Noordelijk Oostergo. Dantumadeel


auteur: Herma M. van den Berg


bron: Herma M. van den Berg, Noordelijk Oostergo. Dantumadeel. Staatsuitgeverij, Den Haag / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 1984


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 25]

Damwoude, Akkerwoude

Tot 1971 vormde dit dorp een zelfstandige eenheid. Sindsdien is het met het naburige Murmerwoude en Dantumawoude samengevoegd tot een nieuwe administratieve eenheid, Damwoude.

Het hoofdelement uit de plattegrond wordt gevormd door de oost-west lopende Voorweg, een onderdeel van de middeleeuwse ontginningsbasis vanwaaruit het gebied, globaal gelegen tussen Rinsumageest, Driesum en Valom, werd ontgonnen. Aan deze ontginningsbasis is oudere bewoning voorafgegaan. In het noordelijk deel van het dorpsgebied was volgens de Grietenijkaart van Eekhoff een ‘oud kerkhof’ gelegen, mogelijk het restant van een oudere nederzetting uit de tijd voor de ontginning van de Dokkumer Wouden. De vermelding van ‘buyten huysen’ in 1543 heeft wellicht betrekking op bewoning rond dit kerkhof (Benef. 194). De beide edities van de Schotanuskaart geven deze bewoning echter niet meer aan. De Achterweg, gelegen tussen dit kerkhof en de Voorweg, vertegenwoordigt mogelijk de oudste fase van de ontginning. Op welke tijdstippen het opschuiven van de bewoning heeft plaatsgevonden, is bij gebrek aan verdere gegevens niet duidelijk. Wel kan gewezen worden op de ouderdom van de oudste dorpskerken aan de Voorweg tussen Rinsumageest en Driesum die aangeeft wanneer het bestaan van deze weg een feit zal zijn geweest. Dit tijdstip kan op het begin tot het derde kwart van de 12e eeuw worden gesteld gezien de datering van de oudste bouwfragmenten van de kerken van Dantumawoude en Murmerwoude. Ten zuiden van de Voorweg is de ontginning naderhand verder gegaan. In de loop van de 18e eeuw ontstond de Broek ten gevolge van vervenings- en ontginningsactiviteiten. Deze nederzetting maakte een snelle groei door. Onder Broeksterwoude wordt deze in 1964 zelfstandig geworden nederzetting hier behandeld.

In het oude gedeelte van het dorp is blijkens de Schotanuskaart de bebouwing voor het grootste deel aan de Voorweg en in mindere mate aan de noordelijker lopende Achterweg gelegen. De dichtheid is aan het begin van de 18e eeuw nog zeer gering. Het kadastrale minuutplan van circa 1830 toont een geringe verdichting ten opzichte van de situatie in 1718. De Eekhoffkaart van 1847 en de edities van de topografische kaart uit deze eeuw laten zien dat de bebouwing steeds verder toeneemt. De aan de Voorstraat grenzende erven zijn bijna alle bebouwd geraakt. Kenmerkend is de gekartelde rooilijn van de bebouwing langs deze hoofdas. De weg snijdt de naast elkaar gelegen langwerpige erven onder een schuine hoek, ten gevolge waarvan de bebouwing, in lengterichting op de kavel gelegen, schuin op de weg staat.

Aan de Voorweg is in de loop van deze eeuw het agrarisch karakter vrijwel geheel verdwenen, aan de Achterweg herinneren de geringe bebouwingsdichtheid en enkele agrarische bedrijven nog aan de vroegere hoofdfunctie van het dorp. Een bijzonder element aan de noordzijde van laatstgenoemde weg vormen de bedrijfsgebouwen van de zuivelfabriek ‘De Dokkumer Wâlden en Omkriten’, die van 1900 tot 1969 in functie is geweest. Aan de westzijde van deze fabriek lag de loswal van de Akkerwoudstervaart. Het laatste deel van dit water werd in de jaren dertig of veertig gedempt. In 1966 maakte een afdamming ruim een kilometer noordelijker een definitief eind aan het voortbestaan van de vaart als vaarweg.

