Op de begane grond zowel als op de verdieping is een hoge rondbogig gesloten doorgang in de oostmuur. Op de verdieping is deze excentrisch verplaatst en was oorspronkelijk segmentbogig gedekt. De oostelijke torenmuur was uitwendig niet afgewerkt.
+ Voor de restauratie was de kerk aan de zuidzijde gepleisterd en gewit en waren in de zuidelijke en noordelijke muur respectievelijk drie en één rondbogige vensters gebroken (afb. 73, 76). Aan de noordmuur was de detaillering gaaf bewaard: vier spaarvelden in het bovenste muurgedeelte, gescheiden door brede dammen, in elk waarvan een rondbogig gesloten gedicht venster bleek te hebben gestaan. De dagkanten waren gepleisterd en de dorpel aanvankelijk vlak. De boog van de vensterkoppen is gevormd door strekken verbonden door brede wigvormige voegen en één wigvormige steen in het midden. De spaarvelden zijn ongelijk breed. Het smalle aan de oostzijde is aan de bovenzijde afgesloten door gekoppelde rondboogjes, de overige door drie boogjes en een keper.
Aan de noordzijde is de moet te zien van een brede rondbogige doorgang waaromheen blijkens de keienvulling die in het muuroppervlak in het zicht gekomen is, een omlijsting aangebracht was. Ook de keienfundering bleek op die plaats uit te springen (afb. 75). Tijdens de restauratie zijn sporen aan den dag getreden, die erop wezen dat er een roodzandstenen tympaanvulling geweest was.
Aan de zuidzijde zijn aanwijzingen in zicht geweest voor een dergelijke ingang meer westwaarts in de muur (afb. 80); de top was oversneden door een der latere vensters. Jongere ingangen bevonden zich verder westwaarts: in de noordgevel een ingang met segmentbogige rollaag die in gedichte vorm hersteld is. De moet van een brede omlijsting is weggewerkt. In de zuidgevel was in een smalle ingang later een raam geplaatst. Beide zijn verdwenen ten bate van een gaaf aanzien van de muur.
In het meest oostelijke spaarveld van de zuidgevel is voorts een klein ingehakt nisje weggewerkt. Het romaanse muurwerk is aan de westzijde met iets meer dan een muurdikte verlengd op de hoeken gesteund door overhoekse steunberen. In het oostelijke gedeelte van de zuidgevel bleek rond het 19e-eeuwse kozijn een spitsboogvenster aanwezig te zijn; dit is bij de restauratie gereconstrueerd. In de oostgevel was het venster gedicht en is aldus hersteld.
+ De muren versnijden inwendig in het romaanse gedeelte ongeveer een halve meter onder de vensters. Bij de gotische verlenging verspringt de versnijding een halve meter naar boven en eindigt tegen de koorsluitingswand. Sporen van gewelven zijn niet gevonden.
De ruimte is thans gedekt door een vlak plafond op de trekbalken die op gepeerkraalde sleutelstukken rusten. Het vervangt een vlak plafond, dat onder de trekbalken was gespijkerd. Over de gehele kerk loop een gotische kap.
Ten westen van het eerste romaanse venster aan de noordzijde was een rechthoekige inboeting in het muurwerk te zien, die sedert de gevonden grondsporen van een ingebouwde toren met verbindingsmuren in noord-zuidrichting, verklaard kan worden als een aanhechting op de verdieping van deze verbindingsmuur. Aan de zuidzijde was lager een dergelijke moet te zien, waaruit blijkt dat de verbindingsmuren zowel beneden als op de verdieping met een boog op de buitenmuur aansloten (afb. 79).
+ Daar de aanhechting van de noord-zuidverbinding tussen ingebouwde toren en schipmuren later ingekapt was, moet men aannemen, dat het westwerkje waarvan sporen gevonden zijn, na voltooiing van het romaanse bakstenen schip is ingebouwd. Dit behoort blijkens het baksteenwerk met veel strekken tot de vroegste bakstenen kerken (xiib). De toren met de vier- of achtzijdige, misschien stenen helm zal in de 13e eeuw voor de westgevel gebouwd zijn. In de 16e eeuw zal de rechthoekig gesloten verlenging van het koor tot stand gekomen zijn, waarbij tevens de oude westgevel een muurdikte verder westwaarts herbouwd is aansluitend tegen de toren. Het zadeldak en de topgevels waren voor de restauratie van 18e-/ 19e-eeuwse makelij, mogelijk uit 1772, wanneer de leien van het dak verkocht worden en door pannen vervangen zullen zijn. De stenen spits zal bij de 16e-eeuwse wijzigingen vervangen zijn.
+ De kerk bezit:
+ Tegen de oostwand opgestelde preekstoel met gesneden panelen aan de kuip, gesneden achterschot en opzetstuk op het klankbord, dat 1818 is gedateerd (afb. 78). Op de panelen allegorische vrouwefiguren: Geloof, Liefde en Hoop. Op het klankbord