terug  begin  verderprepost
[p. 5]

[Schrijversprentenboek]



illustratie
2. Achterkant artsdiploma, waarop aantekening van zijn reizen als scheepsarts.

 
Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,
 
Nooit vond ik ergens anders onderdak.
[p. 6]
 
Wie weet hoeveel teederheden
 
Je in jezelf hebt verstikt -
 
De Friesche aard is benepen
 
En uit zich niet groot, weegt en wikt.


illustratie
3. Vader van Slauerhoff.

 
Mijn moeder verhuisde gauw,
 
Zij haatte de noordlijke stad
 
Waar zij moest leven om jou;
 
Ik ging weer op zee en vergat.


illustratie
4. Moeder van Slauerhoff.



illustratie
5. Geboortehuis aan de Voorstreek te Leeuwarden, 2de huis van links.



illustratie
6. Op 4-jarige leeftijd met zijn zusje Augusta.

[p. 7]


illustratie
7. Op omstreeks 14-jarige leeftijd.

(De strofen op blz. 6 en 7 uit ‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 915, 912 en 847)

 
't Ouderlijk huis was soms zoo duf en stug,
 
'k Wist niet dat ik heusch wel in de Oost zou komen
 
En even hard mijn lot er zou vervloeken.


illustratie
8. Als padvinder, 3de van links met kruisje.

Elke biographie moet een mengsel zijn van waarheid en verdichting, het kan niet anders. Wie zuivere historie eischt geeft blijk het wezen der historie niet te kennen; de absolute historie bestaat niet, ook niet bij volledige feitenkennis.

(‘Critisch proza’, Verzamelde werken VIII, blz. 268)



illustratie
9. Op de H.B.S. te Leeuwarden, Slauerhoff 6de van links op achterste rij.

1898 14 September: geboren aan de Voorstreek te Leeuwarden, als vijfde kind van Jan Jacob Slauerhoff, behanger en stoffeerder, en Cornelia Pronker.
   
1904 Lagere school te Leeuwarden.
Veelvuldige astma-aanvallen, waardoor gedurende twee jaar de zomermaanden te Oost-Vlieland worden doorgebracht.

[p. 8]


illustratie
10. Bladzijde uit De Aarde en haar Volken, met een aantekening van Slauerhoff uit 1913.

[p. 9]

Een hoog opgeschoten zestienjarige scholier begint zich al gauw te interesseren voor de talrijke Belgische geïnterneerden in de grote Leeuwardense kazerne. Hij sleept er weldra een paar mee naar huis, jonge mannen, met wie hij bevriend is geraakt.

(C.J. Kelk, Leven van Slauerhoff, blz. 71)



illustratie
11. Portret uit 1917.



illustratie
12. Als student met vakantie op Vlieland.



illustratie
13. Met Belgische geïnterneerden in de oorlog 1914-1918.

1911 September: Rijks-H.B.S. te Leeuwarden. Werkt mee aan de schoolkrant. Vriendschap met het domineesgezin van dr. C. Hille Ris Lambers te Jorwerd. Aan een der dochters, Helen, die tot zijn dood een trouwe vriendin is gebleven, zal hij verschillende gedichten wijden (‘Landelijke liefde’, ‘De gouvernante’, ‘Na jaren’).
1916 Juli: eindexamen H.B.S.
Ingeschreven als student in de medicijnen aan de Universiteit van Amsterdam. Woont Bloemgracht 38.

[p. 10]


illustratie
14. Eerste bijdrage in Het Getij.



illustratie
15. Feest na zijn semi-artsexamen in 1922. V.l.n.r. voorste rij: F. van Hall, H. Stokman; 2de rij: Constant van Wessem, C.J. Kelk, J. Slauerhoff, Truus de Ruyter, Eva Rosenbaum; 3de rij: J.M. Hondius, E. Maas.

[p. 11]

Wie hem zag studeren, en men kon niet onverwacht binnenvallen zonder hem bezig te zien, trof op zijn tafel aan: de handschriften van een paar gedichten in bewerking, benevens een paar open boeken met lectuur van andere aard dan de medische handboeken ernaast waaruit hij zat te vossen.

