|
|
|
| |
| | | |
Naar de Natuur.
Op 't kerkhof te Bloemendaal
De lijkbaar staat te wachten
Vlak bij het kerkportaal.
De schooljeugd - het is vakantie,
Iets zeldzaams in de week,
Maar Meester is uitgetogen
In 't zwart, met een grooten steek -
De schooljeugd, - zij vindt haar genoegens
Op 't kerkhof als overal -
Loopt saam: er wordt begraven,
| | | |
Zij komen, nieuwsgierig, en kijken
Zij klimmen op 't hek van het kerkhof
En duikelen over de baar.
Zij peilen den gapenden grafkuil
De een zegt: Het is een diepert!
En de ander: Durf jij er in?
Een derde neemt een vuistvol
En laat het als een fonteintje
Weer vloeien uit zijn hand.
Nu gaan ze krijgertje spelen
Ook ranslen twee vechtersbazen
Elkander eens eventjes af.
Maar Teunis zit met Klaartje
Naar 't schijnt, een deuntje te vrijen
Zij spelen - in verwachting
Van 't geen er komen zal;
Daar wordt er een begraven,
| | | |
Zij spelen - daar nadert langzaam
De staatsie het wachtend graf....
Zij steken de hoofden te zamen,
1858.
|
|
|