Noordelijk Oostergo. Dantumadeel


auteur: Herma M. van den Berg


bron: Herma M. van den Berg, Noordelijk Oostergo. Dantumadeel. Staatsuitgeverij, Den Haag / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 1984


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 223]

Wouterswoude

De vermelding van de naam Waltheim in de oudste goederenlijst van het klooster Fulda wordt een enkele maal in verband gebracht met Wouterswoude (Halbertsma, Terpen, 117). Andere opvattingen houden Waltheim voor een niet nader te bepalen gebied in de omgeving van Dokkum (n.g.n., iv, 94; Gijsseling, 1041).

Het in noord-zuid-richting gelegen langgerekte dorpsgebied wordt door twee oost-west lopende wegen doorsneden. De Voorweg in het zuidelijke deel van het dorpsgebied vormt het verlengde van de hoofdweg door de dorpen Akkerwoude, Murmerwoude en Dantumawoude. In Wouterswoude was deze weg blijkens het historische kaartmateriaal van secundaire betekenis. De kerk en het merendeel van de dorpsbebouwing waren aan de noordelijker Achterweg gelegen. De afwijkende ligging van de kerk aan de Achterweg in plaats van aan de Voorweg, zoals bij de hiervoor genoemde dorpen, geeft aan dat de fase van verschuiving van de bewoning in zuidelijke richting hier niet heeft plaatsgevonden. Deze verplaatsing is achterwege gebleven omdat de voor de landbouw bruikbare gronden zich in dit dorp minder ver in zuidelijke richting uitstrekten dan in de hiervoor genoemde dorpsgebieden. Het zuidelijk deel van het grondgebied in Wouterswoude bestond tot in het begin van deze eeuw uit laaggelegen, waterrijke terreinen. Tot en met het midden van de vorige eeuw was er sprake van een zeer geringe bebouwingsdichtheid aan de Vooren Achterweg. Voorts stonden er enkele huizen en boerderijen aan de noord-zuid lopende Dokkumerlaan, een verbinding tussen De Wouden en Dokkum en aan de Kerklaan, de verbinding tussen de Voor- en Achterweg. Na 1850 nam de dichtheid van de bebouwing iets toe, maar het dorp heeft vergeleken met de overige Wouddorpen het agrarisch karakter nog het sterkst behouden.

[p. 224]



illustratie

Afb. 308. Kopie van het kadastrale minuutplan omstreeks 1820.
Schaal 1:7500.


[p. 225]



illustratie

Afb. 309a. Luchtfoto's van de Achterweg (a) en de Voorweg (b) onder Wouterswoude. Schaal 1:6250. Opname 1977.




illustratie

Afb. 309b. Luchtfoto's van de Achterweg (a) en de Voorweg (b) onder Wouterswoude. Schaal 1:6250. Opname 1977.


[p. 226]

Kerkgebouw

+ De Hervormde kerk staat op een ruim rechthoekig kerkhof ten zuiden van de Achterweg. Het gebouw is eigendom van de Hervormde gemeente (afb. 310, 312-317).

 

+ r.v.a. 1, 183; Benef. 188; r.v.g.o. 166; P. van den Heuvel, Driesum, een kerk in de Dokkumerwouden, Driesum 1975, 22.

+ Tekening door J. Stellingwerf in coll. Fries Museum in Leeuwarden (afb. 312).

+ Kerkvoogdijrekeningen in kerkvoogdij-archief, ter plaatse.

 

+ Uit de kerkvoogdijrekeningen valt te lezen, dat in 1805 aan de kerk van Wouterswoude een lening werd gegeven van f 1500, - ‘tot opbouwinge van de kerk’. Bestek en tekeningen werden gemaakt door Pytter Aands. Bolstenen en kiezel van de oude kerk werden vervoerd naar het tolhuis. De toren is in 1969-70 gerestaureerd onder leiding van architect A. Baart jr. te Leeuwarden.

+ Het eenvoudig ondiep driezijdig gesloten schip sluit aan tegen de oostmuur van de toren, die uit herbruikte mopsteen is opgetrokken. Alleen aan de hoeken vindt men hele stenen, zodat men kan aannemen dat de steen herhaaldelijk herbruikt is. De baksteen van het kerkje meet 20,5-21,5 × 4,3 cm, 10 lagen 53 cm.

