Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1997


auteur: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1901-2000


bron: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, 1996-1997. Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden 1998  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 107]

Menkes Daniel Frank
Haarlem 4 maart 1913 - Heemstede 9 november 1995

Op 9 november 1995 overleed Menkes Daniel (Daan) Frank, wiens levenswerk het geweest is, de Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij van een miniem bedrijfje tot een der leidende internationale uitgeverijen op te stuwen. Zijn dood, op ruim tweeëntachtigjarige leeftijd, was een groot verlies voor zijn vak en zijn vele vrienden, want hij was een warm en wijs man.

Daan Frank werd geboren op 4 maart 1913 als zoon van een bekend kinderarts in Haarlem. Toen hij nog op school zat, wist hij al wat hij wilde worden. Die beslissing was kenmerkend voor hem: een zachtmoedig mens, maar met een vaste wil en grote zelfdiscipline.

Zijn eerste leertijd bracht hij, in het begin van de jaren dertig, door in Leipzig, het centrum van de vooroorlogse uitgeverij, waar hij volontair was bij de Akademische Verlagsgesellschaft. Daar maakte hij kennis met de fysicus dr. Paul Rosbaud en de chemicus dr. Erich Proskauer, die hem leerden dat de kunst van het kanaliseren en verbreiden van wetenschappelijke kennis van eminent belang is voor het wetenschappelijk onderzoek en de bevordering daarvan. Zijn leertijd bij de Akademische werd voortijdig afgebroken door het dreigende nazi-gevaar, maar hij hield er een blijvende vriendschap met Rosbaud en Proskauer aan over.

Rosbaud bleef tijdens de oorlog werkzaam bij de Duitse uitgeverij, maar wist met gevaar voor eigen leven de geallieerde zaak te steunen door gegevens over de ontwikkelingen van het Duitse kernfysische onderzoek naar de Engelsen door te spelen. Hij kon zich daarom na de oorlog in Engeland vestigen en adviseerde zijn vriend Frank nog vele malen over de trends en mogelijkheden op het gebied van de natuurkunde. Proskauer week uit naar de Verenigde Staten, waar hij in 1940 samen met Marcel Dekker Interscience Publishers Inc. oprichtte. Deze uitgeverij ging later op in de wetenschappelijke uitgeverij John Wiley and Sons, waarvan Proskauer directielid werd. Ook Franks band met Proskauer bleef intact: zowel Interscience als Wiley traden na de oorlog op als distributeurs van de Engelstalige publicaties van de Noord-Hollandsche in Amerika.

Na zijn leertijd in Leipzig liep Frank nog enige tijd stage in Parijs en Londen, tot hij de wenk kreeg te solliciteren bij de Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij N.V., die in 1932 was opgericht door Gerrit de

[p. 108]

Vlugt, de toenmalige directeur van de drukkerij Holland, waar de uitgaven van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen gedrukt werden.

Het was geen indrukwekkend bedrijfje, noch wat betreft haar kapitaal (dat vijfhonderd gulden was), noch haar activiteit. Het enige doel was eigenlijk het distribueren van de uitgaven van de Akademie en het uitgeven van door promovendi betaalde proefschriften. Meer werd ook niet geambieerd door De Vlugt, wiens belang en belangstelling uitsluitend gericht waren op het verkrijgen van drukorders.

Daan Frank was drieëntwintig toen hij daar in dienst kwam, weliswaar blij met een baan, maar ook geremd in zijn drang om een echte uitgever te zijn. Het keerpunt kwam een jaar later, toen hij door zijn contacten in de Akademie op de hoogte kwam van de voorbereiding van de Middenstandswet, die voorschreef dat vestigingsvergunningen alleen verleend werden wanneer men aan bepaalde opleidingseisen voldeed. Hiervoor was een serie betrekkelijk eenvoudige leerboeken nodig, die onder andere door prof. dr. F.L. van Muiswinkel geschreven en met groot succes door de Noord-Hollandsche uitgegeven werden. Het is aan dit uitgeversinitiatief te danken geweest dat het bedrijf de moeilijke oorlogsjaren kon doorstaan. De ook na de oorlog voortgezette serie resulteerde uiteindelijk in de verkoop van ongeveer een miljoen exemplaren.

Pas na de oorlog kon Daan Frank zich gaan wijden aan het opzetten van een internationaal wetenschappelijk fonds, daarbij gesteund door de adviezen en actieve medewerking van leden van de Akademie, zoals de fysici H.B.G. Casimir, J. de Boer en H.C. Brinkman; de wiskundigen L.E.J. Brouwer en E.W. Beth en de econoom J. Tinbergen. Ook buitenlandse fysici, zoals L. Rosenfeld en K. Siegbahn, waren hierbij betrokken. Het resultaat was een steeds groeiende reeks van uiterst zorgvuldig gekozen en op hun wetenschappelijke waarde getoetste Engelstalige publicaties, niet alleen boeken, maar ook research-tijdschriften - lang voordat Engelse en Amerikaanse uitgevers daarvan de mogelijkheid en het belang inzagen. Hoogtepunt daarbij is het tijdschrift Nuclear Physics, onder redactie van de Belgische fysicus Léon Rosenfeld, in samenwerking met Niels Bohr. Het tijdschrift begon als een klein periodiek met een paar afleveringen per jaar, maar groeide uit tot een rijke bron van wetenschappelijke kennis, vervat in twee omvangrijke afleveringen per week. Het natuurkundefonds onderging daarna nog vele uitbreidingen met tijdschriften als Nuclear Instruments and Methods, Physics Letters en vele andere. Daarnaast bouwde Frank een indrukwekkende reeks van uitgaven op op het gebied van de logica en econometrie.

