Noordelijk Oostergo. Dantumadeel


auteur: Herma M. van den Berg


bron: Herma M. van den Berg, Noordelijk Oostergo. Dantumadeel. Staatsuitgeverij, Den Haag / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 1984


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 59]

Damwoude, Murmerwoude

Tot 1971 was Murmerwoude een zelfstandig dorp, sindsdien vormt het met Akkerwoude en Dantumawoude de nieuwe eenheid Damwoude. Evenals in beide bovengenoemde buurdorpen, zal ook in Murmerwoude de bewoning van oorsprong uit het aangrenzende kleigebied afkomstig zijn. In dat verband kan worden gewezen op de vroegere aanwezigheid van een drietal bijeengelegen terpen op circa drie kilometer ten noorden van de dorpskom. Deze terreinen vallen sinds 1966 onder de gemeente Dokkum. De terpen worden op de kaarten van Schotanus en Eekhoff aangegeven. Aangezien uit het overige dorpsgebied geen terpen bekend zijn, worden met de vermelding van de Mormerterpen in 1543 vermoedelijk bovengenoemde woonheuvels bedoeld (Benef. 190).

Blijkens het 18e- en 19e-eeuwse kaartmateriaal had de plattegrond van het dorp overeenkomstige kenmerken als die van beide buurdorpen, namelijk de ligging van de bebouwing aan de oost-west lopende Voorweg. De noordelijk van de Voorweg gelegen Achterweg is ontstaan in een vroegere bewoningsfase van de Dokkumer Wouden. Gezien de ouderdom van de aan de Voorweg gelegen kerk is laatstgenoemde weg reeds aan het begin van de 12e eeuw de belangrijkste as.

In de tweede helft van de 19e eeuw onderging het dorp een belangrijke verandering doordat de noord-zuid lopende Hoofdweg een belangrijke verkeersader werd met de aanleg van een trambaan in 1880 langs deze weg tussen Dokkum en Veenwouden. Vóór die tijd vormde de Hoofdweg de voornaamste landverbinding tussen beide plaatsen.

Eveneens in dat jaar werd de bestuurszetel van de gemeente van Rinsumageest naar Murmerwoude verplaatst. De bestuursfunctie en de gunstige ligging ten opzichte van het verkeer hebben het dorp sterk doen groeien.

De Hoofdweg vormde sedertdien een nieuwe vestigingsplaats, bijvoorbeeld voor het nieuwe gemeentehuis, dat aan de kruising met de Voorweg werd gebouwd. De toename van de bebouwing vond tot vlak na de Tweede Wereldoorlog plaats door een verdichting langs het bestaande assenkruis. Naderhand zijn nieuwe woonwijken aangelegd. De woonfunctie heeft het agrarisch element grotendeels verdrongen, met uitzondering van de bebouwing aan de Achterweg.

[p. 60]



illustratie

Afb. 68. Kopie van het kadastrale minuutplan omstreeks 1820. Schaal 1:7500.


[p. 61]



illustratie

Afb. 69. Luchtfoto. Schaal 1:6250. Opname 1977.


[p. 62]

Kerkgebouw

+ De Hervormde kerk ligt op een omheind kerkhof langs de noordzijde van de weg van Rinsumageest naar Driesum. Kerk en toren zijn sedert 1804 eigendom van de kerkelijke gemeente (afb. 70, 72-81).

 

+ r.v.a. 187; Benef. 190; r.v.g.o. 171; Wumkes i, 268; H. Halbertsma in Berichten r.o.b. 1962-'63, 289.

+ Historisch-bouwtechnisch rapport door W.J. Berghuis; archief r.d.m.z. Zeist.

 

+ In de aangifte van 1580 vermeldt men een laan ‘hier vant kerkhof na Dockum loopende’ waarvan tol ontvangen wordt. Eekhoff tekent dit tolhuis dan ook ten noorden van de kerk aan de Murmerlaan, die bij de rogmolen op de Woudvaart uitkwam. In 1772 worden leien van de kerk verkocht (Wumkes); mogelijk werd de dakbedekking toen vervangen door een van pannen.

Kerk en toren zijn in 1962 gerestaureerd onder leiding van architect A. Baart jr. Een oudheidkundig bodemonderzoek bracht de funderingsaanleg van een sluitingsabside en van een westwerk aan het licht.

