Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
De kerstschoof. Een bundel kerstverhalen voor kinderen (1945)

Informatie terzijde

Titelpagina van De kerstschoof. Een bundel kerstverhalen voor kinderen
Afbeelding van De kerstschoof. Een bundel kerstverhalen voor kinderenToon afbeelding van titelpagina van De kerstschoof. Een bundel kerstverhalen voor kinderen

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (1.72 MB)

Scans (6.18 MB)

ebook (4.27 MB)

XML (0.20 MB)

tekstbestand






Illustrator

G.D. Hoogendoorn



Genre

proza
jeugdliteratuur

Subgenre

verhalen


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

De kerstschoof. Een bundel kerstverhalen voor kinderen

(1945)–C.E. Pothast-Gimberg–rechtenstatus Auteursrecht onbekend

Vorige Volgende
[pagina 105]
[p. 105]

Van een herdersjongen in Bethlehem

*

 

Moeder, wanneer komt Vader nou toch thuis?’ vroeg Ruben telkens en dan keek hij weer de grijze, stoffige weg af.

Hij kon haast niet langer wachten: hij moest Vader vertellen van die mooie ster, die hij vannacht had zien stralen en fonkelen, terwijl alle andere sterren juist heel stil stonden en bijna geen licht gaven.

‘Wat zou het toch voor een ster geweest zijn?’ dacht hij telkens weer.

Maar ha, daar was Vader, heel in de verte kwam hij aan.

Ruben holde hem tegemoet, en toen hij Vaders hand beet had, vroeg hij meteen:

‘Vader, hebt U vannacht ook die prachtige ster gezien, toen U op de schapen paste?’

De herder legde een hand om zijn schouders en terwijl ze langzaam naar huis liepen, zei hij:

‘Ja, m'n jongen, daarvan wou ik je juist vertellen, want er is vannacht een groot wonder gebeurd. Heb jij ook wel gemerkt, hoe stil het overal was? De bladeren aan de bomen ritselden niet eens, en de schapen en de lammetjes lagen maar bij elkaar, zonder te blaten. En je weet wel, dat de herdershonden altijd zo kunnen blaffen 's nachts? Als er één begint, antwoorden ze allemaal?’

‘Nou!’ riep Ruben. ‘Dat kunnen we soms thuis horen!’

‘Maar vannacht gaven ze geen geluid. Ze kropen dicht bij onze vuren en legden hun kop tussen de voorpoten.

Ik werd er bijna bang van, zo stil was het om me heen. Geen takje

[pagina 106]
[p. 106]

kraakte. En toen ineens, daar zag ik een grote, heldere ster aan de hemel staan.’

‘Ja, hè Vader!’ Ruben schudde heen en weer aan Vaders hand. ‘En zo'n mooie hebt u ook vast nooit eerder gezien.’

‘Nee, jongen. Maar het mooiste komt nog:

Ik riep de andere herders wakker en juist wou een van ons op weg gaan, om te zien, waar toch die heldere stralen naar toe wezen, toen het leek, of de wolken van elkaar schoven. Er kwam zo'n stroom van licht naar beneden vloeien, dat we er niet in konden kijken en onze handen voor de ogen hielden.

Doodstil liep Ruben te luisteren, want 't was of Vaders stem heel anders dan anders klonk.

‘En toen, jongen, heb ik Engelen horen zingen.’

‘Engelen?’ vroeg Ruben zachtjes.

‘Ja, ik durfde de handen niet van mijn ogen te doen, maar ik hoorde heel duidelijk hun prachtig gezang. Ze zongen, dat ze een blijde boodschap brachten, want vannacht was het Kindje geboren, dat eenmaal de Koning van alle mensen wezen zal.

‘“Gij zult hem vinden bij de dieren in een stal te Bethlehem.”’ Wij gingen meteen op weg, om het Kindje te zoeken, want de honden konden best alleen op de kudden passen: de schapen sliepen zo rustig en we hoorden geen enkel roofdier schreeuwen.’

Ruben zuchtte eens heel diep, toen fluisterde hij:

‘Vader, en was het een lief kindje? En kon je er aan zien, dat het een koningskindje was? Had het heel mooie kleertjes aan?’

‘Nee,’ antwoordde de herder zachtjes. ‘Dat kon je juist helemaal niet zien, want het lag in een kribbe, in een stal, toegedekt met wat oude lappen, en een os en een ezel stonden eromheen...’

Ze waren intussen bij huis gekomen, waar Moeder al in de deuropening te wachten stond.

‘Had je het niet koud vannacht op de velden?’ vroeg ze aan Vader, terwijl ze een schaapsvel van zijn schouders nam.

‘Koud?’ vroeg Ruben. En ja, meteen herinnerde hij zich, hoe hij zich vannacht extra dicht in zijn nieuwe schapevacht had gerold. Maar het Kindje dan?

[pagina 107]
[p. 107]

‘Vader, had het Kindje dan geen koude voetjes?’

‘Dat weet ik eigenlijk niet...’

‘Natuurlijk moest het koude voetjes gehad hebben,’ dacht Ruben. Hij zelf had het immers al koud gehad onder zijn dikke wollen deken.

En terwijl Vader zijn handen boven het vuur hield en Moeder een kom melk voor hem warmde, liep Ruben vlug naar zijn bed, pakte zijn mooie schaapsvel... en holde er mee naar buiten, zonder dat iemand het gemerkt had!

Toen hij al een eindje van huis was, bleef hij even staan en keek zoekend naar de hemel.

