Paradijzen van weleer
Koloniale literatuur uit Nederlands-Indië, 1600-1950
E.M. Beekman
Vertaald door Maarten van der Marel en René Wezel
verantwoording
©
2006 dbnl / E.M. Beekman, Maarten van der Marel, René Wezel
Verantwoording
Een opmerking over de spelling
[Motto's]
I Inleiding
1 Literaire uitgangspunten
2 Algemene historische inleiding
II De zestiende en zeventiende eeuw
3 De beheersing van de oceanen: de Nederlandse bijdrage aan de geschiedenis van de zeevaart
4 De eerste reis naar Oost-Indië (1595-1597) en het begin van de koloniale literatuur
5 Rumphius (1627-1702): de tropische natuur zien als een geheel
III De achttiende eeuw
6 F. Valentijn (1666-1727): meester in het anekdotisch proza
IV De negentiende eeuw
7 F.W. Junghuhn (1809-1864): verheffing van de tropische natuur
8 Dekker/Multatuli (1820-1887): de dialogische waarheid uit de tropen
9 Louis Couperus (1863-1923): de magie van het onuitsprekelijke
10 Alexander Cohen (1864-1961): leven in het koloniale leger
11 P.A. Daum (1850-1898): de Nederlandse koloniale maatschappij en het Amerikaanse Zuiden
12 Kartini (1879-1904): de paradox van het kolonialisme
V De twintigste eeuw
13 E. du Perron (1899-1940): het huis van de herinnering
14 Beb Vuyk (1905-1991): de wilde groene geur van het avontuur
15 Maria Dermoût (1888-1962): het instinct van ons hart
16 H.J. Friedericy (1900-1962): een acteur met een pen
17 J.J.Th. Boon/Vincent Mahieu/Tjalie Robinson (1911-1974): Anak Betawie
18 Rob Nieuwenhuys/E. Breton de Nijs (geboren 1908): zorgen dat het beklijft
19 Willem Walraven (1887-1943): indië als muizenval
20 A. Alberts (1911-1995): Indië als een hedendaags mysterie
Conclusie
Bibliografie
Register