+ De toren gaat onversneden op, inwendig zowel als uitwendig, en heeft een rechthoekige grondslag, zoals zadeldaktorens gewoonlijk hebben. Aan de westzijde is een met kleine rode steen omlijste ingang. De segmentbogig gesloten galmgaten hebben een kopse sprong als omlijsting. Het schip heeft rondbogige vensters waarin houten kozijnen staan met roedeverdeling in zes ruiten en een vork in het bovenlicht. In twee sluitingszijden staan ronde vensters.

+ Het schip wordt gedekt door een laag houten gewelf dat op een verbrede voorlijst op de trekbalken rust. Tussen de trekbalken telkens twee consoles.

+ De tekening van Stellingwerf geeft duidelijk dezelfde galmgaten weer als de tegenwoordige toren bezit. De topgevels en het zadeldak zijn mogelijk in 1805 bij herbouw van het schip vervangen door de tegenwoordige korte spits. De toren zal in de 17e eeuw herbouwd zijn bij een bakstenen kerk die op keien (balstenen) gefundeerd was. Van verkochte tufsteen is geen vermelding gevonden.

+ Tegen de oostelijke sluitingsmuur staat de eiken preekstoel met achterschot, klankbord en trapje opgesteld (afb. 314). De hoge slanke kuip heeft snijwerk op de hoeken en aan de voet. Hoewel de motieven van het snijwerk niet modern zijn voor die tijd, menen wij toch op grond van details dat de preekstoel gelijk met de nieuwe kerk gemaakt is.

+ Op de preekstoel een koperen lezenaar uit de bouwtijd (afb. 316) en Bijbel (uit 1864) met zilveren sloten uit 1841.

+ Eenvoudig doophek. Van de in de voorlopige lijst genoemde herenbank is slechts een opzetstuk behouden (afb. 317), waarin alliantiewapens Sytzama-Clant, xviiib (vergelijk bank in kerk van Driesum).

+ Het orgel dateert van 1894.

+ In de toren hangt een klok, diam. 78 cm. Opschrift: ‘Me fecit Pieter Seest Amstelodami anno 1780’.

+ Tijdens werkzaamheden aan de vloer is in 1983 in het koor voor de preekstoel een grafzerk ontdekt. Het is ons niet gelukt de gegevens te achterhalen. Indien de zerk van voor 1805 dateert, zou dit erop kunnen wijzen dat de kerk in 1805 op de oude grondslag is herbouwd.

Boerderijen en woningen

+ Keuterijtje onder doorgaand rietgedekt dak (afb. 318). Achter het voorhuis, dat drie zesruitsvensters heeft, springt het schuurgedeelte aan de ene zijde iets uit. Aan de andere zijde loopt het dakschild door tot aan de voorgevel, over de aankapping boven de bedsteden, waaronder een keldertje met een venster in de voorgevel. Langs de zijde van de voorgevel zijn beitelingen. Het op de kadastrale kaart getekende gebouwtje lijkt een andere indeling te hebben; dan is de bouwdatum dus na 1820.

+ Woning onder zadeldak tussen twee topgevels, waarvan de westelijke in een nokanker gedateerd is 1819 (afb. 319). In die geveltop staan twee smalle tweelichtskozijnen, beneden door een luik gesloten. In de voorgevel drie vensters met zesruiten, waarvan

[p. 227]



illustratie

Afb. 310. Hervormde kerk. Plattegrond getekend 1983 naar opmeting 1944.


slechts de twee links van de ingang oorspronkelijk zijn en licht geven in de woonkamer. Tussen de ingang en het eerste venster zijn de bedsteden. Rechts van de ingang zou aanvankelijk een stalgedeelte geweest zijn; de vensters daar zijn er later in aangebracht. Achter de woning heeft een cichorei-eest gestaan.

+ Keuterijtje onder geheel riet gedekt zadeldak (afb. 320). De topgevel heeft beitelingen langs de zijden; de lichtopeningen daar zijn later vergroot ten koste van een van de beitelingen. Daar het pandje niet op de kadastrale minuut voorkomt, moet ook dit eerst na 1820 ontstaan zijn.

+ Forse boerderij van het kop-hals-romptype met lang halsgedeelte (afb. 321, 323). Kop en halsgedeelte en de vrijstaande vuurhut zijn met pannen gedekt, de schuur met riet. In de voortopgevel hoge smalle zeslichtskozijnen en beitelingen langs de top; beneden is het kozijn door een kalf verdeeld in zes en negen ruiten; omgaande bakgoot. Inwendig bedstedenkastenwand waarvan de volledige deuren panelen met inspringende hoeken hebben en een met tegels bekleed vertrek; alles xviiid.

+ Boerderij met dwars gebouwd voorhuis onder laag hellend schilddak met twee hoekschoorstenen met borden (afb. 325). Ingang in het midden, waarboven stenen dakkapel met snijwerk aan het boeibord, xixb-c. Bijpassende vuurhut. De keuken is in het voorste gedeelte van de schuur ondergebracht, welk gedeelte met pannen gedekt is; overig schuurgedeelte is riet gedekt.

+ Kleine boerderij van het kop-hals-romptype, met dien verstande dat het halsgedeelte uitwendig zeer kort is en slechts de ingang bevat (afb. 327). Vooreind onder zadeldak tussen topgevels, die beide door een schoorsteen beëindigd zijn. Op de kanten der gevels houten deklijsten, langs de zijden beitelingen. De bedstedenkastenwand is blijkens het keldervenstertje tegen de achtergevel van het vooreind gesitueerd. Omgaande bakgoot. Het korte schuurgedeelte heeft nog twee kleine oorspronkelijke vensters in de zijmuren. Daar het pand niet op de kadastrale minuutkaart voorkomt moet het na ongeveer 1820 ontstaan zijn naar het reeds in de 18e eeuw gangbare type.

+ Boerderij van het kop-hals-romptype, van na 1820 blijkens het ontbreken van dit pand op de kadastrale minuutkaart (afb. 328). Vergeleken met het gedateerde nr. 16 valt op te merken dat de verdiepingshoogte hoger is en de dakhelling flauwer. Boven de vensters staan dan ook hanekamstrekken. Door begroeiing is de voorgevel niet te determineren.

+ Boerderij van het kop-hals-romptype, met dien verstande dat het halsgedeelte zeer kort is en slechts de ingang bevat (afb. 329). Evenals bij nr. 8 is ook hier de bedstedenkastenwand tegen de achtergevel van het vooreind gesitueerd. In de voorgevel ook hier smalle hoge vensters, die hier de zesruitsindeling behouden hebben. Het nokanker geeft het bouwjaar 1779 aan. Ter zijde van het vooreind de vuurhut. Schuur en bijschuur zijn beide met riet gedekt en nog gaaf wat indeling der gevels betreft. Langs de erfscheiding met de weg staan leilinden.

+ Keuterijtje onder doorgaande riet gedekte kap. Het vooreind is van een nieuwe gevel voorzien. De bedstedenkastenwand heeft oorspronkelijk tegen de zijgevel gestaan, zoals uit de plaats van het keldervenster blijkt. De kadastrale minuutkaart geeft reeds een dergelijke plattegrond aan, zodat het pand van voor 1820 kan dateren (afb. 324).

+ Kleine boerderij van het kop-romptype, in woonboerderij gewijzigd (afb. 331). Voortopgevel

[p. 228]



illustratie

Afb. 311. Tjasker uit Wouterswoude, thans in het Openluchtmuseum te Arnhem. Voor- en bovenaanzicht en linker-zijaanzicht. Tekening Ned. Openluchtmuseum Arnhem.


[p. 229]

gedekt door houten lijst, omgaande bakgoot, vernieuwde zesruits vensters; xixb-c.

+ Tot woonboerderij verbouwde keuterij onder doorgaande met riet gedekte kap. In deze vorm van na 1820 daterend.

+ Forse boerderij van het kop-romptype, waarvan slechts het vooreind nog gaaf is (afb. 330). De schuur is als verkoopruimte van grote lichtkozijnen voorzien en met pannen gedekt. Vooreind blijkens jaartal en initiaalankers in 1777 gebouwd door ‘hh’ en ‘gw’. Grote schoorstenen met borden boven beide topgevels, zesruitsvensters, in de voorgevel nog met blinden.