[p. 26]



illustratie

Afb. 23. Kopie van het kadastrale minuutplan, omstreeks 1820. Schaal 1:7500.


[p. 27]



illustratie

Afb. 24. Luchtfoto. Schaal 1:6250. Opname 1977.


[p. 28]

Kerkgebouw

+ De Hervormde kerk ligt op een ruim omheind kerkhof in het centrum van het dorp. Kerk en toren zijn eigendom van de kerkelijke gemeente (afb. 25-28).

 

+ r.v.a. i. 188; Benef. 193; r.v.g.o. 172; Tegenw. Staat i, 242; Wumkes ii, 156, 233, 554; Teunisssen 171, 175; Botke 285.

 

+ In 1543 bestaan er naast pastorie- en patroonsgoederen in Akkerwoude ook inkomsten voor de ‘costerij’ en is er een vicaris; voordien lezen we daarvan niet. De parochie Akkerwoude behoorde wel, ook in 1511, tot de parochies met aanzienlijk bezit. De Tegenwoordige Staat maakt melding van twee torens aan de kerk, een stompe en een spitse. Teunissen neemt aan, dat het een soortgelijke situatie was als thans nog te Hallum, waar de noordelijke aanbouw van een torentje voorzien was. Daar had dit zijn oorzaak in het feit dat de aanbouw na de Reformatie als kapel voor de r.k.-bewoners van de state werd gebruikt (deel 1, Ferwerderadeel, 154, 158, 159). Of dat hier ook het geval geweest is, wordt niet vermeld. De kadastrale minuutkaart vertoont wel een aanbouw aan de noordzijde van de kerk. De Saekema's waren weliswaar in de 16e eeuw r.k. gebleven, maar kwamen na confisquering van hun goederen niet terug en hun zoon werd overtuigd protestant (zie Saakma State). Teunissen suggereert dat Remmersma-state dicht bij de kerk gelegen zou hebben en later Heechhiem geheten zou zijn. Het in de 19e eeuw door Sikkema's bewoonde Heechhiem lag volgens de o.a.t. een honderd meter oostelijk van de kerk aan de Achterweg. In 1511 is deze naam niet bekend. De belangrijkste grondbezitter, die direct na de pastoor genoemd wordt, is dan Lyobba Tengha en zijn zuster. Wij weten niet waar deze gewoond hebben.

Teunissen, die de kerkvoogdijrekeningen gelezen moet hebben, die niet meer te achterhalen zijn, meldt dat de tegenwoordige kerk in 1850 gebouwd is door K.F. Ozinga. De kerkvoogdij verkocht afbraak ‘balstenen, kiezel en oude steen’. Bij Wumkes vinden we in 1849 de verkoop van de oude toren ‘opgetrokken uit oude friezen, tufsteen en andere steensoorten’. De nieuwe toren was aanvankelijk beëindigd door een kleine naaldspits als die te Birdaard. Op prentbriefkaarten uit het begin van deze eeuw ziet men deze nog; ook Ad. Mulder geeft in zijn schetsboek uit 1883 een indruk van de toren. Bij Wumkes wordt vermeld dat de toren in 1892 reeds gerepareerd moest worden. De open koepel, die de toren thans bekroont, moet echter eerst in de jaren twintig zijn aangebracht.

+ De architectuur van het eenvoudige en ruime kerkgebouw is verzorgd; het muurwerk is geleed door van de grond af opgaande nissen waarin de vijf vensters aan elke lange zijde en telkens twee in de koorsluiting zijn opgenomen. Langs de halfronde vensterkoppen loopt nog een rollaag met uitgemetselde profiellijst. De vensters hebben een zwaar kalf, welk motief voortzetting vindt in de dammen tussen de vensters als een kopse lijst. Van de achtzijdige dakruiter meldt Botke in 1932 dat hij ongeveer tien jaar geleden gebouwd is.

