1279 (P.C. Hooft aan C. Barlaeus.)
1Mijn Heere,
2Dank hebbe UEd. voor 't lekker banket der nieuwmaaren. Ik heb 3 'er heeden mijn gasten meê gefesteert. Zoo UEd. met meer danks 4 gedient is, ik verzeeker mij dat UEd. dien bij mijnen schoonbroeder 5 Cloek zal vinden. d'Andre zijn noch hier. Nu zend ik de leedige5 6 schootel te rug: gelijk eenen andren aan Heere ende Neeve van 7 Wikkevoort. Doch daarbij gaat een smeekschrift, dat UEd. meede7 8 + raakt, de welke gelieve de handt aan een' goede kantteekening te8 9 houden, ende in UEd. beste gunste,9
10Mijn Heere,
11Uwer Ed.
12Onderdaanen, toegedaanen
13dienaar
14P.C. Hóóft.
15Ter vlucht, van den Huize te Muide, den 12 Augustus, op den 16 ouden avondt, om morgen vroeg bestelt te worden, op dat UEd.16 17 en d'andre Heeren, dewijl 't vertrek naa den Haag noch wat 18 aanloopen zal, te meer tijdts moogen hebben tot neemen van 19 een goedt besluit, tot noch een' sprong herwaarts oover.
Lopende zaken. Vgl. 1278.