(C.J. Kelk, Leven van Slauerhoff, blz. 15)



illustratie
16. Optreden van Slauerhoff als redacteur van Propria Cures.



illustratie
17. Handschrift van het gedicht ‘Fontaine de Médicis’.

1918 2 Maart: eerste (anonieme) bijdrage in Propria Cures. Van 11 oktober 1919 tot 7 februari 1920 mederedacteur van Propria Cures.
1919 Maart: eerste communistische verzen in De Nieuwe Tijd. Verlooft zich met Truus de Ruyter.
2 Oktober: kandidaatsexamen.
1920 Eerste reis naar Parijs.
1921 Maart: eerste verzen in Het Getij, op aandringen van Herman van den Bergh.
8 Oktober: doctoraal examen, 1ste gedeelte.
12 Oktober: 2de gedeelte, trekt zich terug.
Leest en vertaalt Corbière.

[p. 12]


illustratie
18. Met H. Marsman en C.J. Kelk, 1923.



illustratie
19. Zelfportret van Tristan Corbière, poète maudit.



illustratie
20. Handschrift van ‘De krantenverkooper’.

[p. 13]

Corbière heeft tot het laatst toe gestreden, gespot, hij heeft geen enkele concessie gedaan, en dat kan men zelfs van zijn broeders Rimbaud en Verlaine niet getuigen.

(‘Critisch proza’, Verzamelde werken VIII, blz. 45)

 

Hoorde met genoegen, dat je Hollandsche uitgaven in Germania voorvecht. Kan ik ook eventueel in je uitgeversgunst deelen?

(Arthur Lehning, Brieven van Slauerhoff, blz. 5; brief van begin november 1922)



illustratie
21. Brief aan Arthur Lehning over de uitgave van Archipel.



illustratie
22. Dr. H. Feriz.



illustratie
23. Roel Houwink en zijn vrouw.



illustratie
24. De dichter Hendrik de Vries.

1922 17 Januari: doctoraal examen, 2de gedeelte. Bereidt zijn eerste bundel Archipel voor.
5 Juli: artsexamen, 1ste gedeelte. Reis met de Venus naar o.a. Bordeaux en Oporto.
Vriendschap met dr. H. Feriz, H. Marsman, C.J. Kelk, Roel Houwink, Constant van Wessem en Hendrik de Vries.
1923 Zomer: bootreis naar Bretagne, bezoekt Parijs.
November: verschijning van Archipel, voor rekening van de dichter en door bemiddeling van Arthur Lehning te Berlijn gedrukt.
5 December: artsexamen, 2de gedeelte.

[p. 14]


illustratie
25. Contract met de Java-China-Japan Lijn.

Hoe varen jullie? Ik goed, 18 mijl per uur. Alles wel tot nog toe, wat koorts van mijn inentingen. Dit bij 40 man is 't eenigste werk totnogtoe door mij verricht. Het ontaardt dus nog niet in arbeid. Het scheepsleven bevalt mij natuurlijk goed.

(Constant van Wessem, Slauerhoff, blz. 54; brief van 10 februari 1924)



illustratie
26. De Vrije Bladen, blz. 2 van het omslag.

Bij 't wakker worden, vooral 's middags, vind ik 't altijd nog even beroerd, hier op dit schip te zitten, meegevoerd. Ook dat zal wel beter worden als ik op mijn eigen schip zit. Toch denk ik nog dikwijls aan ‘voor twee jaar’. Maar misschien duurt het langer.

(Arthur Lehning, Brieven van Slauerhoff, blz. 17; brief van 28 augustus 1925)



illustratie
27. S.S. Riouw.

[p. 15]


illustratie
28. Twee bladzijden uit een fotoalbum van Slauerhoff.



illustratie
29. Afscheidsfeest bij Schiller te Amsterdam, v.l.n.r. (zittende): J.C. Bloem, A. Roland Holst, J. Slauerhoff, J. Greshoff; (staande): J.W.F. Werumeus Buning, C.J. Kelk, Constant van Wessem, H. Marsman, F. Slauerhoff.

