 110, 119, 129, 174, 239, 240, 252, 256-258, 263, 275, 307, 312, VI 16, 21, 23, 26, 35-37, 43, 44, 47, 48, 50-54, 57-59, 61-67, 69, 86, 87, 91, 99, 111, 113, 135, 139, 305, 331, 335, 341, 343, VII 15, 28, 29, 39-42, 45, 47, 49, 51-55, 63, 70, 72, 82, 84, 181, 337, 345, 349, IX 13, 19, 21, 32
Walta, Sybren van (Sibrant) († 1673); officier in het Staatse leger: III 55, 56, 59, V 93, 96, VI 113, VII 53, 123
Walta, Tjaert van: V 96, 110, 119
Walteri, zie Gualtheri
Waltinga, Andries van (Waltingha) (1592-1652); volmacht namens Franekeradeel in de Staten van Friesland, lid van de Admiraliteit van Hoorn en Enkhuizen: III 32, IV 37, 51, 54, V 63-65, 69, 78, 274, 277, 279, 282, 283, 303, VI 38, 39, 41, 43, 44, 51, 56-58, 60, 63, 70, 77, 83, 109, 111, 115, 198, 329, 331, 333, 335, 342, VII 177, 354, IX 82
Wang, baron de; officier in het Spaanse leger: I 86
Warmont, zie Wassenaar, Jacob van
Wassenaar, Van; geslacht: VI 223
Wassenaar, Albrecht baron van, heer van Alkemade (Alckemade) (1599-1657); hoogheemraad van Delfland: I 96
Wassenaar, Arent van, heer van Duvenvoirde (Duivenvoorde) (1610-1674); lid van de ridderschap van Holland, majoor der cavalerie in het Staatse leger, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: V 80, VII 235
Wassenaar, Jacob baron van, heer van Obdam (Opdam, Wassenaer, Wassenar) (1610-1666); lid van de ridderschap van Holland, kolonel der cavalerie in het Staatse leger, gouverneur van Heusden: I 71, II 49, 71, 94, III 109, 167, IV 72, 81, V 83, 85, 86, 89, 90, 92, 105, 123, 142-144, 159, 161, 162, 168, 170, 171, 173, 175, 177, 213, 216, 218, VI 128, 129, 135, 136, 146-148, 168, 175, 303, 311, 316
Wassenaar, Jacob baron van, heer van Warmond (Warmont) (1592-1658); lid van de ridderschap van Holland, hoogheemraad van Rijnland: V 175
Wassenaar, Johan van, heer van Duvenvoirde (1577-1645); lid van de ridderschap van Holland, hoogheemraad van Rijnland, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland: III 70, 75
Wassenaer-Duvenvoorde, Theodora van, vrouwe van Harselo († 1679); echtgenote van 1) Gerard van Randerode van der Aa; 2) Gerrit van Arnhem: VII 27
Wau(de), zie Wou, Van
Waveren, zie Oetgens
Wechelsand, zie Vechelsand
Wees: VI 190
Welderen, Johan van (Welder, Wolder); majoor der cavalerie in het Staatse leger: II 89, 94, III 122, 142, 143, IV 134, 135, 157, V 80, 81, 85, 153, 154, 163, 310, VI 157, 284, VII 252, IX 36
Welvelde, Joost van (Welefeldt, Welevelt); ritmeester in het Staatse leger: II 73, IV 60, 89, V 112, 251, 310, VI 133, IX 13, 14, 19
Werf, Van der, Spaans gouverneur van het fort Spinola: III 145, 149
Werner; te Brunswijk: IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Westindische Compagnie: I 79, IV 43, 49, 50, 54, 57, 58, 93, V 142, 210, 253-255, VII 131, 153-155, 294
Wevelinckhoven, Joannes van; lid van de Staten van Holland: VI 319
Weyer (Wijers); ritmeester in het Staatse leger: V 99, 103
Weyer, Johan Hendrik (Weyers); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 95, VI 99
