gemengden aard; men vindt in dezelve ook zijn
door het Leydsche dichtgenootschap bekroonde prijsvers Het Heil van den
Vrede
1 en
eenige andere stukjes, voorheen door het gemelde genootschap in deszelfs
uitgegeven werken geplaatst, en voort eenigen, die het licht nog niet hadden
gezien.
Er is veel goeds en bevalligs in deze stukjes, hoewel zij allen niet
dezelfde waarde hebben en sommigen beter achterwege gelaten waren, die de
beschavende hand zeer noodig hadden; leemten als deze, bij voorbeeld, in het
dichtstuk Het hoogste Goed, zijn bijkans onverschoonlijk:
Een enkle misdaad, ligt bedreven,
Door duizend deugden niet herdaan,
De meening is hier onbetwistbaar door duizend deugden niet
ongedaan gemaakt (uitgewischt); maar de uitdrukking stelt negatief dat
deugden geene gepleegde misdaad nogmaals plegen (herdoen).