1924 Januari: publiceert in het eerste nummer van De Vrije Bladen.
31 Januari: vertrekt met de Riouw van de Stoomvaartmij. Nederland als scheepsarts naar Ned. Oost-Indië, krijgt onderweg maagbloeding en aanval van astma. Keert terug naar Nederland en neemt praktijk waar te Baard, Dronrijp, Kampen, Warmenhuizen en op Vlieland.
1925 Januari-augustus: samenwerking als arts met de tandheelkundige D. Hessels te Haarlem.
Mei-juni: korte vakantiereis om het Iberisch schiereiland, mist de boot, reist over land terug, kort verblijf in Parijs.
19 Augustus: afscheidsfeest te Amsterdam, vóór zijn vertrek naar het Verre Oosten.
Augustus: scheept zich te Genua in op de Vondel, ten einde emplooi te zoeken als scheepsarts in het Verre Oosten.
16 September: de Vondel loopt bij Singapore aan de grond, Slauerhoff gaat over op de Plancius.
21 September: tekent te Batavia een contract voor twee jaar bij de Java-China-Japan Lijn.

[p. 16]


illustratie
30. De berg Foedsji.

 
Lieveling, schooner ben jij dan de heilige Foedsji,
 
Die maar één welvende sneeuwige top heeft,
 
Alleen bij het vroegrood één rozige spits toont.

(‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 796)



illustratie
31. Handschrift van ‘Ochtend Yokohamabaai’.



illustratie
32. S.S. Tjileboet.



illustratie
33. S.S. Tjikembang.

[p. 17]


illustratie
34. Routekaart van zijn reizen met de Java-China-Japan Lijn.

1925-1927 Reizen als scheepsarts op de Tjileboet, de Tjisaroea, de Tjimanoek, de Tjikini en de Tjikembang.

[p. 18]


illustratie
35. Slauerhoff met leden van een bemanning.

[p. 19]
 
Ja, 'k moet bekennen, 'k lei meer mijlen af
 
Dan dat ik medemenschen hielp in 't graf,
 
Wat niet iedre collega kan getuigen.

(‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 831)



illustratie
36. Slauerhoff met opiumpijp en andere attributen.



illustratie
37. Getuigschrift.

1927 Februari: ontvangt een der bijprijzen van de Prijs van Amsterdam voor poëzie voor zijn gedicht ‘Landelijke liefde’ I.
Verschijning van Clair-obscur in de Palladium-reeks.
Mei: verlof tijdens dokken van zijn schip te Soerabaja, wordt ernstig ziek (angina en malaria) opgenomen in het Zendingsziekenhuis te Tajoe.
Oktober: met de Angers van de Messageries Maritimes van Singapore naar Marseille, waar hij na aankomst weer ziek wordt.
13 December: terugkeer in Holland.

[p. 20]


illustratie
38. Bij de grot van Camoës in Macao.

 
Camoës wou vrij zijn, smaadde zich een keten,
 
Zwierf in China, maar schreef de Lusiade,
 
Zijn leven lang door 't heldenlied bezeten,
 
Het was een dwangarbeid en toch genade.
[p. 21]


illustratie
39. Fragment dagboek uit zijn Oostaziatische periode.



illustratie
40. Portret uit 1925.



illustratie
41. De Portugese dichter en zeevaarder Camoës.

(Strofe op blz. 20 uit ‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 906)

[p. 22]


illustratie
42. Nagoya-kasteel, waaraan Slauerhoff een gedicht wijdde.



illustratie
43. Dagboek uit zijn Zuidamerikaanse periode, met het gedicht ‘Aankomst’.



illustratie
44. S.S. Gelria.



illustratie
45. Tijdens een zeereis.



illustratie
46. Als scheepsarts in de tropen.

[p. 23]


illustratie
47. Brief aan Annie Grimmer op paspoortblaadje.

Je vroeg of ik veel wou schrijven en dus doe ik het maar weer nu ik zin heb, maar ik zit in de rimboe achter Santos en heb niets bij me dan een oud paspoort zoodat ik het daaruit neem.

(Brief aan Annie Grimmer van juni 1928)



illustratie
48. Met Annie Grimmer.

1928 Maakt met de Gelria van de Koninklijke Hollandsche Lloyd als scheepsarts vier reizen naar Zuid-Amerika en een vakantiereis naar Schotland, de Noorse fjorden en IJsland.
September: verschijning van Oost-Azië.
Oktober: verschijning van Eldorado.

[p. 24]


illustratie
49. De berg De vinger Gods op het eiland Fernando Noronha.



illustratie
50. Afschrift door E. du Perron van het gedicht ‘Fernando Noronha’.



illustratie
51. Reisfoto.

