Poldermolens
+ Ten zuidwesten van Broeksterwoude staat in het voormalig waterschap ‘De Broek’ de in 1887 gebouwde achtkante molen, genaamd ‘De Grote Molen’. De molen is eigendom van de stichting ‘De Fryske Mole’ (afb. 18).
+ Molens van Friesland, 160; Fries molenboek, 157.
+ Gedeputeerde Staten van Friesland besloten op 16 juli 1878 tot het oprichten van het waterschap ‘De Broek’. Het besloeg 1175 pondemaat land. In 1880 werd in het waterschap een molen gebouwd door Oege Plantinga uit Wanswerd. Door blikseminslag verbrandde de molen echter reeds in 1887. Nog in datzelfde jaar werd de thans nog bestaande molen met twee vijzels gebouwd door Gerben van Wieren uit Birdaard. Door ingebruikneming van het stoomgemaal te Zwaagwesteinde in 1926 is het boezempeil verlaagd en moest de vijzel worden ingekort. De molen bemaalde sindsdien 1200 pondemaat polderland. De kleine vijzel is in 1934 verwijderd en overgebracht naar de zogeheten Kleine Molen van hetzelfde waterschap nabij De Valom, die thans verdwenen is. In 1943 is een elektrisch aangedreven centrifugaalpomp geplaatst, waardoor het gaande werk buiten gebruik gesteld werd.
Bij de restauratie van 1959 zijn een nieuwe vijzel en vijzelkom gemaakt. Door de oprichting van het waterschap ‘De Walden’ in 1970 kwam de molen opnieuw buiten gebruik; tijdens een storm in 1972 ontstond grote schade aan de zelfzwichting. Men besloot deze verder te demonteren en in plaats hiervan de roeden met het oudhollandse systeem uit te rusten. Tevens werden de staart, de korte spruit en twee stijlen van het achterkeuvelens vernieuwd.
+ Het vrij hoge onderachtkant is in een rommelig kruisverband gemetseld van gele baksteen en met de molen gefundeerd op stiepen, die op de hoeken als pilasters in het opgaande werk te zien zijn. De veldmuren staan koud tussen de penanten. Tot even boven het maaiveld is een gedeelte van het onderachtkant van de in 1880 gebouwde molen nog aanwezig. Ook de waterlopen dateren nog uit dat jaar, inclusief de wachtdeur van de buiten gebruik gestelde waterloop. Beide en het oorspronkelijke onderachtkant zijn van een kleinere steen gemetseld dan het in 1887 gebouwde gedeelte. De hoekpilasters zijn ook smaller dan die van het huidige onderachtkant. De penanten waarop de stijlen met daartussen de peulhouten staan, behoren echter tot de herbouw.
Het achtkant is met riet gedekt en geheel in ‘meskant’ grenen uitgevoerd, volgens het algemeen in ons land toegepaste systeem met drie bintlagen. De keer- en de meerstijl van het eiken voorkeuvelens zijn vernieuwd. Dit geldt ook voor de windpeluw en voor in ieder geval één van de voeghouten. Volgens de gewoonte van deze streek is echter de grenen lange spruit middelbalk en tevens gebruikt als ijzerbalk. De kap is kruibaar op de slepers, de staart heeft een kruilier.
+ Oudhollands wieksysteem met een vlucht van 22,56 m. De geklonken stalen roeden zijn vervaardigd door de Gebroeders Pot te Kinderdijk. De naam van de fabrikant van de gietijzeren bovenas is door de lange vulstukken niet te zien. De vang is een zogenaamde vlaamse. Het spoorwiel ten behoeve van de oorspronkelijke twee vijzels is nog aanwezig. De vijzel is thans van staal en de vijzelkom van beton.
+ In de Broeksterpolder ten noordwesten van Broeksterwoude staat aan de Lits een achtkante molen. De molen is eigendom van de stichting ‘De Fryske Mole’ (afb. 20).