




(De strofen op blz. 6 en 7 uit ‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 915, 912 en 847)

Elke biographie moet een mengsel zijn van waarheid en verdichting, het kan niet anders. Wie zuivere historie eischt geeft blijk het wezen der historie niet te kennen; de absolute historie bestaat niet, ook niet bij volledige feitenkennis.
(‘Critisch proza’, Verzamelde werken VIII, blz. 268)

| 1898 | 14 September: geboren aan de Voorstreek te Leeuwarden, als vijfde kind van Jan Jacob Slauerhoff, behanger en stoffeerder, en Cornelia Pronker. |
| 1904 | Lagere school te Leeuwarden. Veelvuldige astma-aanvallen, waardoor gedurende twee jaar de zomermaanden te Oost-Vlieland worden doorgebracht. |

Een hoog opgeschoten zestienjarige scholier begint zich al gauw te interesseren voor de talrijke Belgische geïnterneerden in de grote Leeuwardense kazerne. Hij sleept er weldra een paar mee naar huis, jonge mannen, met wie hij bevriend is geraakt.
(C.J. Kelk, Leven van Slauerhoff, blz. 71)



| 1911 | September: Rijks-H.B.S. te Leeuwarden. Werkt mee aan de schoolkrant. Vriendschap met het domineesgezin van dr. C. Hille Ris Lambers te Jorwerd. Aan een der dochters, Helen, die tot zijn dood een trouwe vriendin is gebleven, zal hij verschillende gedichten wijden (‘Landelijke liefde’, ‘De gouvernante’, ‘Na jaren’). |
| 1916 | Juli: eindexamen H.B.S. Ingeschreven als student in de medicijnen aan de Universiteit van Amsterdam. Woont Bloemgracht 38. |


Wie hem zag studeren, en men kon niet onverwacht binnenvallen zonder hem bezig te zien, trof op zijn tafel aan: de handschriften van een paar gedichten in bewerking, benevens een paar open boeken met lectuur van andere aard dan de medische handboeken ernaast waaruit hij zat te vossen.
(C.J. Kelk, Leven van Slauerhoff, blz. 15)


| 1918 | 2 Maart: eerste (anonieme) bijdrage in Propria Cures. Van 11 oktober 1919 tot 7 februari 1920 mederedacteur van Propria Cures. |
| 1919 | Maart: eerste communistische verzen in De Nieuwe Tijd. Verlooft zich met Truus de Ruyter. 2 Oktober: kandidaatsexamen. |
| 1920 | Eerste reis naar Parijs. |
| 1921 | Maart: eerste verzen in Het Getij, op aandringen van Herman van den Bergh. 8 Oktober: doctoraal examen, 1ste gedeelte. 12 Oktober: 2de gedeelte, trekt zich terug. Leest en vertaalt Corbière. |



Corbière heeft tot het laatst toe gestreden, gespot, hij heeft geen enkele concessie gedaan, en dat kan men zelfs van zijn broeders Rimbaud en Verlaine niet getuigen.
(‘Critisch proza’, Verzamelde werken VIII, blz. 45)
Hoorde met genoegen, dat je Hollandsche uitgaven in Germania voorvecht. Kan ik ook eventueel in je uitgeversgunst deelen?
(Arthur Lehning, Brieven van Slauerhoff, blz. 5; brief van begin november 1922)




| 1922 | 17 Januari: doctoraal examen, 2de gedeelte. Bereidt zijn eerste bundel Archipel voor. 5 Juli: artsexamen, 1ste gedeelte. Reis met de Venus naar o.a. Bordeaux en Oporto. Vriendschap met dr. H. Feriz, H. Marsman, C.J. Kelk, Roel Houwink, Constant van Wessem en Hendrik de Vries. |
| 1923 | Zomer: bootreis naar Bretagne, bezoekt Parijs. November: verschijning van Archipel, voor rekening van de dichter en door bemiddeling van Arthur Lehning te Berlijn gedrukt. 5 December: artsexamen, 2de gedeelte. |

