De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 3 (eds. H.W. van Tricht e.a.)


auteur: P.C. Hooft


editeur: H.W. van Tricht, F.L. Zwaan, D. Kuijper Fzn., Franco Musarra en R.E.O. Ekkart


bron: H.W. van Tricht e.a. (red.), De briefwisseling van Pieter Corneliszoon Hooft (derde deel). Tjeenk Willink/Noorduijn, Culemborg 1979  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 740]

1300 Aen mijn Heer, mijn Heer Pieter C. Hooft, Ridder, Bailliu van Goijlant en Drost van Muijden Op 't Huijs te Muijden

1Mijn Heer,

 

2ick kan UEdt niet langher laten in de opinie van het swaer ongeluck,2 3 dat men zeijt overgecomen te zijn dien Heer tot Antwerpen. Het is 4 naer alle waerschijnlijckheijdt onwarachtich, immers in die persoon,4 5 die genoemt is. ick hebbe op maendach dat is op gisteren in de 6 winckel van Benningh boeckverkooper daer naer gevraecht. 7 alwaer ick verstont, dat de geruchten daer oock waeren geweest. 8 doch men seijde daer dat het feijt te Petten was geschiet, en dat hij 9 in den Haghe op de poort gebracht was. Hier uijt was licht te9 10 besluijten, dat het een valsch gerucht moest wesen. te meer alsoo 11 alle de brieven van Antwerpen aen goede vrienden en Hollanders 12 geschreven daer niet een woort van vermanen. daer de naem van12 13 sulcken persoon overal bekent is. Sulcken feijt en sulcken exercitie13 14 soude al in de couranten staen. Dan daer is evenwel iet geschiet, dat14 15 een verkeert man wort toegeeijgent. Een vrouwe komende15 16 voorleden saterdach van Petten werde alhier van een aensienlijck 17 man gevraeght wat daer van was. Sij antwoorde dat sij van de17 18 Heer van Petten die nu Vander Nat is, niet en wist. Maer dat de18 19 Bailliu van Schorel een Schepen van de plaetse aldaer hadde om 't 20 leven gebracht, ter oorsake dat hij seker sententie gegeven bij 21 Schepenen aldaer over gewelt aen een vrou bij den Bailliu gedaen 22 hadde afgelesen, dwelck de Secretaris van Schorel weijgerde te doen.22 23 en dat desen Bailliu hier over soude in den Haghe gebracht zijn. 24 Dit heb ick goet gedacht UEdt mede te deelen, om die geruchten te 25 stutten. De heer Burgemr Bicker is op Saterdach hier geweest25 26 en op Sondach weder vertrocken. 't Verrichten is secreet. Men26 27 neemt hier noch vijff hondert schepen aen die naer Dordrecht 28 moeten. De bode van Antwerpen seijt dat hij de Ruijterije op 29 saterdach op de heijde is gemoet. Dan soude twijfelen off het de29 30 gantsche marsch is geweest. alsoo mijn soon van daghe eerst naer 31 sijn quartier dwelck in de Langhestraet is vertreckt. De Franschen 32 verstercken Cortrijck. hebben daer geen circumvallatie voor gehadt.32 33 Picolomini, bewaert Duijnkerken. Beck Oudenaerden en33

[p. 741]

34 Doornick, den hertoch van Lotteringhen Gent. Den roep van34 35 vrede bedaert wat. Van de Kijsersche en Sweedtsche heijrlegers 36 worden alle uijre extremiteijten verwacht. Den Ambassadeur van36 37 Denemarcken Ulefelt wort noch verwacht. Daer is last gegeven dat37 38 alle schepen int Vlie sevenmael sullen los branden op zijn komste. 39 men seijt dat hij van de steden daer hij passeert, oock sal met eenighe 40 solemniteijten ontfangen worden. In Irlandt sijn de Schotten 41 geslagen van Ondale. De prince van Walles comt in Vranckrijck41 42 om van daer naer Nieucasteel te gaen. aengaende den Coninck kon42 43 ick noch geen avantagie sien. Hij valt over al op sijn plat, en leeft op43 44 genade van zijn hoochste partijen. De nederlaghe van de Franschen44 45 in Italien is soo groot niet. uijt Vranckrijck komt andere tijdingh. 46 Doch den Admirael Brézé is doot. Voorts niet hebbende om te 47 schrijven, sal UEdt. met mevroUEnde alle die daer voorders eeten47 48 en drincken de bescherminghe des Heeren bevelen.

 

49U. Edts

50dienstwillighe vrient

51C: Barlaeus.

51In Amsterdam desen 8 jul. 1646.

 

Onzeker nieuws van verschillend allooi, zowel binnen- als buitenlands.