De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Johannes vander Bent]

JOHANNES vander BENT is geboren te Amsterdam, maar in wat jaar weet ik niet regt, maar was zoo by en omtrent de 40 jaren als hy stierf, des wy hem plaatsen op 't jaar 1650. Hy was een Leerling van Wouwerman en Adr. vanden Velde, naar wien zyn penceelwerk wel meest zweemde, zoo in verkiezing als behandeling van schilderen. Hy bleef ongetrouwt, en woonde by vreemde menschen in, daar hy een vrye kamer had. 'T gebeurde dat hy een goede somme geld, (sommige zeggen 4000 gulden) by een had, door erffenis of hoe bekomen weet ik niet. Deze buit werd hem geligt, wanneer hy eens was uit gegaan, 't geen hem niet weinig verzette. Hy had wel geen bewys, maar hield altyd vermoeden

[p. 289]origineel

op zyn Huiswaart. De Goutvink was hem ontvlogen, en 't was niet te denken dat die weder tot haar kou zou keeren. Hy zette van mistroostigheid de Tering, en zyne levensgeesten smolten weg tot dat hy eindelyk stierf in den jare 1690.

Die by de krepelen woont, leert mank gaan zonder kruk.

Zeker schilder die de Waereld verstont, wanneer hem iet dier gelyks gebeurde, had 'er een konstgreep op, om weder agter zyn gestolen geld te komen. Zyn Leerling die alleen wist waar zyn meester het geld ('t geen hy in zyn kas niet vertrouwen dorst, uit vreeze dat het gestoolen mogt worden) begraven hadde, werd door begeerte bekoort om het weg te dieven. De Schilderbaas die somwylen wel eens in 't geheim, en by donkere avonden, onderzoek deed of 'er de buit nog school, (want

 
Daar de schat is,
 
Is het hart wis.)

vond eindelyk de plaats ledig. 't Stoorde dien volgenden nagt zyn rust wel; maar hy wilde zig met overleg bedenken. Uitstel van tyd doet de besluiten ryp worden; daar en tegen brengt de verhaasting altyd misgeboorten voort. En Gratiaan zeit: Op een zaak die men te doen heeft te slapen, is beter dan wakker te blyven op een zaak die gedaan is.

Den volgenden dag hield hy zig nog als nergens van te weten, en ging spanseren; maar met den avond t'huis gekomen zynde, zeide hy (zonder eenige veranderinge aan zig te doen blyken) tegen zyn Leerling, dat hy honderd ducaten ont-

[p. 290]origineel

fangen had, en dat hy den aanstaanden morgen vroeg met hem moest opstaan, om dit goud by de rest in den Hof te begraven. De Knaap eensdeels deducht dat de diefstal zou uitleken, en op hem gehouden worden, anderdeels door den blink van 't goud bekoort, en verheugt dat den buit, dus vermeerdert zynde, hy t'effens daar na alles opligten konde, besluit in der stilte by nagt op te staan, en het geroofde geld weder ter zelver plaats te brengen, gelyk geschiede. Maar hy vond zig in zyn toeleg byster bedrogen; want de meester met hem dien morgen vroeg opgestaan vond het geld, nam (in steê van het gemelde goud daar by te brengen) den geborgen buit weg, en gaf naderhand geen berigt aan zyn Leerling waar hy het geleid had, hebbende hier door geleert

 
Dat die geheimen melt,
 
Steets gaat met zorg verzelt.