In de westgevel staat een stichtingssteen met opschrift: ‘den 25 Juni 1850 is de eerste steen gelegt door Lambert Willem van Kleffens oud elf jaren en zoon van den predikant der gemeente P. van Kleffens’.

+ Preekstoel uit de bouwtijd met pelikaan onder de lezenaar (afb. 26).

+ In de kerk twee kleine koperen kronen met opschriften: ‘Anno 1754 Wed. g.v.d.’ en ‘Eelke Symons huisman te Akkerwoude heeft deze kroon vereert aan de Kerk te Akkerwoude in 't jaar 1808’.

+ In het torentje hing een klok, diam. 94 cm, die tijdens de Duitse bezetting, hoewel beschermd, abusievelijk is afgevoerd. Het opschrift luidde: ‘Jelte Pier en Johan Riemers Gravius fan Hoeitema Ms Klockgieters tot Sneeck 1655/ Ick roep U altesaem om te gaan int huis des Heeren/ en horet daer Gods woordt/ twelck men aldaar sal leeren’ (afb. 28).

+ Een zilveren beker op standring met touwband, hg. 14,8 cm, diam. 10,6 cm. Opschrift: ‘Dese Drinckbeecker is mijn bloet des N. Testaments dat voor veele vergoten wort/tot/ vergevinge der Sonden Matth. 26.28. Ds. Hermanus Scheversteyn Pastor in Ackerwolde cum annexis Folcke Binnerts Bijsitter van Ackerwolde. Johannes Gerlofs Ouderlingh ende Oeds Ryckles Diaken tot Ackerwolde Wyger Wopkes Bijsitter ende Ouderlingh en Pytter Annes Diaken binnen Mormwolde/ Dese Beecker koomt als eygen toe de

[p. 29]

Diaconie van Ackerwolde ende van Mormwolde P. Zacherias Sculpsit 1659’. Merken Dokkum, jaarletter f van 1657, meesterteken Paulus Sakes, Voet 114 met onjuiste jaarletter (afb. 27).

Zilveren beker, kopie van bovengenoemde. Opschrift: ‘Zoo dikwijls als Gij hieruit drinkt doet dat tot mijne gedachtenis 1 Cor ii vs 25b. Deze Avondmaalsbeker is bekostigd door de diaconien van Akkerwoude en Murmerwoude Christiaan Cammenga V.D.M. van Akk. c.a. (sic) Anne v.d. Meer en Minne W. Minnema ouderling Thijs J. Braaksma en Date H. Westerlaan diak. van Akkerw. Rommert A. Dijk ouderl. Eelke A. van Kleffens en Klaas S. Hoekstra diak. van Murmerw. 5 dec. 1852’. 19de-eeuwse merken.

+ Het thans aanwezige vrij jonge orgel zou uit Assendelft afkomstig zijn.

+ Voor de afbraak van de kerk in 1850 liet het Friesch Genootschap over de grafzerken aantekeningen maken, die thans op het Rijksarchief berusten. Een zerk met evangelistensymbolen in de hoeken zou het opschrift ‘Keller to Claercamp’ gehad hebben. Deze komt ook voor als landbezitter in 1511.

States

+ Tussen de singel en de Fenneweg aan de westelijke grens van het dorpsgebied lag Saakmagoed.

 

+ r.v.a. i, 189, 196; Verslagen 's Rijks Oude Archieven, 34, 1910, 399; Teunissen, 180; Sipma i, 358, iv, 36.

