De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Pieter Pietersz. Deneyn]

In 't jaar 1597, op den 16 van Wintermaand is tot Leiden geboren PIETER PIETERSZ. DENEYN, of van Neyn. Twaalf jaren oud zynde heeft zyn Vader hem besteed by een Steenhouwer, daar hy eenige jaren by bleef; maar zyn geest bekwaam tot grooter bezigheden, dreef hem aan tot het leeren der Mathematise wetenschap, en vorder tot de Bouw- en Doorzigtkunde. Maar zyn ouders niet groot van vermogen, konden het hem niet volkomen doen leeren. Egter was zyn drift tot diergelyke wetenschappen zoo groot, dat, (niet tegenstaande hy dagelyks met zyne handen den kost met Steenhouwen winnen moest) hy, daar in zoo veer gevordert en toegenomen was, dat hy zelf in staat was om het aan anderen volkomentlyk

[p. 173]origineel

te leeren. En wyl hy uit dien hoofde kennis en omgang met veelweters, en ook schilders had; ook aan Esaias van den Velde Lantschap en Batalje Schilder; zoo liet hem die eerst eenige zyner teekeningen en daar naar ook van zyne schilderyen, (op voorgaande berigt aangaande de mengelinge der verwe, om dat hy een byzondere drift in hem zag) na maken. Waar door hy zodanig in korten tyd gevordert was, dat hy zig in staat bevond van zyn huisgezin daar door t'onderhouden. In den jare 1632, wierd hy Stads Steenhouwer, welke bediening hy nevens het schilderen waar nam, en onderhouden heeft, tot den jare 1639, wanneer hy al eenige jaren met een benaauwde borst gekwelt, (een gebrek dat den Steenhouders eigen is) eindelyk, stierf op den 16 van Lentemaand.