Weyer (Weyers); geslacht: VI 327
[p. 824]
Wibrandi, Wibrant; convooimeester en lid van de vroedschap van Stavoren: III 16, 18
Wichering; luitenant der Hoofdmannenkamer: IX 88
Wicquefort, Joachim de (Fickfort, Vickefort, Wickefort, Wickfort, Wyckfort, Wyckefort) (1596-na 1665); resident van Hessen-Kassel in de Republiek: III 68, 72, 185, IV 92, 107, 215, VI 127, 135, 137, 218, 244, 248, 295, 324, VII 19
Wide(n)fel(d)t, Wiedefelt, zie Wijdefelt
Wienbergen, zie Wijnbergen
Wigaerda: VII 183
Wiglius, zie Cornelii
Wijck, Hendrick van; lid van de Admiraliteit van Rotterdam: VII 51, 70
Wijckel, Hans van (Wijckelt) (± 1617-1659); volmacht namens Dantumadeel in de Staten van Friesland: IV 26, V 75, 110, 112, 239, 255, 259, VI 18, 20, 127, 218, 254, 257, 330, VII 17, 19, 47, 62, 71, 85, 132, 154, 183, 194, 233, 336, 337, IX 36
Wijckel, Idzaerdt van; volmacht namens Gaasterland in de Staten van Friesland: VI 18
Wijdefelt, Gozewijn (Widefeldt, Widefelt, Widenfeldt, Widenfelt, Wiedefelt) (1602-1671); kapitein der infanterie in het Staatse leger, hofmeester van Willem Frederik: I 6, 8, 14, II 43, III 12, 13, 15, 17, 18, 21, 32, 37, 38, 43, 55, 151, 191, 196, IV 10, 26, 28, 30, 228, V 59, 60, 62, 63, 73, 139, 141, 280, 281, 304, 307, 308, 320, VI 11, 13, 16, 18, 19, 37, 41, 42, 46, 61, 91, 94, 97, 98, 101, 110-112, 128, 163, 338, 340, VII 19, 20, 26-28, 49, 52, 54, 63, 73, 77, 127, 132, 150, 189, 340, 345, 350, IX 20, 28-30, XI 3
Wijers, zie Weyer
Wijl; kapitein in het Staatse leger: VI 227
Wijlandt, Dionisius van (Wijlant): V 56
Wijngaerden, vrau (Wijngarden, Wijngharden): III 185, VI 232
Wijnbergen, Johan van, vrijheer van Horsen tot Oldenaller (Wienbergen) (1590-1658); kolonel in het Staatse leger, commandant van Rijnberk, gouverneur van Sluis: I 67, 76, 78, 84, II 29, 50, III 99, 121, 124, 126, 140, 146, 153, 159, 160, IV 132, 141, 144, 155, 186-190, 196, 198, V 139, 141, 143, 151, 152, 154, 217, 218, 313, VI 161, 186, 252, 261, 262, 265, 313, 315, 326, VII 359, IX 36
Wijngaerden, Albartus van; secretaris van Het Bildt: VI 12, 17, 23, 32, 38, 41, 42, 59, 109, VII 56, 74, 154, 343
Wijngaerden, Jacob Oem van, heer van Benthuizen (Benthuysen) († 1650); lid van de Rekenkamer van Holland: III 76, V 161
Wilhem, David le Leu de (De Willem, Willems, Wilms) (1588-1658); lid van de Raad van Brabant: I 93, III 40, VI 161
Willem I, prins van Oranje, graaf van Nassau (prins Wilhelm) (1533-1584); stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht en Friesland: III 80, IV 191, 194, V 138, 239, 318, VI 19, 134, 179, 221, 263, 315, VII 76, 319, IX 32
Willem II, prins van Oranje, graaf van Nassau (prins Wilhem, Wilhelm, Willem, Sijn Hoocheit, de baes, de derde man, de Prins, A.O.V.P.D.G., N.D.W., O. de W.) (1626-1650); stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Groningen en Drenthe: passim
Willem III, prins van Oranje, graaf van Nassau (den Prince) (1650-1702): IX 35, XII 9