 

+ Sybren Sackama was in 1470 arbiter in geschillen en woonde mogelijk in Akkerwoude, daar de pastoor van die parochie voor hem zegelde (Sipma iv, 39); in 1488 komt hij voor als eigenaar van land ten westen van Rinsumageest, ‘Sackama alwa’ geheten, dat hij dan aan het klooster Klaarkamp verkoopt (Sipma i, 358). In 1511 komt een Sacke buten Wijel onder Rinsumageest voor als pachter van Klaarkamp en Halbet Sackama als eigenaar van drie pondemaat zaadland onder Akkerwoude (r.v.a. i., 196). Volgens dr. J. Hofstede de Groot in een briefwisseling met de toenmalige Rijksarchivaris in Friesland dr. J.L. Berns (Versl. 1911) zou Groot en Klein Saeckma in 1544 verkocht zijn door Nitte Gerbrantz aan Wopke Idtsz. en Johannes Wopkes, waarbij de nakomelingen van de laatste de naam Saakma hadden aangenomen. Via de Wijckels waren dit voorouders van de briefschrijver. In de Rentmeestersrekeningen noch in de Decretale verkopingen hebben wij dit gegeven echter kunnen terugvinden. In tegenstelling tot wat Teunissen vermeldt, komt in 1511 wel een Oeds Wopka voor als landheer (r.v.a. i, 189) evenals Nitta, die echter pacht van Sappa Feijkama; ook Oeds pacht bovendien grond. Johannes Wopkes werd in 1527 bijzitter in de grietenij en in 1536 grietman (Nieuwe naamlijst) als opvolger van Sijds Tjaerda. Hij was gehuwd met Elisabeth Sappema en zou op Saakma State gewoond hebben. Hij en zijn zoon Syuerdt Saekema waren r.k. en Spaansgezind. De laatste was waarnemend grietman van Kollumerland en moest in 1580 het land verlaten (Conscriptio Exulum) evenals zijn zuster Auck en haar man Lucas Jarges. Hun goederen werden geconfisqueerd (Berns yy 16, 29). Syverdts zoon Johannes werd hervormd, studeerde te Bazel en bracht het tot procureur-generaal van Friesland en curator van de Hoogeschool van Franeker. Waarschijnlijk heeft hij niet te Akkerwoude gewoond.

In 1626 woonde hij te Leeuwarden (M.H.H. Engels in: Vrije Fries, 63, 1983, 34-45). Het stemkohier van 1640 noemt de erfgenamen van Auck en dr. Johannes Saeckma als eigenaren maar Sake Gabes als bewoner van Groot en Kleijn Saeckma. De oudste zoon van Johannes, dr. Sjoerd Saeckma, werd in 1630 grietman van Dantumadeel en zou volgens Teunissen op Saakma State gewoond hebben.

In 1642 zou de state eigendom geworden zijn van zijn broer Dirk en na diens dood van zijn zuster, die gehuwd was met Hendrik van Wijckel. Van de Van Wijckels is Saakma door huwelijk overgegaan op Andreas Muller en volgens Teunissen op de Van Knijffs, die in 1832 ‘een zate, landen met huizinge, schuur en kleinhuis, hornleger, hovinge, boomen en plantagie Sakema State genaamd, groot buiten het hornleger 43 bunder 66 vk roeden’ verkochten aan Tabe Tsjaerds Annema c.s.

+ Schotanus geeft in 1664 Saakma als hofstede weer en plaatst in de uitgave van 1711 de naam aan de noordzijde van de weg naar Rinsumageest. Eekhoff tekent het sterretje,

[p. 30]

dat voormalige states aangeeft ten zuiden van die weg. Het oude goed vormde blijkbaar een langgerekt terrein, dat op de kadastrale minuutkaart zowel ten noorden als ten zuiden van de weg ligt. Aan de noordzijde vindt men binnen dat terrein een rechthoekig veld grenzend aan een omgracht terrein; mogelijk was dit de oude stinsplaats en hornleger, terwijl de boerderij ten zuiden van de weg werd gebouwd. Ten zuiden van het langgerekte terrein staat op de Schotanuskaart een vogelkooi aangegeven, die op de kadastrale minuut terug te vinden is in een onregelmatig terrein. Later zal de kooi verplaatst zijn naar een terrein verder zuidelijk en verder verwijderd van de bebouwing.