[p. 25]
 
Die 'k aan een gier geklemd dacht zwevend over de Andes
 
Of snaren tokklend aan de langoureuze Taag,
 
Flaneerend te Parijs of zwervend in de Landes,
 
Is nu, god betert, arts in 't Friesche Beetsterzwaag.

(Gedicht van J.C. Bloem, gepubliceerd in Het Vaderland van 5 maart 1933)



illustratie
52. Routekaart van zijn reizen op Zuid-Amerika.



illustratie
53. Als waarnemend arts te Beetsterzwaag.

1929 Laatste twee reizen met de Gelria naar Z.-Amerika.
Eind mei tot in juli: neemt praktijk waar te Beetsterzwaag. Bezoeken bij J.C. Bloem en Clara Eggink te Sint-Nikolaasga, waar hij E. du Perron ontmoet.
Mei: verschijning van Fleurs de marécage.
Juli: te Gistoux als gast van E. du Perron, die zijn teksten verzorgt.
25 Juli: overlijden van zijn vader.
Van 1 oktober tot 1 juli 1930: assistent aan de Universiteitskliniek voor Huid- en Geslachtsziekten te Utrecht.

[p. 26]


illustratie
54. Antwoord op enquête van Het Vaderland, met aantekeningen en correcties van de redacteur letteren, Menno ter Braak.



illustratie
55. S.S. Flandria.

[p. 27]


illustratie
56. De danseres Darja Collin.



illustratie
57. Met Darja Collin te Merano.

1930 Februari: verschijning van Saturnus, Yoeng poe tsjoeng en Het lente-eiland (Kau-lung-seu).
Mei: verschijning van Schuim en asch en Serenade. Kennismaking ten huize van J.W.F. Werumeus Buning met Darja Collin.
30 Juli: eerste bijdrage aan de Nieuwe Arnhemsche Courant.
Augustus: reis met Darja Collin naar de Balearen.
September: huwelijk met Darja Collin.
1 Oktober: vertrekt als scheepsarts met de Flandria van de Koninklijke Hollandsche Lloyd naar Zuid-Amerika.

 
Kon ik eenmaal toch jouw dans weergeven
 
In een van het woord bevrijd gedicht,
 
Eenmaal even vrij en lenig zweven
 
Als jij in de lucht en in het licht...

(‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 879)



illustratie
58. Met Darja Collin en E. du Perron.

1931 1 Februari: terugkeer in Holland van zijn tweede reis met de Flandria, is ernstig ziek (influenza en pneumonie).
November: vertrekt naar Merano om te kuren.
December: verschijning van Jan Pietersz. Coen.

[p. 28]


illustratie
59. De Chinese dichter Po Tjsu I.

[p. 29]
 
[...] eeuwen geleden
 
Liep ik ook in den regen als nu,
 
Waar 't land uitstulpt in de rand van de steden,
 
Ik heette niet Slauerhoff maar Po Tsju.

(‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 754)



illustratie
60. Houtsnede door Valentijn Edgar van Uytvanck, 1925.

 
Gij zit met uw zeventien
 
op uw kussens in uw
 
armstoelen; uw schoenen
 
dragen zilveren gespen, uw
 
vleezige vingers kostbare
 
ringen, uw hoogmogende
 
halzen gouden ketenen,
 
maar dragen zij ook
 
hoofden?

(‘Jan Pietersz. Coen’, Verzamelde werken V, blz. 9)



illustratie
61. Omslag van het toneelstuk Jan Pietersz. Coen.

 
Vroeger schreef ik aan een zwaar bureau
 
Lichtzinnige gedichten;
 
Nu, met een plankje op mijn knie,
 
Een lijvige roman.

(‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 892)



illustratie
62. Omslag van de roman Het verboden rijk.

1932 Januari: publiceert Het verboden rijk in het eerste (tot en met het negende) nummer van Forum.
Maart: bereist met Darja Noord-Italië.
Mei: doet vergeefse poging om aan een der Nederlandse gezantschappen in Centraal- of Zuid-Amerika in diplomatieke dienst te gaan.
Juli: weigert het lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde.
29 September: vertrekt als scheepsarts met de Amstelkerk van de Holland-West-Afrikalijn.
November: verschijning van Het verboden rijk.
29 November: vertrek 2de reis met de Amstelkerk.