Willem Lodewijk graaf van Nassau-Dillenburg (mijn oom, graef Willem, Wilhelm) (1560-1620); stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe: I 72, II 44, IV 248, V 32, 78, 126, 239, 254, 260, 322, VI 149, VII 47, 107
Willem, De, Willems, zie Wilhem
Willemine, Willemijntje, zie Merode, Willemine van
Wilms, De, zie Wilhem
Wim(m)enum, zie Bouchorst
Winteroy, Willem van (Wintero) († 1659); ritmeester in het Staatse leger: II 77, VI 194
Wissem, heer van: VI 183
Wissema, Sabinus (Wisma) (± 1620-1678): II 63, III 21, 23
With, Witte Corneliszoon de (Witte Witte) (1599-1658); vice-admiraal van Holland: III 77, V 63
Witsen, Cornelis (1605-1669); lid van de vroedschap en burgemeester van Amsterdam, bewindhebber van de WIC: IV 43, 49
Witt, Jacob de (De Wit) (1589-1674); lid van de vroedschap en burgemeester van Dordrecht, lid van de Rekenkamer van Holland, lid van de Gecommitteerde Raden van Holland, gedeputeerde van Holland ter Staten-Generaal, ambassadeur van de Republiek in Zweden en Denemarken: I 83, II 29, VI 254, 263, 264, 273, 286, 289, VII 236, 293-295, 297
Witt, Menso de; predikant: VI 296
Witte, zie With
Wittelsbach, Eduard van, paltsgraaf aan de Rijn (prins Eduard) (1624-1663): III 75, 179
Wittelsbach, Elisabeth van, paltsgravin aan de Rijn (madamoiselle Elisabet, freule Lisebet) (1619-1680); later abdis van Herford: III 79, 185, IV 92
Wittelsbach, Elisabeth Charlotte van, paltsgravin aan de Rijn (keurvorstin van Brandenburg) (1597-1660); echtgenote van Georg Wilhelm keurvorst van Brandenburg: VI 169, 185
Wittelsbach, Ferdinand van, hertog van Beieren
[p. 825]
(1577-1650); prins-bisschop van Luik, aartsbisschop en keurvorst van Keulen, bisschop van Hildesheim, Munster en Paderborn: VII 208, 229
Wittelsbach, Juliana Magdalena van, paltsgravin van Zweibrücken (princess van Tzweebruggen) (1621-1672); echtgenote van Friedrich Ludwig van Palts-Landsberg: II 22
Wittelsbach, Karl I Ludwig van, keurvorst van de Palts [1649-1680] (1617-1680): IV 229, VII 200, 203
Wittelsbach, Louise (Hollandine) van, paltsgravin aan de Rijn (madamoiselle Louyse) (1622-1709): VI 213, VII 209
Wittelsbach, Maximiliaan I, keurvorst van Beieren (Beyervorst) [1597-1651] (1573-1651): I 96, V 121, 169, VI 193
Wittelsbach, Moritz van, paltsgraaf aan de Rijn (prins Mauritz) (1621-1654); vice-admiraal van de Engelse vloot: IV 202, 225, 227, 233, V 139, VI 130
Wittelsbach, Philipp van, paltsgraaf aan de Rijn (prins Philips) (1627-1650); Duits ritmeester in het Staatse leger: II 71, 73, III 157, 167, IV 108, 164
Wittelsbach, Ruprecht van, paltsgraaf aan de Rijn (prins Robrecht, Rubbert, Rubrecht) (1619-1682): VI 141, 226, 227, 230
Wittelsbach, Sophia van, paltsgravin aan de Rijn (princess Sophia van Bohemen) (1630-1714): III 59, VI 213, VII 209
Wittelsbach, Wolfgang Wilhelm van, paltsgraaf van Neuburg (hertoch van Nieuburch) (1578-1653): V 217, 229, VI 246
Wittjenstein, zie Sayn-Wittgenstein
Wladyslav VII, koning van Polen (1595-1648): III 75, IV 215, V 232, VI 136, 143, 236
Wobborsky; officier in het Staatse leger: III 205