+ De bakstenen kerk bestaat uit een rechtgesloten ongelede ruimte, aan de noordzijde waarvan in 1923 een smalle diepe dwarsvleugel is gebouwd. Aan de westzijde is een toren met zadeldak.

+ Kerk en toren zijn opgetrokken uit bakstenen muren met een vulling van keitjes in mortel. Aan de kerk meet de baksteen 29-30 (enkele zelfs 34) × 8,5, 10 lagen 100 cm in verband met zeer veel strekken, inwendig zelfs louter strekken in halfsteens verband. Aan de oostgevel 10 lagen 96 cm in onregelmatig verband in tweede verwerking. Aan de toren beneden 30,5 × 8-9, 10 lagen 95 cm met veel strekken; bij de galmgaten 31-32,5 (enkele zelfs 36) × 8,5-9, 10 lagen 98 cm.

De kerk bleek te staan op een kunstmatig opgeworpen zandheuvel, waarin ten behoeve van de fundering sleuven waren gegraven, die met aangeplempt ‘woudzand’ waren gevuld, waarop zwerfkeien als onderlaag van de bakstenen fundering waren gelegd. Uit het spoor van deze grondverbetering kon de absidiale vorm van de eerste oostelijke sluiting afgelezen worden. In de noordelijke helft daarvan lag slechts één graf, dat kort na de bouw van de kerk gedolven leek. Aan de westzijde kwamen de sporen van een ingebouwde toren aan het licht, met verbindingen in noord-zuid-richting (afb. 81). De westmuur van de eerste kerk lag binnen de tegenwoordige westmuur, aansluitend tegen de oostmuur van de bakstenen toren.

+ De toren gaat behoudens de later ingekapte ingang aan de zuidzijde, ongeleed en gesloten op. Ter hoogte van de nok van de schipkap staan aan elke zijde twee rondbogige galmgaten, die voor de restauratie uitwendig ongeveer een halve meter gedicht waren naar analogie van de oostelijke die bij de aanhechting van de latere kap verkort dienden te worden. Thans zijn alleen de oostelijke nog verkort. Daarboven vertoonde het muurvlak aan de oost- en noordzijde sporen van topgevels gevuld met verschillend gevormde spaarvelden. Bij een verhoging van de toren zijn deze in de opgaande muren opgenomen en is aan de oost- en westzijde een vlakke topgevel gemaakt ten behoeve van een zadeldak. Sedert de restauratie vertonen ook de zuid- en westgevel spaarvelden als resp. in de noord- en oostgevel. Op de oostgevel is het spaarveld rondbogig en in de top van een niet geheel aansluitende cirkel voorzien, die rust op een te lood opgaande uitgemetselde dam. Langs de rondboog loopt een rechthoekig profiel. Aan de noordzijde is het spaarveld driezijdig en langs de zijden met drie sprongen versmald, die op bakstenen consolestenen rusten. Ook hier loopt midden door het veld een dam.

+ Het inwendige muurwerk versnijdt drie maal; op de eerste versnijding rust een balklaag, op de tweede was blijkens moeten op het muurwerk een gewelf gemetseld. Op de derde versnijding rust de grenehouten klokkestoel. Iets hoger zijn kleine lichtopeningen in de noord- en zuidmuur uitgespaard. In de oost- en westmuur waren tot de restauratie hoge rechthoekige moeten te zien van zware balken die in de muren gemetseld moeten zijn geweest. In de noord- en zuidmuur waren uitsparingen voor verticale balken. Zij dienden waarschijnlijk als steun voor een vier- of achtzijdige spits die de toren bekroond moet hebben blijkens de topgevelsporen op de noord- en oostgevel. Wellicht hangen de dammen in de velden van die topgevels samen met de inwendige uitsparing van de muur en staan de galmgaten om die reden ook tamelijk ver uiteen.

[p. 63]



illustratie

Afb. 70. Hervormde kerk. Plattegronden over de vensters en op het maaiveld met ingetekende gevonden oudere funderingen; doorsneden en details van de ingangen. Getekend 1982 naar opmetingen 1944 en 1962.


[p. 64]

Op de begane grond zowel als op de verdieping is een hoge rondbogig gesloten doorgang in de oostmuur. Op de verdieping is deze excentrisch verplaatst en was oorspronkelijk segmentbogig gedekt. De oostelijke torenmuur was uitwendig niet afgewerkt.

