Justus van Effen

geboren: 21 februari 1684 te Utrecht
overleden: 18 september 1735 te 's-Hertogenbosch


Biografie(ën) over Justus van Effen

A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 5 (1859)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 1 (1911)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1941)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

Werken van Justus van Effen

Le Misanthrope (1711-1712)
Le Bagatelle (1718-1719)
Le nouveau Spectateur français (1725)
De Hollandse Spectator (1731-1735)

Uitgaven van Justus van Effen

Bloemlezing uit den Hollandschen Spectator (ed. Joh. van Vloten) (1872)
De Hollandsche Spectator (ed. A.W. Stellwagen) (alleen scans beschikbaar) (1889)
Uit de Hollandschen spectator (ed. P. Maassen) (1967)
Justus van Effen, een publicist uit de 18e eeuw (ed. J.J. Borger) (1967)
De Hollandsche Spectator (ed. P.J. Buijnsters) (1984)
De Hollandsche Spectator (ed. Elly Groenenboom-Draai) (1998)
De Hollandsche Spectator (ed. Susanne Gabriëls) (1998)
De Hollandsche Spectator (ed. W.R.D. van Oostrum) (1999)
De Hollandsche Spectator (ed. Marco de Niet) (1999)
De Hollandsche Spectator (ed. José de Kruif) (2001)

Secundaire literatuur over Justus van Effen in de dbnl

[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Vertoog over de vooringenomenheid op 't eerste gezigt.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1794 (1794)
Willem de Clercq, ‘Vijfde Tijdperk. Van het begin tot het midden der achttiende eeuw, of sedert den aanvang van den heerschenden invloed der Fransche Letterkunde op de onze, tot aan de ontluiking van eenen beteren geest.’ In: Verhandeling ter beandwoording der vraag welken invloed heeft vreemde, inzonderheid de Italiaansche, Spaansche, Fransche en Duitsche, gehad op de Nederlandsche taal- en letterkunde sints het begin der vijftiende eeuw tot op onze dagen? (1824)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Lessen van Levenswijsheid en Menschenkennis, opgezameld uit den Hollandschen Spectator van Justus van Effen, door N.G. van Kampen. Te Deventer, bij A. ter Gunne. 1838. In kl. 8vo. 334 Bl. f 2-40.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1838 (1838)
Jacques François Bosdijk, ‘Van Effen en Hogarth.’ In: De Gids. Jaargang 1846 (1846)
F.A. Snellaert, ‘Vijfde tijdvak.’ In: Schets eener geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1850)
W.J. Hofdijk, ‘Derde tijdvak Latere Nederlandsche letteren. (Van 1550-1790.)’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1857)
W.J.A. Jonckbloet, ‘VII. Een moralist.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 5: De twee laatste eeuwen (1) (1891)
W.J.A. Jonckbloet, ‘IX. Zelfkennis en critiek.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 5: De twee laatste eeuwen (1) (1891)
Jan Koopmans, ‘Wat Justus van Effen zijn Spectator deed schrijven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
G. Kalff, ‘Het Proza. Justus van Effen.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 5 (1910)
G. Kalff, ‘Van Effen, Macquet, Lublink de Jonge.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 6 (1910)
Adriaan J. Barnouw, ‘Oliver Goldsmith en Justus van Effen.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1913 (1913)
P.H. Greiner en C.G.N. de Vooys, ‘Boekbeeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
J. te Winkel, ‘XXVI. Spectatoriale geschriften.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 5: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (3) (1924)
L. Brummel, ‘Van Effens spectatoriale geschriften in hun verband met de Duitsche.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
G.P.M. Knuvelder, ‘Proza’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 2 (1948)
P. Geyl, ‘3. Geestelijk leven in de Republiek’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (herziene uitgave) (1948-1959)
Isaac van der Velde, ‘IX’ In: De tragedie der werkwoordsvormen (1956)
P.J. Buijnsters, 'Sara Burgerhart' en de ontwikkeling van de Nederlandse roman in de 18e eeuw (1971)
Jos Smeyers en H.J. Vieu-Kuik, ‘Mr. Justus van Effen21.2.1684-18.9.1735’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 6 (1975)
W.A.P. Smit, ‘Afdeling III Hoogwater (1700-1780)’, ‘Hoofdstuk IHet bos in vogelvlucht’ In: Kalliope in de Nederlanden (1975-1983)
A.J. Hanou, 'Dutch periodicals from 1697 to 1721: in imitation of the English?' (1981)
Peter Altena, 'Het Journal litéraire en de Poëtenoorlog in de Nederlandse literatuur' (1986)
P.J. Buijnsters, ‘Lezersbrieven aan De Hollandsche Spectator door P.J. Buijnsters’ In: Het woord aan de lezer (1987)
P.Th.F.M. Boekholt en E.P. de Booy, ‘5 Naar een nieuwe tijd’ In: Geschiedenis van de school in Nederland (1987)
Peter Altena, ' "Liever een' arent dan een' kerkuil". Over Den Adelaar (1735) van Jacob Campo Weyerman, De Hollandsche Spectator (1731-1735) van Justus van Effen en de geschiedenis van de "weekelyksche schriften" (1992)
Peter Altena, 'Van boekenhaat en "bibliomania". De verbeelding van de bibliotheek in Nederlandse literatuur van de achttiende eeuw' (1992)
Jacqueline de Man, 'De etiquete van het schertsen. Opvattingen over de lach in Nederlandse etiquetteboeken en spectators uit de achttiende eeuw' (1993)
Willem van Toorn, ‘Landschap en literatuur’ In: Leesbaar landschap (1998)
J.J. Kloek en W.W. Mijnhardt, ‘Contouren van een communicatiegemeenschap’, ‘4 Het vrije debat’ In: 1800. Blauwdrukken voor een samenleving (2001)
J.J. Kloek en W.W. Mijnhardt, ‘11 Een nieuw burgerideaal’ In: 1800. Blauwdrukken voor een samenleving (2001)
J.J. Kloek en W.W. Mijnhardt, ‘Een nationale taal, wetenschap en kunst’, ‘18 Cultureel prestige en cultuurbeleid’ In: 1800. Blauwdrukken voor een samenleving (2001)

Websites over Justus van Effen

http://www.hum.uva.nl/dsp/ljc/effen/


Terug naar overzicht