Dramatische struktuur in tweevoud


auteur: E.K. Grootes


bron: E.K. Grootes, Dramatische struktuur in tweevoud. Een vergelijkend onderzoek van Pietro Aretino's Hipocrito en P.C. Hoofts Schijnheiligh. Tjeenk Willink/Noorduijn, Culemborg 1973  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 339]

Stellingen

1

Door toepassing van statistische methoden of gebruik van een computer zal geen wezenlijke bijdrage geleverd kunnen worden tot het vaststellen van het auteurschap van de aan Bredero toegeschreven Schijnheiligh-berijming.

 

2

 

Voor het meten van de spanning in het drama bestaat nog geen deugdelijke methode. Ook de belangwekkende studie van I. en J. Fonagy schiet in methodologisch opzicht tekort.

Ivan en Judith Fonagy. ‘Ein Meßwert der dramatischen Spannung’. Lili, Zeitschrift für Literaturwissenschaft und Linguistik 1 (1971), nr. 4, 73-98.

3

 

Levin's studie over de bouw van het Engelse Renaissance-drama biedt een geschikt uitgangspunt voor een nadere analyse van de ‘komische intermezzo's’ bij Bredero en zijn tijdgenoten.

Richard Levin. The multiple plot in English Renaissance drama. Chicago, London 1971, spec. hfdst. 4.

4

 

Vollenhove's uitlating

‘Maar Roomsche dichtkunst, minst te tomen
Weidt doorgaans ruim en wraakt geen dromen
Als onze onroomsche poëzy.’

wordt door Knuvelder ten onrechte betrokken op de Barok.

G.P.M. Knuvelder. Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. II. Vijfde, geheel herziene, druk. 's-Hertogenbosch 1971, 171.

5

 

De figuur van Venus in Der Minnen Loep I, vs. 94-100, wijst ook in ikonografisch opzicht op een Duitse oorsprong van Potters werk.

[p. 340]

6

 

De mogelijkheid naer in Hoofts ‘Mijn lief, mijn lief,...’ vs. 12 mede als ‘onaangenaam’ te interpreteren moet op grond van de kontekst verworpen worden.

J.J. Oversteegen. ‘Hooftse wendingen’. Merlyn 4 (1966), 271-2.

7

 

Jan Six' Medea (1648) verdient als een in klassicistische geest gekoncipieerde tragedie, mede gezien de ontstaanstijd, meer aandacht dan er tot dusver aan is besteed.

 

8

 

Bij invoering van een ingrijpende modernisering van het Nederlandse spellingsysteem zal het verzet tegen de nieuwe spelling leiden tot het vigeren van verschillende normenstelsels naast elkaar. Deze situatie zal waarschijnlijk aangegrepen worden voor een verdergaande sociale diskriminatie door middel van de spelling.

 

9

 

Het stelonderwijs op de middelbare school is ook in de lagere klassen niet gebaat bij een sterke nadruk op vrijblijvende spontaneïteit in het schriftelijk taalgebruik. De principes van de traditionele retorica blijven de aandacht waard.

 

10

 

De hoge prijzen op de internationale kunstmarkt strekken ten nadele van de kunst en de zeden.