+ Voor de restauratie was de kerk aan de zuidzijde gepleisterd en gewit en waren in de zuidelijke en noordelijke muur respectievelijk drie en één rondbogige vensters gebroken (afb. 73, 76). Aan de noordmuur was de detaillering gaaf bewaard: vier spaarvelden in het bovenste muurgedeelte, gescheiden door brede dammen, in elk waarvan een rondbogig gesloten gedicht venster bleek te hebben gestaan. De dagkanten waren gepleisterd en de dorpel aanvankelijk vlak. De boog van de vensterkoppen is gevormd door strekken verbonden door brede wigvormige voegen en één wigvormige steen in het midden. De spaarvelden zijn ongelijk breed. Het smalle aan de oostzijde is aan de bovenzijde afgesloten door gekoppelde rondboogjes, de overige door drie boogjes en een keper.

Aan de noordzijde is de moet te zien van een brede rondbogige doorgang waaromheen blijkens de keienvulling die in het muuroppervlak in het zicht gekomen is, een omlijsting aangebracht was. Ook de keienfundering bleek op die plaats uit te springen (afb. 75). Tijdens de restauratie zijn sporen aan den dag getreden, die erop wezen dat er een roodzandstenen tympaanvulling geweest was.

Aan de zuidzijde zijn aanwijzingen in zicht geweest voor een dergelijke ingang meer westwaarts in de muur (afb. 80); de top was oversneden door een der latere vensters. Jongere ingangen bevonden zich verder westwaarts: in de noordgevel een ingang met segmentbogige rollaag die in gedichte vorm hersteld is. De moet van een brede omlijsting is weggewerkt. In de zuidgevel was in een smalle ingang later een raam geplaatst. Beide zijn verdwenen ten bate van een gaaf aanzien van de muur.

In het meest oostelijke spaarveld van de zuidgevel is voorts een klein ingehakt nisje weggewerkt. Het romaanse muurwerk is aan de westzijde met iets meer dan een muurdikte verlengd op de hoeken gesteund door overhoekse steunberen. In het oostelijke gedeelte van de zuidgevel bleek rond het 19e-eeuwse kozijn een spitsboogvenster aanwezig te zijn; dit is bij de restauratie gereconstrueerd. In de oostgevel was het venster gedicht en is aldus hersteld.

+ De muren versnijden inwendig in het romaanse gedeelte ongeveer een halve meter onder de vensters. Bij de gotische verlenging verspringt de versnijding een halve meter naar boven en eindigt tegen de koorsluitingswand. Sporen van gewelven zijn niet gevonden.

De ruimte is thans gedekt door een vlak plafond op de trekbalken die op gepeerkraalde sleutelstukken rusten. Het vervangt een vlak plafond, dat onder de trekbalken was gespijkerd. Over de gehele kerk loop een gotische kap.

Ten westen van het eerste romaanse venster aan de noordzijde was een rechthoekige inboeting in het muurwerk te zien, die sedert de gevonden grondsporen van een ingebouwde toren met verbindingsmuren in noord-zuidrichting, verklaard kan worden als een aanhechting op de verdieping van deze verbindingsmuur. Aan de zuidzijde was lager een dergelijke moet te zien, waaruit blijkt dat de verbindingsmuren zowel beneden als op de verdieping met een boog op de buitenmuur aansloten (afb. 79).

+ Daar de aanhechting van de noord-zuidverbinding tussen ingebouwde toren en schipmuren later ingekapt was, moet men aannemen, dat het westwerkje waarvan sporen gevonden zijn, na voltooiing van het romaanse bakstenen schip is ingebouwd. Dit behoort blijkens het baksteenwerk met veel strekken tot de vroegste bakstenen kerken (xiib). De toren met de vier- of achtzijdige, misschien stenen helm zal in de 13e eeuw voor de westgevel gebouwd zijn. In de 16e eeuw zal de rechthoekig gesloten verlenging van het koor tot stand gekomen zijn, waarbij tevens de oude westgevel een muurdikte verder westwaarts herbouwd is aansluitend tegen de toren. Het zadeldak en de topgevels waren voor de restauratie van 18e-/ 19e-eeuwse makelij, mogelijk uit 1772, wanneer de leien van het dak verkocht worden en door pannen vervangen zullen zijn. De stenen spits zal bij de 16e-eeuwse wijzigingen vervangen zijn.

