De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Joan de Biskop]

Deze redenering kon ik op niemant beter passen, dan op den beroemden Tekenaar JOAN DE BISKOP, geboren in 's Gravenhage in den jare 1646.

Deze was een geleert pleitbezorger voor den Edelen Hove van Holland, en teffens een beminnaar, en oeffenaar van de Konst, die door zyne konstige wyze van teekenen met het penceel op wit papier, even als een welbedreven hand door de verwe, yder meesters byzondere wyze van behandelinge zoo konstig wist na te bootsen, dat men straks met den eersten opslag van 't gezigt konde zien, of zyne Teekening gevolgt was

[p. t.o. 212]origineel



illustratie

[p. 213]origineel

naar een schildery van Tintoret, Bassan, Karats, P. Veronees, Rubbens, van Dyk en zoo voort: waarom de zelve ook by de konstminnaars in groote waarde gehouden worden. Om welke verwonderlyke wyze van teekenen, wy zyn naam niet alleen, maar ook zyn beeltenis (gevolgt naar de afschildering van Jan de Baan, in de Plaat H 19.) onder de Konstschilders van zynen tyd geplaatst hebben.

Hy heeft ook byzonder grooten dienst aan de Leerlingen van de Konst gestaan, door zyn fraaije Etskonst, waar door hy de schilderjeugt met de hand als by trappen opleid tot de Hoogeschool der Teekenkonst, haar voorstellende de waardigste en berugtste voorwerpen van de Konst die Rome bezat.

't Is te beklagen, dat zulk een yvervier naa het verloop van 40 jaren wierd uitgeblust. Want hy is gestorven in 't jaar 1686.