Ja, daar in de verte was de ster, daar moest hij dus heen! Hè, zijn handen waren heelemaal koud. Hij stopte ze onder de witte krulletjes van zijn vacht. En toen begon hij weer te lopen. Aldoor harder en harder. Wat waren er veel mensen op de weg! Die kwamen zeker allemaal naar Bethlehem om hun namen te laten opschrijven in de dikke boeken van den Keizer, zoals Vader hem verteld had.

Vlak voor hem reed een rijk heer op een hoge kameel, die met prachtige kleden was versierd. En er volgden nog een heleboel andere kamelen, die allemaal zware pakken op hun rug droegen.

Bij elke stap, die ze deden, rinkelden de kleine belletjes, die aan hun hals hingen.

Dat klonk zo vrolijk! Maar daar bovenuit hoorde hij een fluitspeler, die liep helemaal voor aan de stoet en die blies op een kleine fluit een wijsje, waar Rubens voeten haast vanzelf op voort gingen.

De kamelen stapten ook precies in de maat verder.

Een poosje liep Ruben mee naast den fluitspeler. Hij kon zijn ogen niet van hem af houden.

‘Ik wou, dat ik zo spelen kon!’ dacht hij. Maar ineens zag hij, dat de vingers van den man blauw waren van de kou, zelfs hield hij zo nu en dan even op met spelen en blies in zijn handen, om ze warm te krijgen.

Maar telkens, als de muziek stil was, liepen de kamelen meteen veel langzamer, en één bleef gewoon staan, tot hij de fluit weer

[pagina 108]
[p. 108]


illustratie

hoorde. En dat was juist de kameel van den rijken heer.

‘Doorspelen!’ riep die woedend, en de fluitspeler begon meteen weer, terwijl hij angstig omkeek.

Maar zijn vingers wilden lang zo vlug niet meer.

De meester werd aldoor kwader, want de kamelen liepen zo maar uit de rij. Eindelijk stond hij op van zijn zitplaats en pakte een lange zweep...

‘Niet slaan! Niet slaan!’ had Ruben bijna hardop geroepen, maar gelukkig kwam er juist een andere stoet voorbij, en de meester daarvan kwam op een mooi versierd rijdier naar den bozen heer toe, om hem te begroeten. Die vergat zijn zweep, en de arme knecht had even tijd om zijn handen te verwarmen.

Haastig stak hij alle vingers in de mond, dat hielp tenminste iets.

[pagina 109]
[p. 109]

‘Was er maar een vuurtje,’ dacht Ruben en keek zoekend om zich heen.

Ineens voelde hij zijn eigen handen heerlijk warm onder de schapenwol.

‘Mijn vacht? Zou ik hem die geven?’

Nee, dat kon toch niet. Die was voor het Kindje.

Hij liep een eindje vooruit, om toch niet aldoor die blauwe handen te hoeven zien en frommelde zijn pels stijf onder zijn arm.

Maar 't was, of de witte krulletjes hem brandden. Hij had hem alweer in de handen en streek zijn wang langs de zachte wol...

Zijn voeten wilden niet meer verder, als vanzelf moesten ze weer terug.

Daar stond de fluitspeler en zijn handen zagen nog haast even blauw als daarnet.

Ruben had de vacht al toegestoken... maar trok hem meteen weer terug. Met een ruk draaide hij zich om en holde voort in de richting van de fonkelende ster.

Maar wat woog die schapepels nu opeens zwaar! 't Leek wel, of hij van lood was...

Daar was Ruben toch weer omgekeerd - en hij gooide zijn vacht bijna voor de voeten van den fluitspeler.

‘Voor uw vingers,’ zei hij verlegen.

Toen ging hij weer op weg en knikte vrolijk naar de ster: ‘Ja, ja, ik kom al!’

Maar ineens zag hij zijn lege handen...

Hij verstopte ze in de wijde mouwen van zijn overkleed. Zijn voeten wilden haast niet meer vooruit.

Hij ging op een steen zitten en keek verdrietig naar alle mensen, die langs hem heen gingen. Toch moest hij verder lopen: 't leek wel, of de ster hem vooruit trok. Voetje voor voetje ging hij weer.

Daar was hij bij de stal, waarvan Vader verteld had. De stralen van de ster vielen neer op de ruwe plaggen van het dak.

Ruben leunde tegen een boom.

Daarbinnen was het kindje! Maar hij durfde er niet heen: hij had immers niets meegebracht?

[pagina 110]
[p. 110]

En weer was het, of de ster hem riep! Hij stond al op de drempel van de hut, en zijn ogen keken naar het kribbetje, dat in de schemer bijna niet te zien was.

Maar het kindje zag hij goed, want door een reet in het dak viel een straal van zijn ster op de kleine, spelende handjes.

De voetjes waren bloot...

Hij boog zijn hoofd en zei bijna schreiend:

‘Nu heb ik niets meegebracht, om uw voetjes toe te dekken.’

Hij liep naar voren en liet zich op de knieën vallen. Toen nam hij de voetjes voorzichtig in beiden handen... Maar... ze waren heerlijk warm...

En het was hem, of hij een stem hoorde, die zachtjes zei:

‘Je begon me al te verwarmen, toen je op weg ging om mij te zoeken. En toen je den armen fluitspeler hielp, hielp je mij ook en toen voelde ik geen kou meer.’

Verlegen en blij keek de jongen op:

De ogen van het Kind straalden op zijn lege handen, zodat ze gevuld leken met licht...

... Heel stil was het in de stal, alleen het vee ritselde in het hooi en een lichtstraal van de hemel gleed binnen door een spleet in het armoedige dak.



illustratie


Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken