Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
De crisis der humanistische staatsleer in het licht eener calvinistische kosmologie en kennistheorie (1931)

Informatie terzijde

Titelpagina van De crisis der humanistische staatsleer in het licht eener calvinistische kosmologie en kennistheorie
Afbeelding van De crisis der humanistische staatsleer in het licht eener calvinistische kosmologie en kennistheorieToon afbeelding van titelpagina van De crisis der humanistische staatsleer in het licht eener calvinistische kosmologie en kennistheorie

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (1.13 MB)

Scans (12.03 MB)

ebook (2.95 MB)

XML (0.56 MB)

tekstbestand






Genre

non-fictie

Subgenre

non-fictie/theologie
non-fictie/filosofie-ethiek


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

De crisis der humanistische staatsleer in het licht eener calvinistische kosmologie en kennistheorie

(1931)–H. Dooyeweerd–rechtenstatus Auteursrecht onbekend

Vorige Volgende

Bijlage C (zie blz. 134)

Zie voor dit formalistisch kriterium voor den staat: Walther Burckhardt: Die Organisation der Rechtsgemeinschaft (1927) S. 350: ‘Die öffentlich-rechtliche Organisation des Staates mit seinen Unterabtei-

[pagina 190]
[p. 190]

lungen ist die von Rechts wegen bestehende Einrichtung, die dazu bestimmt ist, das objektive Recht (in der Rechtsetzung) zu schaffen und (in der Rechtssprechung und Verwaltung sowie in der Vollziehung) anzuwenden und zu erzwingen. Die privatrechtliche Organisation ist die zufällig, vermöge privater Entschlieszung bestehende Organisation, die bestimmt ist, für ihren zufälligen Zweck aus privater Entschlieszung Rechtsgeschäfte abzuschlieszen und die daraus hervorgehenden Rechtsverhältnisse auszuführen.’

Deze geheele onderscheiding is in haar formalistisch-functionalistische instelling in wezen volmaakt tautologisch, hetgeen nog frappanter uitkomt in Burckhardt's omschrijving: ‘private Verbände sind solche, deren Entstehen und Bestehen durch keinen objektiven (scl. “öffentlich-rechtlichen”) Rechtssatz gefördert ist; öffentlich-rechtliche solche, die nach objektivem Recht (nämlich die Unterabteilungen des Staates) oder nach der objektiven Vernunft selbst(!) bestehen müssen’, (S. 342). Burckhardt's geheele schijn-kriterium hangt samen met zijn formalistische onderscheiding tusschen publiek- en privaatrecht als dwingend tegenover niet-dwingend recht, waarbij het privaatrecht dan zou samenvallen met het toepassingsgebied der private rechtshandelingen in engeren zin (Rechtsgeschäfte), als juridieke handelingen, die het ontstaan van rechtsbetrekkingen beoogen; het publieke recht met het gebied, dat door dwingend recht wordt beheerscht met uitsluiting van den partijwil. ‘Zwingendes Recht im eigentlichen Sinne sind also diejenigen Normen, die ein Verhalten vorschreiben, ohne Rücksicht auf den abweichenden Willen der Beteiligten. Nichtzwingendes Recht sind dagegen diejenigen normae agendi, die nur Anwendung finden wollen, falls die Beteiligten nichts anderes bestimmten (also mangels rechtsgeschäftlicher Verfügung), wie die oben erwähnten, oder zur Ergänzung unvollständiger Rechtsgeschäfte’ (S. 27).

Door dit formalistisch kriterium, dat eenerzijds voert tot loochening van het bestaan van subjectieve publieke rechten, anderzijds tot loochening van de mogelijkheid van niet-statelijke rechtsnormen (het eene is even onhoudbaar als het tweede!), ziet Burckhardt zich gedwongen statelijk recht van ontwijfelbaar privaatrechtelijk karakter (b.v. het geheele jus cogens van het Burgerlijk Wetboek) tezamen met het interne staatsrecht tot het publiek recht te rekenen! Een conclusie, die op zich zelve reeds de onhoudbaarheid van het kriterium toont, dat in soortgelijke antinomieën voert als dat van Thon's definitief weerlegde theorie. Het onderscheid tusschen dwingend en aanvullend recht eischt zelve een zin-duiding en kan zeker niet in zijn onopgeklaard karakter dienst doen als wezenskriterium tusschen publiek en privaatrecht. Het onderscheid tusschen publieken privaatrecht is op formalistisch standpunt niet te handhaven, daar het rechts-formalisme niet tot de kosmische zin-structuur der rechtsverschijnselen doordringt.


Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken