'k Wil rijmen wat ik bouw


auteur: Arie-Jan Gelderblom


bron: Arie Jan Gelderblom (samenstelling), 'k Wil rijmen wat ik bouw. Twee eeuwen topografische poëzie. Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1994  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Titia Brongersma (?-?)
De lof van Assenaant.

 
Roemt dan Achaia nog op 't trotse bos Stymfaal?
 
Ik roem veel meerder van de Asser hoge eiken.
 
Geen Tempe (schoon ze haar lof doet steigeren in Thessaal)
 
Of Lyceose berg, noch Pergus kan bereiken
5
Dit lustprieel, waarin Astrée haar adem schept
 
En uit de bronaêr met de Drentse Themis lept.
 
 
 
Waar 't dartel weelderig loof zich breidelt top in top,
 
En waar men Philomeel de kruinen ziet bespringen,
 
Wanneer de zoete lent' doet gorgelen haar krop
10
En op de topjes laat haar eigen velddeun zingen,
[p. 101]
 
Waar 't lommerige woud de nimfjes strekt tot dak
 
En kranst hun hoofden meer als Dafnes lauwertak.
 
 
 
Laat Sperchius vrij met populieren kroon
 
Zich pronken, die de zoom van zijne vliet doet groeien,
15
Laat Pan de pijnboom mee verheffen tot zijn troon
 
En Syrinx' rietpij p op zijn akkers maar doen loeien,
 
Het schelle keeltje van de Asser nachtegaal
 
En 't bloemrijk dal verpocht en dooft het allemaal.