 

+ Waar de overige in de stukken en door Teunissen vermelde states (later boerderijen) gestaan hebben is moeilijk uit te maken daar de nummers der floreenkohieren niet overeenkomen met die van het kadaster. Ten zuidwesten van de kerk ziet men op de kadastrale minuutkaart een omgracht terrein met een opstal. Het lijkt mogelijk dat dit de nummers 10 en 11 van het stemkohier zijn, in 1640 eigendom van Douwe van Aylva en in 1686 verkocht aan Andries Teeckes (meded. K. Sikkema te Leeuwarden). Ten oosten van deze weg dichter bij de kerk lag op de kadastrale minuutkaart een kop-halsrompboerderij. In het begin van de 19e eeuw woonde daar Jan Andries Sikkema, van wie gezegd wordt dat hij op of naast Remmersma State woonde (geg. K. Sikkema te Leeuwarden). Sicco Andries Sikkema, die maire van Dantumadeel is geweest in 1812-1813, woonde op het Heechhiem; volgens de o.a.t. zou dit op de zuidoostelijke hoek gestaan hebben van de Kleine Laan en de Achterweg.

De oudst bekende vermelding van Remmersmaburum is in 1410 (Sipma i, 18). In de 15e eeuw komt de naam overigens alleen voor als eigennaam waarnaar land genoemd wordt (ib. 1, 359) of als deelnemers in contracten zonder dat een huis genoemd wordt.

Overige bebouwing

+ Boerderij van het kop-hals-romptype met twee forse schoorstenen, waarop borden aan het vooreind. In de voorgevel staan twee hoge zesruitsvensters met licht gebogen strekken; omgaande bakgoot; in de top twee kleine vensters; langs de zijden rollagen met houten deklijsten. Het nokanker vormt het jaartal 1875. Het voorste dakschild van de schuur is met friese pannen belegd evenals het vooreind. Voor in het schuurgedeelte is aan de oostzijde een melkkeldervenster; overigens is de schuur jonger. In de voorste kamer zijn de wanden met tegels bekleed en er was een tableau in de schouw (afb. 29-30).

+ Kleine boerderij van het kop-romptype, geheel met riet bedekt. De voorgevel draagt jaartalankers 1658. Het muurwerk moet echter jonger zijn en op de kadastrale minuut staat dan ook een ander gebouw getekend, waarvan de jaartalankers afkomstig kunnen zijn. Men is geneigd te denken aan een verwisseling van de jaarcijfers tot 1856, doch in de 19e eeuw werden in deze streek steeds nokankers als jaartalankers gebruikt. In vooren zijgevel staan 19e-eeuwse zesruitsvensters. Ter zijde nog de vuurhut (afb. 34).

+ Boerderij met vrij voor de schuur staande dwarsgebouwd woongedeelte onder schilddak met hoekschoorstenen. Het voorhuis heeft de ingang in het midden, waarboven een houten dakkapel; boven de vensters hanekamstrekken. Schuur en bijschuur zijn op de kadasterminuut aangegeven. Het voorhuis zal omstreeks 1860 herbouwd zijn (afb. 33).+ Boerderij van het kop-romptype, waarvan het vooreind tussen twee topgevels is gevat, elk eindigend in een schoorsteen. In de voorgevel vrij smalle zesruitsvensters, in de top thans vergrote vensters. Het nokanker geeft het jaartal 1792 weer. Schuur geheel rietgedekt. In 1965 stond er ter zijde nog een vuurhut (afb. 32).

+ Zg. woudhuisje, zeer kleine woning onder rieten dak. In de halfsteens gemetselde voorgevel staan de vensters zonder enige opvang voor het metselwerk (afb. 36).