[p. 109]

Hoewel een uitstekend manager, lag met name het directe contact met auteurs hem na aan het hart, mede omdat hij besefte dat er zonder goede contacten met auteurs weinig te managen valt in de uitgeverij, een eenvoudige waarheid die in het huidige tijdsgewricht van verheerlijking van de stoere manager vaak vergeten wordt. Hij zelf zei in een interview: ‘Een uitgeverij als de Noord-Hollandsche functioneert als een soort trechter; het product dat eruit komt is een destillaat van talloze vormen van voorbereiding. Door veel lezen en je voortdurend oriënteren kom je tot de conclusie dat er over een bepaald onderwerp een publicatie nodig is. Je gaat reizen, zoeken, veel luisteren en je dan afvragen wie de aangewezen auteur zou kunnen zijn. Op die manier sjouw je onnoemelijk veel af voor een project. Eigenlijk is het een vak met enorme frustratiemogelijkheden. Maar het is ook een dankbaar vak, waarin het tot stand brengen van onberispelijke en alom geachte uitgaven de bekroning is van dat zoeken, luisteren en kiezen.’

 

Daan Frank, een man van vele tegenstellingen, een lankmoedig mens met een ijzeren wil, fysiek niet sterk maar niemand tot last en klacht, een bètauitgever met een alfa-instelling. Die alfa-instelling heeft zich ook in zijn uitgeversactiviteiten getoond. Zo gaf hij tijdschriften uit als Vigiliae christianae, onder redactie van Christine Mohrmann, G. Quispel, W.C. van Unnik en J.H. Waszink, en Lingua, met als redacteuren W.S. Allen, A.W. de Groot, A.J.B.N. Reichling en E.M. Uhlenbeck. Verder, op initiatief van G.I. Lieftinck, de serie Umbrae Codicum Occidentalium, geannoteerde facsimile-reproducties van oude handschriften. Bovenal echter door zijn besluit op eigen risico de nieuwe tekstkritische editie van Erasmi Opera Omnia uit te brengen.

Ook in organisaties van het boekenvak is Daan Frank een energieke stimulator geweest, onder andere als lid van de cpnb, als secretaris en voorzitter van de knub, als lid van het bestuur van de Vereniging, als Nederlands vertegenwoordiger van de International Publishers' Association en als medestichter van stm, de internationale vereniging van wetenschappelijke (‘Scientific, Technical and Medical’) uitgevers. Ook als bestuurder van de Tiele-stichting en door zijn jarenlange lidmaatschap van Non Pareil, een klein maar select gezelschap voor de studie van drukkunst en typografie. Zijn bemoeienissen met het welzijn van het vak vonden erkenning in zijn benoeming tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau en in de verlening van de legpenning van verdienste van de knub.

[p. 110]

Zijn echtgenote, Anna Frank-van Westrienen, publiceerde haar gezaghebbende proefschrift, De Groote Tour: tekening van de educatiereis der Nederlanders in de zeventiende eeuw, waarmee ze aan de Rijksuniversiteit Leiden haar doctorstitel had behaald, in 1983 bij de Noord-Hollandsche Uitgeversmaatschappij.

Aan het eind van de jaren zestig begon Daan Frank zich zorgen te maken over zijn gezondheid, wat heeft geleid tot zijn besluit zijn kerngezonde en welvarende Noord-Hollandsche over te dragen aan Elsevier, waar zij door de naadloze aansluiting op Elsevier's Wetenschappelijke Uitgeverij de basis vormde voor de indrukwekkende uitgroei van de wetenschappelijke uitgeversactiviteiten en de spectaculaire winstgroei van het Elsevierbedrijf, dat hij nog een aantal jaren als commissaris gediend heeft.

Het is een wijs besluit geweest zich in 1972, na ruim vijfendertig jaar, uit de actieve uitgeverij terug te trekken. Het heeft aan zijn leven nog vele jaren toegevoegd, weliswaar jaren waarin zijn krachten afnamen, maar die hij tot het laatst alert beleefd heeft, moedig en met bijzondere belangstelling voor wat zich in het vak, zìjn vak, voordeed.

 

e. van tongeren

Voornaamste geschriften

Zelfstandige publicaties zijn niet bekend, wel enige bijdragen, zoals:

‘Internationaal uitgeven’, in: A. Nuys (red.), Het geheim van de uitgever. Amsterdam 1978, p. 74-84.