Hoe varen jullie? Ik goed, 18 mijl per uur. Alles wel tot nog toe, wat koorts van mijn inentingen. Dit bij 40 man is 't eenigste werk totnogtoe door mij verricht. Het ontaardt dus nog niet in arbeid. Het scheepsleven bevalt mij natuurlijk goed.
(Constant van Wessem, Slauerhoff, blz. 54; brief van 10 februari 1924)

Bij 't wakker worden, vooral 's middags, vind ik 't altijd nog even beroerd, hier op dit schip te zitten, meegevoerd. Ook dat zal wel beter worden als ik op mijn eigen schip zit. Toch denk ik nog dikwijls aan ‘voor twee jaar’. Maar misschien duurt het langer.
(Arthur Lehning, Brieven van Slauerhoff, blz. 17; brief van 28 augustus 1925)



| 1924 | Januari: publiceert in het eerste nummer van De Vrije Bladen. 31 Januari: vertrekt met de Riouw van de Stoomvaartmij. Nederland als scheepsarts naar Ned. Oost-Indië, krijgt onderweg maagbloeding en aanval van astma. Keert terug naar Nederland en neemt praktijk waar te Baard, Dronrijp, Kampen, Warmenhuizen en op Vlieland. |
| 1925 | Januari-augustus: samenwerking als arts met de tandheelkundige D. Hessels te Haarlem. Mei-juni: korte vakantiereis om het Iberisch schiereiland, mist de boot, reist over land terug, kort verblijf in Parijs. 19 Augustus: afscheidsfeest te Amsterdam, vóór zijn vertrek naar het Verre Oosten. Augustus: scheept zich te Genua in op de Vondel, ten einde emplooi te zoeken als scheepsarts in het Verre Oosten. 16 September: de Vondel loopt bij Singapore aan de grond, Slauerhoff gaat over op de Plancius. 21 September: tekent te Batavia een contract voor twee jaar bij de Java-China-Japan Lijn. |

(‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 796)




| 1925-1927 | Reizen als scheepsarts op de Tjileboet, de Tjisaroea, de Tjimanoek, de Tjikini en de Tjikembang. |

(‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 831)


| 1927 | Februari: ontvangt een der bijprijzen van de Prijs van Amsterdam voor poëzie voor zijn gedicht ‘Landelijke liefde’ I. Verschijning van Clair-obscur in de Palladium-reeks. Mei: verlof tijdens dokken van zijn schip te Soerabaja, wordt ernstig ziek (angina en malaria) opgenomen in het Zendingsziekenhuis te Tajoe. Oktober: met de Angers van de Messageries Maritimes van Singapore naar Marseille, waar hij na aankomst weer ziek wordt. 13 December: terugkeer in Holland. |




(Strofe op blz. 20 uit ‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 906)






Je vroeg of ik veel wou schrijven en dus doe ik het maar weer nu ik zin heb, maar ik zit in de rimboe achter Santos en heb niets bij me dan een oud paspoort zoodat ik het daaruit neem.
(Brief aan Annie Grimmer van juni 1928)

| 1928 | Maakt met de Gelria van de Koninklijke Hollandsche Lloyd als scheepsarts vier reizen naar Zuid-Amerika en een vakantiereis naar Schotland, de Noorse fjorden en IJsland. September: verschijning van Oost-Azië. Oktober: verschijning van Eldorado. |



(Gedicht van J.C. Bloem, gepubliceerd in Het Vaderland van 5 maart 1933)


| 1929 | Laatste twee reizen met de Gelria naar Z.-Amerika. Eind mei tot in juli: neemt praktijk waar te Beetsterzwaag. Bezoeken bij J.C. Bloem en Clara Eggink te Sint-Nikolaasga, waar hij E. du Perron ontmoet. Mei: verschijning van Fleurs de marécage. Juli: te Gistoux als gast van E. du Perron, die zijn teksten verzorgt. 25 Juli: overlijden van zijn vader. Van 1 oktober tot 1 juli 1930: assistent aan de Universiteitskliniek voor Huid- en Geslachtsziekten te Utrecht. |




