Vanden vos Reinaerde


auteur: anoniem Van den vos Reynaerde


bron: W.J.A. Jonckbloet (ed.), Vanden vos Reinaerde. J.B. Wolters, Groningen 1856


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Vanden vos Reinaerde

Editie W.J.A. Jonckbloet

bron

W.J.A. Jonckbloet (ed.), Vanden vos Reinaerde. J.B. Wolters, Groningen 1856

codering

DBNL-TEI 1

Wijze van coderen: standaard

dbnl-nr _vos001vosr04_01
logboek

- 2011-09-05 AS colofon toegevoegd

verantwoording

gebruikt exemplaar

eigen exemplaar dbnl

 

algemene opmerkingen

Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van Vanden vos Reinaerde, in een editie van W.J.A. Jonckbloet uit 1856. Het oorspronkelijke werk dateert uit de 13de eeuw.

 

redactionele ingrepen

p. LXXXVIII: voetnoot 1 heeft in het origineel abusievelijk voetnootnummer 2 gekregen aan de voet van de pagina. In deze digitale editie is dat verbeterd.

p. 180: de verbeteringen en bijvoegsels zijn hier doorgevoerd respectievelijk toegevoegd in de lopende tekst. De opgave ervan is verplaatst naar het colofon.

 

Bij de omzetting van de gebruikte bron naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's (p. II, IV, VI, 132) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.


[pagina I]

VANDEN VOS REINAERDE.


[pagina III]

VANDEN VOS REINAERDE,

UITGEGEVEN EN TOEGELICHT

DOOR

W.J.A. JONCKBLOET.

TE GRONINGEN, BIJ

J.B. WOLTERS.

1856.


[pagina 180]

Verbeteringen en bijvoegsels. In den tekst.


Vs. 113 bebbe lees hebbe
Vs. 255 het l. bet
Vs. 1126 eene l. een
Vs. 1689 l. Besc. hem soude ghen.
Vs. 1741 verdoort l. becoort (?)
Vs. 3141-2 l. spise: partrise

 

In het glossarium.

Cloet, 786, 792, lange stok, polsstok. Zie kil.
Colne (Van-) tote Meie, 2619. Grimm zegt, R.F., bl. XCII, ‘Scherzhaft wird örtliche und zeitliche bestimmung gemischt; noch heute hört man in Oberdeutschland ‘zwischen pfingsten und Strassburg.’ Dieser witzige ausdruck reicht also schon in das 12 jh. hinauf. ‘Inter pascha Remisque,’ Reinardus II, 690; ‘inter Cluniacum et sancti festa Johannis obit’, IV, 970...... In den Niederlanden: ‘van Aken tot paschen (tuinman, Spreekw., I, 334); wahrscheinlich ist auch “van Colne tote Meie” so zu nehmen.’ - Willems voert nog de fransche spreekwijs aan: ‘Cela s'est passé entre Maubeuge et la Pentecôte.’
Leie, 2620, de rivier de Leye. De spreekwijs beteekent: ‘Meent gij dat ik u van den weg wil afbrengen, om den tuin leiden?’