[p. 30]


illustratie
63. Artikel van Slauerhoff in de Nieuwe Arnhemsche Courant over zijn weigering van het lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde.

Ik beschouw Spanje en China als de beschaafdste landen van de wereld. De Hollandsche beschaving is als roggebrood: substantieel, degelijk, maar niet gracieus.



illustratie
64. In Marrakech, Marokko, maart 1934.



illustratie
65. S.S. Amstelkerk.

[p. 31]


illustratie
66. Argentijns cahier met het manuscript van Soleares. Links op het etiket een aantekening van E. du Perron.

(Citaat op blz. 30 uit ‘Critisch proza’, Verzamelde werken VIII, blz. 266)

1933 Drie nieuwe reizen met de Amstelkerk.
December: verschijning van Soleares in 15 exemplaren.
Vertrekt naar Spanje en logeert bij Albert Helman te San Cugat bij Barcelona.

[p. 32]


illustratie
67. Bladzijde uit het handschrift van de roman Het leven op aarde.

[p. 33]


illustratie
68. Met de schrijver F.C. Terborgh in Algeciras, Spanje, 1934.



illustratie
69. Arts in Tanger.

 
Liever dan pilvoorschrijver, klachtontvanger
 
Werd ik scheepsarts en deed de reis om de aarde
 
Wel eenige malen voordat ik in Tanger
 
Mij nederliet - men moet toch eenmaal aarden.

(‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 831)



illustratie
70. Raamkaart uit zijn periode als arts in Tanger.

1934 Februari: reist met Albert Helman naar Malaga, Marokko en Tanger, waar hij zich in maart als arts installeert. Schrijft Het leven op aarde.
Juni: Van der Hoogtprijs voor Soleares.
Zomer: bezoeken van F.C. Terborgh, Darja Collin, E. du Perron en diens vrouw aan Tanger.
Eind oktober: vertrekt uit Tanger naar Parijs, waar hij een roman over de Japans-Russische oorlog begint, die onvoltooid is gebleven.
November: aankomst in Holland. Verschijning van Het leven op aarde. December: vertrekt naar Parijs om huidziekten te studeren.

[p. 34]


illustratie
71. Brief over zijn conflict met Forum.



illustratie
72. S.S. Venezuela.



illustratie
73. S.S. Springfontein.

 
Ik leef al in 't ontoegankelijke,
 
Dat nog wel raaklijn aan de aarde heeft,
 
Maar waarvan de meesten 't bestaan niet weten.
[p. 35]


illustratie
74. A. Roland Holst aan M. Nijhoff over Slauerhoffs naderend einde.

(Citaat op blz. 34 uit ‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 753)

1935 Scheiding van Darja Collin. Breuk met Forum en onherstelbare brouille met E. du Perron. Doet vergeefse poging om correspondent van het Algemeen Handelsblad in het Verre Oosten te worden.
17 Mei: vertrekt als scheepsarts met de Venezuela van de Koninklijke Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij naar West-Indië.
15 Juli: vertrekt ais scheepsarts met de Springfontein van de Holland-Zuid-Afrikalijn voor een reis om Afrika heen.

[p. 36]


illustratie
75. Fragment uit het gedicht ‘In memoriam Slauerhoff’ door A. Roland Holst.



illustratie
76. Slauerhoff op zijn doodsbed.

  5 Oktober: met zware malaria en nieraandoening naar het Ospedale Protestante te Genua. Ontmoetingen met Arthur van Schendel.
November: vertrekt naar Merano om te kuren.
1936 Ernstig ziek naar Annecy, en naar Lausanne om na te kuren, maar krijgt er malaria bij.
10 Februari: vertrekt naar Holland. Verpleegd te Bloemendaal, Heemstede en Hilversum.
Juni: verschijning van Een eerlijk zeemansgraf. Gedurende zijn laatste dagen is A. Roland Holst aan zijn ziekbed.
5 Oktober: overlijdt te Hilversum.

[p. 37]


illustratie
77. Typogram van ‘In memoriam mijzelf’ (‘Autobiografisch grafschrift’).

prepostterug  begin  verder