| 1930 | Februari: verschijning van Saturnus, Yoeng poe tsjoeng en Het lente-eiland (Kau-lung-seu). Mei: verschijning van Schuim en asch en Serenade. Kennismaking ten huize van J.W.F. Werumeus Buning met Darja Collin. 30 Juli: eerste bijdrage aan de Nieuwe Arnhemsche Courant. Augustus: reis met Darja Collin naar de Balearen. September: huwelijk met Darja Collin. 1 Oktober: vertrekt als scheepsarts met de Flandria van de Koninklijke Hollandsche Lloyd naar Zuid-Amerika. |
(‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 879)

| 1931 | 1 Februari: terugkeer in Holland van zijn tweede reis met de Flandria, is ernstig ziek (influenza en pneumonie). November: vertrekt naar Merano om te kuren. December: verschijning van Jan Pietersz. Coen. |

(‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 754)

(‘Jan Pietersz. Coen’, Verzamelde werken V, blz. 9)

(‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 892)

| 1932 | Januari: publiceert Het verboden rijk in het eerste (tot en met het negende) nummer van Forum. Maart: bereist met Darja Noord-Italië. Mei: doet vergeefse poging om aan een der Nederlandse gezantschappen in Centraal- of Zuid-Amerika in diplomatieke dienst te gaan. Juli: weigert het lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. 29 September: vertrekt als scheepsarts met de Amstelkerk van de Holland-West-Afrikalijn. November: verschijning van Het verboden rijk. 29 November: vertrek 2de reis met de Amstelkerk. |

Ik beschouw Spanje en China als de beschaafdste landen van de wereld. De Hollandsche beschaving is als roggebrood: substantieel, degelijk, maar niet gracieus.



(Citaat op blz. 30 uit ‘Critisch proza’, Verzamelde werken VIII, blz. 266)
| 1933 | Drie nieuwe reizen met de Amstelkerk. December: verschijning van Soleares in 15 exemplaren. Vertrekt naar Spanje en logeert bij Albert Helman te San Cugat bij Barcelona. |



(‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 831)

| 1934 | Februari: reist met Albert Helman naar Malaga, Marokko en Tanger, waar hij zich in maart als arts installeert. Schrijft Het leven op aarde. Juni: Van der Hoogtprijs voor Soleares. Zomer: bezoeken van F.C. Terborgh, Darja Collin, E. du Perron en diens vrouw aan Tanger. Eind oktober: vertrekt uit Tanger naar Parijs, waar hij een roman over de Japans-Russische oorlog begint, die onvoltooid is gebleven. November: aankomst in Holland. Verschijning van Het leven op aarde. December: vertrekt naar Parijs om huidziekten te studeren. |




(Citaat op blz. 34 uit ‘Al dwalend’, Verzamelde gedichten, dundrukeditie 1961, blz. 753)
| 1935 | Scheiding van Darja Collin. Breuk met Forum en onherstelbare brouille met E. du Perron. Doet vergeefse poging om correspondent van het Algemeen Handelsblad in het Verre Oosten te worden. 17 Mei: vertrekt als scheepsarts met de Venezuela van de Koninklijke Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij naar West-Indië. 15 Juli: vertrekt ais scheepsarts met de Springfontein van de Holland-Zuid-Afrikalijn voor een reis om Afrika heen. |


| 5 Oktober: met zware malaria en nieraandoening naar het Ospedale Protestante te Genua. Ontmoetingen met Arthur van Schendel. November: vertrekt naar Merano om te kuren. |
|
| 1936 | Ernstig ziek naar Annecy, en naar Lausanne om na te kuren, maar krijgt er malaria bij. 10 Februari: vertrekt naar Holland. Verpleegd te Bloemendaal, Heemstede en Hilversum. Juni: verschijning van Een eerlijk zeemansgraf. Gedurende zijn laatste dagen is A. Roland Holst aan zijn ziekbed. 5 Oktober: overlijdt te Hilversum. |