+ Tot woning verbouwd en gewijzigd keuterijtje onder doorgaande rieten kap, voor 1830 ontstaan (afb. 322). De bedstedenkastenwand was blijkens het keldervenster en de asymmetrische plaatsing van de vensters in de voorgevel tegen de oostergevel gesitueerd.

+ Dubbele kleine woning, waarvan de westelijke langs de topgevel beitelingen heeft en kleine lichtopeningen. De oostelijke heeft slechts halfsteensmuren. De bebouwing komt reeds voor op de kadasterminuut.

Voormalige poldermolen

Tot 1927 hield een boktjasker met een vlucht van 6,70 meter in de zomermaanden ongeveer 10 hectare ontgonnen rietland nabij het dorp droog (afb. 311, 332). Het molentje moet omstreeks 1875 gebouwd zijn en is in 1927 ter beschikking gesteld van het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem en daar in 1929 herbouwd. In 1950-51 en 1953 vonden dusdanig ingrijpende herstellingen plaats, dat van vernieuwing sprake is (J.M. Stikvoort, Dijkema's laatste tjasker?, in: Bijdragen en mededelingen van het Rijksmuseum voor Volkskunde ‘Het Nederlands Openluchtmuseum’, xxviii, 1965, nr. 2, 25-32; ook Gelders Molenboek, Zutfen 1968, 288-289).

[p. 230]



illustratie

Afb. 312. De kerk getekend door J. Stellingwerf in 1722.




illustratie

Afb. 313. De kerk uit 1805 bij de toren, die in de 17e eeuw herbouwd zal zijn. Opname 1974.




illustratie

Afb. 314. De preekstoel uit de bouwtijd van de kerk. Opname 1974.




illustratie

Afb. 315. Het inwendige van de kerk naar het oosten. Opname 1974.


[p. 231]



illustratie

Afb. 316. De koperen lezenaar uit de bouwtijd van de kerk. Opname 1974.




illustratie

Afb. 317. Het opzetstuk van een verdwenen bank met de wapens Sytzama-Clant, omstreeks 1745. Opname 1893.




illustratie

Afb. 318. Keuterijtje aan de Achterweg 10. Opname 1983.




illustratie

Afb. 319. Thans vrijstaande woning onder zadeldak tussen topgevels, waarvan de westelijke 1819 is gedateerd. Achterweg 12. Opname 1967.


[p. 232]



illustratie

Afb. 320. Woning, oorspronkelijk keuterijtje aan de Kooilaan 3. In de voorgevel beitelingen, na 1820 ontstaan. Opname 1983.




illustratie

Afb. 321. Ruime boerderij van het kop-hals-romptype ten noorden van de Kooilaan. Terzijde vuurhut. Opname 1983.




illustratie

Afb. 322. Woning, oorspronkelijk keuterijtje, aan de Voorweg 89. Opname 1983.




illustratie

Afb. 323. Laat 18-eeuwse kast bedstedenwand in Kooilaan 12. Opname 1983.




illustratie

Afb. 324. Keuterijtje aan de Voorweg 36. Opname 1983.




illustratie

Afb. 325. Boerderij met ruim dwars gebouwd voorhuis aan de Voorweg 6, midden 19e eeuw. Opname 1983.


[p. 233]



illustratie

Afb. 326. Als keuterij na 1820 gebouwde woning aan de Voorweg 68. Opname 1983.




illustratie

Afb. 327. Boerderij van het kop-hals-romptype met zeer korte hals aan de Voorweg 8, na 1820 ontstaan. Opname 1983.




illustratie

Afb. 328. Boerderij van het kop-hals-romptype aan de Voorweg 14, na 1820 ontstaan. Opname 1983.




illustratie

Afb. 329. Gaaf bewaarde boerderij van het kop-hals-romptype met zeer korte hals, in 1779 aan de Voorweg gebouwd. Achter op het erf de vuurhut. Langs de weg leilinden. Opname 1983.


[p. 234]



illustratie

Afb. 330. Forse boerderij van het kop-romptype, blijkens nokanker gebouwd in 1777. Opname 1983.




illustratie

Afb. 331. Boerderij van het kop-romptype, midden 19e eeuw aan de Voorweg 64 gebouwd. Opname 1983.




illustratie

Afb. 332. De boktjasker uit Wouterswoude, thans in het Openluchtmuseum te Arnhem.