+ De kerk bezit:

+ Tegen de oostwand opgestelde preekstoel met gesneden panelen aan de kuip, gesneden achterschot en opzetstuk op het klankbord, dat 1818 is gedateerd (afb. 78). Op de panelen allegorische vrouwefiguren: Geloof, Liefde en Hoop. Op het klankbord

[p. 65]

gekroond alliantiewapen van Kleffens-Botma en de namen K.S. Kleffens en R.H. Botma. Het achterschot is ouder en kan van de hand van Yge Rintjes zijn.

+ Twee eenvoudige kerkeraadsbanken, waarvan die tegen de zuidermuur voor de restauratie tweemaal zo diep was. Op de hoeken knoppen en in de hoeken opengewerkte versieringen, xviiic. De overige banken zijn geïnspireerd op de voor de restauratie aanwezige.

+ In de toren hangt een klok, diam. 75 cm, opschrift: ‘Daar de dissenters op den 21e December 1804 vrijwillig afstand hebben gedaan van de dorpstoorn te Murmerwoude volgens een acte daarvan gemaakt en ter secretary van Dantumadeel geregistreerd so hebben Klaas Sydses van Kleffens ontvanger en Kerkvoogd en Rienske Harmanus Botma egtelieden aldaar/dese klok aan de kerk en gereformeerde gemeente present gedaan synde de Weleerwaarde Heer W.N. Bolt predikant te Akkerwoude en Murmwoude en Ian Ians huisman alhier op dese tijd mede kerkvoogd alles gedaan met goedkeuringe van de HoogEdele Gestrenge Heer en Meester Petrus Adrianus/Bergsma thans drost van 't 4e district bestaande in Cullvmerland en Dantumadeel en voor de revolutie van 1795 grietman over Dantumadeel gedeputeerde staat/van Vriesland dijkgraaf der Oostdongeradeelster Zeedijken en ontvanger generaal van Oostdongeradeel en Dantumadeel & &/’.

+ Volgens de ‘Schoolmeester’ droeg de kraak het opschrift: ‘Zalig zijn die het woord Gods horen en bewaren/Neig dan Uwe oren en hoort wat de geest tot de gemeente zegt. A.E. van Kleffens Kerkvoogd 1818’. Het gaat om dezelfde kraak of orgelbalkon dat nog aanwezig is en dat gelijke balusters vertoont als de trap van de preekstoel. De tekst is ontleend aan Lucas xi:28 en ii Koningen xix:16.

Overige bebouwing

+ Aan de kruising van de hoofdweg naar Dokkum en de Voorweg van Rinsumageest/ Akkerwoude naar Dantumawoude is in 1880 het raadhuis van de gemeente gebouwd ter vervanging van een rechthuis te Rinsumageest. Het is naar plannen van gemeentearchitect J.N. Duijff gebouwd (afb. 82 en blz. 67). Op een ruim terrein, dat later aan wegverbredingen is opgeofferd kwam een fors blokvormig gebouw te staan met de ingangspartij in het midden. De ingang zelf is binnen een loggia getrokken en boven de drie treden hoge stoep kwam een breed balkon op de verdieping. De stoep werd geaccentueerd door twee forse voetstukken, wellicht voor vazen. Ingangsloggia en verdiepingsvenster (met openslaande deuren naar het balkon) werden omlijst door een witgepleisterde decoratieve partij, die boven de forse gootlijst bekroond werd door een opzetstuk met het gemeentewapen. Het geheel staat in een weinig voorspringende middenpartij, die met de hoeklisenen de gevelvlakken maatgeeft. In elk vlak staan twee hoge zesruitsvensters met zonneblinden en bekroond door flauw gebogen strekken met een witgepleisterd middenblok. In de zijgevels staan vier vensters zonder het gepleisterde blok in het midden van de strek. Het laaghellende schilddak draagt op elke hoek een schoorsteen met bord (afb. 82).

+ Ten noorden van het Raadhuis kwam in 1881 een fors opgezet logement en café aan de in 1880 geopende paardetramlijn van Veenwouden naar Dokkum (afb. 82). De opdrachtgeefster

illustratie

Afb. 71. Plattegrond van een verdwenen boerderij ten noorden van Murmerwoude naar K. Uilkema. Collectie SHBO Arnhem, omstreeks 1930.


