Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 6 VIC-ZYP


auteur: P.G. Witsen Geysbeek


bron: P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 6 VIC-ZYP. C.L. Schleijer, Amsterdam 1827  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters.
Deel 6 VIC-ZYP

P.G. Witsen Geysbeek

bron

P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 6 VIC-ZYP. C.L. Schleijer, Amsterdam 1827

codering DBNL-TEI 1
dbnl-nr wits004biog06_01
logboek

- 2002-10-03 CB colofon toegevoegd

- 2006-10-18 CB conversie van het bestand naar teixlite

verantwoording

gebruikt exemplaar

Universiteitsbibliotheek Leiden, sign.: S. Ned. 25 3146

 

algemene opmerkingen

Dit bestand is, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van het Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters, zesde deel, van P.G. Witsen Geysbeek, uit 1827

 

redactionele ingrepen

Daar waar een noottekst voor twee (of meer) noten geldt, wordt de noottekst bij de volgende noot herhaald. Bijv. p. 148: ‘(1)(2) Vondels Dichterl. Werken, I Deel, bl. 85.’

In een enkel geval is de eerste noot van een pagina, om afbreking van een woord te voorkomen, op de vorige pagina terechtgekomen, dit gaat om de eerste noot van p. 117, p. 291 en p. 514

p. V: ‘[Voorwoord]’ toegevoegd als kop

p. 110: bovendien → Bovendien: ‘...en wat toch zou de Vorst daarmede uitvoeren? Bovendien wil zij hem beduiden...’

p. 163: Tooneelkijker → Tooneelkijker,: ‘De Tooneelkijker, I Deel, bl. 213’

p. 169: noot 3 bevat zelf noten, deze zijn tussen vierkante haken op de plek waar de nootverwijzing staat gezet. Hetzelfde geldt voor noot 3 op p. 183 en noot 2 op p. 486

p. 228, noot 1: Dlchterl → Dichterl: ‘Vondels Dichterl. Werken. VI Deel, bl. 185’

p. 491: medeelt → meedeelt: ‘Mengelmoes van verscheyde Gedichten, op verscheyde voorvallen gerymt, waaruit De la Rue eenige proeven meedeelt’

p. 534, noot 1: enz → enz. ‘Fillis van Scirus, enz. bl. 91’

p. 601-603: in de ‘Aanwijzing der Dichters en Dichteressen’ zijn de paginanummers aangevuld, waar streepjes staan in het origineel.

 

Bij de omzetting van het oorspronkelijke tekstverwerkingsbestand naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's (p. II, IV, 604) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.

 

[pagina ongenummerd (p. I)]

BIOGRAPHISCH ANTHOLOGISCH EN CRITISCH WOORDENBOEK DER NEDERDUITSCHE DICHTERS.

 

[pagina ongenummerd (p. III)]

BIOGRAPHISCH ANTHOLOGISCH EN CRITISCH WOORDENBOEK DER NEDERDUITSCHE DICHTERS.

Bijeen verzameld en uitgegeven door P.G. WITSEN GEYSBEEK.

- Gens semper Batavûm, nec inhospita Musis.

Hug. Grotius.

ZESDE DEEL.

VIC-ZYP.

Te AMSTERDAM, bij C.L. SCHLEIJER. 1827.