De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Ary Huibertsz Verveer]

ARY HUIBERTSZ VERVEER is geboren te Dordrecht, dog de tyd van zyn geboorte blyft my onbekent, maar hy kwam in 't jaar 1646, te gelyk met Gerard de Jager, Dortenaar, zee- en stille water schilder, Abraham Susenier, mede van Dord, en een fraai schilder van stil leven, inzonderheid zilverwerk, en Arnout Elzevier, Landschap- en brantschilder, in het Konstgenootschap van St. Lucas te Dordrecht. Hy schilderde somtyts pourtretten, maar meest Historien, en wel zulke daar veel naakten in kwamen. Zyn stukken waren best, om wat uit de hand gezien te worden, wyl hy de zelve wat robbelig en ruw schilderde. Het meeste dat de konstkenners tegen zyn werk hadden, was, dat hy het vlees te tanig van koleur maakte, nog agt gaf op het azuur dat in een helder naakt doorsteekt, maar zig vergenoegde als het maar kragt had, waarom het beenzwart by hem van groot gebruik was. Hy

[p. 214]origineel

schilderde nog al veel, dog zelden zagmen iets voldaan, dewyl hy dagelyks wat nieuws begon, waarom ook zyn schildervertrek, en nog andere daar nevens zoo vol gepropt waren met doeken en paneelen, op welker een een heel, op 't andere weer een half naakt, of troony, of ook een ordonantie geschetst stond, dat het wel een doekverkopers winkel geleek. Waarom zyn huis ook (toen het eens op een wintertyd tot den grond toe afbrande) met al die ligte brandstoffe, als een brander op zee scheen toegerust. Dien ganschen naamiddag, tot in den avond, waren by hem in gezelschap geweest myn eerste meester Willem van Drillenborg, Johannes Offermans, discipel van Adriaan Emont, en Arnoldus Verbius; maar het schemt dat zy meer agt gegeven hadden, of yder zyn beker wel schoon uitveegde, dan op het vuur. Deze läatst gemelde was een braaf schilder, maar zoo vlug als de wint. Hy heeft verscheiden agter een volgende jaren aan 't hof van Friesland voor pourtretschilder geweest, schilderde ook Historien, maar 't geen hy 't natuurlykste wist te verbeelden waaren hoere- en boevekotten, die hy ook zodanig (ik gis naar de zuivere waarheid) in hunne vuile bedryven onbewimpelt afbeelde, dat de schilderyen van schaamte een voorhangsel scheenen te eischen, om 't eerbare oog geen argernis te geven. JOHANNES OFFERMANS, geboren te Dordrecht, in 't jaar 1646. op den 10 van Grasmaand, had zig voor heen beholpen met het schilderen van Landschappen, dog zig naderhand aan de grove kwast begeven, daar hy best, naar 't scheen, zyne rekening by vond. Egter bleef hy konstminnende, dreef somwyl handel met schilderyen, en was graag by de Konstenaars in gezelschap; waarom (schoon zyn Vrouw het geld meester was) hy altyd maak-

[p. 215]origineel

te dat hy een buideltje byzonder had, om een vrolyken avond te houden. 't Gebeurde dat hy eenig geld voor zyn werk had ontfangen, en de patroon hem zoo veel wyn schonk, dat hy maar even in staat was om t'huis te komen. Egter kwam hem in gedagten, dat 'er onvoordagt wel iets kon voorvallen, waar van hy juist zyn Vrouw het beduid niet wilde op de mouw spelden. Dus kneep hy by gissing wat van den geldbundel af, en rolde het op in een penceeldoek byzonder, met toeleg om het in huis komende elders voor zig te bergen, en van hem te leggen; om dat hem de zakken somwyl, als hy sliep, wel eens geluist wierden, 't geen hy ook deed. Maar des anderen daags was hem vergeten op wat plaats hy het geborgen had, dat hem niet weinig in ongerustheid bragt, en rusteloos overal deed zoeken, zonder te konnen bedenken waar hy het verstopt had. Des besloot hy den volgenden avond voordagtelyk zyn maag andermaal met wyn vol te laden, om een proef te nemen, of hy terwyl hy nugteren zynde 't niet konde naspeuren, het dronken zynde, niet zou agterhalen 't welk ook gebeurde; want hy kwam niet zoo ras des avonds de deur in, of 't schoot hem te binnen, waar op hy zyn hand stak in een hakkebord dat omgekeert aan den wand hing, en haalde den buit daar stil uit. Dit heeft hy my zelf verhaalt.