[p. 66]

was caféhoudster te Veenwouden. Ook dit gebouw kreeg een volledige verdiéping en een door wit pleisterwerk geaccentueerde middenpartij en hoeklisenen. De grote vensters zijn in de begane grond modieus versierd met gematteerde omlijstingen en glas in lood in het bovenlicht. Ter zijde een grote, twee verdiepingen hoge veranda beneden met treillagewerk in boogvorm en boven met gekleurd glas in lood.

+ Het tolhuis ten noorden van de kerk, dat al in de middeleeuwse stukken voorkomt (r.v.g.o. 171) werd in 1853 herbouwd aan de Hoofdweg (inleiding Faber en Obreen) en rekte zijn bestaan tot 1959, toen het voor wegverbreding moest wijken (afb. 86).

+ Op de andere hoeken van de wegkruising en langs de Hoofdweg zijn in de loop van de 19e eeuw diverse verdiepingsloze ‘rentenierswoningen’ gebouwd met de ingang in het midden, waarboven meestal een dakkapel was. Tegenover het raadhuis stond er een dat wit gepleisterd was en boogvormig gesloten tweelingvensters had (afb. 85).

+ Ten behoeve van een nieuwe weg naar de uitbreiding ten oosten van de Hoofdweg is in de jaren zeventig een boerderij afgebroken van het kop-romptype (afb. 84). Het korte voorhuis, waarin drie zesruitsvensters licht gaven in de kamer had een topgevel met kleine vierkante lichtkozijnen; de gevel was van houten deklijsten voorzien. De helling van de vrij lage topgevel paste zich fraai aan bij die van het voorschild van de brede schuur, op de grote vlakken met riet gedekt. In de voorgevel van de schuur was de toegang tot het woongedeelte en een woonkeuken. Ter zijde stond de vuurhut met de nok evenwijdig aan de weg.

[p. 67]



illustratie

Bestektekening voor het in Murmerwoude te bouwen Raadhuis in 1880 door de gemeentearchitect J. Duijff. Witdruk in coll. r.d.m.z. Zeist.


[p. 68]



illustratie

Afb. 72. De zuidgevel van de 12e-eeuwse bakstenen kerk met spaarvelden en bij de restauratie geopende hooggeplaatste vensters. Koor 16e-eeuws. Opname 1974.




illustratie

Afb. 73. De kerk voor de restauratie van 1962. Opname 1944.


[p. 69]



illustratie

Afb. 74. De noordgevel van de kerk en toren na de restauratie. Opname 1976.




illustratie

Afb. 75. De noordelijke ingang tijdens de restauratie met de keienfundering van een omlijsting. Opname 1962.




illustratie

Afb. 76. De noordzijde van de kerk voor de restauratie met een groot later venster. Opname 1959.


[p. 70]



illustratie

Afb. 77. Opzetstuk van het klankbord van de preekstoel met wapens Van Kleffens-Botnia en jaartal 1818. Opname 1974.




illustratie

Afb. 78. De preekstoel uit 1818. Doopvont modern. 1974.




illustratie

Afb. 79. Het westelijke venster aan de noordzijde van het schip met ernaast sporen van de aanhechting van het verdwenen westwerk. Opname 1962.




illustratie

Afb. 80. De in 1962 blootgelegde fundering van de zuidelijke ingang en sporen van de ingangsomlijsting. Opname 1962.




illustratie

Afb. 81. De in 1962 gevonden fundering van een oudere westelijke beëindiging van het schip met ingebouwde westtoren.
Opname 1962.


[p. 71]



illustratie

Afb. 82. Het raadhuis van Dantumadeel uit 1880 en café ‘De Kruisweg’.
Opname 1974.




illustratie

Afb. 83. Proceskaart uit 1760 van het gebied ten zuiden van de kerk van Murmerwoude en de begrenzing met ‘Akkerwoude, de Broek’ en met ‘Damwoude’; van het noorden uit gezien. De noordpijl is naar beneden gericht.


[p. 72]



illustratie

Afb. 84. Voormalige boerderij van het kop-romptype aan de Hoofdweg 19. Opname 1965.




illustratie

Afb. 85. Voormalige landelijke woningen tegenover het raadhuis naar prentbriefkaart in collectie Oudheidkamer Dantumadeel.




illustratie

Afb. 86. Voormalig tolhuis aan de weg naar Dokkum uit 1853, naar prentbriefkaart in de collectie Oudheidkamer Dantumadeel.