auteurs

alle auteurs

Middeleeuwen

Gouden Eeuw

Achttiende Eeuw

Negentiende Eeuw

Twintigste Eeuw

Eenentwintigste Eeuw

 

 

zoeken in

 




Juliana Cornelia de Lannoy

geboren: 21 december (gedoopt) 1738 te Breda
overleden: 18 februari 1782 te Geertruidenberg


Biografie(ën) over Juliana Cornelia de Lannoy

P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 4 JAC-NYV (1823)
A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 11 (1865)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 2 (1912)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

Werken van Juliana Cornelia de Lannoy

Aan mynen geest (1766)
Aan mynen geest (1766)
Leo de Groote (1767)
Het beleg van Haarlem (1770)
Cleopatra (1776)
Het gastmaal (1777)
Dichtkundige werken (1780)
Nagelaten dichtwerken (1783)

Secundaire literatuur over Juliana Cornelia de Lannoy in de dbnl

anoniem Gedenkzuil voor Jongvrouw J.C. de Lannoy, Gedenkzuil voor Jongvrouwe J.C. de Lannoy (1784)
Jeronimo de Vries, ‘Tweede afdeeling. Opgave der dichters dezer eeuw.’ In: Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde (1810)
Willem Bilderdijk, ‘IV. Aan J.C. Baronesse de Lannoy, te Geertruidenberg.’ In: Brieven. Deel 1 (1836)
W.J. Hofdijk, ‘Derde tijdvak Latere Nederlandsche letteren. (Van 1550-1790.)’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1857)
Willem Bilderdijk, ‘Toewijding, der nagelaten dichtwerken van Jonkvrouwe de Lannoy, aan hare Koninklijke Hoogheid Mevrouwe de Prinsesse van Oranje en Nassau.’ In: De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 8 (1858)
Willem Bilderdijk, ‘Aan Jonkvrouwe Juliana Cornelia, Baronesse de Lannoy;’ In: De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 10 (1858)
Willem Bilderdijk, ‘Op het afbeeldsel van Jonkvrouwe Juliana Cornelia, Baronesse de Lannoy.’ In: De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 10 (1858)
Willem Bilderdijk, ‘Grafschrift, te plaatsen op de tombe van Jonkvrouwe Lannoy, door my geteekend.’ In: De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 10 (1858)
Willem Bilderdijk, ‘Op den dood van de hoog welgeboren Jonkvrouwe Juliana Cornelia, Baronesse de Lannoy, overleden den XVIII van sprokkelmaand MDCCLXXXI Uitgesproken in de algemeene vergadering des Kunstgenootschaps, onder de zinspreuk: ‘Kunstliefde spaart geen vlijt:’ te 's Gravenhage: by de uitdeeling der gouden en zilveren eerprijzen, den zesden van Oogstmaand 1782.’ In: De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 10 (1858)
Willem Bilderdijk, ‘Op het graf van de treurspeldichteresse De Lannoy.’ In: De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 12 (1859)
Willem Bilderdijk, ‘Op de afbeelding van het overleden schootkatjen van Jonkvrouwe de Lannoy. (Op 't verzoek der Meesteresse.) Kniedicht.’ In: De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 12 (1859)
Willem Doorenbos, ‘III. De Nederlandsche letterkunde in de 17de en 18de eeuw.’ In: Handleiding tot de geschiedenis der letterkunde. Deel 2 (1873)
J.A.F.L. van Heeckeren, ‘Letterkundige sprokkelingen uit de brieven van wijlen J.A.F.L. baron van Heeckeren.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
G. Kalff, ‘I. 1770-1795.’, ‘Het Oude en het Nieuwe.’, ‘1. Dichtgenootschappers en hunne tegenstanders. Uitloopers van het tweede geslacht. (Porjeere, Messchert van Vollenhoven, De Jongh, De Lannoy).’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 6 (1910)
J. te Winkel, ‘XL. Het classiek en het burgerlijk treurspel.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 5: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (3) (1924)
B. de Ligt, 'Uit de geschiedenis van een sonnet' (1975)
Bert Thobokholt, Het taal- en dichtlievend genootschap 'Kunst wordt door arbeid verkreegen' te Leiden, 1766-1800 (1983)
Patrick De Rynck en Andries Welkenhuysen, De Oudheid in het Nederlands (1992)
[tijdschrift] Documentatieblad werkgroep Achttiende eeuw, ‘Lia van Gemert ‘Onwederstanelyken drang’: het vrouwelijk schrijverschap in achttiende-eeuws Nederland’ In: De Achttiende Eeuw. Jaargang 1995 (1995)
W.R.D. van Oostrum, ‘Honneurs aux dames? J.C. de Lannoy en de heren van KSGV’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 88 (1995)
Lia van Gemert, '"Onwederstanelyken drang": het vrouwelijk schrijverschap in achttiende-eeuws Nederland' (1995)
W.R.D. van Oostrum, 'De Lannoy's Aan myn Geest (1766): een ingenieus debuut?' (1995)
W.R.D. van Oostrum, ‘Geen Elysium voor Pegaasje, 't schootkatje van De Lannoy?’ In: Het Bilderdijk-museum. Jaargang 13 (1996)
Peter Altena, G.J. van Bork, Nico Laan, L.H. Maas, Jan Oosterholt en R.J. Resoort, ‘Literatuur-recensies’ In: Literatuur. Jaargang 17 (2000)
W.R.D. van Oostrum, 'Kenau's erfdochters. Waarom Juliana Cornelia de Lannoy in 1770 eerherstel voor Kenau wilde' (2000)
Annelies de Jeu, ‘Een juffer dichteres’ In: Vooys. Jaargang 19 (2001-2002)
W.R.D. van Oostrum, ‘De Lannoy's keizerinnengift en Europese faam W.R.D. van Oostrum’ In: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman. Jaargang 31 (2008)
W.R.D. van Oostrum, ‘Zeer vroeg werk van Juliana Cornelia de Lannoy W.R.D. van Oostrum’ In: Voortgang. Jaargang 26 (2008)

Websites over Juliana Cornelia de Lannoy

http://www.thuisinbrabant.nl/biografieen.asp?ccidentifier=566&ccSortorder=title


Terug naar overzicht