Enkele grotere uitvoeringen van dit soort woningen staan nog aan de Voorweg en aan Achterweg 13.

+ Woning onder zadeldak tussen topgevels, waarvan die aan de weg de ankers 1768 droeg (afb. 31). Midden voor de westelijke gevel dakkapel; de ingang zal oorspronkelijk aan die zijde in het midden gestaan hebben. In het laatste decennium zijn de topgevels door hardhouten bebording gemoderniseerd en is het muurwerk met een ruwe pleisterlaag bedekt. Het tegeltableau in het inwendige is van elders afkomstig.

[p. 31]

Voormalige korenmolen

+ De lijst van niet rendabele en af te breken molens, die in opdracht van de Staten van Friesland in 1639 is gemaakt, noemt een windmolen te Akkerwoude. Een roggemolen komt niettemin voor op de kaarten van Schotanus van 1664 en 1718 (Van der Molen, Gemaal). Waarschijnlijk werden verscheidene molens van de lijst niet afgebroken. In 1762 zou volgens een aankondiging in de Leeuwarder Courant van 6 mei 1762 op de 15e mei daaraanvolgend worden verkocht: ‘Zekere Heerlijke Rogmolen en bakkerij c.a. staande en gelegen onder den Dorpe Ackerwolde, welke Rogmolen vermits die van Rinsumageest onlangs is om verre gewaaid, thans de enigste is in gedagte Grietenij’ (aantekening Van der Molen). Waarschijnlijk is deze molen tussen 1762 en 1777 gesloopt, daar in het laatste jaar op 30 oktober financiële palmslag plaatsvond van ‘Een van de Grond nieuw getimmerde Rogmolen van 70 voeten Vlugt tot Ackerwoude’ (Leeuw. Crt. 18 okt. 1777). Opnieuw werd de molen met bakkerij verkocht op 9 april 1778 te Dokkum en op 28 december 1803. In 1850 werd aan A.T. Annema vergunning verleend de korenmolen met een pelwerk uit te rusten en niet zoals aangenomen werd te herbouwen, waarna de molen in 1870 in andere handen overging. Tenslotte verbrandde de molen in de nacht van 7 op 8 juni 1911; hij droeg toen de naam ‘de Welkomst’ en had een houten onderachtkant, wat het aannemelijk maakt dat dit nog de molen van 1777 betrof (afb. 35).

 

+ Molens in oude ansichten 1 en aanvullingen en verbeteringen bij deel 2.

[p. 32]



illustratie

Afb. 25. De Hervormde kerk uit 1850. Opname 1983.




illustratie

Afb. 26. De preekstoel in de kerk. Opname 1976.




illustratie

Afb. 27. De avondmaalsbeker van Akkerwoude uit 1657. Opname 1976.




illustratie

Afb. 28. De verdwenen klok van Akkerwoude uit 1655. Opname 1942.


[p. 33]



illustratie

Afb. 29a. Interieur van Achterweg 19. Opname 1983.




illustratie

Afb. 29b. Tegeltableau van Achterweg 19 uit 1875. Opname 1983.




illustratie

Afb. 30. Boerderij Achterweg 19 uit 1875. Opname 1965.




illustratie

Afb. 31. Woning Voorweg 152, blijkens ankers in 1768 gebouwd. Opname 1965.




illustratie

Afb. 32. Boerderij Herenweg 30 uit 1792. Opname 1965.


[p. 34]



illustratie

Afb. 33. Boerderij Achterweg 26. Opname 1965.




illustratie

Afb. 34. Kleine boerderij Achterweg 24. Opname 1965.




illustratie

Afb. 35. De voormalige korenmolen ‘de Welkomst’ uit 1777, voor de brand van 1911. Naar prentbriefkaart collectie Oudheidkamer Dantumadeel.




illustratie

Afb. 36. Zogenaamd woudhuisje aan de Kleine Laan 20. Opname 1983.