Woldemar, graaf: VI 139
Wolder, zie Welderen
Wolf, vrau: IV 89
Wolf; majoor in het Staatse leger: I 71, 92, II 67
Wolrich, zie Walrich
Wolteri, zie Gualtheri
Womelius, zie Vomelius
Wotton, Catherine, gravin van Chesterfield († 1667); echtgenote van 1) Henry Stanhope; 2) Johannes Polyander van Kerckhoven, gouvernante van Maria Stuart: I 94, II 25, 28, III 83, IV 92
Wou, Van (de heer ridder Waude): VI 346
Wou, Van (Van Wau, Woud, Woude): VI 295, 306, 307, 320, 322, 325, 326, VII 83, 289, 298
Wrangel, Carl Gustaf, graaf van Salmis (Helm, Vrangel) (1613-1676); maarschalk in het Zweedse leger en admiraal op de Zweedse vloot: III 42, IV 91
Wringer, Hessel Douwes (Vringer, Vringher) (1602-1661); secretaris van Barradeel, lid der gezworen gemeente en vroedschap van Harlingen, volmacht namens Barradeel in de Staten van Friesland, dijkgraaf: II 110, 111, III 10, 29, 36, 61, IV 12, 15, 16, 23, 25, 27, 28, 44, 56, 60, 65, 67, 241, 252, 264, V 26, 53, 274, VI 12, 16, 40, 47, 81, 95, 109, 115, 119, 331, 332, VII 15, 25, 39, 42, 44, 53, 59, 61, 70, 76, 79, 82, 108, 121, 150, 183, 340, 343, 349, 350, 352, 354
Wybe Gerloffs; lid van de vroedschap van Dokkum: III 57
Wybe Jochems; lid van de vroedschap van Stavoren: II 110
Wyck(e)fort, zie Wicquefort
Wylich; kolonel in het Staatse leger: IV 184
Wymenum, zie Bouchorst
Yeetsma, Yetsma, Yietsma, Ytsma, zie Itsma
Yeltinga, zie Jeltinga
Yepema, zie Jepema
Zamstra, zie Sanstra
Zavoy, zie Savoye
Zeeland, Staten van: I 80, 83, II 71, 78, 90
Zeestait, Hannibal: VI 142
Zevenaer, Zevenar, zie Sevenaer
Ziel, zie Zijl
Zier(ck)sma, zie Sierksma
Zijl, Pieter van (Siel, Ziel); luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger: II 51, III 83, 164-166, IV 197, VI 150, 266, 361, VII 315
Zijrsma, zie Sierksma
Zoete de Lake, Alexander de, heer van Haultain (Alexandre de Doux, Hautain, Haultyn) (1615-1645): I 72, 96, II 88, 98, 99, 101, III 59, 67, 68, 71, 75, 79, 81, 124, 125, 151, 178, 181, IV 70, 84, 105, 107, V 166, 171, VI 292
Zoete de Lake, Alexander de, heer van Villers (Vieleers, Vileers, Vilers) (1603-1678); kapitein der infanterie in het Staatse leger: III 75, 185, 186, 205, IV 70, V 80, 159
Zoete de Lake, De (Haultyn); kornet in het Staatse leger: I 84
Zoete de Lake, Joost de, heer van Villers (Vileers) († 1589); veldmaarschalk in het Staatse leger: VI 290
Zoete de Lake, vrau de (Vileers, Vilers, Villers); echtgenote van Alexander de Zoete de Lake, heer van Haultain: III 186, IV 90, 203, 215, VI 129, 259
Zoete de Lake, Willem de, heer van Haultain (Haultyn): IV 156
Zuhm, Ernst (Zum): VI 31
[p. 826]
Zulekum, Zuylekum, heer van, zie Huygens, Constantijn
Zulestein, heer van, zie Nassau, Frederik van
Zum, zie Zuhm
Zuylen van Nyeveld, Machteld van (1621-1699); weduwe van Abraham de Bye, echtgenote van Gerard van Reede: IV 150, 202, VI 282
Zweden, Anna Katarzyna van, prinses van Polen (1629-1651): V 232
Zweden, zie 1) Gustaf II Adolf; 2) Christina Augusta
Zweden, Rijksdag van: V 68